PAPENDRECHT IN DE 2e WERELDOORLOG 1944-'45
(door H.W.G. van Blokland-Visser)

DEEL 5:
DE  HERINNERINGEN UIT DE OORLOGSJAREN 1943/1945
verteld door de jonge verzetsstrijder Cees de Koning Pz uit Papendrecht (bewerkt door H.W.G. van Blokland-Visser)

DEEL 5
DE  HERINNERINGEN UIT DE OORLOGSJAREN 1943/1945
verteld door de jonge verzetsstrijder Cees de Koning Pz uit Papendrecht (bewerkt door H.W.G. van Blokland-Visser)

samengesteld door Historica/schrijfster H.W.G. van Blokland-Visser te Papendrecht
mail: k.blokland87@upcmail.nl

 

Deel 5
DE  HERINNERINGEN UIT DE OORLOGSJAREN 1943/1945 VERTELD
verteld door de jonge verzetsstrijder Cees de Koning Pz uit Papendrecht

In 2005 kwam ik met Cees de Koning (1927) in contact naar aanleiding van de straatnaamgeving van zijn vader Pieter de Koning in de nieuwe wijk Oostpolder waarvoor ik bij de gemeenteraad een verzoek had ingedient  vanwege zijn  moedig optreden in de 2e Wereldoorlog door Amerikaanse en Engelse piloten via een crossline door de Dordtse Biesbosch naar bevrijd Brabant te brengen.


(Feest in de Blauwe Zaal te Papendrecht op 18-1-1947, ter ere van Pieter de Koning (1e links) die een hoge Amerikaanse Onderscheiding de "Medal of Freedom" heeft gekregen 2e links Mevr. Wilhelmina de Koning, 2e rechts dokter Rietveld, 1e rechts J. v/d Berg uit Papendrecht)
(Crossline winter 1944/45 Papendrecht-Lage Zwaluwe Lijntje de Koning 1944-45)
 
Ik was op zoek naar aanvullende informatie over de crossline door de Dordtse Biesbosch van zijn vader in oorlogstijd. Van alles kwam op tafel daar aan de Visschersbuurt, foto,s en een Engelse en Amerikaanse medaille enz ook kreeg ik het verhaal ,,De Ark,, onder ogen dat Cees de Koning had geschreven over zijn ervaringen die hij had beleeft in oorlogstijd, die ervaringen had hij op papier gezet op verzoek van Lou de Jong, de oud directeur van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie (RIOD).

Een copie van het verhaal mocht ik meenemen en e.v.t bewerken, een journalist heeft in april 2005 enkele stukken van het verhaal gepubliceerd in ,,De Stem van Alblasserwaard,,.

Het verhaal  gaat over de ervaringen van de toen nog jonge Cees de Koning (1927 Papendrecht), die tijdens de oorlogsjaren betrokken was bij het verzet in Papendrecht en de crossline (tochten over water) door de Dordtse Biesbosch van Papendrecht naar het al bevrijde Lage Zwaluwe in de barre winter van 1944/1945 het zgn ,,Lijntje van de Koning,, deze werden uitgevoerd vanuit Oosteind 25 te Papendrecht, Deze crosslijn stond onder leiding van zijn vader Pieter de Koning (Ouwe Piet, 1888) en werd uitgevoerd  samenwerking o.a. met zijn zoons Cornelis (1927) en Wim (1920) en onderduiker Jan Levisson (1916) op de thuisbasis zijn vrouw Wilhelmina de Koning (1889) en vele anderen uit Papendrecht.


(foto mei 1945 gezin familie Pieter de Koning e.a. familieleden te Papendrecht Oosteinde, v.l.n.r. 1. Wouter de Koning (1933), 2. Cees de Koning (1927) schrijver verhaal de Ark, 3. Jan (meijer) Levisson (1916 Dordt) onderduiker ark Biesbos, 3e rechts Heinrich, Duitse piloot deserteur ondergedoken bij de Koning. vooraan zittend links Pieter de Koning (1888) rechts Wilhelmina de Koning (1889).)

De familie de Koning had vergunning van de Duitsers om in de grienden in de Dordtse Biesbosch te werken. De Duitse weermacht had het rijshout hard nodig voor hun verdediging.
Zodoende konden zij bij de Sliedrechtse spoorbrug de wachtposten passeren. Iedere Maandagmorgen vroeg vertrokken zij in hun roeiboot onder de spoorbrug van Sliedrecht door rechtsaf over de dam naar hun grienden in de Donkerepolder waar ook hun ark daar verbleven zij de hele week en vrijdagsavond keerden zij weer terug naar huis.

Tijdens hun werkzaamheden in 1943 in hun griend de Donkerepolder zagen zij  enkele jonge mannen door de griend lopen die zich schuil hielden in de ark in de Dordtse Biesbosch. De jonge mannen kwamen uit Sliedrecht met o.a. ,,Zwarte Jan,, die bekend was in de grienden, zij waren actief  in het verzet van Sliedrecht. Later werd deze ark gebruikt om er onderduikers in onder te brengen waaronder 2 jonge Joodse onderduikers uit Dordrecht de broers Meyer (Jan) Levisson (1916) en Simon (Tom) Levisson (1914) en later kwamen daar nog Joost van der Graaf, Gerrit, Tom, Henk en Wout bij.

