WELKOM OP DE WEBSITE VAN

H.W.G. van Blokland-Visser

Deel 1: 21 Rederijen en 3 Scheepswerven te Dordrecht in de 19e eeuw
samengesteld door Historica/schrijfster H.W.G. van Blokland-Visser te Papendrecht
mail: k.blokland87@upcmail.nl
 
HANDEL & SCHEPEN TE DORDRECHT 1825-1870

In 1825 had Dordrecht ca 20.000 inwoners en herstelde langzaam van de oorlogen van Nederland met Frankrijk en Engeland in de afgelopen jarenAlles moest weer worden opgebouwd en van de 10 scheepswerven in de stad begin 1800 waren en nog maar enkele over, zoals de werven van Jan Schouten, Cornelis Gips en Barend van Limmen.
In 1818 begon de handel in Dordrecht weer aan te trekken en daardoor de scheepvaart. Jan Schouten scheepsbouwer en reder / houthandelaar te Dordrecht bouwde op zijn werf na jaren weer een zeeschip in eigen beheer.
In de Dordrechtsche Courant van zaterdag 31 oktober 1818 stond het volgende bericht:
Op 30 oktober gister namiddag om half 5 heeft onder een verbazende toevloed van mensen van de werf van de heer scheepsbouwmeester Jan Schouten met gelukkig gevolg van stapel gelopen het brigantijn, ook wel berkentijn genoemd ( 3 mast galjoot) ,,DE HERSTELLER,, groot 90 lasten.
Zijnde het eerste hier een heugelijke omwenteling van na 1813, is het eerst gebouwde zeeschip buiten Friesland en het enige wat in Noord en Zuid Holland door een scheepsbouwer voor eigen rekening op stapel is gezet.
Hopelijk is het mogelijk, de vervallen Nederlandse scheepsbouw weer op te beuren.
In 1805 liep van de werf van Jan Schouten voor het laatst een zeeschip af, de galjoot ,,CLARA,,
In Nederland lag de handel met Oost Indie stil. In 1790 was er een vloot van 3000 schepen met een goed opgeleide bemanning. In 1820 waren er hiervan nog 1000 schepen over, waarvan er maar 50 geschikt waren voor de vaart naar Oost Indie.
Koning Willem 1 deed er alles aan om de handel en scheepvaart weer op gang te krijgen. Er kwamen allerlei wetten met voorschriften voor de schepen en zijn bemanning. De opleiding voor stuurlieden e.d. werd weer goed opgezet. Er kwam een verplichte registratie van bijl en koopbrieven van schepen in 1819 gebouwd op Nederlandse werven.

IN 1823 VERTREKT HET 1E SCHIP UIT DORDRECHT NAAR BATAVIA/OOST INDIE.
(Uit Rotterdam vertrok in 1815 het 1e schip naar Batavia het fregat ,,MAAS EN ROTTESTROOM,, van reder Anthony v Hoboken).

In 1823 kocht reder Jacob Buys 't Hooft uit Dordrecht het fregat ,,CORNELIA,,560 ton, in 1809 gebouwd in Archangel /Rusland, van reder J.C. Spengler uit Amsterdam. Dit schip was het 1e schip wat begin 19e eeuw vanuit Dordrecht naar Oost Indie ging.
Het schip vertrok in november 1823 met kapitein Pieter Sipkes 30 jaar oud, geboren in Amsterdam, met kapiteinsvlag D 1 van het zeemanscollege te Dordrecht met 32 bemanningleden naar Batavia, met als 1e stuurman J.K. Troost uit Texel voor een gage van f 70,- per maand, 4e stuurman was Jan Evert Strumphler uit Amsterdam voor een gage van f 18,- per maand (later kapiteins vlag D 37, in 1836 als kapitein op het fregat ,,Oud Alblas,,).
Het Rijk stelde subsidie beschikbaar, om de scheepsbouw voor de vaart naar Oost Indie te bevorderen. Deze subsidie werd gegeven per last van het te bouwen schip, nu spreken we van tonnage van het schip.
Omdat de arbeidslonen laag waren in de Drechtstreek, was de bouw van een schip hier goedkoper, f 350, - per last tegen f 669, - per last in Rotterdam. De scheepsbouwers in deze streek kregen daardoor veel op drachten voor het bouwen van een schip.
Scheepsbouwer Jan Schouten begon in 1825 met de bouw van zijn 1e zeeschip voor de vaart naar Oost Indie ,het fregat ,, Louisa Augusta Prinses der Nederlanden,, van 250 last.
In 1826 begon scheepsbouwer Cornelis Smit te Alblasserdam aan zijn 1e zeeschip,,De Hoop van Alblasserdam,, En in 1829 bouwde scheepsbouwer Cornelis Gips te Dordrecht zijn 1e zeeschip het fregat ,,De Dordtenaar,,450 last.
In Dordrecht begon een ware opleving van handel en scheepsbouw door de families Vriesendorp/van Wageningen/van der Sande/Mauritz /Schouten/ BLUSSÉ/ Bouvy / Rees, 't Hooft / Hoogstraten /Boonen /Roodenburg /de Voogd / de Klerk. Allemaal kooplieden houthandelaren / reders / scheepsbouwers of bankiers die onderling door huwelijk verwant waren en veel zakelijk contact hadden. Zij troffen elkaar in de Beurs van Dordrecht, bij de Kamer van Koophandel, of bij de vergaderingen van het zeemanscollege ,,Tot Nut van Handel en Zeevaart,, te Dordrecht opgericht in 1818 waarvan zij honoraire leden waren. Ook waren er velen lid van de vrijmetselaars loge ,,La Flamboyante,, opgericht in 1812 te Dordrecht ( deze loge zetelt sinds 1837 in de Munt te Dordrecht ).
In een korte periode werden er 5 zeeschepen ( 3 mast fregatten) gebouwd die ieder ca. f 140.000, - kostten. Dit geeft aan dat er in die periode zeer vermogende families in Dordrecht woonden die zulke schepen konden bekostigen.
Een probleem in de Drechtstreek was om goede kapiteins en bemanning te krijgen voor deze nieuwe zeeschepen. De enkele Nederlandse kapiteins die er nog waren vonden het varen op een boerenschuit, zoals zij de schepen noemden die buiten de grote steden waren gebouwd, beneden hun waardigheid.
De reders uit Alblasserdam zoals de familie Smit haalden zijn kapiteins uit Duits / Oost Friesland en Oost Groningen.
De reders uit Dordrecht haalden hun kapiteins van de kofschepen die op de kustvaart hadden gevaren, voor de reders uit Dordrecht. De rest van de bemanning kwam voornamelijk uit Groningen, Denemarken, Noorwegen en Duitsland.

