DEEL 9:
PAPENDRECHT EN ZIJN RIVIERVISSERIJ

Door H.W.G. van Blokland-Visser

PAPENDRECHT EN ZIJN RIVIERVISSERIJ

Papendrecht was in 1690 vermaard is om zijn zalmvisserij.
Het ligt langs de dijk, aan de rivieren de Merwede en de Noord en men heeft een uur nodig om er doorheen te wandelen (uit een beschrijving over Papendrecht ca.1690)

De eerste melding over de visserij in Papendrecht werd gedaan in 1514, daarin wordt als belangrijkste middel van bestaan de visserij genoemd.
Papendrecht heeft dan ca. 300 inwoners en 50 haardsteden, andere beroepen waren voermannen/ schippers voor vervoer van passagiers en vracht over land en via de rivier, boeren en dijkwerkers.
In een akte uit 877 wordt een eerste melding gemaakt over de visserij op de rivier de Merwede.Daarin schenkt de bisschop van Utrecht de visrechten van de rivier de Merwede aan de abdij te Nijvel.
Uit een reisverslag uit 1050 van de Arabische/Spaanse koopman Tartoesji weten we, dat de boeren in de buurt van de Merwede en de Lek, visten op zalm en steur en in het veenwater naar paling.
De bewoners van Papendrecht en verder langs de Merwede kwamen er al gauw achter, dat vis een belangrijke handelswaar was: gedroogde vis of verse vis werden veel gebruikt tijdens de vele vastendagen die de rooms katholieke kerk voorschreef op een vastendag mocht men geen vlees eten maar wel vis
Verse vis zoals zalm, werd ook graag gegeten door de hoge heren. Zo ontstond er een goede bijverdienste voor de boer en werd vissen een beroep.
In 1104 staat in een document een bericht over de tol in de Rijn bij Koblenz. Er staat dat de handelsschepen uit de Drechtstreek hun tol betalen met zalm en aal.
In 1198 geeft Graaf Dirk van Holland de rechten van visserij op de Merwede tot Giessen monde bij Hardinxveld aan het klooster Marienwaard te Beesd.
In 1325 was het gedaan met de vrije handel in vis en was men vanuit Papendrecht verplicht zijn vis te koop aan te bieden in Dordrecht, dat in 1325 het stapelrecht voor de visserij had gekregen.
De visrechten werden hoog ingeschat door de kerk, de graaf en de landeigenaren. Er werden processen gevoerd in de loop der eeuwen. Het was zelfs tot begin 1900 strafbaar om als burger te vissen in gepacht viswater.
In 1341 kwam er een gebod, dat er geen ondermaatse vis meer gevangen mocht worden, dit in verband met overbevissing.

pdrecht5_01_zalmvisserij.jpg (26113 bytes) (afb. - Vismarkt te Dordrecht 1627, Jacob Gerritsz Cuyp (1594-1652), ansichtkaart Dordrechts Museum)

DE ZALMVISSERIJ
De zalmvisser was een volwaardig beroep geworden, dat je als boer er niet zomaar meer bij kon doen. De oudste manier om zalm te vangen was met de steek.
Een steek was een ca 100 meter lange schutting die loodrecht in de rivier stond. Deze schutting was gemaakt van gevlochten wilgenhout. Aan deze schutting werden de zalmfuiken vastgemaakt.
De zalm (een trekvis) zwom zo de fuiken in.De zalm is een grote vis, die wel 120cm kan worden, met een gewicht van 30 pond en is familie van de forel, die uit de zee de rivier op kwam zwemmen om zich hier voort te planten.
Er waren drie soorten zalm:
1e WINTERZALM, lengte ca 120 cm, gevangen tussen oktober en april.
2E ZOMERZALM, lengte 100 cm, gevangen tussen mei en oktober.
3E JACOBSZALM, lengte ca 70 cm, gevangen tussen juli en november.
De zalm werd gezouten of gedroogd bewaard en de Papendrechtse vissers waren verplicht hun vis te verhandelen op de Vismarkt te Dordrecht.

pdrecht5_02_zalmvisserij.jpg (74572 bytes)
(afb. - Een zalmvisser. Rechts een zalmvisser in visserskleding en vislaarzen anno 1654. In het midden een eendenkooi, op de achtergrond de kerk van Dordrecht. Deze afbeelding is het voorblad uti het boek 'Out Hollant nu Zuyt Holant' door Jacob van Oudenhovens.)

