PAPENDRECHT IN DE 2e WERELDOORLOG 1944-'45
(door H.W.G. van Blokland-Visser)

Deel 6  
VERHALEN OVER DE 2E WERELDOORLOG 1943/1945
verteld door de jonge verzetsstrijder Cees de Koning Pz uit Papendrecht (bewerkt door H.W.G. van Blokland-Visser)

Deel 6  
VERHALEN OVER DE 2E WERELDOORLOG 1943/1945
verteld door de jonge verzetsstrijder Cees de Koning Pz uit Papendrecht (bewerkt door H.W.G. van Blokland-Visser)

samengesteld door Historica/schrijfster H.W.G. van Blokland-Visser te Papendrecht
mail: k.blokland87@upcmail.nl

 

CEES DE KONING BEZORGT ,,DE VLIEGENDE HOLLANDER,, IN PAPENDRECHT


Dit was de naam van de blaadjes met berichten en mededelingen die in Engeland gedrukt werden en door de overvliegende bommenwerpers die vanuit Engeland naar Duitsland vlogen deze blaadjes uitstrooiden boven bezet gebied. Tijdens de avonden in de Ark werd er gesproken over de opmars door de Russen en over de komende invasie uit Engeland dit lazen we in ,,De Vliegende Hollander,, die we vonden in de griend als er snachts weer eens was gevogen door de bommenwerpens. Op zekere morgen toen er die nacht misschien wel honderden bommenwerpers overgevlogen waren, lag het in de griend bezaaid met ,,De Vliegende Hollander,, zoveel hadden we er nog nooit gevonden.We hadden er een heleboel verzameld en die gingen vrijdagavond mee naar huis. Toen het savonds donker werd, gingen we op stap met de hele bundel. Huis voor huis werd ,,De Vliegende Hollander,, door de brievenbus gewipt.

Nu waren we bij een zekere meneer D. aangekomen en vroegen ons af ,moet die er nu ook een hebben,want meneer D. was niet zuiver. ,,Ja zeker,, zei mijn vriend Jaap, die heeft hem wel het hards nodig. De smeerlap had zeker voor het raam zitten kijken,want toen we thuis kwamen zat de politie al op ons te wachten .De agenten waren wel niet zo erg beroerd, want ze lieten al gelijk doorschemeren dat ze door meneer D. waren ingelicht, ,,Maar zij moesten hun plicht doen,,zeiden ze.Ik moest mee naar het burau ,onderweg werd ook Jaap opgehaald ,,Want die was er ook bij ,zeiden ze. Op het bureau werden we verhoord door hun commandant die als NSBer bekend stond.Hij wilde weten waar die dingen vandaan kwamen.,,Gevonden in de polder in de Biesbosch natuurlijk ,daar liggen ze bij duizenden,,. ,,Hoeveel heb je er opgeraapt,,  werd er gevraagd.Dat wist ik ook niet precies ,ik had ze niet geteld. Jaap had gezegd van een stuk of 14 of 15.,,Of dat klopte,, vroeg hij? ,,Ik denk van wel,,had ik gezegd.

Toen moesten we de adressen opgeven waar we ,,De Vliegende Hollander,, in de bus hadden gestopt ,maar ik wist geen namen en ook geen adressen. ,,Maar ik zal ze zelf wel terug halen,, beloofde ik. Dat was goed,er gingen 2 agenten met ons mee en onderweg werd afgesproken dat als we niet tegen zouden werken om zo snel mogelijk de 15 krantjes weer binnen zien te krijgen .Dan zouden ze een goed woordje doen bij hun commandant. Toen zijn we maar begonnen bij meneer D, de agenten belden aan, de vrouw deed open,meneer D. liet zich niet zien.,,Of er soms een blaadje door de bus gegooid was en of ze dat mee mochten nemen. Toen naar de volgende buurman ,die lag al op bed en begon te mopperen of het morgen niet had gekund,maar we kregen het blaadje toch terug. Zo gingen we alle adressen af tot we er 14 bij elkaar hadden. De laatste ,,Vliegende Hollander,, lag bij ons thuis ,maar het beroerste was dat hij al aan een ander was doorgegeven Voor de schijn werd er nog wat gezocht , waarop een van de agenten ook mee ging zoeken, ze keken in laden en kastjes ,dat was op zich niet erg maar er lag van alles bij ons in huis verstopt .De ene agent zei ,,Dat is zoeken in een hooiberg,, Moeder zei ,,Dat de kleinderen er mee hadden gespeeld,,.

