WELKOM OP DE WEBSITE VAN

H.W.G. van Blokland-Visser
Deel 1: 21 Rederijen en 3 Scheepswerven te Dordrecht in de 19e eeuw
samengesteld door Historica/schrijfster H.W.G. van Blokland-Visser te Papendrecht
mail: k.blokland87@upcmail.nl
 
SCHEEPSWERF VAN GIPS ,,DE MERWEDE,, ANNO 1796 TE DORDRECHT
 
Van oorsprong stamt de familie af van GREGORIUS GIBS / (GREGORY GIBBES) constabel in het Engelse garnizoen in 1587 te Den Briel /overl: in 1603.
GREGORIUS GIBS/GIPS (schrijnwerker) jonge man uit Den Briel tr. in 1657 te Dordrecht met Willemke Gerrits. Van dit echtpaar stamt de Dordtse tak familie Gips af.
De werf van Gips aan de Lijnbaan bij de Riedijkshaven te Dordrecht werd in 1796 opgericht door: Pieter Gips.

PIETER GIPS
(1749/1828 Dordrecht) z.v. Pieter Gips Gregoriusz en Catharina Roodbeen. Hij trouwt in 1775 te Dordrecht met Dingena van Limmen (1745 Dordrecht) d.v. Cornelis v Limmen scheepmaker aan de Noordendijk te Dordrecht en Maria v Dorssen.
In 1775 woont hij in het Augustijnekamp.
Op 3-8-1776 wordt hij lid van het gilde van scheepmakers te Dordrecht.
In 1794 heeft Pieter Gips al een kleine werf en koopt in 1796 een grotere werf aan de Lijnbaan E 640 waar hij kleine binnenvaartschepen bouwt.
Kinderen te Dordrecht:
1778 CORNELIS(scheepmaker) tr 1801 te Dordrecht met Adriana Boest.
1780 PIETER
1782 MARIA tr te Dordrecht met Pieter Baars (zeekapitein).
1787 JACOB (beurtschipper)tr 1814 te Dordrecht met Johanna M. Butner.
1789 REGORIS
1791 JAN (scheepmaker)tr 1817 te Dordrecht met Clara Sebes. Erfde in 1828 de kleine werf van zijn vader. In 1883 werd deze werf nog genoemd, als de werf van de weduwe Gips Sebes.
1795 DIRK (brander) tr 1814 te Dordrecht met Catharina de Haas.

CORNELIS GIPS

(1778/1843 Dordrecht) z.v. Pieter Gips en Dingena v Limmen. Hij trouwde in 1801 te Dordrecht met Adriana Boest (1776 Dordrecht) d.v. Dirk Boest scheepsbouwer aan de Lijnbaan te Dordrecht en Judick Versteeg.
Hij werkte als scheepmaker op de werf van zijn vader.
Kinderen te Dordrecht:
1801 PIETER(scheepsbouwer) tr 1826 te Dordrecht met Josina Pot.
1803 DIRK BOEST(scheepsbouwer) tr 1824 te Dordrecht met Aartje den Boer.
1806 DINGEMAN(scheepsbouwer te Schiedam 1835).
1812 CATHARINA JURIANA tr 1830 te Dordrecht met Dirk v/d Koogh (Kapitein).
1816 REGORUS(scheepsbouwer) tr 1841 te Dordrecht met Elisabeth Schotman.

In 1822 erft hij de grote werf van zijn schoonvader Dirk Boest aan de Lijnbaan E 644
In 1830 koopt hij de werf van zijn buurman Maarten de Vries Lijnbaan E 643 en laat hij de Riedijkshaven uitdiepen om zo groter schepen te kunnen bouwen.
In 1825 bouwt hij zijn eerste zeeschip het kofschip ,,DE HOOP,, 217 ton voor reder Gerrit van Hoogstraten te Dordrecht.
In 1827 wordt op zijn werf het eerste stoomschip ,,ANNA PAULOWNA,, gebouwd.
In 1829 wordt begonnen met de bouw van het 1e fregat ,,DE DORDTENAAR,, 451 last voor reder Adolph BLUSSÉ van Oud Alblas en c.s. De kiel wordt gelegd op 24-12-1829.

In de ,,Dordrechtsche Courant,, van 30 augustus 1830 staat:
Op 28 augustus gepasseerde zaterdag voormiddag is met beste gevolg te water gelaten twee fregatschepen omstreeks half 12 op de werf van scheepsbouwmeester Cornelis Gips het schip(fregat) ,,DE DORDTENAAR,,451 last en een kwartier later op de werf van scheepsbouwmeester Jan Schouten het schip(fregat) ,,DE STAD DORDRECHT,, 448 last

In 1843 werken er 43 man op de werf Cornelis Gips. Na zijn overlijden wordt hij opgevolgd door zijn zoons DIRK BOEST GIPS (1803), REGORUS GIPS (1816) en DINGEMAN GIPS (1806 ) beheerd v/a 1835 t/m 1887 de werf van Gips in Schiedam (in deze periode werden 47 schepen op deze werf gebouwd.)
Op 1853 werd de kiel gelegd op de werf van de 1e Nederlandse Medium/Clipper de ,,KOSMOPOLIET 1,,van 398 last gebouwd, naar voorbeeld van een half model van een Amerikaanse clipper van 1200 ton van de scheepsbouwers Perrine/Patterson en Stack uit New York. Dit half model was meegenomen uit New York door luitenant ter zee Marin Henri Jansen (1818 Antwerpen), die daar in april 1852 was met het marinefregat ,,PRINS VAN ORANJE,,. 
 
(halfmodel dat Lt M.H. Jansen uit Amerika meebracht en dat de start betekende voor de bouw van Nederlandse clippers)

(Marin Henri Jansen (1817 Antwerpen/1893 Den Haag), vloothouder der marine van Nederland. Mede oprichter v/h K.N.M.I. op 1-2-1854 te Utrecht / Directeur afd. Zeevaart (afbeelding uit de bibliotheek v/h K.N.M.I. De Bilt)

(Christiaan Gips DBz scheepsbouwkundige ontwerper clipper Kosmopoliet in 1852 (steendruk F. Böger; tekening L. de Koningh)
 
Terug in augustus 1852 gaf hij het halfmodel aan de Gebr BLUSSÉ. Het was een geheel afwijkend type schip, grotere lengte en een scherpe steven. De Gebr BLUSSÉ gaf aan Christiaan Gips Dirk Boestz (1827) kleinzoon van Cornelis Gips, die scheepsbouwkundige was, de opdracht een kleinere clipper te ontwerpen naar voorbeeld van het halfmodel. Het schip werd gebouwd onder toezicht van de Landsscheepsbouwmeester Hendrik Schokker en de toekomstige kapitein Jacob Bouten.
In 1856 wordt de werf van Jan Smit Cz gelegen naast de Veerdam te Papendrecht gekocht. Deze wordt gebruikt als sleephelling om schepen te repareren tot 1888.
In 1860 kopen zij de werf van Jan Schouten aan het Wilgenbosch (opgeheven in 1880).
In 1915 wordt de werf de Merwede opgeheven.


(1e afbeelding (1835) DI 2472 Stadsarchief Dordrecht /tekening door F.J. v/d Blijk van de werf van Cornelis Gips aan de Riedijkshaven rond de te waterlating op 11-3-1835 van het fregat ,,JACOB CATS,, 405 last/ bijlbrief nr 75 /18-4-1835 het 2e schip voor reder Adolph BLUSSÉ van Oud Alblas te Dordrecht
Linksachter de trasmolen van Papendrecht aan de Veerdam linksvooraan wordt met de baggerbeugel de haven uitgediept voor de te waterlating van het schip /midden voor het schip ligt het peilbootje waar men aan het peilen is naar de juiste diepte voor de te waterlating
).

1e kapitein was Jan Ingerman (1786 Amsterdam) met kapiteinsvlag D 40/1e monsterrol nr 736 11-5-1835 het schip vertrekt op 30-6-1835 uit Hellevoetsluis met 40 bemanningsleden naar Batavia en is op 28-5-1836 weer terug in Holland /het schip werd in 1858 te Batavia verkocht.


(2e afbeelding (1836) DI 2473/ Stadsarchief Dordrecht / tekening door F.J. v/d Blijk/De werf van Cornelis Gips te Dordrecht /de te waterlating op 29-7-1836 van het fregat ,,GENERAAL BARON VAN GEEN,,443 last (rechts op de tekening).

Voor reder Klerk en Voogd te Dordrecht bijlbrief nr 80/31-8-1836/ 1e kapitein Jan Jacobs Kortrijk(1789 Groningen/1839 op zee) met kapiteinsvlag D 8 /1e monsterrol nr 788/1-9-1836/het schip vertrekt op 21-10-1836 uit Hellevoetsluis met 40 bemanningsleden naar Batavia /weer terug in Holland//amsterdam op 17-7-1837
(links op de tekening) het fregat ,,OUD ALBLAS,, 401 last/ het 3e schip van reder Adolph BLUSSÉ van Oud Alblas te Dordrecht de kiel van dit schip was gelegd op 19-3-1835 direkt na de te waterlating van het fregat ,,JACOB CATS,, en het schip ging op 29-8-1836 te water bijlbrief nr 82 /1-10-1836 / 1e kapitein was Johan Evert Strumphler(1805 Amsterdam/sept 1845) met kapiteinsvlag D 37/1e monsterrol nr 789/4-10-1836/ het schip vertrekt op 11-11-1836 uit Hellevoetsluis met 38 man naar Batavia. Weer terug in Holland / Amsterdam op 23-8-1837.