PAPENDRECHT EN HET VISRECHT VAN DE HEREN VAN PAPENDRECHT
Een van de rechten van de Heerlijkheid van Papendrecht en Matena was het visrecht en de Heren van Papendrecht hielden hier scherp toezicht op.
In enkele stukken over deze visrechten zijn bewaard gebleven in het archief van de Heerlijkheid van Papendrecht en Matena (archief 3 Stadsarchief Dordrecht).
In 1565 wordt er melding gemaakt dat de Vrouwe van Papendrecht Maria Moermans, de weduwe van Heer Boudewijn Oem haar gelijk krijgt in een uitspraak van het Hof te Mechelen over een geschil met enkele vissers te Papendrecht.
In 1625 kocht Tielman van Muylwijk Janz de Heerlijkheid van Papendrecht en Matena voor f 10.000,- en werd Heer van Papendrecht tot zijn overlijden in 1648.
De zalmvisserij was in die tijd zo belangrijk dat Tielman van Muylwijk twee gouden zalmen in zijn familiewapen had staan.
In 1647 had Tielman van Muylwijk als Heer van Papendrecht problemen met de zalmvissers uit Papendrecht over het aantal zalmsteken in de rivier de Merwede. De zaak liep zo hoog op dat het bij het Hof van Holland werd voorgelegd.
Het Hof van Holland doet hierover uitspraak en stelt vast dat de 5 zalmsteken behoren aan het visrecht van de Heer van Papendrecht.
1. MATENASTEEK
2. NANEGATSTEEK
3. MEENT OF KERCKSTEEK
4. STOCKSTEEK (bij het veer van Papendrecht)
5. WEERSTEEK (bij het Westeind/Noordhoek)
In 1664 heeft Cornelis Hoynck van Papendrecht als Heer van Papendrecht onenigheid over zijn visrechten en de zalmsteken in de rivier de Merwede met de rentmeester van Zuid-Holland.Hij liet het er niet bij zitten en ging een proces aan bij het Hof van Holland om zijn visrecht en visgebieden veilig te stellen.Het Hof ven Holland erkende zijn visrechten.
Om dat allemaal goed te regelen liet Cornelis Hoynck van Papendrecht een kaart tekenen van Papendrecht en zijn visgebieden met de zalmsteken door de bekende landmeter en kaartenmaker Mattheus van Nispen uit Dordrecht.

KAART VAN PAPENDRECHT ANNO 1664 MET ZALMSTEKEN EN VISGEBIEDEN

pdrecht5_01a_zalmsteek.jpg (87463 bytes) pdrecht5_01b_zalmsteek.jpg (84362 bytes)

Deze kaart in kleur op linnen gedrukt van 60cm bij 40cm data 15 september 1664 gemaakt door Mattheus van Nispen (Stadsarchief Dordrecht archief 3 / nr. 2268 van de Heerlijkheid van Papendrecht).

1. BAANHOEK
2. OOSTEIND EN MATENA
3. DE MEENSTEEK
4. NANEGAT
5. OUDE DIJK
6. HUIS TE PAPENDRECHT
7. DE KERK
8. MATTHEUS V NISPEN
9. DE KORENMOLEN
10. STOCKSTEEK
11. HUIS V/D POSTMEESTER
12. DE VEERDAM
13. PAPENDRECHTSE VEER
14. VEERWEG
15. DE VEERSTEECK
16. DE WEERSTEEK

HIER VANGT MEN SALM IN DE STEEK, ALS GOD SIN SEGEN GEEFT, GEEFT GODE HEER ALLEEN DE EER. ANNO 1698.

pdrecht5_02_zalmsteek.jpg (43773 bytes) (afb. - de balk met houtsnede uit het voormalige pand Westeind 132, die dateert uit het jaar 1698.)

