WELKOM OP DE WEBSITE VAN

H.W.G. van Blokland-Visser
Deel 3: 270 KAPITEINS DER KOOPVAARDIJ IN DE DRECHTSTREEK IN DE 19E EEUW
samengesteld door Historica/schrijfster H.W.G. van Blokland-Visser te Papendrecht
mail: k.blokland87@upcmail.nl
 
KAPITEIN DER KOOPVAARDIJ EEN RISKANT BEROEP

Hoewel een kapitein der koopvaardij in het begin van de 19e eeuw maatschappelijk in hoog aanzien stond, was het voor een kapitein moeilijk een geschikte vrouw te vinden omdat de periode dat hij aan de wal verbleef vaak maar kort was. Daarbij komt dat het beroep van zeeman gevaarlijk was. Het schip kon vergaan, men kon ziek worden op zee, of een nare ziekte opgelopen in een van de verre havens. Zij waren ook vaak lang van huis. Voor een reis naar Batavia ca. een jaar of langer zonder goede berichtgeving. In die tijd kwam er een bericht per brief met nieuws meegenomen door een schip dat toevallig ook in de haven lag. Of als men onderweg een schip tegen kwam op zicht afstand, waarbij met vlag signalen, gegevens werden uitgewisseld. Men noemt dat praaien. Bij de vermelding van het schip in het journaal stond dan ook de positie op zee. Zo verdween de bark ,,ATALANTE,, 274 last gebouwd op de werf van Barend v Limmen te Dordrecht op zijn 1e reis met kapitein Paulus van Wageningen met kapiteinsvlag D 51 van de rederij Florent en Jacob v Wageningen op de terugreis van Java naar Nederland. De kapitein had per brief aan de reders laten weten dat hij op 6 september 1842 zou vertrekken naar Nederland uit Tjilatjap op Java. In de zeetijdingen in de krant stond op 31 december 1842: gepraaid op de 15e november 1842 op de hoogte van het eiland Ascension het barkschip ,,ATALANTE,, met kapitein P. v Wageningen van Java naar Nederland. Daarna is niets meer van het schip of zijn bemanning vernomen en werd het als verloren beschouwd.

Bij de rampzalige 2e reis 1832 / 1833 van het fregat ,,DE DORDTENAAR,, 451 last, gebouwd op de werf v Cornelis Gips te Dordrecht en het 1e schip v/d rederij Adolph Blusse v Oud Alblas krijg je een indruk hoe zwaar het leven aan boord kon zijn. Deze reis staat beschreven in het logboek nr. 32 /archief 124 van de rederij Blusse v Oud Alblas in het Stadsarchief te Dordrecht.

Het schip vertrekt op 19 mei 1832 uit Hellevoetsluis op weg naar Java met kapitein Frans van Ginkel 30 jaar met kapiteinsvlag D 19. Deze was op de 1e reis van ,,De DORDTENAAR,, 1e stuurman maar moest op de heenweg op de Indische Oceaan het gezag al overnemen van kapitein Dirk v/d Koogh, die ziek werd en aan boord overleed. Op 2 oktober 1832 komt het schip aan in Sourabaja, het schip moet eerst worden gerepareerd, omdat het veel stormschade heeft opgelopen. In november 1832 overlijden 2 bemanningleden aan de cholera. Op 28 november 1832 worden er 1000 balen koffie geladen in Samarang. Kapitein v Ginkel is al een week ziek, maar probeert nog de zaken af te handelen. Op 30 november 1832, zo staat in het logboek, is de kapitein zwaar ziek en heeft geen kennis meer, en gaf hij s'nachts om 3 uur de geest. We hesen de vlaggen halfstok en er werden 7 treurschoten afgevuurd. Daarna werd kapitein van Ginkel met alle scheeps- en lands ceremonieŽn op het kerkhof te Samarang begraven.
Het gezag wordt overgenomen door 1e stuurman Pieter Kraay 33 jaar, die de zaken verder afhandelt en het schip klaar maakt voor vertrek. De 25 jarige Samuel v/d Koppel (was 2e stuurman) en wordt 1e stuurman. Men vertrekt naar Philadelphia. Op 16 februari 1833 wordt Sint Helena aangedaan, maar daar wacht een vervelende verrassing. Het schip wordt door de Engelse marine aan de ketting gelegd vanwege een blokkade van Hollandse schepen.

De kapitein gaat zaken regelen aan de wal en komt op 23 februari te vallen van het paard tijdens een rit en is zwaar gewond. Op 6 maart 1833 is de kapitein erg zwak en wist hij niet anders te zeggen dan dat hij voelde dat de tijd naderde om van ons (scheepsarts Petersen en 1e stuurman Samuel v/d Koppel) te moeten scheiden. Na mij het beheer van het schip aanbevolen te hebben, is hij gaan liggen en om half 6 s'avonds blies hij de laatste adem uit. Kapitein Pieter Kraay werd 34 jaar.
De volgende dag werden de vlaggen halfstok gehangen en om 12 uur ging de gehele equipage naar de wal en ook de gehele equipage van het fregat ,,MARCO BOZZARIS,, uit Amsterdam (dit schip lag ook in de blokkade) met kapitein Jacob Gerrits Adriaan en werd het lijk van de kapitein met alle scheeps en lands ceremonieŽn ter aarde besteld.
Door het overlijden van de kapitein werd 1e stuurman Samuel v/d Koppel 26 jaar de nieuwe kapitein.