Het verhaal ,,De Ark,, heb ik nu bewerkt. Het geeft een spannende tijd weer die wij ons nu niet meer voor kunnen stellen over Pieter de Koning en zijn gezin  uit het Oosteind van Papendrecht die bereid waren hun leven te wagen in de 2e wereldoorlog om andere mensen te helpen en in veiligheid te brengen.

Verhalen over de 2e wereldoorlog zijn nooit compleet  en ik heb niet gezocht wie de personen waren die in het verhaal ,,De Ark,, worden genoemd, op mijn verzoek gaf Cees de Koning wel de achternamen van de 3 Joodse personen die in het verhaal worden genoemd.

Over de Joodse onderduikers Meyer (Jan) Levisson (1916) en Simon ( Tom) Levisson (1914) uit Dordrecht  en de Joodse koerierster Blanca Wiener alias Zr Olsinga (1920 Eindhoven) heb ik wat achtergronden aangevuld.

      Historica /schrijfster H.W.G. van Blokland-Visser Papendrecht

 

ONDERDUIKERS VERSCHOLEN IN DE ARK VAN FAMILIE DE KONING IN DE DONKERE POLDER VAN DE DORDTSE BIESBOS IN 1943

(Griendark familie de Koning uit Papendrecht, Biesbosch)

Op een dag in het oorlogsjaar 1943 waren we (PIETER DE KONING en zijn zoons) aan het werk in onze griend in de DonkerePolder gelegen in de Dordtse Biesbosch (op de lokatie waar nu BIESBOSCH CENTRUM DORDRECHT staat), toen we een paar jonge kerels door de griend zagen scharrelen. Op zich niets bijzonders die kom je overal wel eens tegen, maar in die tijd in 1943 was dat niet gewoon dat jonge kerels van tussen de 20 en 25 jaar in de grienden rond liepen. In 1943 werden de jongens in die leeftijd door de Duitsers opgeroepen om in de Duitse oorlogsindustrie te gaan werken. De meesten vertrokken inderdaad naar Duitsland, maar anderen gaven hier geen gehoor aan en vertrokken voor het oog van de buren zogenaamd naar Duitsland maar doken elders onder bij een boer, familie of in een andere woonplaats.Werd je later bij een razzia toch opgepakt of verraden dan werd je naar een kamp getransporteerd en dan was je slecht af. De jongens die rond liepen in de grienden gaven de voorkeur aan om onder te duiken in de Dordtse Biesbosch, het waren jongens uit Sliedrecht waarvan de meesten wel thuis waren in de grienden van de Biesbos met zijn kreken.

De Biesbosch was voor de Duitsers een gevaarlijk en onbekend gebied waar zij liever niet kwamen het gebied met zij grienden en kreken was voor een onbekende een gevaarlijk gebied met zijn vele water en modder en de sterke stroming met eb en vloed. Waar je bij hoog water kon varen en bij laag water bleef steken in de blubber en waar je in de zomer als het blad aan het hout hangt, op een paar meter afstand niet te zien was. Mijn vader Pieter de Koning wilde toch weten wat die jonge kerels daar te zoeken hadden zijn griend en wilde meer van deze jongens weten. Na afloop van ons werk in de griend gingen we op verkenning uit. Er moesten nog wat fuiken met paling gelicht worden een een eend of duif geschoten worden want in die tijd was het eten al schaars ook voor het grote gezin de Koning. Een boutje en wat paling was een welkome aanvulling voor moeder de vrouw voor de maaltijden. Ons jachtgeweer voor het verjagen van de spreeuwen in het riet moest worden ingeleverd nu gebrukten wij een buks voor het schieten van een eend of duif. Toen we in de kreek aankwamen om de fuiken te lichten zagen we tot onze verbazing daar de Ark liggen die werd bewoond door de jonge kerels die we hadden zien lopen. We maakten kennis en een ervan werd ,,ZWARTE JAN,, genoemd die was bekend met het werken in de grienden later werd deze ,,Zwarte Jan,, commandant van het verzet in Sliedrecht.

Erg veilig lag de ark nog niet en Pieter de Koning stelde voor de Ark naar zijn griend te slepen dat was  een nog veiliger plek, nu kon iedereen de ark zien liggen als je de kreek in voer.Er werd een stuk uit de kade die rondom de griend lag gegraven en met hoog tij werd de Ark naar binnen getrokken en daarna werd de kade weer hersteld. De Ark lag nu veilig  in een half droge sloot in het midden van de griend in de Donkerepolder verscholen onder het lange hout dat er van beide kanten overheen boog, ook vanuit de lucht was de Ark onzichtbaar. Voor drinkwater werd een put gegraven, het water was toen nog tamelijk zuiver in de Biesbos. De put liep bij hoog water geregeld onder en als het weer een beetje gedaald was kreeg je mooi helder water.

De  W.C. werd gemaakt boven een stromende greppel  die voor de afvoer zorgde en er werd een hutje gebouwd van een paar flinke stokken met grienhout eromheen gevlochten. De Ark was maar op een punt te bereiken door een paar planken over de kreekjes in de griend te leggen. Deze konden in geval van nood weggehaald worden. Het werk in de griend werd nu stilgelegd op wat onderhoud na om zo de begroeing van de Ark in stand te houden zodat dat hij er onder verscholen lag. Een griend bestaat uit smalle akkertjes van 4 meter breed gescheiden (gewisseld of geregeld) door greppels, die eindigen in kreekjes (leidkreekjes), die meestal te breed waren om overheen te springen.Deze kreekjes eindigen weer in duikerkreken. De griend was  maar van een punt te bereiken door een paar planken over de kreekjes te leggen.