Deze spreuk uit 1698 over de zalmvisserij in Papendrecht is bewaard gebleven en stond op een balk die gevonden werd in het huis Westeind 132 te Papendrecht, dat werd afgebroken in 1968.De balk met spreuk is geconserveerd en ligt in het museum van Papendrecht.

pdrecht5_01_zalmvisser.jpg (67129 bytes)
(afb. - vissers anno 1680. Uit het belastingboek van Papendrecht anno 1680 enkele vissers uit de Visschersbuurt: (1) Steven Leenderts (Bellaert) met sijn vrouw drie kinderen ende twee van sijn broer en suster in kost/moet met visserij sijn kost verdienen, (2) Cleys Pieters Visser met sijn vrouw en twee kinderen/moet met visserij sijn kost verdienen, (3) Pouwel Willems Visser (van der Esch) met vier kinderen/moet met visserij sijn kost verdienen)

MAERTEN LEENDERTS VISSER, een zalmvisser uit Papendrecht liet in 1698 een huis bouwen in het Westeind te Papendrecht en liet de balk met deze spreuk aanbrengen in zijn huis dat aan de overkant waar zijn zalmsteek de Weersteek in het Westeinde stond.
Maerten Leenderts Visser wordt genoemd in het belastingboek van Papendrecht uit 1680. Hij is dan capitalist (gegoed voor meer dan f 1000,-) en visser van beroep.
In het belastingboek van Papendrecht uit 1680 worden 14 vissers genoemd, deze woonden:
In het Oosteind:
1. JASPER PIETERS met vrouw en 2 kinderen
2. HERMEN CORNELIS VISSER met vrouw en 2 kinderen die met visserijen in Willemstad en in het Prinsenland de kost moesten verdienen.
In de Visschersbuurt:
3. JAN LEENDERTS BELLAERT
4. STEVEN LEENDERTS BELLAERT met zijn vrouw en drie kinderen en twee van zijn broers en een zuster in de kost.
5. ARIE JANS DURA
6. CLEYS PIETERS VISSER met zijn vrouw en twee kinderen, moet met visserij zijn kost verdienen.
7. CORNELIS BASTIAANS V/D ESCH
8. POUWEL WILLEMS V/D ESCH met vier kinderen, moet met visserij zijn kost verdienen
9. CLEYS WILLEMS V/D ESCH In de Kerkbuurt:
10. CORNELIS PIETERS VISSER
11. JAN PIETERS VISSER
In het Oude Veer:
12. CLEYS ARIENS VISSER
In het Westeinde:
13. MAERTEN LEENDERTS VISSER
14. MAARTEN ARIENS VISSER

pdrecht5_02_zalmvisser.jpg (30118 bytes) (afb. - zalmvissershuis. Huis van zalmvisser Maerten Leenderts Visser anno 1698 aan het Westeind 132 te Papendrecht, waar de oude balk met de spreuk werd gevonden toen het huis werd afgebroken in 1968.)

Papendrecht een dorp dat vermaard is om zijn zalmvisserij, er werd in die tijd zoveel zalm gevangen, dat men die katten of keukenmeiden kost noemde.

PAPENDRECHT EN DE ZONDAGSRUST VOOR DE VISSERS ANNO 1694
In vroeger eeuwen liet de zondagsrust en zondagsheiliging in de Alblasserwaard te wensen over, de mensen in deze streek zullen gedacht hebben: "TIJD IS GELD".
Bij de reformatie werden de regels voor de zondagsrust wat aangetrokken, ook dat mocht niet baten. Er zat niets anders op om bij wet het werken op zondag te verbieden op straffe van een hoge boete.
In 1694 werd per placcaat de zondagswet uitgevaardigd voor de openbare rust van de zondag door de Baljuw en Heren van het gerecht van Zuid Holland (in 1815 werd de wet op de zondagsrust vastgelegd door de regering).

