SUIKERRAFFINADERIJ DE ZEELUST
Hooge Nieuwstraat/Binnenwalevest, pakhuis Zeelust/De Prins (Selis en Comp)
vanaf 1793 Petrus Diederich Backer

(Het archief van de ,,SUIKERRAFFINADEURS FAMILIE BACKER TE DORDRECHT,, is ondergebracht in het gemeente archief te Vlaardingen in beheer van H.J. Luth archivaris te Vlaardingen Het bevat veel informatie over de 4 suikerraffinaderijen die zij in bezit hadden vanaf 1743; zie BACKER -inventarislijst-archief)

binnenwalevest98_megens.jpg (60451 bytes) Binnen Walevest 98 (foto: L. Megens)hogenieuwstraat115_megens.jpg (100328 bytes) Hoge Nieuwstraat 111 (foto: L. Megens)

SUIKERRAFFINADERIJ HOOGE NIEUWSTRAAT 117/119/121 /BINNEN WALEVEST 98 ANNO 1733 TE DORDRECHT (door H.W.G. van Blokland)
Baltus & Co (Jan Baltus/Abraham Selis en Coeraad Morks) P.D. Backer & zn (Petrus Diederich Backer) H.Selis & Co (Hendrik Selis)

De suikerraffinaderij aan de Hooge Nieuwestraat/Binnen Walevest was met zijn 5 verdiepinge hoge gebouw en met 4 zied(kook) pannen de grootste in Dordrecht en werd in 1733 opgericht door
JAN BALTUS zoon van Hendrik Baltus (suikerbakker in de Wijnstraat /Nieuwbrug te Dordrecht) ABRAHAM SELIS koopman te Dordrecht en de Duitse suikerraffinadeur COENRAAD MORKS (uit Caemen)
Op 26-2-1733 richten zij een compagnie op onder de naam BALTUS &CO
De inbreng is
1/2e deel voor JAN BALTUS
1/2e deel voor ABRAHAM SELIS
1/4e deel voor COENRAAD MORKS
met het voornemen om een suikerraffinaderij te stichten
Zij kopen hiervoor enkele panden aan in de Hooge Nieuwstraat en de Binnen Walevest
In 1734 is BALTUS&CO voor hun handel in suiker in bezit van een hoekerschip ,,HENDRINA,, 37 last met als schipper Simon Claes Swartvelt
In 1748 komt JAN BALTUS te overlijden hij was getrouwd met CATHARINA BROEKHUYSEN dochter van Barent Broekhuysen suikerraffinadeur aan de Nieuwe Haven te Dordrecht zij hadden geen kinderen.

Op 19-6-1750 wordt er weer een nieuw contract opgesteld voor de suikerraffinaderij deze gaat verder onder de oude naam BALTUS& CO
(Notaris Anthony Bax te Dordrecht / ONA 1054 /akte 11/f 27)
Het heeft dan de volgende eigenaren:
ANNA ENGELINA BALTUS EN HENDRINA BALTUS (de ongehuwde zusters van Jan Baltus en zijn erfgenamen)
JAN BACKUS (reder /koopman te Dordrecht en ongehuwd) en zijn zuster GEERTRUY BACKUS (ongehuwd)
ABRAHAM SELIS (boekhouder van de compagnie)
COENRAAD MORKS (mr. suikerraffinadeur hield toezicht op het werk binnen de suikerraffinaderij)

In 1754 koopt BALTUS & CO aandelen in de suikerraffinaderijen ,,Stockholm,, en ,,De Raapkoek ,, van Adriaan Onder de Linden en Egbert v Sweth
Na het overlijden van COENRAAD MORKS komt zijn 1/4e deel in bezit van zijn zoon DIRK WILLEM MORKS

Op 27-2-1783 verkoopt ELISABETH TOUTLEMONDE weduwe van DIRK WILLEM MORKS haar aandeel in de suikerraffinaderij aan:
THOMAS VAN OLIVIER koopman te Dordrecht 1/4e deel
CHRISTIAAN HENDRIK VRIJMOED koopman te Dordrecht 1/4e deel

Op 2-2-1790 verkoopt THOMAS VAN OLIVIER zijn aandeel in de suikerraffinaderij aan 
LEONARD ARMIGER PIJL uit Alblasserdam wonend te Dordrecht