(3e afbeelding (1836) museum v Gijn /schilderij van F.J. v/d Blijk / De werf van Cornelis Gips te Dordrecht / de te waterlating op 29-8-1836 van het fregat,,OUD ALBLAS,, 401 last / bijlbrief nr 82 /3e schip van reder Adolph BLUSSÉ v Oud Alblas te Dordrecht /1e kapitein Johan Evert Strumphler (1805 Amsterdam) met kapiteinsvlag D 37 / (links op het schilderij ) het opgetuigde fregat ,,GENERAAL BARON VAN GEEN,, 443 last /bijlbrief nr 80 /reder Klerk en Voogd te Dordrecht /1e kapitein Jan Jacobs Kortrijk (1789 Groningen) met kapiteinsvlag D 8)

SCHEPEN VAN DE WERF CORNELIS GIPS TE DORDRECHT IN HET REGISTER VAN BIJL EN KOOPBRIEVEN VANAF 1819 TE DORDRECHT
(niet alle schepen die werden gebouwd op de werf van Cornelis Gips werden in het register te Dordrecht ingeschreven, maar elders geregistreerd).

Kofschip,,DE HOOP,, 217 ton / bijlbrief nr 38 / 17-3-1827. Reder Gerrit van Hoogstraten / Willem de Jongh. Kiel: 24-8-1825 / te water: 17-8-1826.
1e Kapitein Jan Harms Mugge / vlag D 28 (1795 Pekela-1861 op zee).
1e reis MRD nr 221 / 24-3-1827 met 9 man.

Stoomschip,,ANNA PAULOWNA KROONPRINSES DER NEDERLANDEN,, geen bijlbrief te Dordrecht (1827). 1e stoomschip gebouwd op de werf van Gips.
Lijndienst: Den Haag/Delft/ Den Bosch. De stoommachine was van Dordts fabrikaat en werd geplaatst door de firma de Haas en Klaverwijde te Dordrecht.

Barkentijn ,,DE ZWAAN,, 170 last / bijlbrief nr 41 / 10-9-1827. Reder Anthonie Nicolaas Bouvy te Dordrecht / kiel: 10-9-1826.
1e Kapitein Cornelis Jan van Driesten / vlag D 30(1797 Pekela).
1e reis MRD nr 386 / 1-10-1829 / met 11 man.

Kofschip ,,ZEEMEEUW,, 76 last /148 ton/lang 25.86 ellen /wijd 4.72 ellen/hol 2.73 ellen/ bijlbrief nr 57 / 18-8-1828. Reder Anthonie Nicolaas Bouvy te Dordrecht.
1e Kapitein Eime Eimes de Vries jr/ vlag D 29(Workum).
1e reis MRD nr 391 / 12-10-1829 / met 8 man naar Liverpool./in 1837 verkocht aan Gerrit v Hoogstraten naam ,,Anthonie,,
(afbeelding van het schip. DI / 3041 Stadsarchief Dordrecht)

Kofschip,, VENILIA,, 78 last /bijlbrief nr 62 / 24-9-1829. Reder Gerard Mauritz te Dordrecht.
1e Kapitein Jan Jacobs Kortrijk vlag D 2 (1796 Groningen-1839 op zee).
1e reis MRD nr 394 / 31-10-1829 / met 7 man naar Cette.
In 1853 verkocht te Amsterdam.

Kofschip ,,MERWESTROOM,, 48 last / bijlbrief nr 64 / 3-3-1830. Reders Christiaan Johannes de Klerk en Jacobus de Voogd te Dordrecht.
1e Kapitein Jacob Strobuur / vlag D 8 (1788 Veendam-1836 Dordrecht).
1e reis MRD nr 403 / 5-3-1830 / met 6 man op avontuur.

(Afbeelding van het schip DI 3042. Tekening v/h schip in kleur met kapiteinsvlag D 8 van kapitein Jacob Strobuur DI 3065 / Stadsarchief Dordrecht),

Fregat ,, DE DORDTENAAR,, 450 last / lang 40.55 ellen/wijd 7.90 ellen/hol 5.98 ellen/ bijlbrief nr 71 / 25-2-1831. Reder Adolph BLUSSÉ van Oud Alblas te Dordrecht. Kiel: 23-12-1829 / te water: 28-8-1830 / lengte: 40 ellen en 55 duim / breedt: 7 ellen en 90 duim / hol: 5 ellen en 98 duim.
1e Kapitein Dirk van der Koogh (1798 Dordrecht - 6-5-1831 op zee).
2e Kapitein Frans v Ginkel / vlag D 19 (1802 Rotterdam) was 1e stuurman werd kapitein na overlijden van kapt. Dirk v/d Koogh op de heenreis op 6-5-1831.
1e reis MRD nr 472 /25-2-1831 / vertrekt op zee 25-3-1831 uit Hellevoetsluis met 44 man naar Baravia / in Batavia op 16-9-1831 / terug in Holland op 16-3- 1832 in Hellevoetsluis.
Het schip maakte 5 reizen naar Batavia en Nagasaki en werd op 13-4-1839 publiek verkocht te Amsterdam aan Dhr W.P.Pool van Braggen te Amsterdam voor f 47.200, -

(Afbeelding / tekening / plattegrond van het achterschip / archief 100/nr 23 BLUSSÉ v Oud Alblas Stadsarchief Dordrecht).

Fregat ,,JACOB CATS,, 405 last / bijlbrief nr 75 / 18-4-1835. Reder Adolph BLUSSÉ van Oud Alblas. Te water: 16-3-1835
1e Kapitein Jan Ingerman /vlag D 40 ( 1786 Amsterdam).
1e reis MRD nr 736 / 11-5-1835 / vertrekt op 30-6-1835 uit Hellevoetsluis met 40 man naar Batavia / terug in Holland op 28-5-1836.
Het schip maakte 16 reizen voor de rederij en werd in 1858 publiek verkocht in Batavia.

(Afbeelding / tekening F.J. v/d Blijk / te waterlating van het schip op 11-3-1835 op de werf Cornelis Gips / DI /2472 Stadsarchief Dordrecht).

Fregat(bark getuigd) ,,GENERAAL BARON VAN GEEN,, 433 last/ lang 41.30 ellen /wijd 8.18 ellen /hol 5.60 ellen/ bijlbrief nr 80 / 31-8-1836. Lang 41.30 el. Wijd 8.18 el. Hol 5.60 el. In 1857 als bark getuigd. Reder Klerk en Voogd. te Dordrecht.
Te water: 28-7-1836.
1e Kapitein Jan Jacobs Kortrijk / vlag D 8 (1796 Groningen/ 1839 op zee).
1e reis MRD nr 788 / 1-9-1836 / vertrekt op 21-10-1836 uit Hellevoetsluis met 40 man naar Batavia / terug in Holland / Amsterdam op 17-7-1837. 
In 1857 verkocht.
(ansichtkaart)
 
(afbeelding/tekening F.J. v/d Blijk te waterlating van het schip op 28-7-1836 op de werf van Cornelis Gips / DI 2473 Stadsarchief Dordrecht)

(schilderij van F.J.v/d Blijk het schip ligt opgetuigd op 29-8-1836 met kapiteinsvlag D 8 van de 1e kapitein Jan Jacobs Kortrijk bij de werf van Cornelis Gips te Dordrecht /museum van Gijn te Dordrecht
)

Fregat ,,OUD ALBLAS,, 401 last / bijlbrief nr 82 / 1-10-1836. Reder Adolph BLUSSÉ van Oud Alblas / kiel: 19-3-1835 / te water: 29-8-1836.
1e Kapitein Johannes Evert Strumphler / vlag D 37 (1805 Amsterdam/ sept 1845).
1e reis MRD nr 789 / 4-10-1836 / vertrekt op 11-11-1836 uit Hellevoetsluis met 38 man naar Batavia / terug in Holland / Amsterdam op 23-8-1837.
Begin 1842 wordt het schip omgetuigd tot bark ,kapitein Pieter Kley was lovend over zijn uitreis naar Batavia en schreef in zijn rapport van 10 oktober 1842 aan zijn reder BLUSSÉ te Dordrecht bijzonder tevreden te zijn .Het schip liep net zo goed als toen het schip als fregat getuigd was en stuurde nu beter met 32 bemanningsleden dan met 38 bemanningsleden
Het schip maakte 14 reizen voor de rederij en werd in 1858 publiek verkocht.
 
(afbeelding /tekening van F.J. v/d Blijk/ het schip in aanbouw (links op de tekening)op de werf van Cornelis Gips op 28-7-1836 bij de te waterlating van het fregat ,,Generaal Baron v Geen,, (rechts op de tekening) DI /2473/ Stadsarchief Dordrecht)

( het schilderij van F.J. v/d Blijk / te waterlating van het schip op 29-8-1836 (rechts op het schilderij) op de werf van Cornelis Gips (links op het schilderij) het opgetuigde fregat ,,Generaal Baron van Geen,, museum van Gijn te Dordrecht
)

Fregat ,,ELISABETH ANTHONIA,, geen bijlbrief te Dordrecht (1837). Reder Voute en Co te Amsterdam.
1e Kapitein S.H. Veer / vlag A 71 (1797 Amsterdam).
1e reis MRD nr 837 / 9-10-1837 /met 43 man naar Batavia.

Bark ,,SOERABAYA,, geen bijlbrief te Dordrecht (1838). Reder Hudig te Rotterdam.
1e Kapitein Cornelis Neurenberg (1784 Rotterdam).
1e reis MRD nr 864 / 24-3-1838 / met 29 man naar Batavia.

Stoomboot ,,KONING DER NEDERLANDEN,, geen bijlbrief te Dordrecht (1838)
Te water: 27-12-1837.
Op 28-12-1837 staat in de ,,Dordrechtsche Courant,, dat op 27 december op de werf ,,De Merwede,, van Gips met beste succes te water is gelaten de stoomboot ,,Koning der Nederlanden,, voor de lijndienst Rotterdam-Dordrecht, en komt in het vroege voorjaar 1838 in de vaart.In de ,,Dordrechtsche Courant van 12 mei 1838 stond: Sedert zondag is alhier de nieuw gebouwde stoomboot ,,De Koning der Nederlanden,, in dienst gekomen tussen Dordrecht en Rotterdam en gebouwd op de werf van Cornelis Gips en zn te Dordrecht.
Met deze boot is eindelijk in een grote behoefte voorzien. De diepgang bedraagt bijna drie voet waardoor het schip aanmerkelijk sneller vaart. Waardoor het publiek ook bij lage rivierstand op een spoedige overtocht kan rekenen.