De boeren uit de omgeving zorgden voor melk en aardappelen, de rest werd zo af en toe in de nacht in Sliedrecht gehaald.In de kreken werden fuiken uit gezet voor vis en paling, die waren er toen nog volop aanwezig in de Biesbosch. Om de kachel te stoken voor het eten en de warmte, werd hout gehakt uit de griend.D e bonkaarten voor voedsel enz van de jongens die waren opgeroepen om naar Duitsland te gaan werden ingetrokken ,maar geen nood van uit de Ark werden allerlei plannen voorbereid zoals het overvallen van de distributiekantoren waar de bonkaarten lagen opgeslagen daarna waren er weer genoeg bonnen voor het voedsel enz voor de onderduikers die in de Ark zaten en alle anderen die ondergedoken zaten op de zolders en kelders in de de huizen.In de loop van de oorlog werd het voedsel steeds schaarser  en het werkterrein van de leden van het verzet uit Sliedrecht die nog in de ark ondergedoken zaten verlegden hun werkterrein  er werden wapens gesmokkeld voor de geplande overvallen en ze ontsnapten soms maar net aan de dood.

De overval op het POSTKANTOOR in SLIEDRECHT was spannend omdat de leden van het verzet maar 3 pistolen hadden, waarvan er maar een betrouwbaar was en enkele patronen.Toch wilde zij de overval doen er waren dringend voedselbonnen nodig. Zij hadden de steun van de postbeambte,die hun op de hoogte had gesteld dat er op een bepaalde datum 11.600 bonkaarten zouden worden gebracht. Het plan van de overval was als volgt. De postbeambte zou om 8 uur, s avonds twee personen van de overvalploeg binnen laten, want  een van de dames op het postkantoor  moest over werken dat was wel een probleem voor de overvallers die gemaskerd waren en zij waren bang dat de vrouw zou gaan gillen, zij werd naar de deur gelokt en overmeesterd, vasgebonden met een prop in haar mond op de vloer van het kantoor gelegd.

De bekende postbeambte opende de kluis en de waardevolle bonkaarten werd in zakken gedaan en op de fiets gebonden en aan  boord van hun boot die in de haven van Sliedrecht lag gebracht om daarna snel de rivier de Merwede over te steken tot bij de Helsuis. Daar werden de zakken met de bonkaarten weer uitgeladen en via de Josinapolder, Moldiep door de grienden naar de Ark gebracht.Vandaar werden deze bonkaarten overgebracht naar een speciaal ditributiekantoor in Utrecht. Daarvandaan warden de bonkaarten  weer verspreid onder de verzets groepen die zorgde voor het voedsel enz  voor de vele mensen die onder gedoken zaten.

* (rapport 017) Maandag 17 Januari 1944
te 21.55 uur - Is door de Korpscommandant der gemeente politie te
Sliedrecht gemeld, dat te ca 20.38 uur bevorens een overval door 3 gemaskerde met revolver gewapende personen is gepleegd op het Postkantoor aldaar. Zij hebben de dienstdoende Juffr. gebonden en 12 pakken met levensmiddelenkaarten ontvreemd. Doorgegeven volgens Labas en aan de posten hier ter stede.
bron: Erfgoedcentrum DiEP, SAD 213-81 januari-mei 1944

De volgende overval was op het GEMEENTEHUIS in ETTENLEUR, de opdracht was om daar het bevolkingregister te verbranden en de persoonsbewijszegeltjes te stelen.

Bij overval op een POLITIEBUREAU in DELFT werden 36 revolvers buit gemaakt waarbij een van de verzetslieden GER WEVERS werd doodgeschoten door een agent van politie die naar zijn papieren vroeg. Deze bleken niet in orde te zijn en hij werd verzocht mee naar het politiebureau te gaan ,daar hadden de overvallers geen zin in omdat zij nogal bezwarend materiaal bij zich hadden. Zij namen de benen waarop een agent zijn revolver richtte en Ger Wevers in de rug schoot , waar aan hij enkele uren later  overleed.

Een overval op WAPENS IN DORDRECHT, de jongens van het verzet Sliedrecht uit de Ark werkte ook samen met de verzetgroep van de Staart in Dordrecht. Van de  verzetsgroep in Dordt was een van hun leden door verraad door de Duitsers gevangen was genomen en onder druk werd gezet, door martelen en kruisverhoren,was door geslagen en noemde namen. Waarop weer nieuwe arrestaties volgden. Een paar leden van het verzet moesten met een handkar met de wapens die afkomtig waren van een dropping in veiligheid brengen om zo de razzia aan De Staart die op handen was tegen te houden. Onderweg werden zij aangehouden en schoten zij de Duitse soldaat dood, de andere Duitsers werden door het schot gealarmeerd waarna de mannen de handkar in de steek moesten laten.

Zij sprongen zo gauw mogelijk in het Wantij (bij De Staart), waarbij zij door de stroming geholpen de rivier de Merwede wilde bereiken en daarna konden overzwemmen naar Papendrecht. Een van de mannen lukte het de overkant te bereiken, die kon zich bij een schipper weer drogen en was vrij, maar de andere man die inzag dat hij de overkant niet meer kon bereiken, keerde terug naar de Dordtse oever,waar hij halfdood door vermoeidheid en kou weer aan de wal kwam en door de Duitsers werd opgepikt.Toen hij weer bij was gekomen moest hij vertellen wat er was gebeurd, hij vertelde dat hij kolen wilde gappen en dat er opeens op hem werd geschoten, toen was hij het Wantij ingesprongen. De Duitsers geloofde zijn verhaal, maar hij werd toch op transport gesteld naar Duitsland, omdat hij een onderduiker was.