Op 3-9-1793 wordt voor f 21.115 de suikerraffinaderij verkocht aan PETRUS DIEDERICH BACKER
door PETRONELLA BROERE WEDUWE VAN ABRAHAM SELIS en
LEONARD ARMIGER PIJL
CHRISTIAAN HENDRIK VRIJMOED

In 1816 wordt voor f 22.000,- de suikerraffinaderij verkocht aan enkele suikerraffinadeurs te Dordrecht
1/3e deel ALBERT BACKER (overl: 1816) gaat naar zijn weduwe Margaretha C. Backer
1/6e deel WILLEM JACOB DE BRUYN DE NEVE wordt geerfd door Dr. Hendrik Marinus de Bruyn de Neve Moll (kleinzoon v W.J. de Bruyn de Neve))
1/6e deel JOHANNES ROMBOUTS (ongehuwd) in 1850 geerfd door Leendert en Catharina Dupper (neef en nicht van J. Rombouts)
1/6e deel HENDRIK SELIS wordt in 1840 uitgekocht
1/6e deel JACOB V/D ELST ( geen kinderen) in 1835 gaat zijn deel naar zijn halfbroer Francois v/d Elst

In 1900 wordt het gehele pand van de voormalige suikerraffinaderij verkocht door de erven VAN DER ELST aan de gemeente Dordrecht
Nu anno 2009 wacht het pand op een goede restauratie en herbestemming

Eigenaren /suikerraffinadeurs
1733/1750
* JAN BALTUS (ged: 2-2-1699 /begr 4-11-1748 Dordrecht) z.v. Hendrik Baltus (suikerbakker in de Wijnstraat /Nieuwbrug te Dordrecht) en Anna Pelt
Hij tr Luthers ontr 2-2- tr 5-4-1736 te Dordrecht met Catharina Broekhuysen (ged: 12-11-1715 te Dordrecht)
d.v. Barent Broekhuysen (suikerraffinadeur aan de Nieuwe Haven te Dordrecht) en Sara Lockerman
* ABRAHAM SELIS (ged: 7-11-1707/begr: 4-4-1788 Dordrecht) z.v. Hendrik Selis (koopman te Dordrecht) en Francina de Mely(Mey)
Hij ontr 5-9/ tr 22-9-1772 te Dordrecht met Petronella Broere (ca 1740 Klundert/begr: 29-3-1809 Dordrecht)
Kinderen te Dordrecht:
- 1773 HENDRIK tr op 12-5-1798 te Dordrecht met Dina Ophorst (geb: ca 1776 te Grevelduin/Capelle/overl: 27-3-1830 Dordrecht )d.v. Arnoldus Ophorst en Adriana Bilkens
- 1775 ABRAHAM CORNELIS ongeh (overl: 1840) boekhouder te Dordrecht
- 1780 Pieternella Francina (kosteres) (in 1845 over te Hamburg tr met Jacob Staets de Vos v Rijswijk
* COENRAAD MORKS Mr. suikerbakker (geb: ca 1695 Caemen/Dtsl/overl: voor 1764 Dordrecht)
Hij ontr 9-5/ tr 26-5-1726 te Dordrecht met Elisabeth Smalt ( geb: ca 1700 Den Ham/Dtsl/) d.v. Dirk Smalt en Maria v Caemen
In 1726 woont hij bij de Lange Houten brug / In 1733 wordt hij mede compagnon van Jan Baltus en Abraham Selis en mede eigenaar van de suikerraffinaderij aan de Hooge Nieuwstraat /Binnen walevest / in 1737 neemt hij een hypotheek op een pand aan de Riedijk samen met zijn zwager Ernst Wilhelm Coning (getrouwd met Anna Catharina Smalt)
Kinderen te Dordrecht:
- 1728 DIRK WILLEM tr 1e 1756 met Helena v/d Star/ tr 2e 1764 met Elisabeth Toutlemonde
- 1730 MARIA (ongeh)
- 1732 WILLEMINA (ongeh)

