Boek “Van macht naar folklore. Heerlijkheden in Zuid-Holland na de Franse Tijd” - Peter de Jong (november 2018; 576 pagina’s/1.300 afbeeldingen)

"In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond in Nederland een nieuwe politieke stroming, die van de patriotten. Zij waren fel gekant tegen het Oranjehuis, dat gesteund werd door de prinsgezinden. De patriotten konden de macht grijpen dank zij de inval van een Frans leger onder Pichegru in de winter van 1794 op 1795. Prins Willem V vluchtte naar Engeland en de Bataafse Republiek werd opgericht. Het was niet veel meer dan een vazalstaat van Frankrijk. Ook hier werd de leus vrijheid, gelijkheid en broederschap uitgedragen en moesten de zittende magistraten het ontgelden. Vooral op bestuurlijk gebied werden er grote veranderingen doorgevoerd. Met name het plattelandsbestuur werd volledig anders ingericht. Dorpen waren meer dan 1000 jaar bestuurd als heerlijkheden. Daarbij had een particulier, de zogenaamde heer, alle zeggenschap over het bestuur en dat niet alleen met betrekking tot de uitvoerende macht, maar ook tot de wetgevende en de rechterlijke macht. En dit strookte natuurlijk niet met het gedachtegoed van de Franse Revolutie. Met de Staatsregeling van 1798 werden heerlijkheden dan ook afgeschaft.

De titel van het boek lijkt hiermee volledig in tegenspraak. Dat er na de Franse Tijd toch nog sprake was van heerlijkheden, heeft te maken met de restauratie die altijd volgt op een revolutie. Er wordt terugverlangd naar de oude toestand, althans voor een deel. Met de rechtspraak was het echter definitief gedaan en het bestuur werd overgenomen door gemeentebesturen. Wat overbleef was het recht tot benoeming van lagere ambtenaren en het voordragen van hogere ambtenaren, zoals de burgemeester, voor 1825 nog schout genoemd. Met de nieuwe grondwet van 1848 van Thorbecke verviel ook dit laatste restje macht van de heer. Wat toen nog overbleef waren zakelijke rechten, zoals het tiendrecht.

Het begrip heerlijkheid bleef echter in gebruik. Talrijk zijn de krantenberichten waarin openbare verkopingen van ambachtsheerlijkheden worden aangekondigd of tiendrechten in een heerlijkheid worden verpacht of verkocht. Ook komt men verslagen tegen van de feestelijke inhuldiging van ambachtsheren en in overlijdensadvertenties komt men ook nu nog de aan­duiding ‘heer van …’ tegen. Dit alles heeft niets meer van doen met de macht van de heren maar veel meer met het vasthouden aan oude tradities en met folklore. En een enkele keer is nog sprake van bezittingen van rechten of onroerend goed."

Het boek bevat alle 250 heerlijkheden, waaronder die van Papendrecht.

De onderstaande tekst over de heerlijkheid Papendrecht is met toestemming van de auteur op deze site geplaatst.





132 Papendrecht

Heerlijkheid en dorp

Dorp in de Alblasserwaard, hoge vrije heerlijkheid, verenigd met de oorspronkelijk zelfstandige heerlijkheid Matena, een buurtschap ten oosten van Papendrecht. Papendrecht ging in 1697 over van de familie Hoinck van Papendrecht naar Hendrik Onderwater, die in 1699 werd opgevolgd door zijn zoon Boudewijn, en die in 1732 door diens dochter Johanna, die de heerlijkheid verkocht aan de stad Dordrecht.

Tot de heerlijke rechten en bezittingen behoorden het jachtrecht over 700 ha, de visserij in de Noordhoeksche polder en in twee wielen, tienden, erfpachten, hondgelden en het halve veer naar Dordrecht.  

De gemeente Papendrecht is ongeveer 1.000 ha groot, had 1.960 inwoners rond 1840, ruim 5.300 in 1940 en ruim 32.000 in 2017.

In 1645 liet Tielman van Muylwijk op de oude fundering van een vroegere ridderhofstad een nieuw Huis te Papendrecht bouwen. Het stond op 100 meter vanaf de kerk. Het huis was van medio zeventiende tot medio achttiende eeuw van de familie Hoynck van Papendrecht, maar hoorde sinds 1697 niet meer bij de heerlijke eigendommen. Het werd in 1920 afgebroken.

Hervormde kerk van Papendrecht uit 1891. Foto auteur.

Stad Dordrecht 1744-1865

Het stadsbestuur van Dordrecht kocht in 1744 de heerlijkheid Papendrecht en Matena met landen, visserijen, tiendrecht en het halve veer naar Dordrecht voor ƒ 45.000 van Johanna Onder­water. In 1865 kondigde Dordrecht de verkoping aan van de heerlijkheid met jacht, visserij, tienden, erfpachten en hondgelden en enkele percelen land met een oppervlakte van ongeveer 9 ha.   

Fragment krantenadvertentie 18655

Johannes van der Made (1794-1874) 1865-1874

Koper, geb. Dordrecht, ov. Klundert. Kocht de heerlijkheid Papendrecht en Matena en onge­veer 9 ha land voor ƒ 10.100 van gemeente Dordrecht. Timmerman, aannemer. Tr. Woudrichem 1818 Dirkje Vogelenzang (1794-1868). Onder haar overlijdensadvertentie wordt hij vermeld als J. van der Made van Papendrecht en Matena.