Fregat ,,ORION,, 483 last / bijlbrief nr 94 / 25-9-1838. Reder Adolph BLUSSÉ van Oud Alblas. 
1e Kapitein Jacob v/d Linden / vlag D 6 (1806 Katwijk aan zee/1867 Dordrecht).
1e reis MRD nr 900 / 20-9-1838 / vertrekt op 18-11-1838 uit Hellevoetsluis met 42 man naar Batavia / terug in Holland /Amsterdam op 19-8-1839.
Het schip maakte 12 reizen voor de rederij en werd op 23-8-1859 publiek verkocht te Rotterdam.

Fregat ,,STAD TIEL,, 890 ton / geen bijlbrief te Dordrecht (1838). Reder Hendrik Brunner te Dordrecht/Tielse rederij /dir P.A. Reuchlin te Tiel
Kiel : 5-12-1837 / te water: 24-11-1838.
In de krant van 29-11-1838 stond: fregat de ,,Stad Tiel,, te water gelaten op het schip prijkt een zeer kostbare vlag, waarin het wapen v/d stad Tiel door de dames van Tiel aan het eerste Gelderse schip ten geschenke gegeven.
1e Kapitein Everhardus Marinus Chevalier /vlag D 42 (1810/1852 Dordrecht).
1e reis MRD nr 920 / 11-3-1839 / vertrekt op 28-4-1839 uit Hellevoetsluis met 34 man naar Batavia / terug in Holland / Amsterdam op 28-1-1840.
In 1856 wrak geslagen bij Borneo.

(afbeelding/tekening /plattegrond van het achterschip /DI 3065 Stadsarchief Dordrecht)

Fregat ,,IDA WILLEMINA,, 416 last / bijlbrief nr 98 / 2-9-1839. Reder Klerk en Voogd te Dordrecht / te water: 19-8-1839.
1e Kapitein Pieter Romijn / vlag D 15 (1808 Dordrecht /1843 op zee).
1e reis MRD 944/4-9-1839 / vertrekt op 1-10-1839 uit Hellevoetsluis met 37 man naar Batavia / terug in Holland / Amsterdam op 14-6-1840.
(afbeelding/schilderij van Jacob Spin het schip varend op zee /in prive bezit familie v Wijland te Dordrecht)

Fregat ,,ISIS,, 487 last / bijlbrief nr 99 / 7-9-1839. Reder Adolph BLUSSÉ van Oud Alblas. 
1e Kapitein Jan Frederik Pieter Anthonie Abbema / vlag D 41 (1806 Amsterdam).
1e reis MRD nr 945 / 6-9-1839 / vertrekt op zee 4-10-1839 uit Hellevoetsluis met 39 man naar Batavia / terug in Holland / Rotterdam op 20-10-1840.

Fregat ,,SAMARANG,, geen bijlbrief te Dordrecht (1839). Reder J Serruys te Rotterdam.
Te water: 28-8-1839.
1e Kapitein Dirk Steur / vlag R 58 (1789 Rotterdam).
1e reis MRD nr 946 / 25-9-1839 / met 28 man naar Batavia / Rotterdam.

Bark ,,AEOLUS,, 400 last (in 1857 ,,Fortuna,, Klerk en Voogd) geen bijlbrief te Dordrecht (1840) / lang 32 Ellen 78 duimen, wijd 6 ellen 18 duimen, en hol 5 Ellen / Reder Bonke en Co te Rotterdam / kiel: 21-8-1839 / te water: 20-8-1840.
1e Kapitein Edo Eden / vlag R 166 (1804 Amsterdam).

Bark ,,TIMOR,, 240 last / bijlbrief nr 104 / 7-5-1840. Reder Adolph BLUSSÉ van Oud Alblas te Dordrecht / kiel: 4-9-1839 / lang 32 Ellen 67 duimen, wijd 6 Ellen 70 duimen en hol 4 Ellen 68 duimen / te water: 30-4-1840/
1e Kapitein Johannes Albertus Boning / vlag D 49 (1813 Amsterdam/1844 Dordrecht).
1e reis MRD nr 989 / 5-5-1849 / vertrekt op 6-6-1840 met 22 man naar Batavia / in Batavia op 19-9-1840 / terug in Holland op 17-2-1841. Het schip maakte 14 reizen voor de rederij en keerde de laatste reis niet terug en verging op 22-12-1856 in de Tafelbaai bij Robbeneiland / Zuid Afrika.

Fregat ,,ADMIRAAL VAN HEEMSKERK,, 1134 ton / geen bijlbrief te Dordrecht / lang 45 Ellen 7 duimen, wijd 9 ellen 3 duimen, en hol 6 Ellen 27 duimen / Reder Adolph BLUSSÉ van Oud Alblas te Dordrecht / kiel: 4-9-1839 / te water: 31-8-1840
1e Kapitein Jan Evert Strumphler / vlag D 37 (1805 Amsterdam / sept 1845).
1e reis MRD nr 1027 / 21-1-1841 / vertrekt op 14-3-1841 met 43 man naar Batavia / terug in Holland /Amsterdam in januari 1842.
Het schip maakte 12 reizen voor de rederij en werd in 1862 verkocht te Amsterdam.

Bark ,,GEERTRUIDA MARIA,, 899 ton / geen bijlbrief te Dordrecht / lang 41 Ellen 82 duimen, wijd 8 Ellen en 30 duimen en hol 5 Ellen 78 duimen / Reder Voogd en Co te Amsterdam / kiel: 30-4-1840 / te water: 30-12-1841.
1e Kapitein Cornelis Spiegelberg / vlag D 29 / A 428 (1805/1876 Amsterdam).
1e reis MRD nr 1075 / 6-10-1841 / vertrekt op 30-12-1841 met 38 man naar Batavia / in Batavia op 18-4-1842 / terug in Holland / Amsterdam in november 1842.

Bark ,,JAN VAN HOORN,, 292 last / bijlbrief nr 110 / 16-6-1841 / lang 35 Ellen 21 duimen, wijd 6 Ellen 83 duimen en hol 5 Ellen 18 duimen / Reder Adolph BLUSSÉ van Oud Alblas te Dordrecht / kiel: 31-8-1840 / te water: 19-6-1841. 
1e Kapitein Johannes Adriaan Keeman/ vlag D 53 (1812 Amsterdam)
1e reis MRD nr 1111 / 31-3-1842 / vertrekt op 11-4-1842 uit Hellevoetsluis met 22 man naar Batavia / in Batavia op 2-8-1842 / terug in Holland / Rotterdam op 6-4-1843.
Het schip maakte 13 reizen voor de rederij en werd in 1862 verkocht publiek te Schiedam.
jan van hoorn.jpg (43628 bytes)
(afbeelding/tekening van Jan v Brakel te Dordrecht/het schip varend op zee met kapiteinsvlag D 18 van kapitein Jacob Bouten/DI 3061 Stadsarchief Dordrecht)

Fregat ,,CERAM,, 1140 ton / bijlbrief nr 114 / 6-7-1842. Reders Jacob Buys 't Hooft en Frederik Cornelis Deking Dura te Dordrecht. Kiel: 20-8-1840 / te water: 15-10-1841.
1e Kapitein Thomas Klaasens Veldman /vlag D 46 (1803 Oldeboorn/ 1859 Sindjai Indie).
1e reis MRD nr 1127 / 28-6-1842 / vertrekt op 14-9-1842 uit Hellevoetsluis met 40 man naar Batavia / in Batavia op 24-12-1842 / terug in Holland / Rotterdam op 6-10-1843.
In 1847 gestrand bij Prinseneiland /Indonesie.

Bark ,,CLARA ANNA MARIA,, 136 last / bijlbrief nr 115 / 2-2-1843. Reder Hendrik van de Sande en c.s te Dordrecht.
1e Kapitein Pieter Josephus Bakeman / vlag D 62 (1806 Harlingen).
1e reis MRD nr 1147 / 13-2-1843 / vertrekt op 26-2-1843 uit Hellevoetsluis met 16 man naar Oost Indie / China / terug in Holland op 28-7-1844.

Bark ,,MACHTHILDE CORNELIA,, 243 last / bijlbrief nr 122 / 5-3-1844. Reder Hendrik Brunner en c.s.te Dordrecht / kiel januari 1843.
1e Kapitein S Lammerts / vlag D 64 (1815 Hindelopen).
1e reis MRD nr 1188 / 7-2-1844 / vertrekt op 21-3-1844 uit Hellevoetsluis met 23 man naar Batavia / terug in Holland op 24-11-1845.
In 1858 verongelukt.

Barkschip ,,VICE ADMIRAAL RIJK,, 496 ton / lang 34 Ellen 33 duimen, wijd 6 Ellen, 33 duimen en hol 5 Ellen 14 duimen / te water 25 juni 1846

Barkschip ,,EDOUARD MARIE,, 256 last / Lang 33 Ellen 85 duimen, wijd 6 El 39 duimen, Hol 5 El 4 duimen / te water 28 juli 1847

Schoener ,,DIANA,, 99 last / bijlbrief nr 155 / 7-12-1847. Reder Abraham Sandberg en Co
1e Kapitein Adrianus Johannes van Nouhuys / vlag D 37 (1819 Ossendrecht).
1e reis MRD nr 1356 / 18-12-1847 / vertrekt op 3-3-1848 uit Hellevoetsluis met 11 man naar Lissabon / Rio de Janeiro / terug in Holland op 12-9-1848.