 

TWEE JOODSE BROERS SIMON EN MEYER LEVISSON DUIKEN ONDER IN DE ARK VAN FAMILIE DE KONING IN DE DORDTSE BIESBOSCH 1944

De Ark in de griend in de Biesbosch  was verlaten door de leden van het verzet uit Sliedrecht en lag te wachten op nieuwe onderduikers die zich al spoedig zouden melden

De 2 joodse onderduikers kwamen uit Dordrecht het waren de broers SIMON (TOM) LEVISSON geboren in 1914 te Dordrecht, hij werkte bij de PTTen was getrouwd en  MEYER (JAN) LEVISSON geboren in 1916 te Dordrecht  hij was schilder van beroep en ongetrouwd zij waren de zoons van de uit Litouwen gevluchtte Mozes Levisson en Jette de Boers uit Amsterdam.

Meyer (Jan) Levisson zat als Jood ondergedoken op een zolderkamertje in Dordt, hij wilde daar weg omdat het daar niet meer uit te houden was. Altijd maar binnen zitten, het leek wel een gevangenis en de voedselvoorziening was ook een probleem, maar dat was het ergste niet, daar kon via  het verzet wel wat aan gedaan worden ,via hun contacten zorgden zij  dat Jan Levisson (die zijn voornaam veranderde in Jan dat klonk minder Joods dan Meyer) naar Papendrecht bij de familie de Koning werd gebracht die woonde in het Oosteind 25 buitendijks waar hij zich vrijer kon bewegen Op de dag was hij in huis en 's avonds ging hij naar de rietkeet om daarin  een schelf biezen te slapen. Om zijn tijd te verdrijven ving hij katten die dan daarna werden gedood en gegeten als welkome aanvulling op het voedsel. Daarna verhuisde was Jan(Meyer) Levisson naar de Ark in de Biesbos, dat ging niet zonder kleerscheuren door het lange binnen zitten en te weinig beweging en te weinig voedsel was hij een beetje stijf geworden.

De narigheid begon al in de Molensleep (De Ketel) water achter Oosteind 25 in Papendrecht waar de boot lag. Het was bijna laag water en de boot raakte in de blubber dus er moest even uitgestapt worden om de boot wat lichter te maken en hem zo naar dieper water te duwen. Jan (Meyer) Levisson zakte hierbij in de blubber en toen zijn laars een beetje vastzoog wilde hij vlug gaan staan, met het gevolg dat zijn laars in de blubber blijft steken.

Ik (Cees de Koning) moest er aan te pas komen om de laars er weer uit te halen. Verder verliep de reis voorspoedig,zolang er maar water was. In de griend aangekomen begon het liedje weer opnieuw, bij het uitstappen zakt Jan in de blubber, kan zijn evenwicht niet houden en ging languit in de blubber. Dat was een mooi gezicht Jan met zijn beteuterd gezicht, het leek zwarte piet wel. De spullen die mijn moeder had meegegeven werden uitgeladen en eerst werden droge kleren voor Jan eruit gezocht. Daarna begon de tocht door de griend, wat voor Jan ook al niet meeviel. De struiken wilden voor hem niet opzij gaan, maar dat was maar even.Jan was na een paar weken al een GRIENDUIL (bijnaam voor de griendwerkers) De Ark was nu weer bewoond. Jan werd al gauw vergezeld van zijn broer Simon Levisson die zijn voornaam veranderde in Tom .Hij zat ook ondergedoken in Dordt en hij vertrouwde het niet meer en wilde naar een veiliger plek verraad lag altijd op de loer. Voor zijn gezin zou worden gezorgd  Jan en Tom hadden gezien hun beroep (Jan was schilder en Tom werkte bij de P.T.T.) geen enkele ervaring met het werken in de grienden gaande weg ging het beter. In het begin kon Tom zijn gegraven greppels maar niet recht houden en Jan zat van top tot teen onder de blubber.

Jan wist op alles wel raad en als er te veel paling was gevangen dan opgegeten kon worden dan ging de rest van de Paling in een vat zonder bodem, waaronder een vuurtje werd gemaakt en weer werd afgedekt met nat gras. Zo werd de paling  gerookt en zag Jan er weer uit als Zwarte Piet. De volgende onderduiker in de Ark was JOOST VAN DER GRAAF die een oproep kreeg om naar Duitsland te vertrekken en daarna volgde de onderduiker GERRIT die beroepsofficier was geweest bij de marine, maar eerst niet wilde onderduiken omdat zijn vrouw en kinderen zonder middelen van bestaan zouden zitten. Maar vanuit het verzet werd hem verzekerd dat hij bonkaarten kreeg en dat zijn vrouw en kinderen ook verzorgd zouden worden, Gerrit stemde er mee in en vertrok naar de Ark, voorzien van een paar revolvers. Zolang het dag was werd er gepost op de Driesprong, dit was de enige sloot, die toegang tot de Griend verschafte. Aan de andere kant was een lange smalle kreek waar je alleen maar met een heel klein bootje door kon. Daarvandaan verwachtte wij geen Duitsers zo nu en dan hoorden we knallen uit de Josinapolder.dat was dan een Sliedrechtse landwachter (N.S.B.er), die eens poolshoogte ging nemen bij overdiep (polders gelegen tegenover Sliedrecht), maar hij kwam nooit verder dan de Josinapolder en knalde wat op eenden en duiven, want hij was huiverig voor de Griend.