Johannes Marinus van der Made, ir. (1820-1900) 1874-1890

Zoon van de vorige, geb. Klundert, ov. Breukelen. Civiel ingenieur, aannemer openbare werken te Goes; ging in 1861 failliet, medeoprichter en directeur gasfabriek Dordrecht, directeur Koninklijke Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen in Amsterdam, een voorloper van Werk­spoor. Liet in 1870 de Marianne Hoeve in Papendrecht herbouwen. Hij droeg de heerlijkheid in 1890 over op zijn zoon. Tr. Breskens 1847 Maria Lefeber (1820-1891).

Krantenadvertentie 1891

Ir. Johannes Marinus van der Made, foto, Regionaal Archief Dordrecht.


Pieter Anne van der Made (1850-1904) 1890-1901

Zoon van de vorige, geb. Brakel, ov. Utrecht. Directeur gasfabriek Batavia. Tr. Amsterdam 1883 Petronella Cornelia Kehrer (1857-1886), zij overleed in Batavia.

Gerardus Laurentius Marie van Es (1865-1948) 1901-1948

Koper, geb. en ov. Rotterdam. Lid firma G.L.M. van Es & Zn., tabaks­handelaren te Rotter­dam, lid Kamer van Koophandel, consul van Oostenrijk en de Dominicaanse Republiek in Rotterdam, lid van de Raad van Beheer van Van Nievelt Goudriaan’s Stoomvaart­maatschap­pij, com­missaris van de Hollandsche Kunstzijde Industrie te Breda, initiatiefnemer van de bouw van de Oud-Katholieke Kerk in Rotterdam, voorzitter Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst, afdeling Rotterdam, kunstverzamelaar. Kocht in 1913 in Drachten het Bakkeveenster Mandeveld van 650 ha voor ƒ 50.000 en liet dit heidegebied ontginnen. Schonk in 1904 geld voor de eerste Christelijke school in Papendrecht en gaf in 1928 een bijdrage van ƒ 1.000 voor de verbouwing van de Hervormde kerk in Papendrecht. Van Es verkocht in 1919 een groot deel van zijn bezit, waaronder de Marianne Hoeve. De Kleine Wiel in Papendrecht werd in 1919 voor ƒ 100 verkocht aan Jan Visser, de schoonvader van zijn dochter, die de wiel twee weken later overdroeg op zijn zoon Jan Visser, die hiermee ook heer van Matena werd. In 1919 werd Matena dus een aparte heerlijkheid, los van Papendrecht. Commandeur van de Orde van Verdienste van Oostenrijk. Tr.(1) Utrecht 1888 Johanna Maria Boldoot (1866-1930), tr.(2) Rotterdam 1931 Marie Celestine Henriette Stahl (1863-1958), weduwe van Leonardus Franciscus Henricus Carolus Maria de Bruijn.

Marius Laurentius van Es (1893-1959) 1948-1959

Zoon van de vorige, geb. Rotterdam, ov. Wassenaar. Lid firma G.L.M. van Es & Zn., tabaks­handelaren te Rotterdam. Naar hem is de Vrijheer van Eslaan in Papendrecht genoemd. Legde in 1904 de eerste steen van de Christelijke school. Tr. Rotterdam 1924 Adriana Jacobine Pit (1906-2000).

Marius Laurens Aernout van Es (1931-2010) 1959-2010

Zoon van de vorige. Honorair consul Dominicaanse Republiek in Rotterdam. Vertrokken naar Parijs. Directeur bij Wambesco France. Tr. Parijs Ghislaine Marie Paule Carine Zeller (1939)

Thibault Bruno Marie van Es (1966) 2010-

Zoon van de vorige, Fransman. Directeur van een commercieel bedrijf en executive advisor. Tr. Morlaix 1991Katell Genevieve Françoise Marie Huon de Kermadec. Woont in Versail­les. Hij heeft geen bezittingen of rechten meer in Papendrecht.



De Kleine Wiel en vader en zoon Jan en Hans Cornelis Visser, foto uit familiebezit.

Jan Visser, mr.Jan Visser, mr. (1891-1969) 1919-1969

Schoonzoon van Gerardus L. M van Es, geb. Rotterdam, ov. Leidschendam. Werd heer van Matena door de koop van De Kleine Wiel van zijn schoonvader, heer van Papendrecht en Matena. Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Tr. Rotterdam 1920 Maria Anna Helena van Es (1895-1984), geb. en ov. Rotterdam. Zij erfde Matena in 1969 van haar man, maar droeg de heerlijkheid met de Kleine Wiel in 1970, ook weer voor ƒ 100, over op haar zoon.

Hans Cornelis Visser, ir. (1923-2005) 1969-2005

Zoon van de vorige, geb. Rotterdam. Landbouwkundig ingenieur, werkzaam bij Cebeco Handelsraad, laatst als directeur Gewasbescherming. Tr. Middelburg 1952 Ingrid Albertine van Kesteren (1927-2007). In 1951 geëmigreerd naar Zuid-Afrika, maar in 1961 vanwege de toenemende rassenonlusten teruggekeerd naar Nederland. Zij droeg Matena in 2007 over aan haar zoon Hans, ook weer voor ƒ 100.

Hans Visser (1956) 2005-

Zoon van de vorige, geb. Potchefstroom (Zuid-Afrika). Director Structured Finance, Corporate and Institutional Banking bij ABN AMRO. Tr. Rotterdam 1984 (scheiding 1994) E.J. van Beek. 

Hans Visser. Foto uit familiebezit.