We gingen weer terug naar het bureau van de commandant en werden nog eens verhoord.,,Waarom of we dat gedaan hadden,, vroeg hij. ,,Je weet toch wel dat het verboden dingen zijn,, .Ik zei ,,Dat ik daar niet bij nagedacht had,, ,,Als ik je doorgeef aan de Duitse politie,, zei hij ,,Dan ga je naar een kamp,,.Na nog wat bedreigingen aangehoord te hebben werden we naar de cel gebracht. Schoenveters,bretels en zakmes werden afgenomen.Jaap ging een deurtje verder.Er stond een tonnetje in de hoek er stond een stoel en er lag een strozak met een paar dekens, dat was het gehele inventaris van de cel.Toen het een poosje rustig was,riep Jaap ,,Of ik kon slapen,, Ik riep ,,van niet,,want de strozak zat vol met vlooien, het jeukte over mijn hele lichaam.Dat was bij Jaap ook het geval.Ik moest steeds maar denken aan die smerige meneer D. die ons er zo gemeen ingeluisd had.Ik kon hem wel vermoorden.Tegen de morgen ben ik in slaap gevallen,want toen ze mij ,smorgens kwamen wekken sliep ik al seen roos, maar keerde wel snel terug naar de werkelijkheid.We mochten ons een beetje wassen en daarna gingen we weer terug naar de cel tot dat de commandant arriveerde.We werden naar zijn bureau gebracht.,,Omdat jullie zo jong zijn, zal ik jullie laten gaan,, zei hij ,,Maar als je weer zulke smoesjes overhoop haalt,dan geef ik je achtermekaar door aan de Duitse politie en dan ben je nog niet jarig,,. We beloofden dat we wel op zouden passen,maar ik begreep niet dat dat nou zo erg was.,,Dan weet je het nu toch wel,, zei hij.Toen konden we verdwijnen en weer naar huis.
 

HET VERDWIJNEN VAN DE HEIMACHINES VAN DE AANNEMERS N.V. VISSER & SMIT IN PAPENDRECHT

Er was nieuws  in Papendrecht, de heimachines van het plaatselijke aannemersbedrijf N.V. Visser & Smit waren door de Duitsers gevorderd. De Duitsers hadden deze nodig om bunkers te bouwen. Maar Visser & Smit kon deze heimachines niet missen en hadden deze ook hard nodig als de oorlog afgelopen was. Mijn vader (PIETER DE KONING) wist hiervoor wel een oplossing en zei tegen  de leiding van Visser& Smit ,,Laat je personeel die heimachines maar van jullie werf naar het Oosteind brengen dan zetten we ze op de rietheuvel en bouwen er een rietschelf omheen zo gezegd zo gedaan. Geen Duitser kwam op het idée om daar te gaan zoeken. Later werd in deze rietschelf  ook de opslagplaats van ladingen wapens waaronder Duitse en Hollandse geweren  en een partij helmen afkomstig van de brandweer en veel munitie.

 

CEES DE KONING MOET PUTJES GAAN GRAVEN VOOR DE DUITSERS

Flipje de Fluiter bracht geregeld het nieuws over de vorderingen van de opmars van de Russen. Daarom werd steeds meer volgens plan door de Duitsers gebieden ontruimd om betere stellingen te kunnen betrekken. Nu kunnen volgens Flipje ieder moment de langverwachtte invasie verwachten en dan is de oorlog voorbij. De Duitsers lieten overal palen in de grond zetten om zo luchtlandingen te voorkomen. Dat werk moest opgeknapt worden door de Hollanders.Iedere burgemeester in de  regio moest zorgen voor een zeker aantal werkkrachten voor dat werk. Ook mijn vader en broers kregen een uitnodiging ,maar daar kon niets van komen ,,Want wij werkten al voor de weermacht,,beweerde mijn vader.,,Stuur dan maar een van de jonge zoons,, zei de burgemeester,,want ik moet voldoende mensen leveren anders komen ze zelf mensen oppikken en dat moeten we zien te voorkomen,,.