REGELS VOOR DE VISSERIJ:
Op het platteland wordt de sabbath (zondag) geheiligd.
Voor, onder of tussen de preken mag niemand in Zuid Holland de visserij bedrijven.
Niet naar zalm of enige andere vis, niet met de zegen, met volgnetten, met het drijfwand, met de schut of zetwand.
Op poene (straf) van:
Voor iedere zegen worp een boete van 30 gulden.
Voor iedere drijf of volgschuit een boete van 10 gulden.
Het wordt de zalmvissers van de zalmsteken toegelaten om bij de getijden haar fuiken te lichten.

pdrecht5_01_vissersbuurt.jpg (41859 bytes) (afb. - De Visscherbuurt te Papendrecht 1920. Hier woonde van oudsher de Vissers van Papendrecht genoemd vanaf 1680 oa. familie van der Esch)

PAPENDRECHT EN ZIJN VISSERS ANNO 1866
In 1866 werden de volgende vissers genoemd:

1. JAN SPRENGER DE ROVER, Oude Veer.
Geb: 1799 te Werkendam, tr met Cornelia Prins.
2. AART KAMSTEEG, Oude Veer.
Geb: 1828 te Hardinxveld, tr met Teuntje Otto,
3. GIJSBERT VERWEY ARIEZ, Visschersbuurt.
Geb 1824 te Papendrecht, tr in 1864 met Johanna Holster geb: 1833 te Strijen.
4. GIJSBERT KLOP WOUTERZ, Visschersbuurt.
Geb: 1833 te Hardinxveld, overl 1896 te Papendrecht, tr in 1855 met Anna Pieternella Verheul geb 1827 te Oud Alblas.
5. BASTIAAN GUYS, Zalmsteeg.
Geb: 1834 te Sliedrecht, tr met Annigje v Wijngaarden.
6. TEUNIS V/D ESCH, Westeind.
Geb: 1826 te Papendrecht, tr in1850 met Geertrui Hoornman.
7. CORNELIS V/D ESCH, Westeind.
Geb: 1824 te Papendrecht, tr in 1854 met Cornelia v Dalen.
8. WILLEM VAN RIEMSDIJK.
9. PIETER DE ROVERE.
10. WILLEM TEEUWEN.

De zalmvisserij in Papendrecht heeft bestaan tot ca. 1900. Men was al wegens de drukke scheepvaart op de Merwede gestopt met de zalmsteken die ver de rivier in stonden en een storend element en waren voor de scheepvaart.
In die tijd was er een grote zalm afslag in Oud en Nieuw-Beijerland en het Kralingse veer.
Een zalmvisser die in dienstverband werkte, dus onder een visbaas, verdiende toen f 10,- / tot f 12,- per week. Mede door de vervuiling van de rivieren stierf de zalm uit en ging men over op het vangen van Elft.
Hoewel de visserij is verdwenen heeft Papendrecht nog de Visschersbuurt en de Zalmsteeg. Daar staan nu opgeknapte oude vissershuisjes. Een hiervan werd in 1874 gebouwd door de visser Saan (Bastiaan) Guys, die een windwijzer van een zalm op zijn huisje had gezet.

ARIE KLOP LID VAN EEN VISSERS FAMILIE IN PAPENDRECHT ANNO 1900

Van ARIE KLOP, geboren in 1892 en overleden in 1973 te Papendrecht, en zoon van de laatste riviervisser in Papendrecht Gijs Klop en Pietertje Muller zijn over de rivier visserij mooie verhalen bewaard gebleven, door hem ingesproken op een band.
Sommige delen uit het verhaal zijn bijna letterlijk overgenomen in het dialect van Papendrecht.