Bark ,,JEANETTE CORNELIA,, 260 last / bijlbrief nr 157 /8-8-1848. Reder J.B.'t Hooft en Deking Dura te Dordrecht.
1e Kapitein Thomas Klaasens Veldman / vlag D 46 (1803 Oldeboorn/1859 Sindjai Indie).
1e reis /MRD nr 1391 / 21-8-1848 / vertrekt op 5-9-1848 met 18 man naar Batavia / in Batavia op 13-12-1848 / terug in Holland op 23-7-1849.
In 1858 verkocht aan reder G. van Hoogstraten.

Bark ,,J.C. SCHOTEL,, 334 last / bijlbrief nr 159 26-3-1849 / lang volgens Meetbrief 38 Ellen 12 duimen, wijd 7 Ellen 4 duimen en hol 5 Ellen 30 duimen / te water 24-3-1849. Reder Gebr BLUSSÉ te Dordrecht.
1e Kapitein Jan de Ridder / vlag D 56 ( 1818 Krimpen a/d Lek /1852 op zee).
1e reis MRD nr 1410 / 29-3-1849 / vertrekt op 21-5-1849 uit Hellevoetsluis met 16 man naar New York.
Het schip maakte 13 reizen voor de rederij. Op de laatste reis was er zoveel averij opgelopen dat het op 14-1-1869 in Batavia werd verkocht.

Barkschip  ''KOOPHANDEL'', 277 last of 525 ton / lang 36 Ellen 5 duimen, wijd 6 Ellen 36 duimen en hol 5 Ellen 15 duimen / te water 2-6-1849

Bark ,,GRAAF DIRK 3,, 316 last / bijlbrief nr 173 / 3-3-1850. Reder J.B.'t Hooft en Deking Dura te Dordrecht.
1e Kapitein Adrianus Johannes van Nouhuys / vlag D 37 (1819 Ossendrecht).
1e reis MRD nr 1473 / 25-2-1851 / vertrekt op 7-3-1851 uit Hellevoetsluis naar Batavia / in Batavia op 13-7-1851 / terug in Holland op 9-12-1851.
Hernoemd 'Auguste' in 1866 en in 1872 naar Duitschland verkocht.

Bark ,,WILLEM 3,, geen bijlbrief te Dordrecht (1851). Reder J.B.'t Hooft en Deking Dura te Dordrecht.
1e Kapitein H.B.Bok (1820 Delfshaven). 1e reis MRD nr 1492 / 29-4-1851 / naar Batavia / Schiedam.

Schoener ,,MERWESTROOM 2,, 54 last / bijlbrief nr 177 / 13-8-1851. Reder Klerk en Voogd. 1e Kapitein Pieter Vernes / vlag D 52 (1812 / 1873 Dordrecht).
1e reis MRD nr 1504 / 15-8-1851 / naar Bergen.

Bark ,,PANTALON,, 175 last / geen bijlbrief te Dordrecht (1851). Reder E. Serruys te Rotterdam / te water: 5-9-1851.
1e Kapitein M.F. Remmers.

Bark ,,EUTERPE,, 266 last (later ,,Samarang,,)/ bijlbrief nr 178 / 18-8-1852. Reder Jacob en Florent van Wageningen te Dordrecht.
1e Kapitein Albert Kuypers /vlag D 75 (1825 Dordrecht / 1869 op zee ).
1e reis MRD nr 1553 / 23-9-1852 / vertrekt op12-10-1852 uit Hellevoetsluis met 18 man naar Bengalen /in Batavia op 4-4-1853 terug in Holland op 27-9-1853.
(afbeelding/foto 1865/het schip heet dan ,,Samarang,, en ligt i de dichtgevroren haven te Dordrecht /K 685 /Stadsarchief Dordrecht)

Bark ,,TAGAL,, 391 last / bijlbrief nr 181 / 28-1-1853. Reder Maatschappij der Dordrechtsche Scheepsrederij.
1e Kapitein Jan Frederik Hendrik Gobel / vlag D 1 (1814 / 1888 Amsterdam).
1e reis MRD nr 1569 / 31-1-1853 / vertrekt op 20-3-1853 uit Hellevoetsluis met 26 man naar Batavia / in Batavia op 21-6-1853.
In 1867 verkocht.

Bark ,,HELLEVOETSLUIS,, 333 last / bijlbrief nr 188 / 17-8-1853. Reders J.B. 't Hooft en Deking Dura te Dordrecht.
1e Kapitein Willem Johan Vos / vlag D 20 (1823 Gouda).
1e reis MRD nr 1750 / 9-6-1856 / met 21 man naar Singapore.
In 1858 verkocht aan reder G. van Hoogstraten.

Bark ,,MARIA JACOBA,, 302 last / bijlbrief nr 190 / 23-11-1853. Reder Jacob en Florent van Wageningen / te water: 27-10-1853.
1e Kapitein Klaas Folkerts Lammerts /vlag D 19 (1825 Hindelopen / 1867 op zee).
1e reis MRD nr 1608 / 1-12-1853 / met 20 man naar Londen / Australie.

Bark ,,CORNELIS GIPS,, 343 last / bijlbrief nr 193 / 19-4-1854. Reder J.B.'t Hooft en Deking Dura te Dordrecht. Te water: 18-3-1854.
1e Kapitein Marinus van Rijn van Alkemade / vlag D 54 (1823 Gouda/1862 Gorkum).
1e reis MRD nr 1635 / 18-4-1854 met 22 man naar Londen / Australie.

Bark ,,BOMMELERWAARD,, 371 last / bijlbrief nr 199 / 30-10-1854. Reders J.B.'t Hooft en Deking Dura te Dordrecht.
1e Kapitein F.H.A.Loos / vlag D 90 (1822 Amsterdam).
1e reis MRD nr 1663 / 9-11-1854 / met 24 man naar Akyab / het schip op 29-6-1861 verongelukt bij / Swatow op weg naar Holland.
In 1858 verkocht aan reder G. van Hoogstaten.

 

Medium/clipper ,,KOSMOPOLIET 1,, 398 last / bijlbrief nr 202 / 15-1-1855. Reder Gebr BLUSSÉ (1e medium / clipper gebouwd in Nederland, ontwerp naar halfmodel clipper van 1200 ton van de scheepsbouwers Perrine Patterson en Stack uit New York Meegebracht door luitenant ter zee Marin Henri Jansen(1818 Antwerpen) uit Amerika en in augustus cadeaux gegeven aan de Gebr BLUSSÉ reders te Dordrecht. Deze gaven aan Christiaan Gips Dirk Boestz scheepsbouwkundige en kleinzoon van Cornelis Gips te Dordrecht een kleiner clipper naar voorbeeld van het halfmodel te ontwerpen. De bouw van de kosmopoliet stond onder toezicht van de Landsscheepbouwmeester Hendrik Schokker en de toekomstige kapitein Jacob Bouten. Kiel: 27-10-1853 / te water: 29-11-1854.
1e Kapitein Jacob Bouten / vlag D 18 (1815 Veendam / 1894 Hees).
1e reis MRD 1682 / 4-4-1855 / vertrekt op 18-4-1855 uit Hellevoetsluis met 36 man naar Batavia / in 88 dagen naar Batavia op 15-7-1855 / vertrekt op 9-8-1855 uit Batavia / op 9 december 1855 in Brouwershaven.
Het schip maakte 18 reizen voor de rederij een wordt verkocht in 1871 aan James Anderson te Londen.


(afbeelding/bouwtekening hwarsdoorsneden en plattegrond/DI 3068)

(tekening/het schip op zee/DI 3070 Stadsarchief Dordrecht
)
 

Bark ,,AEGIDIA PAULINA,, 395 last / bijlbrief nr 217 / 16-6-1856. Reders J.B.'t Hooft en Deking Dura te Dordrecht. Kiel: 20-9-1854. Te water: 5-5-1856.
1e kapitein Thomas Klaasens Veltman / vlag D 46 (1803 Oldeboorn / 1859 Sindjai Indie).
1e reis MRD nr 1755 / 18-7-1856 met 18 man naar Batavia.
In 1858 verkocht aan reder G. van Hoogstaten.

(afbeelding/foto 1865/ het schip ligt in de dichtgevroren haven van Dordrecht /M 4507 A/B en foto /1965 van de scheepsbel van het schip op gedoken bij de kust van Mexico /M 5037 stadsarchief Dordrecht)
 

Bark,, JHR V/D WALL V PUTTERSHOEK,, 328 last / bijlbrief nr 219 / 12-9-1856. Reder van Wageningen. Kiel: 8-5-1855. Te water: 16-8-1856.
1e Kapitein Klaas Folkerts Lammerts / vlag D 19 (1825 Hindelopen / 1867 op zee). Gage f 100,- per maand . 
1e reis MRD nr 1767 / 1-10-1856 / met 20 man naar Cardiff / Adelaide.
Het schip vergaan op 27-3-1867 voor de kust van Cornwall MountsBay, gehele bemanning verdronken.

Fregat ,,MINISTER PAHUD,, geen bijlbrief te Dordrecht (1857). Reder Willem Ruys J.D.Zn te Rotterdam.