Dus werd ik Cees de Koning 16 jaar oud aangewezen om putten te gaan graven voor de palen. We werden op vrachtwagens geladen en naar Zwijndrecht gebracht voorzien met een spade. Er waren een paar Duitsers bij die toezicht hielden en aanwijzingen gaven. We moesten putten graven voor de palen. Het graven van een put was misschien een kwartier werk, maar ik kon niet verder komen dan 2 putten per dag, want ik moest toch na ieder schep grond weer uitrusten van de vermoeienis. Als een van de Duitsers in de buurt liep dan werd er gewerkt. Had zijn rug opgedraaid dan werd er weer gerust. Er moest toch sneller gewerkt worden we waren er niet om uit te rusten volgens de Duitsers. Zo nu en dan zaten de Duitsers achter een haas aan en dan kwamen er helemaal geen putten. De volgende dag leverde ik dan weer twee putjes. De derde dag had ik er schoon genoeg van, toen was de lang verwachtte invasie gekomen. Ik liet mij niet meer zien en ik heb er niets meer over gehoord.

 

EEN BOMMEMWERPER VAN DE RAF BOVEN DE BIESBOS EN EEN MOSQUITO BOVEN ALBLASSERDAM NEERGESCHOTEN

De bommenwerpers werden steeds talrijke op weg naar Duitsland, bij honderden tegelijk dreunden ze soms over ons heen dat klonk als muziek in de oren.,,Nu krijgen de Duitsers hun trekken thuis zoals ze Rotterdam en Londen hadden plat gegooid,, dachten we dan.Soms als ze van een bombardement terugkeerde was er wel eens een bij die door een Duits afweergeschut werd aangeschoten .Dan was hij een makkelijk prooi voor de Duitse jagers. Werd hij dan neergeschoten dan sprong de bemanning met hun parachute uit het vliegtuig meestal werden zij wel gevonden door de boeren in het land en zo verstopt. Dan werden ze door verzetsgroepen weer teruggebracht of via Spanje of via zee en later via de Crossline door de Biesbosch. Zo goed liep het niet altijd af, we hebben het eens gezien dat zo'n vliegtuig met donderend geraas naar beneden schoot, zodat er niemand uit kon springen. De neus zat zo'n 20 meter diep in de grond. De bemanning uit dit vliegtuig werd begraven op de begraafplaats in Papendrecht.

Op een dag was er een aanval van een paar Mosquito,s in de buurt van Alblasserdam, op een schip varend op de Noord geloof ik, waarbij  een van de aanvallers zo laag over kwam dat we  hem niet meer konden zien van wege de bomen en de huizen die voor ons stonden. Hij vloog recht in het geschut van de Duitsers bij de Kinderdijk ,die bij wijze van spreken de loop er bijna tegenaan konden drukken.Hij werd dan ook geraakt want toen hij weer optrok stortte hij opeens naar beneden. Wij stonden vanaf een rietheuvel alles te bekijken  en toen we weer naar huis gingen,kwamen er opeens 4 Duitsers in volle vaart aanrijden op de fiets, die plotseling remden en de fiets in de heining gooiden. Ze stonden gelijk om ons heen. We schrokken ons wild, want Jan Levisson was Joods en daar waren de Duitsers nogal fel op. Jan werd gelijk wit van schrik .,,Zij moesten die Englander haben,, die ergens neergestort moest zijn.,,Ach die ist dan gevallen,, zei Jan ,,in de richtung van Oud Alblas,, ,,Waar ze dan precies heen moesten, de Duitsers weten .,,De eerste weg rechtsaf en dan maar gerade aus,, ,,Danke Schon, danke schon,, zeiden ze en reden weer als bezetenen verder.  De Englander lag in Alblasserdam en de Duitsers gingen naar Oud Alblas en wij hadden eerst een bakkie koffie nodig voor de schrik.
 