De familie KLOP uit Papendrecht stamt af van de bekende vissers familie CLOP/KLOP uit Hardinxveld.
In 1628 worden in Hardinxveld al de vissers genoemd met de naam CLOP/KLOP ene BASTIAAN CLOP 69 jaar en DICK GIJSEN CLOP 58 jaar.
Arie Klop ging, zoals dat toen gebruikelijk was in 1904 op zijn twaalfde uit werken en varen op de binnenvaart bij zijn oom Janus Muller (broer van zijn moeder) en heeft vele jaren door gebracht op het water.
Hij herinnerde zich nog veel uit de tijd en vertelde graag over zijn vader Gijs Klop en zijn ooms, riviervissers uit Papendrecht.

pdrecht5_01_riviervisserij.jpg (53558 bytes) (afb. - Riviervissers van Papendrecht 1890. V.l.n.r. 1. Visser, 2. Wouter Klop (1859), 3. Maarten Klop (1857), 4. Gijsbert Klop (1860), 5. Teunis Klop (1865) (zoons van Gijsbert Klop Teunisz en Pieternella Verheul), 5. rechts Bastiaan (Saan) Guis. Foto is genomen onder Nieuw-Beijerland waar men ging vissen)

GIJSBERT KLOP zalmvisser, Visschersbuurt.
Geb: 1833 te Hardinxveld, overl: 1896 te Papendrecht, z.v. Wouter Klop.
Hij trouwt in 1855 met Anna Pieternella Verheul geb: 1827 te Oud Alblas.
Kinderen te Papendrecht:
1857 MAARTEN, zalmvisser.
tr in 1883 met Gerritdina Breur (Visschersbuurt A 139).
1859 WOUTER, zalmvisser.
tr in 1884 met Catharina M. Stoker (Visschersbuurt A 143).
1860 GIJSBERT, zalmvisser.
tr in 1887 met Pietertje Muller (Visschersbuurt A 120).
1865 TEUNIS, zalmvisser.
tr in 1891 met Jacoba Korteweg (Visschersbuurt A 142).

GIJSBERT KLOP MAARTENZ had als zalmvisser eerst in Papendrecht gewoond en ging later vijf jaar in Dordrecht werken als zalmvisser waar hij in het huis van de vissersbaas woonde.
Hij was toen zoals men dat noemde "hotemetoot" over de vissers die voor de visbaas werkte
Na vijf jaar kwam hij met zijn gezin weer in Papendrecht wonen. Alleen zat hij toen zonder huis.
Papendrechts dialect:
"De ouwe Aai" (Arie) de Borst, rietbaas (geb: 1837 te Papendrecht) getrouwd met Jannigje Matena woonde in de Visschersbuurt, daar waren alle vissers nogal goed mee die zei:
"Ik breek de schuur af en daar heeftie voor Gijs Klop in de Visschersbuurt een huissie van laten bouwen voor een paar centen met de planke van het schuurtie
".
De geteerde planken werden voor het dak gebruikt. Al de gebroeders Klop woonden nu in de Visschersbuurt, drie binnendijks en Gijs Klop buitendijks.

BIETJIE ROMMEL (Papendrechts dialect)
,,Saantjie (Bastiaan) Guys (1834 Sliedrecht) ok een vissersman die weunde in de Zallemsteeg en er was ok nog 'n visser die hiet Gijsbert Verwey (1824 Papendrecht).
Die Saantjie Guys deed veul vissen in 't voorjaar en 't najaar. Die viste met de fuiken bij Drimmelen in 't land, Numansdorp, Puttershoek en achter Willemstad. Die had dan 'n klein jong bij zich en ging die van maandag soggens tot zaeterdag aeves weg. Die kleine jong dat wasse Aai(Arie) Kraal (1874) en Dirk Kraal(1876) zoons van Gerrit Kraal steenlosser en Jannigje Romijn.
Die wisse nie wat se moste doen as se van school kwamme en dan gingen zij werken met twaalf jaar met de vissers mee ( er werd gevist met behulp van grote fuiken waarin hoepels zaten van 1 meter doorsnee, de fuiken hadden grove maten).
Guys en Verwey viste ok op paling mit van die kleine fuikies an de kante van de revier en ok wel mit de kubbe (een korte van tenen of garen gebreide vis fuik, die achter een soort stop gesloten was) mit een lijn in 't diepe water, dwars de rivier over.
In de kubbe ging aas, kuit, mossels en "n BIETJIE ROMMEL"ging der in. Heulie viste zeumer en winter deur over den eb en over den vloed met stil water.
In de winter viste ze op bliek (een klein soort vis die tegen de herfst de rivieren op zwom).