De voedselvoorziening van de nieuwe onderduikers in de Ark werd verzorgd door de boeren in de Dordtse Biesbosch .De fuiken werden voor vis en paling  weer uitgezet  en de buks  deed weer dienst om een boutje te schieten. Brood en andere boodschappen brachten wij op maandagmorgen mee van huis (Oosteind 25 Papendrecht) en daar moest de hele week mee gedaan worden. Omdat we vergunning hadden van de Duitsers om in de grienden te werken (de Duitse weermacht had het rijshout uit de grienden hard nodig had voor hun verdediging) konden wij  makkelijk langs de wachtposten bij de spoorburg van Sliedrecht  passeren op weg naar onze griend. Voor aanvulling van het voedsel werd een heuveltje aan de oostkant van de Griend omgespit en ingezaaid met sla,bonen en komkommers.

De sla werd opgevreten door de slakken en de bonen werden gestolen door langs varende kanovaarders en hengelaars, maar de komkommers deden het geweldig. Toen ze rijp waren werden ze geplukt en in schijven gesneden, wat azijn erbij en zo bij de aardappelen. Gerrit vroeg of ze niet gekookt moesten worden ,,Welnee,, zei Joost ,,Komkommers kan je niet koken,, maar Gerrit hield vol dat je komkommers wel kan koken.,,Jij bent gek met je gekookte komkommers,, zei Joost Toen had je de poppen aan het dansen. Het liep bijna op vechten uit mijn vader suste de boel weer, maar het stopwoord was later altijd weer gekookte komkommers.

De dagen werden besteed met het graven van greppels en wieden in de griend. Joost had het werk al meer gedaan en Gerrit kwam uit een familie van Grienduilen (griendwerkers), voor hij naar de marine ging werkte hij met zijn vader in de griend,dus die twee hadden geen moeite met het werken in de griend.de gebroeders Jan en Tom Levisson hadden er wel moeite mee in het begin Jan was schilder van beroep en Tom werkte bij de P.T.T. dus dat was heel iets anders. We kregen geregeld bezoek van de jongens uit het verzet van Sliedrecht en van de Staart in Dordrecht. Het verzet van de Staart vroeg ons om medewerking als dit nodig zou zijn en daar gingen wij mee akkoord. Ik mocht gezien mijn jeugdige leeftijd toch meedoen voor het overbrengen van berichten en ze konden  mij goed gebruiken en bij slecht weer als er toch geen hengelaars in de Biesbosch waren werden de pistolen zo nu en dan ingeschoten. Dan werd er op ratten geschoten en dat waren er nogal wat, die kwamen op het afval van het eten van de Ark af.

Ondertussen werd de ploeg van onderduikers in de Ark weer uitgebreid HENK en JAN uit het LAND VAN ALTENA werden door de Duitsers gezocht en hadden een veilige plaats nodig.Hoe meer zielen hoe meer vreugd. Alle onderduikers werden voorzien van gestolen bonkaarten en alle valse papieren die nodig waren voor de goede gang van zaken. Zo werd een landarbeider ineens schipper en de schilder ineens een griendwerker. Maar er was meer eten nodig dan wat op de bonnen te verkrijgen was,daar zorgde de boer in Polder Maltha voor. Die zorgde voor de aardappelen, tarwe en bruine bonen en een schaap. Dat alles tegen regeringsprijs,zoals dat toen werd genoemd.Alles werd in boten geladen onder een partij griendhout of riet verborgen. Het leven ging weer zijn gewone gang, heel de week werd er gewerkt in de griend, vrijdagsavond gingen wij naar huis in het Oosteind 25 in Papendrecht. Op zaterdag werd door de familie de Koning boodschappen gehaald voor de onderduikers en eten en groente gebracht naar de vrouw van Tom Levisson in Dordt en de vrouwen van Gerrit en Joost, Jan Levisson was nog niet getrouwd, gelijk werd bij de vrouwen ook vuil wasgoed gebracht en verwisseld voor schoon goed, dat op maandag weer mee werd genomen naar de Ark.

 

HANNES DE TAMME KRAAI BIJ DE ARK VAN FAMILIE DE KONING IN DE BIESBOSCH

Op een dag liepen we de griend eens rond en vonden we een kraaienest met jongen erin. Ik had al eens gehoord dat kraaien gemakkelijk getemd konden worden.Ik nam er een mee naar de Ark, het was nog maar een kale flapper. Hij kreeg een plaatsje in een kistje onder de tafel. We gingen visjes voor hem vangen die gretig naar binnen gingen. De afval van de paling werd ook in zijn bek gestopt, die heel de dag open ging ,,Kra kra kra,, Hij werd al gauw HANNES genoemd en dat is altijd zo gebleven. Iedereen hield van hem, behalve de hond. Die zag dat er meer aandacht aan Hannes werd besteed dan aan hem. Hannes groeide voorspoedig op, hij leerde al gauw vliegen. Hij was ieders vriend en schooierde bij iedereen om lekkere hapjes zoals vis, worst of kaas.