TRANSPORT VAN PISTOLEN NAAR DE STAART IN  DORDRECHT

Eens gingen we mijn vader Pieter de Koning in ik met een klein bootje de rivier de Merwede over vanuit Papendrecht naar De Staart in Dordrecht, midden op de dag, om een partijtje pistolen over te brengen. We roeiden de Merwedehaven binnen en zagen daar nogal wat Duitsers lopen op het terrein van de Lips slotenfabriek, maar een brutaal mens heeft de halve wereld, dachten we. Terug gaan wekte misschien argwaan op.We roeiden gewoon naar de hoek van de haven waar we wezen moesten. Daar lagen de Duitsers in het gras. Ze zwaaiden en lachten om ons en maakte gekheid onder elkaar over dat kleine bootje van ons, waarmee we nog eens zouden verzuipen.Mijn vader stapte uit en ging alleen naar de plaats van bestemming .,,Wacht jij hier maar even.als ik binnen een uur niet terug ben,vertrek dan maar ,want dan zit er iets fout,, zie hij. Er gebeurde echter niets bijzonders want binnen een half uur was hij weer terug.
 

DE BLIKKE DOMINEE  OP BEZOEK BIJ DE FAMILIE DE KONING WAS EEN VERRADER

Op zekere dag klopte er iemand aan de deur.,,Of de baas (PIETER DE KONING) thuis was,, vroeg hij. ,,Ja hoor  kom maar binnen,, zei mijn moeder. Meneer stelde zich voor als dominee. De naam weet ik niet meer, maar we zullen hem maar de ,,Blikke Dominee,, noemen, want dat was een erg toepasselijke naam voor hem. Bij een bakkie koffiesurogaat kwam de tong los. Het waren in begin niet anders dan bijbelteksten en preken, die ik niet precies na kan vertellen en die soms overgingen in grote vloeken. We hadden al gauw door dat meneer geen dominee was, maar iets anders in zijn schild voerde.

Moeder zat achter zijn rug gezichten naar ons te trekken van ,,Hou je mond dicht, pas op met hem, maar iedereen had hem al door. Toen ging hij nog wat tegen mijn zuster zitten praten en kwam hij ter zake.Hij was namelijk hierheen gestuurd door iemand van het verzet ,,Wie dat dan wel was,, wilde mijn vader weten, maar dat mocht meneer niet zeggen ,want ,,Er wordt toch nooit naar namen gevraagd bij het verzet,, ,,Het is beter als je gepakt wordt dat je geen namen weet. Hij moest snel naar de overkant (Bevrijd gebied Brabant), want hij had belangrijke documenten bij zich,die hij de geallieerden af moest geven. Hij had gehoord dat als hij zich bij de familie de Koning aan het Oosteind in Papendrecht en dat dan alles wel in orde kwam. Mijn vader wist nergens van en hij leende zich niet voor dit soort dingen. Nog voor geen duizend gulden,maar dat gaf niet.

Hij wilde er toch voor betalen, als hij maar zo snel mogelijk aan de overkant  kwam..Mijn vader wist geen enkele mogelijkheid en dat was een grote teleurstelling voor de dominee. Hij had zo gehoopt nu naar de overkant te kunnen vertrekken. Maar ja, dan was hij verkeerd ingelicht. Zijn sokken waren kapot en hij vroeg mijn moeder of zij de sokken wilde stoppen. Dat wilde ze wel doen. ,,Morgen zou ze er aan beginnen,, zei ze. Hij vroeg of hij deze nacht toch nog mocht blijven slapen.Dat mocht wel. Toen ,s nachts iedereen rustig lag te slapen ging mijn moeder uit bed en onderzocht de kleren van de dominee. Haar veronderstelling bleek juist te zijn meneer was van de Sicherheidsdienst volgens zijn papieren en werkte voor de Duitsers. Nu wilde deze papieren niet zoveel zeggen, want Herman was ook bij de S.S. ,maar spioneerde gelijk in hun eigen gelederen .Herman bracht zodoende nogal eens wat aan het licht wat men moest weten.

