DEEL 6:
PAPENDRECHT EN DE HEERLIJKHEID EN DE HEREN EN VROUWEN VAN PAPENDRECHT EN MATENA

Door H.W.G. van Blokland-Visser

TRANSCRIPTIE v/d AKTE v ERFPACHT halve TIENDE van PAPENDRECHT uit 1251
Op 15e mei 1251 verklaar ik Willem van Bredrode met dit geschrift, dat ik de helft van de tiende in Papendrecht die behoort aan het kapittel van St Marie te utrecht in erfpacht heb ontvangen tegen een jaarlijkse betaling van zeven ponden Hollands geld
Daarmee kwam Papendrecht in erfpacht voor bijna 200 jaar in bezit van de Heren van Brederode.
In 1421 doet Willem III van Brederode Reinoudz als laatste van de familie van Brederode afstand van de Heerlijkheid Papendrecht en de erfpacht van de halve tiende van Papendrecht een draagt dit over aan Ridder Arend van Gendt Willemz persoonlijk raadsman van Graaf Willem VI van Holland en Gravin Jacoba v Beieren.

pdrecht3_05_brederode.jpg (112573 bytes)
(afb. 5 - akte van erfpacht v/d halve tiende van Papendrecht 15 mei 1251 van het kapittel van Sint Marie te Utrecht aan Willem vn Brederode (archief kapittel van St Marie /toegang 221/nr 909), Het Utrechts Archief)

TRANSCRIPTIE VAN DE AKTE UIT 1251 IN HET LATIJN
Het Utrechts Archief /kapittel van St Marie /toegang 221/nr 909/11 erfpachtbrieven betreffende de halve tiende te Papendrecht /1251-1535)
(In deze akte wordt Papendrecht voor de 2e keer genoemd de 1e keer was in 1105)

1. Universis(aan allen) presentia visuris(zien) et audientis(horen) Nos officialis om trajecten(Utrecht) personis interf/sestunt personitis perficend.
2. ... litteras(brief) veris(echt) sigillis domini venerabilis patris domini Henrici(Hendrik v Viande) traiectensis electie/et wilhelmi de brederode(WILLEM VAN BREDERODE) militis(ridder)/sigil(zegel)-
3. latus non cancellatus nec abolatus per omnisuspen ..can...itus/vidi...et perseg... termines qui sequintur
4, itinantes Ego(ik) Wilhelmus de Brederode miles(ridder),notum(bekend) facio(maak) universis presentia visuris et presenti scrip-
5. to protestor quod medietatem(halve) decime(tiende) in Papendrecht ,ad ecclesiam(kerk) Beate(sint) Marie Traiectensis(Utrecht)
6. pertinentem,recepi(ontvangen) a decano(deken) et capitulo(kapittel) dicte ecclesie Beate Marie Traiectensis sub annua(jaarlijks)
7. pensione septem(zeven) librarum(ponden),Hollandensium denariorum(geld), de quibus(daarvan) unam(een) libram(pond) dabo(geven) sacerdoti(priester)
8. ibidem celebranti et sex (zes)libras(pond) residuas singulis annis in vigila Palmarum(avond voor Palmpasen) Traiecti presentabo
9. et dominis Sancte Marie exhibebo,nisi per inundationes aquarum(overstroming) terra inarabilis fiat vel per
10.  ruptiones acgerum segetes omnino in aquis remaneant.Adiectum est preterea quod si ego pen-
11.  sionem prescriptam statuto termino non persolvero, episcopus Trairctensis, quicumgue fuerit
12.  pro tempore, me sine monitione et sine citatione excommunicabit, Preterea promisi quod
13.  ecclesiam Beate Marie bona fide in omnibus iustis negociis suis promovebo. Post mortem vero
14.  meam heredes mei predictam medietatem decime in Papendrecht pro prescripta pensione pre-
15. notato termino solvenda habebunt et promittent quod bona fide ecclesiam Beate Marie in
16.  omnibus iustis negociis suis promovebunt , et cum veverint ad annos discretio nis eligent ex-
17.  communicari ab episcopo Traiectensi qui fuerit pro tempore, sine monitione et sine citatione,
18.  si ea que prescripta sunt non observaverint:quod si facere noluerint, liberata erit ab ipsis ec-
19.  clesia et cum predictis bonis suam faciet voluntatem. Condictum est preterea quod quicumque
20.  heres meus dictam medietatem decime in Papendrecht a capitulo recipiet, in recognitionem da-
21. bit fratibus amam vini, et sic fiet successive de herede in heredem.
22.  In huius vero facti evidentiam et firmitatem presenti scripto sigillum venerabilis patris
23.  domini H. , Traiectensis electi cum sigillo meo feci apponi.
24. Datem anno Domini M.CC.L. primo,quinto decimo kal..da. maii

Transcriptie in het Latijn van dit charter is terug te vinden in het oorkondeboek van A.C.F, Koch nr 889 anno 1251.

pdrecht3_06_brederode.jpg (156214 bytes)
(afb. 6 - Willem van Brederode ridder (1251) (krijgt op 15 mei 1251 in erfpacht de halve tiende van Papendrecht))

DE VERTALING VAN DE AKTE UIT 1251 IN HET NEDERLANDS
(Het Utrechts Archief /kapittel van St Marie /toegang 221/nr 909/ 11 erfpachtbrieven betreffende de halve tiende te Papendrecht/1251-1535) de vertaling in het Nederlands werd gedaan door Drs J. Luijt te Utrecht.
(In deze akte wordt Papendrecht voor de 2e keer genoemd de 1e keer was in 1105)