1750/1783
* HENDRINA BALTUS (ged: 10-11-1703 Dordrecht) d.v. Hendrik Baltus (suikerbakker te Dordrecht)en Anna Pelt (ongehuwd)
*
ANNA ENGELINA BALTUS (ged: 23-12-1696 Dordrecht) d.v. Hendrik Baltus(suikerbakker te Dordrecht) en Anna Pelt (ongehuwd)
*
JAN BACKUS (ged: 18-1-1685 / begr: 28-10-1755 Dordrecht) z.v. Christiaan (Corstiaan) Backus en Margrieta Plucque(Plukke) ongehuwd
* GEERTRUY BACKUS (ged: 14-4-1694 /begr 23-11-1754 Dordrecht) d.v. Christiaan Backus en Margrieta Plucque (Plukke) ongehuwd 
*
MARTINUS BACKUS (ged: 25-1-1703 /overl: na 1770 Dordrecht) Mr. Munter /reder/koopman te Dordrecht
z.v. Christiaan(corstiaan) Backus(reder/koopman te Dordrecht) en margrieta Plucque (Plukke)
Hij ont 29-3/tr 15-4-1731 te Dordrecht met Catharina van Batenburg d.v. Nicolaas v Batenburg
In 1755 erft hij het aandeel van zijn broer Jan en zuster Geertruy in de suikerraffinaderij van Baltus & co
In 1760 heeft hij een compagnonschap met JOHAN LOCKEMEIJER suikerraffinadeur te Dordrecht
Kinderen te Dordrecht:
- 1741 NICOLAAS (overl 1812 ) ongehuwd
Heer van Nieuwe Beijerland / Mr. Munter te Dordrecht en Burgemeester v Dordrecht /Na zijn overlijden liet hij een vermogen van f 200.000,- na
- 1747 MARGARETHA tr 1e Johan Christiaan v Gelsdorp tr 2e Pieter Pompejus Repelaar
*
ABRAHAM SELIS
*
COENRAAD MORKS (overl voor 1764)
*
DIRK WILLEM MORKS (ged: 1-8-1728/overl: voor 27-7-1783 Dordrecht ) suikerraffinadeur te Dordrecht z.v. Coenraad Morks en Elisabeth Smalt
Hij tr 1e in 1756 te Dordrecht met Helena v/d Star
Hij tr 2e ontr 30-3/tr 15-4-1764 te Dordrecht met Elisabeth Toutlemonde (weduwe van Hendrik v Meeteren) d.v. Barthelomeus Toutlemonde
Hij is voor 1/4e deel eigenaar van de suikerraffinaderij van BALTUS & Co
Kinderen te Dordrecht:
- 1764 COENRAAD
- 1767 BARTHELOMEUS
- 1768 ELISABETH
- 1772 BARTHELOMEUS JOHANNES

1783/1790
ELISABETH TOUTLEMONDE WEDUWE VAN DIRK WILLEM MORKS
Op 27-2-1783 verkoopt zij haar deel in de suikerraffinaderij van BALTUS& CO
aan
CHRISTIAAN HENDRIK VRIJMOED (koopman te Dordrecht)
en
THOMAS VAN OLIVIER(koopman te Dordrecht)
Hij verkoopt zijn aandeel in 1790 aan LEONARD ARMIGER PIJL ( uit Alblasserdam/woont te Dordrecht)
ABRAHAM SELIS (overl: 1788)

1790/1793
* PETRONELLA BROERE WEDUWE ABRAHAM SELIS
* CHRISTIAAN HENDRIK VRIJMOED (koopman te Dordrecht)
* LEONARD ARMIGER PIJL
(ged: 16-3-1749 /overl: 7-10-1820 Alblasserdam) z.v. Apolonis Leenderts Pijl en Johanna v Asperen
Hij tr op 3-2-1779 te Alblasserdam met Jeanne Henriette de Vos
In 1788 erft hij van zijn tante Alida Armiger gescheiden huisvrouw van Hendrik v/d Hoep zij woonde te Alblasserdam geld huizen en landerijen
In 1790 woont hij te Dordrecht
Op 3-9-1793 verkopen de boven genoemde 3 eigenaren van de suikerraffinaderij van BALTUS & CO aan de Hooge nieuwstraat /binnewalevest
(ONA notaris Abraham Adrianus v/d Oever te Dordrecht archief 9 /841/fol 59vs) aan PETRUS DIEDERICH BACKER suikerraffinadeur te Dordrecht