's Morgens bij het ontbijt moest meneer nog even een boodschap doen, dan kwam hij dadelijk wel zijn sokken halen (Hij moet ze nog komen halen) Hij vertrok met de noorderzon. We begrepen nu wel dat we niet met een gewone verrader te doen hadden, maar iemand die gelijk de hele organisatie van de crossline door de Biesbos op wilde rollen. De onderduikers hielden zich de eerste dagen na zijn vertrek een beetje weg en iedereen werd gewaarschuwd. Daar zorgde Lange Jan wel voor. We hebben nooit meer iets van de dominee gehoord, maar veel later hoorde we dat er bij Bertus van Gool in Sliedrecht ook zo iemand geweest was die met een smoesje achter de waarheid wilde komen. Waarna hij direct bij zijn kladden werd gegrepen.Toen hij merkte dat hij was verloren, vroeg hij of hij zijn pistool met een patroon mocht houden. Dat werd hem toegestaan waarna hij zichzelf doodschoot. Volgens Zwarte Jan was dit inderdaad de ,,Blikke Dominee,,
 

EEN FIETS GESTOLEN VAN EEN DUITSE SOLDAAT IN PAPENDRECHT

De Duitsers die uit Brabant waren terug getrokken, legerden zich o.a. in Papendrecht in scholen ,gebouwen en schuren. Vlak bij ons huis in het Oosteind hadden ze ook een garage in gebruik genomen waar de Duitsers hun materiaal hadden opgeslagen, voor het repareren van hun autos en fietsen en karretjes. Veel hadden ze niet meer, maar dat wat ze nog hadden, kon mijn jongste broer Wout de Koning die toe 11 jaar was ook wel gebruiken ,dan kwam hij weer een met een fietsband thuis,dan weer met een autoband.Als er een Duitse soldaat bezig was iets te repareren dan ging Wout er bij staan en maakte een praatje en als hij zijn kans schoon zag, dan pikte hij gauw iets weg en verdween er mee naar huis. Op een dag zette een Duitse soldaat zijn fiets tegen de muur en ging even naar binnen, Wout aarzelde niet,pakte de fiets weg en reed er mee naar huis.De fiets werd snel onder het hooi verborgen in een schuurtje. De Duitse soldaat die al gauw weer terug kwam, hij had nogal haast en werd nijdig en vroeg iedereen in buurt of ze gezien hadden wie de fiets had meegenomen.

Maar niemand had iets gezien,behalve een paar kinderen,maar die zeiden niets. In nijd nam hij zijn geweer van zijn schouder en deed er een patroon en zei,,Die is voor de dief,, doch de dief kon hij niet vinden, omdat hij weinig tijd meer had ,vorderde hij  van de eerste beste passerende fietser zijn fiets  en dat bleek onze eigen buurman te zijn .tegenstribbbelen hielp niet,de Duitse soldaat moest zijn fiets hebben daarmee uit..Nu was de buurman ter ore gekomen wat er was gebeurd en we dachten ,,Dat zal slecht aflopen,,. Mijn vader (Pieter de Koning) ging naar de buurman  toe en vroeg of hij alstublieft wilde zwijgen en dat de fiets na de oorlog zou worden vergoed.Dat was dik voormekaar zijn fiets zou toch eerdaags wel gevorderd worden .Het was nog een oude fiets op luchtbanden die hadden de Duitsers liever dan de fiets met antiklapbanden
 

HEINRICH EEN DUITSE DESERTEUR DUIKT ONDER  BIJ FAMILIE DE KONING IN PAPENDRECHT IN 1944

HEINRICH was een piloot bij de Duitse Luftwaffe geweest .nu was de Duitse luchtmacht uitgeput ,er waren wel piloten maar geen vliegtuigen meer en Hitler had zijn mannen hard nodig en de piloten die vliegtuigloos waren ,werden ingedeeld bij de infanterie.  Heinrich zag wel dat Duitsland de oorlog had verloren en wilde niet meer vechten voor een verloren zaak en zocht onderdak bij een boer in Poederooyen en dat lag in het front gebied dus werd het nodig voor Heinrich om naar een veiliger plek te verhuizen om daar onder de kunnen duiken. Die werd uiteindelijk gevonden bij de FAMILIE DE KONING aan het Oosteind 25 in Papendrecht. Maar hoe kwam Heinrich terecht bij de familie de Koning?