Aan brood had hij een hekel, toen hij goed kon vliegen wilde hij niet meer binnen blijven. Hij vloog de hele dag rond de Ark en ging ,s avonds op het dak zitten te roesten (slapen). Alleen als iedereen binnen was, was hij ook binnen, hij hield van gezelligheid en wist precies wanneer het 12 uur was, dan cirkelde hij roepend ,,Kra,kra,kra,, rond en als je niet vlug genoeg kwam naar meneer zijn zin, dan streek hij neer boven op je pet, ging je dan nog niet mee dan ging Hannes op het handvat van je schop zitten. Als Hannes luid krassend rond cirkelde boven de griend dan was er absoluut iemand in de buurt. Als er een bootje of een kano de kreek in voer bij de griend dan waarschuwde hij al, terwijl het nog wel vijfhonderd meter verwijderd was van de Ark. Hij was voor ons een goede bewaker. Als 's morgens de deur open ging ,schoot Hannes met zo'n gang naar binnen dat soms de kopjes of de borden op de tafel rammelden.

Eens vloog hij Tom Levisson midden in zijn gezicht, zodat hij gewoon omtuimelde. Tom was zo nijdig dat hij hem beet pakte en hem met dezelfde gang met een knetterende vloek weer naar buiten smeet, waarbij Hannes zo hard tegen de deurpost aan kwam dat hij in katzwijm bleef liggen. Hannes was een week van streek en Tom had er wel spijt van maar ja het was gebeurd. Hannes de kraai was weer helemaal de oude en werd erg ontdeugend.Hij sleepte alle glimmende dingen weg, zoals lepeltjes en een mes of schaar en zo, deze verborg hij dan op het dak van de Ark onder wat riet.Als er paling geslacht werd zat Hannes achter je rug in afwachting om toe te slaan als je dan klaar was en je legde de paling neer dan schoot Hannes met een gang naar voren en pikte de paling weg en verdween ermee in de lucht en ging hem dan op een rustige plaats opeten. De hond plagen deed hij ook graag, als hij lag te slapen trippelde Hannes onhoorbaar op de hond toe en pikte hem in zijn achterste en verdween dan vlug achter een struik. Dan hapte de hond een gat in de lucht, zodra hij zijn ogen weer dicht deed begon het spelletje weer opnieuw. Dan begon hij zachtjes te grommen, maar Hannes was hem altijd te vlug af verder waren het goede vrienden.

Op een zekere dag ging Hannes weer geweldig te keer, Jaap kwam de griend in, hij had vroeger ook in de giend gewerkt en wist waar hij moest wezen. Jaap kwam met een boodschap van mijn vader Pieter de Koning die thuis was,dat er problemen waren  Er was familielid van een van de onderduikers in de Ark die ruzie had  met de familie, en van de hele boel van de Ark en de onderduikers op de hoogte was en deze wilde uit kwaadheid de hele boel gaan verraden over de onderduikers in de Ark. We moesten de Ark zo snel mogelijk verlaten en alles opruimen zodat het leek op een grienwerkers Ark, die al een poosje verlaten was. We scharrelde op de dag maar wat rond of konden bij de boer in de polder blijven tot dat er bericht uit Papendrecht kwam wat er moest gebeuren. We waren in de nacht ook waakzaam gebleven ,de andere dag kwam mijn vader met het bericht dat alles weer veilig was.

De persoon die de boel wou verraden was met de dood bedreigd. Het verzet had reeds besloten de man op de ruimen voor dat hij de boel kon gaan verraden .Maar mijn vader vond dat de dood het laatste middel was en wilde op zijn manier proberen met de verrader te praten Hij stelde persoon in kwestie voor de keus dood geschoten worden of op erewoord van het verraad afzien. Hij koos voor het laatste ,onder een vloed van tranen kwam de belofte dat hij zou zwijgen. Toen we die nacht niet bij de Ark waren geweest omdat de Duitsers overal op wacht stonden , keerden we via het Moldiep weer naar de Ark terug toen we door Hannes uitbundig begroet werden. Hij vloog van de een naar de ander en liet merken dat hij honger had, hij had de hele dag niet gegeten, meneer was gewend dat er voor hem werd gezorgd, zodoende had hij nog niet geleerd voor zichzelf naar eten te zoeken.

Nadat de slag bij Arnhem was mislukt werd Noord Nederland nog niet bevrijd en gingen we een donkere hongerige winter tegemoet. Alle gebieden werden bewaakt en de Biesbosch moest ontruimt worden. We haalden de Ark leeg en namen Hannes de Kraai mee naar huis maar deze ontsnapte op weg naar huis. Na een week gingen we kijken bij de Ark ,eerst was Hannes nergens te vinden. Op ons geroep ,,Hannes,Hannes ,kom dan,kom dan,, kwam Hannes uit de lucht vallen en lande op mijn pet. We hebben geprobeerd hem weer mee te nemen maar dat lukte niet en hebben hem maar in zijn element achter gelaten .Hij was in staat om voor zich zelf te zorgen, jammer genoeg hebben we hem nooit meer gezien.