1793/1816
* PETRUS DIEDERICH BACKER
(ged Luthers : 28-2-1768 te Dordrecht /13-12-1831 Zoeterwoude) suikerraffinadeur te Dordrecht z.v. Johannes Backer en Christina Regina Veeger
Hij tr Luthers ont 1-9-1791 te Dordrecht /tr 16-9-1791 te Rotterdam met Dina Burmester
(ged: 14-4-1766 te Rotterdam/overl: 8-7-1822 te Dordrecht d.v. Albert Burmester en Ida van der Masch(mast)
In 1816 verkoopt hij de suikerraffinaderij aan 5 suikerraffinadeurs uit Dordrecht gezamelijk onder de compagnie H.SELIS& CO
*
HENDRIK SELIS
(ged: 23-2-1773 /overl: 11-3-1847 Dordrecht) suikerraffinadeur te Dordrecht z.v. Abraham Selis en Petronella Broere
Hij tr op 12-5-1798 met Dina Ophorst
(geb: ca 1776 te Grevelduin/Capelle /overl: 27-3-1830 te Dordrecht ) d/v/ Arnoldus Ophorst en Adriana Bilkens
In 1798 woont hij met zijn gezin Maartensgat A 105
In 1812 is hij mede eigenaar van de 1e bietsuikerraffinaderij in Dordrecht BACKER & SELIS
In 1840 laat hij zich uitkopen uit het compagnonschap van H.SELIS & CO van de suikerraffinaderij aan de Hooge Nieuwstraat/Binnenwalevest
Kinderen te Dordrecht
1799 ABRAHAM (koopman) ongehuwd (overl: 29-10-1836 Dordrecht)
1800 ARNOLDUS tr met Elisabeth de Jong
1803 PIETER (koopman) tr Johanna Christina Ruts
1804 ADRIANUS (wijnhandelaar) ongehuwd (overl: 13-3-1845 te Dordrecht)
1807 HENDRIK
1809 CORNELIS (koopman) ongehuwd
1811 DINA PETRONELLA

+

Bouwkundig onderzoek naar de Suikerraffinaderij Baltus&Companie tot ,,Dordrechts vrij entrepot,, Hooge Nieuwstraat/Binnen Walevest,,
door L.C.F.Megens te Dordrecht 2006 (met medewerking van zijn vrouw Thea Megens van der Westen)

Suikerraffinage in Dordrecht
De eerste suikerraffinadeurs worden in Dordrecht zijn Aelbert Wigmans en Herman Vingerhoet zij verkrijgen op 21 mei 1686 als eerste het octrooi om suiker te raffineren, de suikerraffinage was toen vast gelegd in octrooien. Het stadbestuur verleende aan suiker- raffinardeurs octrooien gedurende 12 jaar met uitsluiting van anderen, onder het genot van vrijdom, stadsimposten en accijnzen.
Nadat de termijnen van de verleenden octrooien versteken was, verzochten ook anderen in de vrijdommen door de stad toegestaan te mogen delen. Slechts bij hoge uitzondering verkregen raffinadeurs vrijdom van stadsimposten en accijnzen.
In het begin van de 18e eeuw ontstaan in Dordrecht een aantal nieuwe bedrijven, die zich toeleggen tot het raffineren van "rouwe suyckers", hier voor worden diverse compagnieschappen opgericht met het doel, het vestigen van suikerraffinaderijen voor het raffineren van ruwe rietsuiker.
In de suikerraffinaderijen werd de suiker uit West-Indië in canassers of kanasters (een soort vlechtwerk) aangevoerd en verwerkt. De suiker werd niet tot losse kristalsuiker geraffineerd maar in kegelvormige harde stukken, met blauwpapieren manchet aan het benedeneind in de handel gebracht waar de suiker van af geraspt werd. De stukken noemden men "suikerbrood" of "melis".