Bij de familie de Koning in Papendrecht kwam de melding binnen van JACOB BAKKER van het verzet uit Sliedrecht dat er dringend voedsel nodig was voor de patienten in het ziekenhuis te Dordrecht. Hij zou voor een vergunning zorgen, er kwam een vergunning en Jacob Bakker ging zelf mee ons mee  om met onze  motorboot naar de BOMMELERWAARD te gaan om voedsel te kopen bij de boeren.  Dat was een gevaarlijke bestemming omdat het  in het spergebied lag. Die opdracht was zo gek nog niet want bij ons in het gezin was gezien het aantal onderduikers ook nogal wat voedsel nodig . Het gebied waar de mensen uit de grote steden  nog konden komen , was geen voedsel meer te krijgen. De Bommelerwaard was voor de stads mensen met hun karretjes en fietsen op antiplofbanden en kinderwagens onbereikbaar omdat het spergebied was.

We voeren de DODE MAAS op tot de WILHELMINASLUIS bij ANDEL. Daar kregen we al de eerste aardappels aan boord, daarna voeren we weer de WAAL op naar BRAKEL. Daar woonden kennissen van onze familie die zouden ook voor een partijtje aardappels en knollen  zorgen. Zo kregen we bij de ene boer ook nog aardappels. Bij een andere boer weer peen en knollen .Weer een andere boer gaf een kaas mee. Een boer uit POEDEROOYEN vroeg of we een pakje mee wilden nemen voor een dominee in Rotterdam, deze boer had ook een gedeserteerde Duitse piloot Heinrich in huis die daar onder gedoken zat, maar deze was  bij de boer niet meer veilig omdat het gevaarlijk was in het frontgebied en er waren daar nogal wat Duitsers ingekwartierd bij de boeren .Er moest dus een veilige plek gezocht worden voor Heinrich waar hij veilig  onder kon duiken.

,,Heinrich (Hein) kon wel met ons mee,, zeiden we, dus dat was voor elkaar. Heinrich ging maar wat graag mee, hij was piloot en was bij de Luftwaffe geweest en was tweemaal met zijn vliegtuig neergeschoten.eenmaal boven Italie en eenmaal boven Frankrijk ,waarbij hij zich telkens met de parachute in veiligheid wist te brengen .Nu was de Luftwaffe uitgeput, de Duitsers hadden geen vliegtuigen meer maar wel piloten, deze warden nu ingezet al infanterist. Heinrich wist al dat Duitsland de oorlog had verloren en wilde niet meer vechten voor een verloren zaak.

Er werd afgesproken dat hij zijn gehele uitrusting en wapen mee zou nemen, dat kon altijd nog van pas komen Hij moest naar een vast adres in Brakel gaan en daar wachten tot onze boot geladen was en dan kon hij mee aan boord komen richting Papendrecht. Later kwam er nog een verzoek of wij een Joodse koerierster BLANCA WIENER alias Zr Olzinga mee wilden nemen die nu in Zaltbommel als zuster werkte en het werd daar te gevaarlijk voor haar. Een Duitse piloot en een Joodse koerierster dat paste wel niet zo erg bij elkaar, maar ja dat zou wel goed komen dachten we.Alles was geregeld er moesten nog een paar boeren komen om nog het een en ander aan boord te brengen daarna konden Heinrich en Blanca Wiener aan boord komen.