 

SLIEDRECHTSE LANDWACHT V/D N.S.B. OP ZOEK NAAR ONDERDUIKERS IN DE BIESBOSCH

Op een dag kwam iemand van de verzetsgroep uit Sliedrecht met de mededeling dat waarschijnlijk deze nacht de Sliedrechts landwacht de Biesbosch in zou komen, op zoek naar onderduikers.Ze hadden een tipt gekregen dat er onderduikers in de Biebosch zaten.  Dus wees op je hoede was de waarschuwing. Nu, dat waren wij dan ook.de wapens werden netjes schoongemaakt en in gereedheid gebracht. Deze nacht werden er posten uitgezet, wat anders nooit gebeurde bij nacht, omdat de griend bij nacht ontoegankelijk was voor vreemden. Die nacht sliep niemand.Toch werd het een rustige nacht.Alleeen hoorden we het gebrom van honderden bommenwerpers die over kwamen, maar er werd geen enkele landwachter gezien. Maar de volgen nacht kwam de Sliedrechtse landwacht wel alleen kwamen ze niet verder dan de Helsluis aan de Merwede in de Biesbosch (gelegen tegenover Sliedrecht). Daar werden ze opgewacht door enkele leden van het verzet uit Sliedrecht en zij werden warm ontvangen en gelijk  afgerekend, de twee grootse N.S.B.verraders werden dood geschoten en er volgde een grootse begrafenis op 's rijkskosten ,,Gevallen voor de goede zaak, voor vol en vaderland,, De andere leden van de Sliedrechtse landwacht kwamen er ook niet zonder kleerscheuren vanaf, zij werden allen gewond en tot ver in de omtrek heeft men ze horen roepen om hulp. Over het boven genoemde voorval werd in Sliedrecht  een aardig gedicht geschreven.

TIEN LEDEN VAN HET N.S.B.ERS ZOOTJE UIT SLIEDRECHT GINGEN OP ONDERDUIKERS JACHT

Tien leden van het N.S.B. ers zootje, voeren in een door maan verlichte  nacht.

Zwaar bewapend in een bootje op onderduikersjacht.

Ze kregen een tip van een hun onbekende: ,,In de Biesbosch is het niet pluis,,

Een uitgebreide onderduikersbende waande zich daar thuis.

Hun aanvoerder sprak tot zijn mannen: ,,Daar trekken wij op uit,,

Het zal er allicht wel even spannen, de hand dus aan de spuit.

Hun zegsman stond op de wacht ,bij de Helsluis overdiep.

Het wachtwoord was ,,Hier Landwacht,, de verraders lachten al heel geniept.

De Musserds waren precies op tijd ,doch wat vreslijk avontuur

Toen het wachtwoord was gegeven, nam de onbekende hen onder vuur.

Twee van de felste NSB,ers, stierven daar de verradersdood.

Hoort hoe de rest der ,, Heil Hitler,, schreeuwers in nood


Z
e keerden als bezeten ,t erug aan Sliedrechts wal,

Willem C.had in zijn broek gescheten, in het ziekenhuis vond men dat een vies geval.

Willem bleef maar kermen ,,O,o, ze schoten met scherp,,

Willem blijf maar wat achter de schermen, want weet je, er daagt een oranje sjerp.
    

Daarna zijn er geen landwachters uit Sliedrecht meer in de grienden geweest Biesbosch. De Duitsers echter wel,die zijn toen er in Sliedrecht een razzia was ook aan de overkant van Sliedrecht in de Biesbos geweest en hebben daar enkele polders afgezocht. Ook rondom de griend waar de Ark lag, maar blijkbaar hadden zij meer interesse ind het spek en de eieren van de boeren in de Biesbos.

 

DOLLE DINSDAG JUNI 1944  ,BIJNA BEVRIJD EN DE ARK IN DE BIESBOSCH WORDT VERLATEN.

Op een dag konden we het gedonder van de kanonnen in het zuiden goed horen  en ook dat de R.A.F. actief was met hun mitrailleurs en bommen gooien op de terugtrekkende Duitsers. Er kwam iemand van de verzetsgroep van de Staart in Dordrecht met de boodschap dat de geallieerden bij honderdduizenden ons land binnenkwamen en dat Eindhoven al was bevrijd en dat de tanks al snel noordelijke richting kwamen. Als de Moerdijkbruggen heel zouden blijven waren de geallieerden binnen korte tijd in Dordrecht. Nu de geallieerden on onze richting oprukten kwamen de leden van het verzet in aktie en moesten er plannen gemaakt worden voor de strijd die ging komen . Er werd geoefend met stens en het gooien van handgranaten.  De spoorbrug bij Sliedrecht moest indien mogelijk gespaard worden. Mijn vader (PIETER DE KONING) ging vlak onder de brug vissen met zijn boot en BEN maakte intussen ongemerkt een tekening van de springlading die onder aan de brug was bevestigd door de Duitsers .Wij uit Papendrecht moesten met de verzetsploeg van De staart in Dordrecht de ene kant van de spoorbrug bezetten en de verzetsploeg uit Sliedrecht de andere kant.

Wij moesten nu meteen vertrekken en verzamelen bij de boerderij van de Merwedepolder, zodra de duisternis ingevallen was. Daar werden de orders afgewacht .De spullen werden ingepakt en in de aak geladen. Wat een opwinding, nu waren we misschien in een paar dagen bevrijd dachten we. Er was nog een behoorlijks stroming van wege de vloed , maar om te wachten tot het eb werd hadden we niet. Dat werd hard trekken aan de riemen met zo,n grote aak, maar we kwamen er toch tegen de stroming in. Toen we bij de Wantijbrug kwamen zagen we dat deze door de Duitsers was bezet. Wat nu te doen, gewoon doorgaan werd besloten, want ze hadden ons toch al gezien en  teruggaan wekte argwaan.