VISSEN OP DE RIVIER DE MERWEDE EN NIEUWE MERWEDE
Wanneer de netten rond een grote krib waren gezet, dan voer men met een roeiboot vanaf de wal met een speciale ketting met grote schalmen, die men onder het water flink liet rammelen en zo werden de vissen de netten ingejaagd.
Op de rivier werd niet verder dan de spoorbrug van Sliedrecht gevist. Verder werd er gevist in de Biesbosch.
Op de Nieuwe Merwede werd er 's nachts gevist met drijfnetten. Hieraan waren tonnetjes bevestigd met peterolielampjes erop, zodat men kon zien waar er gevist werd.
De vissersboten bleven opstroom liggen met hun beun, zodat de vissen bleven leven in de open rivier. In de volgboot zat visser Gijs Klop.
De houten boten (later ijzer) hadden een lengte van 7 a 8 meter. Daarop zat een huik (een hoes van geteerd of geolied zeildoek) waaronder je kon slapen en een bakkie koffie zetten en koken.
De volgboot ging als eerste naar de plaats waar er werd gevist, met alleen de stokken mee om te kijken waar de fuiken moesten staan en je moest er zijn voor het hoogwater werd.
Was er geen wind dan moest er geroeid worden. De vis werd niet in een kanis (een ronde mand met een platte kant om op je rug te dragen) bewaard, maar in 't beun (een uitsparing in de bodem van een vissersboot) waar water doorheen stroomde zodat de vis in leven bleef. De vis werd altijd gelijk weggebracht.

VISWATER GEPACHT
Het viswater werd gepacht van een visbaas o.a. v/d Heuvel en Aarnoutse. De visvlotten lagen in de Nieuwe Haven en Kuipershaven in Dordrecht. In ruil voor de vergunning waren de vissers verplicht hun vis in Dordrecht af te leveren, waar de vis dan werd verkocht.
In de winter, als er ijs lag, moesten de vissers Klop van hun visbaas naar Dordrecht om ijs te hakken uit de singels en vijvers. Het was zwaar werk, dat met speciale ijszagen en beitels werd gedaan.
Er was nog maar weinig veranderd sinds de middeleeuwen. Men was nog steeds ondergeschikt aan een heer /baas en dat voor f 10,- in de week.

pdrecht5_01_viswater.jpg (103268 bytes) (afb. - VISSCHERSBUURT te Papendrecht, op een kadasterkaart uit 1832. Hier woonden van oudsher de vissers, links de Schoorweg en een kleine wiel (dijkdoorbraak), bovenaan een stuk van de Tiendweg, langs de Visschersbuurt stroomde de Ketel van daaruit kwam men op de Merwede.)

NETTEN DROGEN EN TANEN IN DE VISSCHERSBUURT
Om de netten te drogen werden ze op stokken gezet aan de buitenkant van de dijk bij de rivier de Merwede. Er werden hoefijzers aan gehangen voor verzwaring.
Deze stokken bleven altijd staan. De netten werden bewaard in de schuren die aan de huizen vastzaten, op de netten til waar al het materiaal op geborgen werd.
De vissers Klop hadden gezamenlijk een ketel om taan in te koken. Onderin de ketel gingen moppen taan, daaronder brandde een vuurtje van hout, dat hout viste ze uit de rivier.
Deze ketel was erg groot en stond achter het huis en daar gingen de netten in. De ketel stond bij Wout en Teunis Klop achter het huis, daar was een plekje voor de ketel gemaakt. De ketel stond op een verhoging, zodat er een vuur onder kon branden. Op de ketel lagen planken, waar op de netten konden uitlekken, zodat de taan weer terug liep in de ketel. In de ketel werd steeds geroerd met een stok.