Het liep echter heel anders als we gerekend hadden, er kwam namelijk en Duitse ortscommandant die kwam eens een kijkje nemen wat er zoal aan boord was en wat de bedoeling was en of hij de papieren mocht zien. ,,Ja hoor dat kan,, zei JACOB BAKKER, het is allemaal voor de patienten in het ziekenhuis in Dordrecht,,  De papieren bleken echter niet in orde te zijn volgens meneer de commandant, wat waren wij blij dat Heinrich en Blanca nog niet aan boord waren. ,,Het is voor het krankenhaus in Dordrecht ,,zei Jacob Bakker nog eens ,,Daar is honger en hier is nog genoeg te eten,, Daar had de commandant niets mee te maken ,,Het is hier spergebied, dus verboden terrein,, Toen Jacob Bakker nog een poging waagde en over de patienten begon in het ziekenhuis werd de commandant vuurrood van nijd en begon te vloeken en te tieren. Wij waren smerige ,,Swijnhunde,, Hij zou ons laten einsperren. Hij draaide zich om en stapte vloekend op zijn fiets om in het dorp zijn mannen te halen om ons op te sluiten. Nu stonden Duitse soldaten van de kriegs marine op wacht bij het veer over de Waal waar wij vlakbij met onze boor lagen, die alles hadden aangehoord en riepen ons toe ,, Snel, weg,weg,, De  soldaten van kriegsmarine en de Duitse landmacht konden het nooit zo goed met elkaar vinden en probeerden altijd elkaar dwars te zitten. Toen we nog twijfelden of we er wel goed aan deden om weg te gaan kwam een van de Duitse soldaten naar ons toe gelopen en maande ons tot grotere spoed ,,Anders is het te laat,, zei hij.

We gooiden de boot maar vast los en het lagen vast op de stroom om op  de rivier af te drijven ,want de motor moest nog warmgestookt worden en Heinrich en Blanca moesten nog aan boord. Heinrich was al in de buurt maar Blanca nog niet. Een eindje verderop stond Heinrich al te zwaaien en hij werd snel in de boot geladen .Toen we ons vehaal vertelde over de Ortscommandant  en wat er gebeurd was en dat er zeker een telefoontje zou  worden gepleegd naar de Duitse wachtpost bij Gorkum zodat we alsnog aangehouden zouden worden. Heinrich zei ,, Wees maar gerust, ik sta in mijn Duitse uniform met het geweer voorop de boot en jullie staan onder mijn geleide. Als iemand van de Duitse weermacht aan boord is ,dan laten ze ons wel gaan. Op Blanca kon niet meer gewacht worden Maar die zou wel op de fiets komen .We passeerden Gorkum zonder enige moeite te ondervinden en we kwamen met de hele lading voedsel behouden thuis onder geleide van onze Duitser Heinrich.

Toen we thuis waren en aan de koffie zaten kwam ook Blanca Wiener (zr Olzinga) in haar uniform aanrijden op de fiets vanuit Zaltbommel langs Gorkum naar Papendrecht .Toen ze werd binnen gelaten kreeg ze de schrik van haar leven want er zat een Duitser in volle uitrusting aan tafel. Zij werd spier wit en moest zich aan de tafel overeind houden om niet ondersteboven te gaan ,,Nu ben ik erin gelopen,, dacht ze. ,,Daar is verraad gepleegd,,. Maar Jan Levisson, die de situatie door had. Stelde haar op haar gemak door te zeggen dat hij ook een Joodse jongen was en dat, hij op Heinrich wijzend ook uit Brakel meegekomen was en dat hij  hier ging onder te duiken. Toen ze wat gegeten en gedronken had kwam ze en beetje los en vertelde zij haar vehaal dat zij eerst koerierster was in Amsterdam maar nu naar Eindhoven was gestuurd met belangrijke papieren en dat zij zo spoedig mogelijk weg wou naar Eindhoven. Dat trof niet erg best want deze nacht was mijn vader Pieter de Koning vertrokken met 5 Amerikaanse en 3 engelse piloten en nog een paar Hollanders per boot door de Biesbos naar het bevrijde Lage Zwaluwe in Brabant. Hij zou wel weer spoedig terug keren dachten we maar het werden 3 weken. Er moest dus een andere oplossing gevonden worden.
 

(c) Papendrecht H.W.G. van Blokland mei 2012.