,, DE DORDTENAAR,, was geladen met suiker en koffie op weg naar Philadelphia en kreeg de jonge onervaren 1e stuurman (aangemonsterd als 2e stuurman) noodgedwongen en bijgebrek aan beter als kapitein. Hij werd aangesteld door de Gouverneur van Sint Helena en de Nederlandse consul op Sint Helena en door kapitein Jacob Adriaan aan de bemanning voorgesteld en met algemene stemmen aangenomen.

Hij moest nu de reis voortzetten met veel te jonge en onervaren stuurlieden. Volgens de regels stelde hij de 24 jarige Gijsbert Stam de Jonge (aangemonsterd als 3e stuurman) aan als 1e stuurman en stelde de 17 jarige Meynard Tijdeman (aangemonsterd als 4e stuurman ) aan als 2e stuurman. Er moest nog een aanvulling komen voor de plaatsen 3e en 4e stuurman. Deze werden ingenomen na het houden van de scheepsraad. Als 3e stuurman werd aangesteld bootsmanmaat Johan Putzer 27 jaar en als 4e stuurman hofmeester Aart Mijnders 25 jaar.

Op 5 mei 1833 komen zij na een moeizame reis aan in Philadelphia. Door een fout van de loods loopt het schip daar aan de grond het anker breekt en het schip is zo beschadigd dat het gerepareerd moet worden. Eenmaal afgemeerd komt een matroos te overlijden en worden de 4e stuurman, de zeilmaker en 4 lichtmatrozen ziek en moeten naar het hospitaal.

Om kiel te repareren moest de gehele lading in een ander schip worden geladen. De bemanning krijgt onderdak aan boord van het Nederlandse fregat ,,LOUIZA BARBARA,, met kapitein Zeylstra die kapitein v/d Koppel bijstaat bij al deze grote problemen. Tegen hoge kosten wordt het schip gerepareerd en op 7 augustus vertrekt ,,DE DORDTENAAR,, richting Nederland waar het op 3 oktober 1833 in de haven van Dordrecht aan komt.

Wie denkt dat de reders enige waardering hadden voor het veilig en heel terugbrengen van het schip en de lading door de jonge en onervaren kapitein en stuurlieden, ondanks de vele problemen onderweg 2 kapiteins en 6 bemanningsleden kwamen te overlijden, komt bedrogen uit. De reders vonden dat de bemanning gedisfunctioneerd had en werd naar huis gestuurd en niet voor een volgende reis aangenomen. Zelfs kapitein v/d Koppel kreeg zijn rang van 1e stuurman niet terug.
Kapitein v/d Koppel nam hier geen genoegen mee en schrijft een brief. In deze brief eist hij een eervolle vermelding van de directie van de rederij Blusse v Oud Alblas, voor het onder zeer zware en onvoorziene omstandig heden voortzetten van de reis en het schip met de lading naar beste kunnen weer heelhuids terug te brengen bij de reder. (of hij die eervolle vermelding heeft gekregen is niet bekend).

Samuel v/d Koppel werd in 1841 kapitein op de nieuwe bark ,,TERNATE,, voor reder H.v Rijckevorsel te Rotterdam. De andere 2 stuurlieden Gijsbert Stam de Jonge en Meynard Tijdeman werden kapitein op schepen van Dordtse reders. (het hele verhaal met kopieŽn van het logboek van deze reis in de bijlage).
In het totale bestand van 270 kapiteins leden er 18 kapiteins schipbreuk of werden vermist met hun schip. 42 kapiteins overleden aan een ziekte op zee of in een buitenlandse haven of enkele dagen na terugkeer in Nederland.

Veel kapiteins trouwden met zusters van mede kapiteins of met dochters van kapiteins scheepsbouwers en reders. Dat is niet verwonderlijk, deze vrouwen ontmoeten de kapiteins thuis of op de werf waar een nieuw schip in aanbouw was of in reparatie op de helling lag. De kapitein van het schip hield dan op de werf toezicht op de nieuwbouw of reparatie, dit in nauwe samenwerking met de scheepsbouwer of reder van het schip. Ze zullen ook wel eens thuis bij de scheepsbouwer en reder geweest zijn en daar een leuke jonge dochter hebben aangetroffen. Zij wisten vaak wat het leven was aan de wal lang zonder hun man. Sommige van deze vrouwen voeren ook wel eens een reis mee naar Batavia.

(C) Papendrecht 2007-2008 H.W.G. van Blokland-Visser
(C) Dordrecht 2007-2008 EvD (http://genbook.dordtenazoeker.nl)