In Dordrecht was de kustvaart tijdens de Franse en Engelse oorlogen in het begin 19e eeuw redelijk in takt gebleven. Vele kapiteins uit Groningen boden hier hun schip en diensten aan.
Deze Groningers waren tijdens de Franse en later de Engelse oorlog gewoon blijven varen en handel drijven onder de Kniphauser vlag. Zij konden daardoor de blokkade van de Nederlandse handel ontduiken.
Kniphausen was een neutraal staatje in Duits /Oost Friesland boven Wilhelmshafen aan de Jade. Er was een vrijstrand van 10 km en een vrijhaven, dit alles was in bezit van de Hollandse graven van Bentinck.
In 1825 richtte enkele reders/ kooplieden uit Dordrecht ,,De Maatschappij der Dordrechtsche Scheepsrederij,, op. Aandeelhouders waren o.a. Jan Schouten, Jacob Buys, t'Hooft en de families Vriesendorp, Boonen, Roodenburg, van der Sande, van Hoogstraten, van Wageningen Rees, Bouvy, de Klerk en de Voogd.
Scheepsbouwer/reder Jan Schouten kreeg de opdracht het 1e schip van deze Maatschappij te bouwen, een fregat van 250 last de ,,LOUISA AUGUSTA PRINSES DER NEDERLANDEN,, Het schip vertrekt eind 1827 naar Batavia.
Op 16 november 1829 wordt in Dordrecht de rederij van Adolph BLUSSÉ van Oud Alblas op gericht. Deze rederij geeft de opdracht voor hun eerste schip aan scheepsbouwer Cornelis Gips te Dordrecht. Een fregat van 451 last ,,DE DORDTENAAR,, Dit schip vertrekt in maart 1831 naar Batavia.
De handel in het begin van de 19e eeuw bestond voornamelijk uit kustvaart met bestemming naar de Middellandsezee, Oostzee, Noordzee en handel met Suriname, Curacao en Rio de Janeiro.
Uit landen aan de Oostzee: teer/ ijzer/hout/lijnzaad/graan.
Uit Noorwegen: stokvis.
Uit Frankrijk en Belgie: zout/wijn/stukgoed.
Uit Engeland en Ierland: steenkool /klipzout/ ijzer.

Bestemming van schepen die uit Dordrecht vertrokken in de periode 1826-1828:
Belfast 3x / Olleron 3x / Brest 12 x / Dublin 5 x /Marennes 15 x (zout) / Ferrol 9x / Newrij 1 x / Bergen 7x (stokvis) / Liverpool 9x / Londen5 x / Hull 5 x / Riga 4x
New Casle 3x (slijpsteen) / Cette 3x (brandewijn).
Na 1823 gingen de schepen uit Dordrecht ook naar Oost Indie voor koffie, thee, tin, suiker en specerijen en vervoer van passagiers en troepen transporten voor het leger.

(C) Papendrecht 2007-2008 H.W.G. van Blokland-Visser
(C) Dordrecht 2007-2008 EvD (http://genbook.dordtenazoeker.nl)