Clipper/fregat ,,DORDRECHT 1,, 399 last / bijlbrief nr 240 / 15-10-1863. Reder Gerrit van Hoogstraten / te water: 31-7-1863.
1e Kapitein F.H.A. Loos / vlag D 90 ( 1822 Amsterdam).
1e reis MRD nr 2060 / 13-11-1863 / met 25 man naar Batavia / het schip maakt 4 reizen naar Batavia
Het schip is verongelukt op de thuisreis vanuit Batavia op de zandbank ,,de Banjaard,, / Schouwen Duivenland op 30 november 1868 met kapitein Johannes Verhoeven vlag D 79
Het schip was vertrokken op 8 september 1868 uit Batavia met een lading koloniale waren, o.a. koffie daarnaast 40 militairen en 28 passagiers. Na 83 dagen kwam de Nederlandse kust in zicht maar het schip verzeilde op de Banjaard een gevaarlijke zandbank. Er werden onmiddelijk 800 balen koffie over boord gezet en de passagiers werden door de sleepboot ,,Hellvoetsluis,, van boord gehaald. Het schip maakte al gauw veel water en ging verloren en werd op 9 december verkocht waar het lag.
dordrecht.jpg (170241 bytes)
(afbeelding/schilderij van Jacob Spin/het schip op zee/maritiem museum Rotterdam)

Brik ,,ADELINE,, 102 last / bijlbrief nr 246 / 28-11-1864 / werf Gips te Schiedam. Reder Jacobus Johannes Bernard Joseph Bouvy te Dordrecht.
1e Kapitein Tjalke Idtzes Wijbrands / vlag D 34 (Hindelopen / 1866 op zee). 
1e reis MRD nr 2118 / 13-12-1864 / met 9 man naar Shanghai / het schip sedert oktober 1866 vermist.

 
Clipper/fregat ,,KOSMOPOLIET 2,, 569 last / bijlbrief nr 248 / 2-3-1865. Reders Gebr BLUSSÉ. 
1e Kapitein Jacob Bouten / vlag D 18 (1815 Veendam / 1894 Hees).
1e reis MRD nr 2132 / 23-8-1865 / met 36 man naar Batavia /op zee 4-4-1865 uit Brouwershaven / na 78 dagen op 20-6-1865 in Batavia.
Het schip maakt 10 reizen voor de rederij en werd in 25-7- 1876 voor f 35.000, - Verkocht aan reder Overzee en Co te Rotterdam. Doorverkocht voor f 75.000, - onder de naam ,,Kathinka,, aan H.Bisschoff en Co in Bremen. Het schip vergaat op 4-9-1883 in de Golf van Biscaje.

(afbeelding/tekening/het schip op zee /DI 3071)

(schilderij het schip op zee samen met de,,Kosmopoliet 1,, met plattegrond DI 3073 /Stadsarchief Dordrecht
)

(afbeelding (1865)/schilderij F.J. v/d Blijk maritiem museum Rotterdam het schip op zee)
 

Stoomschip ,,KAI YOO MAR,, (voorlichter) geen bijlbrief te Dordrecht / 26 geschut. In opdracht van Japanse Marine totale kosten met machines en tuig f 831.200,-. Kiel: 3-3-1863/ te water: 2-11-1865. Kapitein zeeofficier J.A.E. Dinaux. 
1e reis MRD nr 224 / 8-9-1866 / vertrekt op 1-12-1866 uit Hellevoetsluis met 112 man naar Japan./ het schip vergaat in november 1868. 

(afbeelding/foto /het schip in aanbouw op de werf van Cornelis Gips te Dordrecht DI 2509 A /Stadsarchief Dordrecht

(een schilderij (schilder onbekend) het schip varend op zee, bezit onbekend?)

Clipper/fregat ,,DORDRECHT 2,, 468 last / bijlbrief nr 262 / 3-5-1869. Reder Gerrit van Hoogstraten te Dordrecht.
1e Kapitein Cornelis Jans Rotgans / D 37( 1819 Terschelling / 1880 a/b schip).
1e reis MRD nr 28 / 30-5-1869 / met 25 man naar Batavia.

Schoener ,,KIU SIU,, geen bijlbrief te Dordrecht (1869). In opdracht van Japan.
Kapitein J.M. Drenth / 1e reis MRD nr 2395 / 25-10-1869 / met 14 man naar Japan.

Stoomschip ,,NITS SIN,, geen bijlbrief te Dordrecht (1869). In opdracht van de Japanse Marine.
Kapitein J.Vroome. 1e reis MRD nr 2396 / 25-10-1869 / met 42 man naar Japan.

Clipper/fregat ,,KOSMOPOLIET 3,, 1548 ton / geen bijlbrief te Dordrecht (1871). Reders Gebr BLUSSÉ.
1e Kapitein Everhard Marinus Chevalier / vlag D 44 (1836 / 1904 Dordrecht).
1e reis MRD nr 36 / 22-7-1871 / met 35 man naar Batavia.
Het schip maakte 6 reizen voor de rederij en was te groot voor de waterwegen rondom Dordrecht. Het schip wordt voor f 60.000, - verkocht op 14-8-1879 aan reder Wittkampf te Schiedam. In 1886 na ernstige averij gesloopt te Batavia.

TOEGEVOEGDE GEGEVENS:

- DORDRECHT den 28 Mei. Eergisteren is alhier van de scheepstimmerwerf van den scheepsbouwmeester C. Gips, in de Lijnbaan, voorspoedig van stapel geloopen, het stoomjagt ANNA PAWLOWNA, KROONPRINSES DER NEDERLANDEN, bestemd voor de vaart van 's Hage en Delft op 's Hertogenbosch, en vice versa. Hetzelve is gebouwd voor rekening van de heeren L. Kroon en G. Verbeet te 's Hage, mej. de wed. Wijnand te 's Bosch, en den heer A. GIPS te Dordrecht, waarvan eerstgenoemde als boekhouder fungeren zal. De machine voor dit jagt wordt alhier vervaardigd door de heeren de Haan en Klaverwijden, en men heeft daarvan de beste verwachting.
[bron: Leeuwarder Courant 1-6-1827]

- Wij B en WW der Stad Dordrecht, Certificeren bij deze dat aan ons bekend is en wij ten vollen overtuigd houden, dat de Poonschuit genaamd De Vrouw Clazina hebbende een dek en eene mast, zijnde groot 26 tonnen, ieder ton gelijk met den teerling van de Nederlandsch El, te huis behoorend te Katwijk aan Zee, alhier op de werf van den Scheepmaker wijlen Pieter Gips thans toebehoorend aan deszelfs wed. in den Jare 1808(!!) is gebouwd.
      Dordrecht 27 Junij 1831
[bron: Stadsarchief Dordrecht (SAD) archief 5 inv.nr. 1934 verklaringen over 1831]

- Burgem. en Weth der Stad Dordrecht Certificeren bij deze dat Gerrit van Erp, Commissionair wonende binnen deze stad, zedert het jaar 1825 tot met des Jare 1830 in het patent-Register alhier heeft doen inschrijven Een overdekte Aak genaamd De Vriendschap bevaren wordende door A. van Beuningen groot volgens meetbrief afgegeven door de scheepsmeester J. Mouthaan 120 Tonnen
   Dordrecht den 5 oktober 1831
[bron: stadsarchief Dordrecht/DiEP (SAD) archief 5 inv.nr. 1934 verklaringen over 1831]
  +
- rijnschipper: Arnoldus Mattheus van Bönningen [22-7-1834] 
eigenaar: G. van Erp te Dordrecht
schip: De Koophandel (gebouwd in 1833 op de werf van Corns. Gips te Dordrecht)
[bron: stadsarchief Dordrecht/DiEP (SAD) archief 150 (handschriften), inventarisnummer 1991]

- Wij Burgemeester en Wethouders der Stad Dordrecht, Certificeren bij deze op het getuigenis van Johannes Gips, Scheepstimmerman en Laurens van der Heijden, commissonair, beide binnen deze Stad, dat de persoon van Wilhelm Eijkhoff, schipper van beroep, en zederd den Jare 1828 binnen deze Stad woonachtig, is van een goed en onbesproken gedrag en Eigenaar van een Schip 't welk door hem bereids sederd den jare 1826 in de Noord Nederlandsche Vaard is gebezigd geworden.
      Dordt den 13 Februarij 1833.
[bron: Stadsarchief Dordrecht (SAD) archief 5 inv.nr. 1977 verklaringen 1815-1837]

- Heden is alhier, van de werf de Merwede van de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen, met het beste gevolg te water geloopen het door hen voor rekening van de heeren Voute & Comp, te Amsterdam gebouwde fregatschip Elisabeth Anthonia, groot carca 500 lasten. En is
(het vervolg op den kant van deze bladz.)
onmiddellijk daarna op voornoemde werf de kiel gelegd voor een schip van gelijke grootte.
[Dordrechtsche Courant 28 september 1837][online - http://www.archieven.nl/pls/m/zkstart.zoek?p1=46]

- ROTTERDAM den 29 September. Woensdag is te Scheveningen de eerste steurharing aangebragt met de pink De Jonge Guurtje, toebehoorende aan den reeder H. van Duine. Deze pink had vijftien duizend stuks haringen aan boord.
Eergisteren is te Dordrecht, van de werf De Merwede, van de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zoonen met het beste gevolg te water geloopen het door hen voor rekening van de heeren Voute & Comp te Amsterdam gebouwde fregatschip Elisabeth Anthonia, groot circa 500 lasten, en is onmiddellijk daarna op voornoemde werf de kiel gelegd voor een schip van gelijke grootte.
[bron: Leeuwarder Courant 3-10-1837]

- (ca mrt 1838) Het Schip Sourabaija Kapitein Christian Neurenberg, eigenaar De Heeren Jacques Serruijs & C: te Rotterdam
8 Blaauwe Rokken
3 Zwarte dito
12 Zwarte Buizen
   Barend van der Kloet
   op deszelfs winkel zijn vervaardigd
- Koningrijk der Nederlanden.
Certificaat van Oorsprong van Goederen ter verzending bestemd naar Batavia
.
Burgemeester en Wethouders der Stad Dordrecht verklaren bij deze, dat op heden den Negende Maart 1838 voor hem is verschenen
De Heer Barend van der Kloet, Mr Kledermaker te dezer Stede.
Dewelke met solemneele Eede heeft verklaard dat de Acht Blaauwe Rokken
drie zwarte Rokken en
Twaalf Zwarte Buizen
door hem te verzenden met het Nederlandsche Schip genaamd Sourabaij gevoerd door kapitein Christian Neurenberg, eigenaar de Heren Jacques Seruijs en Co te Rotterdam; op deszelfs winkel zijn gemaakt en vervaardigd.
Des ter Oirkonde hebben wij deze met het zegel dezer Stad en de handteekening van onzen Secretaris doen bevestigen.
[bron: stadsarchief Dordrecht archief 5, inv. nr. 1978 verklaringen 1838-1843]