1. Aan allen die (deze brief) zullen zien of horen.Wij, de officialen van Utrecht, hebben persoonlijk gezien
2. (een) brief met het echte zegel van bisschop- elect (benoemd nog niet ingewijd) Hendrik (van Viande) van Utrecht en (het zegel) van Willem van Brederode ridder
3. niet is doorgehaald of anderszins ongeldig gemaakt, waarvan hier de woorden
4. volgen Ik Wilhelmus van Brederode, ridder, maak bekend aan allen die deze (brief) zullen zien en verklaar met dit
5. geschrift, dat (ik de) helft (van de) tiende in Papendrecht, die aan de kerk van Maria (kapittel Sint Marie) te Utrecht
6. behoort, heb ontvangen van de deken van het kapittel van genoemde kerk van Maria te Utrecht, tegen een jaarlijkse
7. betaling van zeven ponden Hollands geld, waarvan (ik )een pond zal geven aan de priester die aldaar de missen opdraagt
8. en de overige zes ponden ieder jaar op vigilie van Palmzondag (avond voor Palmpasen) te Utrecht zal presenteren
9. en aan de heren van Maria (kapittel St. Marie) zal laten zien, behalve als door overstromingen het land niet te bebouwen zou zijn of
10. door afbrokkeling van de akkers de gewassen geheel onder water zouden staan. Bovendien is overeengekomen dat (ik)
11. de hieronder genoemde betaling niet op de gestelde termijn zal voldoen, de bisschop van Utrecht, wie dat ook zal zijn
12. op dat moment, mij zonder aanmaning of oproep in de ban zal kunnen doen. Verder heb ik beloofd dat
13. ik de kerk van St. Maria te goeder trouw zal bijstaan in al haar gerechtvaardigde handelingen. Na mijn dood zullen
14. mijn erfgenamen de genoemde helft van de tiende in Papendrecht hebben voor de genoemde betaling
15. op de genoemde termijn en beloven te goeder trouw de kerk van Maria in haar
16. gerechtvaardigde handelingen bij te zullen staan, en als zij tot de jaren des onderscheids zijn gekomen, zullen verkiezen om
17. geŽxcommuniceerd te worden door de bisschop van Utrecht, wie dat dan ook zal zijn, zonder aanmaning of oproep, als zij niet nakomen
18. hetgeen hiervoor beschreven staat. Als zij dit niet willen doen, zal de kerk bevrijd zijn van deze voorwaarden
19. en mag zij doen met het genoemde goed wat zij wil. Overeengekomen is bovendien dat
20. mijn erfgenaam die genoemde helft van de tiende in Papendrecht van het kapittel ontvangt, als erkentenis
21. aan de broeders een aam wijn zal geven; en zo zal geschieden bij elke opvolging van erfgenaam op erfgenaam.
22. Aan deze brief is als bewijs en bevestiging het zegel gehecht van de eerwaarde vader heer
23. Henricus, elect-bisschop van Utrecht, samen met mijn zegel.
24. gegeven in het jaar onzes Heren 1251, op de vijftiende mei

De akte uit 1251 geeft een mooi beeld uit die tijd. De in de brief genoemde bisschop elect (benoemd, niet ingewijd) Hendrik van Viande (1249-1267) bisschop van Utrecht zoon van Graaf Hendrik I van Viande.
Papendrecht had toen al een dijk want er wordt melding gemaakt van wateroverlast en overstromingen en de gevolgen hiervan voor het land en de oogst.
Willem van Brederode moest 7 ponden Hollands geld betalen per jaar en wel op de avond voor Palmpasen in Utrecht bij het kapittel van Sint Marie.
1 pond Hollands: De waarde hiervan was de hoeveelheid munten die uit de Hollandse eenheid van 1 pond (ŗ 400 gram) geslagen kon worden. Er gingen 240 munten uit 1 pond.
In de periode dat hij Heer van Papendrecht was liet hij voor zijn rechtszaken een gerechtsgebouw oprichten in het Westen van Papendrecht, waarschijnlijk het latere huis van de postmeester dat ten westen van de Kleine Waal stond en nog werd afgebeeld op een kaart uit 1767.
Bij zijn overlijden in 1285 had Willem I van Brederode de volgende bezittingen in de Alblasserwaard die tot 1421 in bezit van de familie van Brederode zou blijven.
  PAPENDRECHT
  MATENA
  VINKENLAND
  WIJNGAARDEN
  HOFWEGEN
  LAAG BLOKLAND
  GOUDRIAAN
  NEDER SLINGELAND
  PEURSUM
  GIESSE NIEUWKERK

pdrecht3_07_brederode.jpg (162318 bytes)
(afb. 7 - Alblasserwaard, uit 'Onvoltooide Roem, De eerste negen Heeren van Brederode' J.H. Verhoog)
pdrecht3_07a_brederode.jpg (96878 bytes)
(afb. 7a - vrije heerlijkheden, uit 'Onvoltooide Roem, De eerste negen Heeren van Brederode' J.H. Verhoog)
pdrecht3_07b_brederode.jpg (68426 bytes)
(afb. 7b - Papendrecht, uit 'Onvoltooide Roem, De eerste negen Heeren van Brederode' J.H. Verhoog)

(C) Papendrecht februari 2009 H.W.G. van Blokland-Visser.