De Duitsers waren echter helemaal van streek. Ze stonden met spier witte gezichten op de brug, allemaal jongens van een jaar of 18. De angst voor de naderende vijand was van hun gezichten af te lezen. Een Duitser kwam naar ons toe , toen we onder de brug doorgingen en vroeg waar we heen moesten. Naar Dordt antwoorde Tom Levisson ,,We zijn griendwerkers en keren weer naar huis,,. Toen zei hij nog dat het hard stroomde, maar dat wisten wij zelf ook en zonder verder te vragen of kijken ging hij weer terug. .Daar waren we weer goed vanaf gekomen. We bereikten de boerderij in de Merwedepolder en gingen een praatje maken bij de boer. We mochten bij de boer in de kamer en kregen daar eten en drinken. De boer had ook de radioberichten gehoord en dacht dat de geallieerden nog wel deze nacht in Dordrecht zouden aankomen als de moerdijkbruggen gespaard bleven. Het was intussen al laat geworden er was nog niemand van de verzetsploeg van De Staart gekomen. Mijn vader kon zo niet langer wachten en ging zelf een kijkje nemen op De Staart.

De  teleurstelling was daar groot want hij kreeg te horen dat de komende bevrijding nabij was, allemaal nep was geweest van de Engelse radio ,,Het was om de Duitsers de stuipen op het lijf te jagen,, en dat was heel goed gelukt. Maar voor ons was het een grote tegenvaller, dat begrijp je. We moesten maar zien dat we terug kwamen ,dat was niet zo gemakkelijk.Want als de Duitsers bekomen waren van de schrik dan worden de zaken alleen maar moeilijker.We bleven die nacht maar bij de boer en sliepen in het hooi. We kregen een glas melk van de boerin en de boer haalde een lamp, om ons naar het hooi te brengen. Het hooi was trapsgewijs opgestapeld .Jan Levisson en ik klommen op het bovenste gedeelte daar was het heerlijk slapen, de anderen hadden geen zin om helemaal naar boven te klimmen en bleven halverwege steken.We maakte een kuil in het hooi en trokken wat hooi over ons heen, je uitkleden was er natuurlijk niet bij. De boer wenste ons een aangename nachtrust en vertrok met zijn lamp naar de boerderij. We werden 's morgens pas weer wakker toen de zon al scheen, gewekt door het geknetter van het mitrailleur vuur die een een trein onder vuur namen tussende Sliedrechtse brug en de Wantij brug. Het was een prachtig gezicht hoe zij de locomotief in de prak schoten. Een uurtje later kwam een locomotief uit Dordrecht om het wrak weg te slepen en de baan weer vrij te maken voor een volgend wrak, nadien zagen we alleen nog 's nachts de treinen passeren. Die dag zijn we weer terug gegaan naar de griend. De aak bleef bij de boer liggen en te voet gingen terug, omdat wij de Wantij brug niet wilden passeren nu die door de Duitsers was bezet. Bij laag water werd het Moldiep over gestoken en zo kwamen we weer bij de Ark.

 

OP 28 SEPTEMBER 1944 BOMBARDEMENT OP DORDRECHT

In Dordrecht waren de Duitsers in spoedberaad bijeen om zich voor te bereiden op de geallieerden. Er was een staf van 15 Duitse officieren gestationeerd in het park Merwestein, deze waren in vergadering bijeen met nog andere hoge duitse officieren toen zij plotseling werden aangevallen door 49 bommewerpers van de R.A.F. De klap kwam geweldig aan er sneuvelden in 2 minuten tijd 3 Duitse generaals, 55 hoge Duitse officieren, 200 Duitse manschappen en 69 burgers waaronder kinderen van de buitenschool. De aanval was geheel uitgevoerd op aanwijzing van de Albrechtgroep van Dordrecht. Door het uitvallen de Duitse leiding werd de bevrijding van Brabant aanmerkelijk bekort Nu ging de opmars der geallieerden in Brabant gestadig door. De ene stad na de andere werd bevrijd. Breda, Tilburg, Eindhoven en Den Bosch waren al bevrijd en nu was het onze beurt, dachten we.

Het lichten van de kanonnen  was nu goed zichtbaar bij nacht en we dachten dat ze de Moerdijkbruggen over kwamen .maar opeens was het afgelopen de Moerdijkbruggen waren vernield, waardoor de geallieerden niet naar Dordrecht konden komen. De maatregelen van de Duitsers werden aangescherpt en de Brabantse en Dordtse Biesbosch moesten worden ontruimd. De mensen werden gevacueerd en over de rivieren in veiligheid  gebracht en de Dordtse Biesbosch werd spergebied , niemand mocht zich meer op de rivier begeven zonder geldige papieren .Ook de Sliedrechtse spoorbrug was verboden terrein. Boten die toch de rivier op gingen werden door de Duitsers beschoten. De Ark moest nu ook verlaten worden omdat er geen gelegenheid meer was om voedsel te halen voor de onderduikers. Alles werd naar ons huis aan het Oosteind in Papendrecht gebracht  en de onderduikers doken onder bij de familie de Koning aan het Oosteind in Papendrecht of elders.

 

(c) Papendrecht H.W.G. van Blokland mei 2012 / oktober 2014 (afbeeldingen).