- Wij B. en W.W. etc. Certificeren bij deze, dat aan ons bekend is er wij ons ten vollen overtuigd houden dat het Fregatschip genaamd Samarang, lang 38 Ellen 55 duimen, wijd 7 Ellen 57 duimen en hol 5 Ellen 60 duimen; alhier op de Werf van de Scheepsbouwmeesters Cornelis Gips en Zoonen geheel nieuw is gebouwd en op den 24 Aug. 1839 van dezelve is van stapel gelaten.
     Dordt den 26 Aug. 1839.
[bron: stadsarchief Dordrecht archief 5, inv. nr. 1978 verklaringen 1838-1843]

- [772] Dirk Boest Gips, Scheepmaker, geboren en won. alhier, oud 35 jaar, hebbende bruin haar, dito wenkbr., bruine oogen, voorhoofd hoog, neus & mond ordinair, kin rond, baard bruin, aangezigt ovaal, land 1 el 7 palm 4 duim
Een voorschrijving ter bek(oming) van een buitenl. paspoort naar Pruissen.
   Den 11 maart 1839
[bron: Stadsarchief Dordrecht/DiEP, archief 5, inventarisnummer 1978a (stapel 2)]

- [1214] Wij B en WW etc. Certificeren bij deze, dat aan on sbekend is en wij ons ten vollen overtuigd houden dat het Barkschip TIMOR, lang 32 Ellen 67 duimen, wijd 6 Ellen 70 duimen en hol 4 Ellen 68 duimen en daar over gemeten op 240 Lasten; alhier op de Werf van de Scheepsbouwmeesters Cornelis Gips & Zoonen voor rekening van de heer Adolph Blussé van Oud Alblas te Dordrecht geheel is nieuw gebouwd en op den 30 April 1840, van dezelve is van Stapel gelaten.
     Dordrecht den 2 Mei 1840
[bron: Stadsarchief Dordrecht/DiEP, archief 5, inventarisnummer 1978a (stapel 2)]

- [1339] Wij B. en WW etc, Certificeren bij deze, dat aan ons bekend is en wij ons ten vollen overtuigd houden dat het Barkschip genaamd AOLUS, lang 32 Ellen 78 duimen, wijd 6 ellen 18 duimen, en hol 5 Ellen en daar over gemeten op 238 Lasten; alhier op de Werf van de Scheepbouwmeesters Cornelis Gips & Zoonen voor rekening van de heeren A. van Berkel & Zoon ter Delft, C. Gips & Zonen te Dordrecht, Gebroeders Bax&Berke&Co te Rotterdam, geheel nieuw is gebouwd en op den 20 Augs. 1840 van dezelve is van Stapel gelaten.
  Dordrecht den 22 Augs. 1840.
  B. en WW voorn.d
[bron: Stadsarchief Dordrecht/DiEP, archief 5, inventarisnummer 1978a (stapel 2)]

- [1385] Wij Burgemeester en Wethouders der Stad Dordrecht, Certificeren bij deze, dat aan ons bekend is en wij ons ten vollen overtuigd houden dat het Fregat Schip genaamd Admiraal van Heemskerk lang 45 Ellen 7 duimen, wijd 9 ellen 3 duimen, en hol 6 Ellen 27 duimen en daar over gemeten op 599 Lasten, alhier op de Werf van de Scheepbouwmeesters Cornelis Gips & Zonen is gebouwd voor Rekening van Nederlandsche Rheeders en op den 9 Augs. 1840 van dezelve is te water gelaten.
  Dordrecht den 9 October 1840.
  Burgemeester en Wethouders voorn.d
[bron: Stadsarchief Dordrecht/DiEP, archief 5, inventarisnummer 1978a (stapel 2)]

- Wij Burgemeester en Wethouders der Stad Dordrecht, Certificeren bij deze, dat aan ons bekend is en wij ten ons vollen overtuigd houden dat het Fregatschip genaamd Geertruida Maria, lang 41 Ellen 82 duimen, wijd 8 Ellen en 30 duimen en hol 5 Ellen 78 duimen; alhier op de Werf van de Scheepsbouwmeesters Cornelis Gips & Zonen is gebouwd voor Rekening van de Heeren Voogd & Co te Amsterdam en op de 29 April 1841 frisch van de Bijl te water gelaten.
  Dordt den 19 Mei 1841.
  Burgemeester en Wethouders voornoemd.
[Stadsarchief Dordrecht/DiEP, archief 5, inventarisnummer 1978a (stapel 2)]

- [1678] Wij Burgemeester en Wethouders der Stad Dordrecht, Certificeren bij deze, dat aan ons bekend is en wij ons ten vollen overtuigd houden dat het Barkschip genaamd Jan van Hoorn lang 35 Ellen 21 duimen, wijd 6 Ellen 83 duimen en hol 5 Ellen 18 duimen en over zulks gemeten op 292 Lasten, alhier op de Werf van de Scheepbouwmeesters Cornelis Gips & Zonen is gebouwd en op den 19 Junij 1841 van hunne Werf is te water gelaten.
     Dordrecht 30 Junij 1841.
[Stadsarchief Dordrecht/DiEP, archief 5, inventarisnummer 1978a (stapel 2)]

- Wij Burgemeester en Wethouders der Stad Dordrecht, Certificeren bij deze, dat aan ons bekend is, en wij ons ten vollen overtuigd houden, dat het Barkschip genaamd Vice Admiraal Rijk, lang 34 Ellen 33 duimen, wijd 6 Ellen, 33 duimen en hol 5 Ellen 14 duimen, metende 496 belastbaar tonnen; alhier op de Werf van de Scheepsbouwmeester Cornelis Gips & Zonen is gebouwd en op den 25 Junij 1846 van gemelde Werf te water gelaten.
     Dordrecht den 14 Julij 1846.
[Stadsarchief Dordrecht/DiEP, archief 5, inventarisnummer 1979 (stapel 1)]

- Wij Burgemeester en Wethouders der Stad Dordrecht, Certificeren bij deze, dat aan ons bekend is, en wij ons ten vollen overtuigd houden, dat het Schoener brikschip genaamd DIANA, lang 27 Ellen 80 duimen, wijd 4 Ellen 64 duimen en hol 3 Ellen 26 duimen, makende 187 belastbare Tonnen, alhier op de Werf van den Scheepsbouwmeester Cornelis Gips & Zoonen is gebouwd en op den 4de December 1847 van dezelve werf te water gelaten
      Dordrecht den 6 December 1847.
[Stadsarchief Dordrecht/DiEP, archief 5, inventarisnummer 1979 (stapel 1)]

- Wij Burgemeester en Wethouders der Stad Dordrecht, Certificeren bij deze, dat aan ons bekend is en wij ons ten vollen overtuigd houden dat het Barkschip genaamd Jeannette & Cornelia, Lang 33 Ellen 60 duimen, wijd 6 Ellen 44 duimen, hol 5 Ellen 12 duimen en daar over gemten op 492 tonnen of 260 Lasten; alhier op de werf van de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zoonen is gebouwd en den 15de Julij 1848 van hunne werf te water gelaten.
     Dordrecht den 9de Augustus 1848
[Stadsarchief Dordrecht/DiEP, archief 5, inventarisnummer 1979a (stapel 2)]

- [no. 185] Wij Burgemeester en Wethouders der Stad Dordrecht, Certificeren bij deze, dat aan ons bekend is, en wij ons ten vollen overtuigd houden dat het Barkschip EDOUARD MARIE, Lang 33 Ellen 85 duimen, wijd 6 El 39 duimen, Hol 5 El 4 duimen, en daarover gemeten op 256 lasten, alhier op de Werf van den Scheepsbouwmeesters Cornelis Gips en Zoonen is gebouwd en op den 28 Julij 1847 van denzelven werf te water gelaten.
   Dordrecht den 2 Aug. 1847.
[Stadsarchief Dordrecht/DiEP, archief 5, inventarisnummer 1979 (stapel 1)]

- [No. 871 van t repertoir] (op den Bijlbrief) Wij Burgem. & Weth. der Stad Dordrecht Certificeren bij deze dat aan osn bekend is en wij ons ten vollen overtuigd houden dat het kopervast en gekoperd Barkschip Koophandel volgens Meetbrief lang 36 Ellen 5 duimen, wijd 6 Ellen 36 duimen en hol 5 Ellen 15 duimen en daarover gemeten op 525 tonnen of 277 lasten, alhier op de werf van de Scheepsbouwmeester C. Gips & Zonen is gebouwd en op den tweede Junij 1849 van hunne werf te water is gelaten.
  Dordrecht den 7 Junij 1849.
  Burgem. & Weth. voornoemd
  Ter ordonnantie van dezelve.
[Stadsarchief Dordrecht/DiEP, archief 5, inventarisnummer 1979a (stapel 2)]

- [N. 774 Repertoire] (Op den Bijlbrief te Zetten) Wij Burgemeester en Wethouders der Stad Dordrecht, Certificeren bij deze, dat aan ons bekend is en wij ons ten vollen overtuigd houden dat het Barkschip genaamd J.C. Schotel, lang volgens Meetbrief 38 Ellen 12 duimen, wijd 7 Ellen 4 duimen en hol 5 Ellen 30 duimen, en daar over gemeten op 334 lasten, alhier op de Werf van de Scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen is gebouwd en op de 24ste maart 1849 van hunne Werf te water gelaten.
     Dordrecht den 27 Maart 1849.
[Stadsarchief Dordrecht/DiEP, archief 5, inventarisnummer 1979a (stapel 2)]