MANNENZAAK.
De riviervisserij was een pure mannen zaak, daar kwam geen vrouw aan te pas. Al jong gingen de jongens mee. Na schooltijd of als van school af waren, hielpen zij bij de taan ketel, want die moest aan de kook blijven. De jongens leerden al vroeg het breien en boeten van de netten, gemaakt van hennep.
Het beroep van visser was zwaar. Je had er een gezond en taai lichaam voor nodig om je te beschermen tegen kou en regen en het rivierwater, waar je met lange laarzen in moest staan. Daarbij werd er vaak 's nachts gewerkt.
De vissers droegen speciale kleding, een buis van engels leer, een schobbejak (turk) van bruine baai (ook wel eik genoemd). Later werd het een jas en een broek van oliegoed, dan nog klomplaarzen om mee in de rivier te staan.
Dat de riviervisserij is verdwenen kwam o.a. door de zware over bevissing winter en zomer door dag en nacht, de vis kreeg nauwelijks de kans om bij te komen De vervuiling van de rivieren speelde ook een belangrijke rol.

PAPENDRECHTSE STOPKORF EN VISSERSMEDICIJN
De riviervisserij heeft een grote plaats ingenomen in Papendrecht. Het had zelfs zijn eigen Papendrechtse stopkorf om de vis in te vervoeren.
PAPENDRECHTSE PIJLSTAARTOLIE onze eigen vissersmedicijn, dat overal tegen hielp. Vroeger had niet iedereen geld voor de dokter, dus probeerde men eerst met eigen middeltjes, die overal voor werden gebruikt. Overal werd pijlstaartolie op gesmeerd o.a. bij een gekneusde knie eerst werd er een natte lap opgelegd en azijn erop daarna werd er pijlstaartolie op gesmeerd.

Betekenis van de volgende woorden:
PAPENDRECHTSE STOPKORF een speciaal gevlochten korf van wilgenhout eerst smal daarna buikvormig verder breed uitlopend met een touwtje erom en een stop erop
BEUN: een uitsparing in de bodem van een vissersschuit waar het water doorheen kon stromen en waarin de vis levend bleef.
HUIK: Hoes van geteerd of geolied zeildoek om beschermd te zijn tegen regen en wind
VISKAAR: een rugkorf met gaatjes om de vis te bewaren ook wel langszij van de boot gehangen.
KANIS: een vissermandje een ronde mand met platte zijde om op de rug te dragen, met een deksel afgesloten
KUBBE: korte van tenen of garen gebreide visfuik die achter met een soort stop gesloten was
FLINT: een klein soort vis die in juni de rivieren op zwom.
BLIEK: een klein soort vis die tegen de herfst de rivieren op zwom en in grote hoeveelheden werd gevangen (ook bijnaam van mensen van Gorinchem).
TAAN: ontsmettend bederfwerende bruingele verfstof, een aftreksels van eikenschors waarmee de visnetten en zeilen werden behandelt.
HENNEP: een eenjarige netelachtige plant waarvan de vezels werden gebruikt om touw en zeildoek van te maken en de visnetten van te breien.
SCHOBBEJAK: een werkkiel van grof linnen.
BAAI: dik en grof weefsel en op molton gelijkend flanel meestal donkerrood en bruin.
ENGELS LEER: geweven stof van harde kettinggarens gebruikt voor jassen en broeken.

Bronvermelding:
Bandopname over de riviervisserij in Papendrecht anno 1970, door Arie Klop te Papendrecht.
,,Hardinxveld en riviervisserij,, door D.J. de Jong.
,,Papendrecht dorp aan de rivier,, door Drs H.A. Visser.
,,Terminologie van de rivierenvissers in Nederland,, door Dr. H.van Doorn.
,,De Laatste riviervissers,, door Piet Lobregt en Johan van Os.
Heerlijkheid van Papendrecht (archief 3) Stadsarchief Dordrecht.
,, Beschrijving van Dordrecht,, door van Balen.
,,Genealogie van de familie Klop,, Dhr Klop uit Heiloo.
Informatie over de familie Hoynck van Papendrecht (familie archief).

(C) Papendrecht januari en maart 2009 H.W.G. van Blokland-Visser.