* Barkschip Hellevoetsluis. Indeeling van het achterschip. Gemerkt: Gips, 1853.
Gebouwd in 1853 (bij Gips te Dordrecht?), hernoemd 'Anna Lucretia' in 1870 en het laatst vermeld in 1874 als verkocht te Soerabaja.
* Barkschip Graaf Dirk III kajuitteekening met tuigteekening.
Gebouwd 1849-1850 door C. Gips te Dordrecht, hernoemd 'Auguste' in 1866 en in 1872 naar Duitschland verkocht.
[bron: Beschrijvende catalogus der scheepsmodellen en scheepsbouwkundige teekeningen door Willem Voorbeijtel Cannenburg (1944); google.books]

- Hedenmorgen is de nieuwe STOOMBOOT, bestemd voor den VEERDIENST tusschen deze gemeente en Papendrecht met goed gevolg onder stoom beproefd. Dit vaartuig met machine en ketel is vervaardigd op de werf der firma C. Gips & Zonen te Dordrecht. Het casco is van staal. De afmetingen zijn: lang 18 wijd 4,80 hol 1,90 meter. De machine is verticaal, heeft een vermogen van 70 I.P.K. hooge en lage drukking, met injectie condensor. Het verwarmings-oppervlak is 34 M3. Het dek is van Moulmain-Teack.
[bron: Dordrechtsch Nieuwsblad 18-12-1896]

- JAPANSCHE OORLOGSSCHEPEN.
De firma C. Gips en Zn, scheepsbouwmeesters alhier, zijn door het hoofdcomité der Nederlandsche afdeeling van de tentoonstelling te LUIK, uitgenoodigd tot expositie der modellen van de beide in te DORDRECHT vervaardigde schepen, ten dienste van het Japansche gouvernement.
Alvorens ze evenwel naar de tentoonstelling te zenden, gaf de firma aan enkele vrienden en kennissen (w.o. ook wij ons rekenen mogen) gelegenheid tot bezichtiging.
Beide schepen waren van hout en werden te water gelaten in het Willigenbosch. Het eerste en grootste KAI-YOO-MAR, dat is 'Voorlichter' genaamd bestaat niet meer; het tweede 'NITS-SIN' of 'Steeds Voorwaarts' geheeten, vermoedelijk nog wel.
De KAI-YOO-MAR was 69 M lang, 12 1/2 M br en 9 1/2 M diep, de 'NITS-SIN' had als afmeting 60 bij 9 bij 5. Eerstgenoemde was bewapend met 26 getrokken stalen stukken, laatstgenoemde had 2 draaibare stukken op het dek, echter zonder torens. Beide hadden zeiltuigage en hulp stoomvermogen. De schepen werden gmaakt volgens plannen, vervaardigd op de scheepswerf, dus niet naar teekeningen uit Japan, wat teekenend is voor de kunde der bouwmeesters.
De KAI-YOO-MAR werd als gezegd in het Willigenbosch van de werf gelaten in November 1866. Zij werd gesleept naar Hellevoetsluis, waar de ketels werden ingelaten en zij tot Februari bleef liggen. Toen vertrok zij naar Brouwershaven, waar het geschut, inmiddels door Krupp aangevoerd, aan boord kwam. Van Brouwershaven werd Vlissingen nog aangedaan en toen vertrok het schip, na proef gevaren te hebben, naar Japan. De overbrenging geschiedde door officieren der Ned. Marine, die een gemengde koopvaardijbemanning onder zich kregen.
Dat het vaartuig alvorens gereed te zijn, zooveel plaatsen moest aandoen, kwam doorzijn diepgang en mogelijk ijsgevaar.
Met de 'NITS-SIN' ging de afwerking beter. Zij werd geheel in Dordt gereed gemaakt (1868) en op dezelfde wijze overgebracht als haar voorganger.
Tijdens den bouw der schepen vertoefde aan de werf een Japansch scheepmaker wiens portret bij de modellen is gevoegd. Hij werkte gewoon met de anderen mede, was uitstekend vakman en niet minder uitmuntend teekenaar.
Als men de geëxposeerde modellen vergelijkt met fotografieën der tegenwoordige Japansche oorlogsbodems, is het eerst recht duidelijk hoe daar te lande de scheepsbouw is vooruitgegaan.
[bron:  Dordrechtsch Nieuwsblad 18 april 1905]

- [DORDRECHT, 29 Augustus] Een gouden jubileum: D. BOEST GIPS 1860-3 september-1910.
Onder de Gilden, die te Dordrecht reeds bij de reglementeering in 1367 genoemd worden, behoort ook het scheeptimmerliedengild. Hoewel het niet een der 12 z.g. Sleutelgilden was - bewaarders van de sleutels der IJzeren Kast, bevattende de stedelijke voorrechtsbrieven en handvesten - was het toch in een stad als Dordrecht, waar in de middeleeuwen handel en scheepvaart zoo'n grooten omvang hadden, een der voornaamste en ledenrijkste.
Op verschillende plaatsen in de stad vond men dan ook scheepswerven of hellingen, waar de koggen, hoekers, heuden, aken en andere schepen en schuiten werden gebouwd. Zoo bijv. langs de Voorstraatshaven tusschen de Nieuwbrug en de Boomstraat - waarvan de sporen een aantal jaren geleden nog teruggevonden werden - maar vooral langs de Stadsgracht of Spuihaven, waar zij naast de kromhoutplaatsen en houttuinen uitstekend gelegen terreinen vonden.
Deze scheepsbouw bepaalde zich echter meest tot binnenschepen, want aan den aanbouw van zeeschepen nam Dordrecht vóór 1600 weinig deel. Wel voeren baerden en koggen van hier naar Engeland, de Oostzee en Frankrijk, maar deze vaartuigen werden meest op vreemde werven gebouwd.
Omstreeks 1600 kwam daarin vernadering. De zeevaart onderging groote uitbreiding door de tochten naar Oost-Indië, naar Amerika, naar de Levant, en Dordrecht nam daarin een niet gering aandeel. Het was eenedeels de dichte nabijheid van Rotterdam en Delft anderdeels de anonimiteit der steden tegen de machtige Merwestad, waardoor verhinderd werd, dat hier een Kamer der Oost-Indische of West-Indische Compagnie werd gevrstigd, hoewel het bekend is, dat groote Dordtsche kapitalen in beide ondernemingen gestoken werden.
Alleen de West-Indische Compagnie had te dezer stede een aantal jaren een eigen pakhuis of entrepot.
De stedelijke regeering deed echter alles wat in haar vermogen was, om de stad in den bloei van handel en verkeer te doen blijven deelen. Zij trachtte de kooplieden der Engelsche en der Schotsche Court hier gevestigd te krijgen, stichtte een nieuwe Koopmansbeurs, liet ruime havens graven als de Wolwevershaven, het Maartensgat of Engelburgschehaven, de Kalkhaven en de rivier het Mallegat kwam met uitsluitend Dordtsche krachten tot stand.
En al was nu alles wat gesticht werd, wel niet van blijvende aard, in de tweede helft der 17de eeuw ziet men in de omstreken der stad, zo aan den Noordendijk en het Kromhout of den Eersten Singel, als aan den 's Gravendeelschedijk, een reeks houtzaagmolens verrijzen, die getuigenis afleggen van den toenemenden bloei van den houthandel en het daarmede gepaard gaande scheepmakersbedrijf.
Wij zeiden reeds, dat de scheepstimmerwerven zich voornamelijk bevonden langs de Stadsgracht of Spuihaven tusschen de Riedijksche en Zuidersluispoort. Maar toen de beschikbare ruimte aldaar geheel bezet was, moest naar andere plaatsen worden omgezien en werden werven gesticht langs de Kalkhaven, in het Willigenbosch en aan de 's Gravendeelschedijk. Deze grooter van aanleg, dan die langs de Spuihaven dienden meer voor den bouw van groote zeeschepen. langs de Kalkhaven (Achterhakkers) lag de werf van Jan Schouten, in het Willigenbosch die van Jacob Spaan, namen in de annalen van den scheepsbouw met eere bekend.
Bij deze twee werven sloot zich in de tweede helft der 18de eeuw die van Pieter Gips aan, en het is juist naar aanleiding van deze, dat deze regelen geschreven worden, niet alleen omdat zij sedert 1794 in handen derzelfde firmás is gebleven maar ook omdat haar tegenwoordige oudste firmant, de heer Dirk Boest Gips 3 Sept. een halve eeuw de zaak mede bestuurt.
Zie hier in het kort de geschiedenis der werf.
In de 18de eeuw lagen in de Lijnbaan langs de Riedijkshaven een aantal werven, waarvan de tweede in het bezit was van Samuel 't Hooft, een oude Dordtsche houtkoopers- en scheepsbouwersfamilie. Deze verkocht 13 Maart 1794 zijn eigendom aan Pieter Gips, die door aankoop van aanliggende erven de werd later zoodanig uitbreidde, dat zij geschikt werd, vor den bouw van zeeschepen. Zie hier de koopacte der werf in 1794:
Wij Caspar Anthonij van Ourijk Hendriksz, bailluw van de baronie en heerlijkheid Merwede, Mr. Adriaan Esdré, Godfried Carelsen en Roeland Leonard van Dam Adriaansz, schepenen in Dordrecht en Mannen van de voroschreven baronnie en heerlijkheid Merwede, oirconden en kennen, dat voor ons gekomen ende gecompareert is Samuel 't Hooft, wonende in de Lijnbaan buiten de stad Dordrecht, dewelke verklaarde verkogt te hebben dienvolgende te cedeeren transporteeren en in vollen vrijen eijgendom over te dragen aan en ten behoeve van Pieter Gips, mede wonende in de Lijnbaan even buiten de stad Dordrecht een scheepstimmerwerf met alle des zelfs gevolgen en toebehooren staande en gelegen in de Lijnbaan even buiten de stad Dordrecht, belent aan de eene zijde de lootsen en erven van Huibert Joosten en Dirk van Dooren en aan de andere zijde de Lootsen en Erven van Leendert van der Es met alle het geene daarin en van aart en nagelvast is, en dat met zodanige vrijdommen servituten en geregtigheden zo van muren, goten, ligten waterlopen als anders als voors. scheepstimmerwerf met alle deszelfs gevolgen hebbende en lijdende is, volgens de oude brieven en bescheiden daarvan zijnde, bekennende den comparant van de kooppenningen van dien voldaan en betaald te zijn met een somma van f 2.600 guldens gereet en contant geld. Belovende den comparant het voors getransporteerde te zullen waren en vrijen als een vrij goet van allen kommer en aanthaal onder verband als naar regten. In oirconde deze brief gegevens den 13 Maart 1794 (w.g.) A. Esdré en Roeland Leonard van Dam.
De daarop volgende tijden waren voor den handel zeer noodlottig en de scheepsbouw ondervond er al de gevolgen van, maar na het herstel der onafhandelijkheid braken voor beide betere dagen aan.
Vooral de oprichting der Nederlandsche Handelmaatschappij die de vrachtvaart op Indie in handen had, was daarvan de oorzaak. De toenemende vraag naar scheepsruimte deed te Amsterdam., Rotterdam, Middelburg en Dordrecht een aantal reederijen ontstaan, en daarmede een ongekende levendigheid op de scheepstimmerwerven.
Te Dordrecht heerschte alzoo tusschen de jaren 1824 en 1864 een ongekende bedrijvigheid, een doorn in het oog van Amsterdam en Roetterdam, te meer daar de Merwestad toen gemakkelijk uit zee te bereiken was en de waterwegen van genoemde steden in hoogst onvoldoenden toestand verkeerden. De strijd, die over het aandeel van Dordrecht in de vrachtvaart der Handelmaatschappij gevoerd werd - zelfs het Agentschap werd met 1 Jan. 1910 eenvoudig opgeheven - zullen wij hier niet nader behandelen.
Het veertigjarig bloeitijdperk der groote vaart kwam niet aleen ten goede aan de scheepswerven, maar ook aan zeilmakerijen en touwslagerijen, vooral ook omdat men hier den naam had goedkooper te kunnen bouwen dan elders.
In een brochure van dien tijd (1848) een scherpen aanval op de Dordtsche reederijen wordt o.m. gezegd "Wil Dordrecht de kroon der nijverheid onzer vaderen behalen, zoo breide ze in de eerste plaats hare eigendommelijke middelen uit: de houthandel aan de Maas is door het vertier onzer O.I. reederijen tot een hoogte gebragt, zooals men die hier te lande welligt nimmer gekend heeft; men ga voort soliede en zoo mogelijk de goedkoopste schepen te leveren, zoo zal Amsterdam, alwaar de scheepsbouw nimmer geodkoop was, noch zijn kan, er belang bij vinden den scheepsbouw van Dordrecht te blijven bevorderen".
Maar die bloei der werven hing nauw samen met dien der reederijen. Toen deze door de verminderde vrachtvaart van lieverlede te niet gingen, moesten ook de werven een harden strijd om het bestaan voeren.
De eertijds zoo beroemde werf van Jan Schouten werd weinige jaren na den dood van haren eigenaar (1852) opgeheven, zoodat van de grootere werven alleen die der firma C. Gips en Zoonen overbleef. De eerste eigenaar, Pieter Gips, stierf in 1828, en had nog mogen beleven, dat de werf voor den aanbouw van zeeschepen werd uitgebreid, zoodat in 1826 het eerste zeeschip, het kofschip DE HOOP, reederij G. van Hoogstraten en Zoon te water kon worden gelaten. Na den dood van Pieter Gips, werd de zaak voortgezet door zijn oudsten zoon Cornelis (overl. 1843) met zijn vier zonen, onder den firmanaam C. Gips en Zonen.
In den bloeitijd der reederij had de werf, DE MERWEDE genoemd, ruim haar aandeel in den scheepsbouw. Zij stond bekend om de soliditeit en de goede zorgen, welke aan de afwerking der gegeven opdrachten werden ebsteed, zoodat de bestellingen hand over hand toenamen, het aantal werklieden gestadig vermeerderde en uitbreiding der terreinen noodzakelijk werd.
In 1845 geschiedde dit door het bouwen van een werf DE NIJVERHEID met sleephelling te Schiedam, waarheen een der gebroeders zich begaf om als directeur op te treden.
Een tweede uitbreiding had plaats in 1855. Bij raadsbesluit van 23 Juni 1855 werd het z.g. Willigenbosch in twee perceelen voor den tijd van 25 jaren aan de heeren J. Schouten en C. Gips en Zonen verhuurd, terwijl bij raaddsbesluit van 4 September d.a.v. eenige perceelen buitengrond onder Papendrecht beoosten den Veerdam ter groote van 2.8749 H.A. voor 50 jaren en 25 jaren in opzigt aan de tweede firma in huur werden afgestaan.
Het eerste terrein diende tot reserve-werf, ten einde eventueel in de gelegenheid te zijn, aldaar schepen te bouwen, die op de werf MERWEDE niet konden gepaltst worden. Het terrein onder Papendrecht diende tot sleephelling. Deze jaren vormden het tijdperk van den grootsten bloei.
Onder de talrijke schepen die op de werf MERWEDE  gebouwd werden, noemen wij hier
het kofschip DE HOOP, 1826, reederij G. van Hoogstraten en Zn
het kofschip ZEEMEEUW, 1827, reederij A.N. Bouvy
het fregat JACOB CATS, 1835, reederij Blussé van Oud-Alblas
het fregat GENERAAL BARON VAN GEEN, 1836, reederij Klerk en Voogd
het fregat OUD-ALBLAS, 1836, reederij Blussé van Oud-Alblas
het fregat STAD TIEL, 1839, reederij P.A. Reuchlin, iel en H. Brunner, Dordrecht
de bark JAN VAN HOORN, 1841, reederij Blussé van Oud-Alblas
de schoener MERWESTROOM, 1851, reederij Klerk en Voogd
de bark TAGEL, Dordrechtsche Scheeps Reederij firma Vriesendorp
de bark HELLEVOETSLSUIS, 1853, reederij H.B. 't Hooft en F.C. Deking Dura
het Clipperschip COSMOPOLIET, 1856, reederij Gebrs. Blussé 
het Clipperschip COSMOPOLIET II, 1865, reederij Gebrs. Blussé 
Op de werf Willigenbosch werd o.a. gebouwd:
het Clipperschip COSMOPOLIET III, 1871, reederij Gebrs. Blussé 
Twee belangrijke gebeurtenissen waren de bestellingen van twee houten schroefstoom oorlogsschepen door de Japansche regeering. Deze had aan de Nederlandsche Handelmaatschappij te Amsterdam verzocht een firma te zoeken om de eerste oologsschepen voor haar te bouwen. De Handelmaatschappij sloeg toen drei werven voor, waaruit die der firma C. Gips en Zonen gekozen werd.
Het eerste schip de Kai-Yoo-Mar (Voorlichter) liep 2 November 1865 van stapel; het tweede de Nits-sin (Steeds voorwaarts) 12 April 1869. Vele Dordtenaars zullen zich de tewaterlating dier kolossen nog wel herinneren, want half Dordt was op de been om den feestelijken tooi van de schepen en vooeal der jaopansche offivieren in hun zijden kleederen te zien. In het geheel werden op de drie werven gedurende het tijdperk 1826 tot 1871 ruim 100 koopvaardijschepen gebouwd waaronder verscheiden ook voor Rotterdamsche en Schiedamsche reederijen. Voor Dordrecht was het aandeel 69 schepen. Evenwel na 1871 was de bloei der reederij en van den houten scheepsbouw voorbij: de zeilvaart werd allengs door de stoomvaart verdrongen, het bestaan der werven werd ernstig bedreigd.
Het is aan de energie van den tegenwoordigen oudsten firmant thans bijgestaan door de beide oudere firmanten, de heeren R. Boest Gips en P.J. Bos, te danken dat met het kenterende getij ook de bakens verzet worden, dat voor exploitatie der zaak een andere richting werd ingeslagen. De werf aan het Willigenbosch werd na het eindigen van den huurtermijn verlaten en de oudste werf MERWEDE herschapen in een werf van Scheeps - en werktuigbouw, voorzien van dwarshellingen en vijzeldok voor het lichten van schroefbooten, tot het verwisselen van schroeven en ingericht voor de vervaardiging en reparatie van schroefsleepbooten, passagiersbooten aannnemer-materiaal met bijbehoorende machinerieen, stoomketels enz.
De sleephelling te Papendrecht eveneens in huur van de gemeente, werd einde 1901 buiten gebruik gesteld.
Sedert de verandering der werf bovengenoemd spreken de jaarlijksche verslagen van geregelden bloei, zoo in dne bouw van nieuwe stoombooten als in herstellingen. Een personeel van ruim 100 man vond er steeds voldoenden arbeid. Zoo is dan ene onderneming, in de 18de eeuw op bescheiden voet begonnen, na tijden van blei en verval, weer geworden tot een industrieele zaak, waarop Dordrecht terecht trotsch mag zijn en al is de firmant, die thans een ahlve eeuw zijn beste krachten aan den blei zijner firma gewijd heeft, afkeerig van lofspraken en reclame, rechtmatige hulde mag hem toch niet onthouden worden voor zijn aandeel in den bloei van Dordrecht in het algemeen, en die zijner werd in het bijzonder.
[bron: Dordrechtsche courant 29-8-1910]
files.archieven.nl/46/f/569.187/Dordrechtse_Courant_1910-08-29_007.pdf
files.archieven.nl/46/f/569.187/Dordrechtse_Courant_1910-08-29_008.pdf

(C) Papendrecht 2007-2008 H.W.G. van Blokland-Visser
(C) Dordrecht 2007-2008 EvD (http://genbook.dordtenazoeker.nl)