Het Pand Hoge Nieuwstraat 117 t/m 119-Binnen Walevest 98

Baltus & Companie
Met dit doel wordt op 26 februari 1733, Baltus en companie opgericht, in deze compagnie nemen deel Jan Baltus voor ½ deel, Abraham Selis en Conraad Morks ook voor ¼ deel.
Aan de Hoge Nieuwstraat worden panden aangekocht om een nieuwe suikerraffinaderij te bouwen.
Op 10 februari 1733 wordt het huis en erf van Jan Versteeg aangekocht voor de somma van 450,- gulden, op 5 mei 1733 wordt het huis en erf van Pieter Jansse Leenpoel aangekocht voor de somma van 290,- gulden, en op 2 juni 1733 het huis en erf van Hendrik Nering voor de somma van 2100,- gulden.
De suikerraffinaderij kreeg de omvang van drie percelen, zoals deze aan het eind van de 16e eeuw waren uitgegeven. Deze percelen liepen van de Hoge Nieuwstraat tot aan de Binnen Walevest. Een suikerraffinaderij bestond in die tijd uit een ruimte met kookpannen om de ruwe suiker te raffineren, maar men beschikte ook over groot aantal zolders om de geraffineerde suiker te kunnen laten drogen, de raffinaderij aan de Hoge Nieuwstraat heeft dan ook 5 verdiepingen.
Johannes Balthus treedt op 5 april 1736 in het huwelijk met Catharina Broekhuysen dochter van Barent Broekhuysen, suikerraffinadeur en Sara Lokerman, Johannes Bathus overlijdt kinderloos en wordt op 4 november 1748 begraven.
Zijn aandeel in de raffinaderij erven zijn ongehuwde zusters Anna Engelina en Hendrina Baltus, op 19 juni 1750 wordt een nieuw contract gemaakt voor de suikerraffinaderij "Balthus en Compagnie", waarin deelnemen Anna en Hendrina Balthus voor ¼ deel, Jan Backus zo in privé als namens zijn zuster juffr. Geertruy Backus voor ¼ deel, Coenraad Morks en Abraham Selis ieder voor ¼ deel.
Op 15 november 1751 verlenen Anna Engelina Balthus en Hendrina Balthus een volmacht aan Abraham Selis om alle wettelijke handelingen te verrichten.
In 1793 is de suikerraffinaderij in het bezit van Petronella Broere de weduwe van Abraham Selis en Christiaan Vrijmoed.

P.D. Backer & Zoon
De suikerraffinaderij met het naastgelegen pakhuis en een open erf met een stenen huis naast 's landsmagazijn worden op 22 juli 1793 door notaris Antonij Bax openbaar verkocht. Na het bieden en de afslaan, wordt het geheel verkocht aan Petrus Diederich Backer, koopman en suikerraffinadeur, voor een somma van 21.115,- gulden.
De raffinaderij met bijbehorende panden en erven worden aangekocht ten behoeve van de firma P.D. Backer, het aangekochte bedrijf werd omschreven als een "raffinaderij met 4 pannen" ten behoeve van de raffinage van de ruwe suiker.
Omstreeks 1801 gaat Pieter Diedrich Backer de suikerraffinaderij verbouwen, in deze periode worden de tuitgevels aan de Hoge Nieuwstraat gesloopt en het pand voorzien van een brede monumentale lijstgevel, verdeeld in zeven traveën.
Petrus Diederich Backer blijft investeren op 17 juli 1806 kopen Petrus Diederich Backer, Hilmar Johannes Backer en Apolonia Burmester weduwe van Christoffel Frederik Backer als voogdesse van haar vijf minderjarige kinderen de helft in een suikerraffinaderij aan de Kalkhaven, voor de somma van 7250,- guldens.
Als zakenman heeft Petrus Diederich Backer veel belangen in meerdere bedrijven zoals; Backer & Rombouts, Backer & zoon, Backer & Kohn en Backer & Noach, alle bedrijven hebben te maken met het raffineren van suiker, de zoutziederij of de handel in deze producten.
Petrus Diederich Backer blijft zijn bezit uitbreiden; in 1807 koopt hij een huis aan de Hooge Nieuwstraat Nr.A450 voor de somma van 450,- guldens, in 1808 koopt hij een huis en erf aan de Binnen Walevest Nr.A535 voor de somma van 543,- guldens, en op de 6 dag van de wijnmaand (oktober) 1810 koopt Petrus Diederich Backer een huis en erf aan de Hooge Nieuwestraat uitkomende op de Binnen Walenvest belent het huis der Lutherse kerk Nr.A525 en A500 voor de somma van 500,- guldens.
In 1814 wordt Albert Backer, de zoon van Petrus Diederich Backer, opgeroepen en ingeloot voor het vervullen van zijn dienstplicht voor de Nationale Militie, Petrus Diederich Backer laat op 9 februari 1814, bij notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen een akte opmaken voor een remplacant; genaamd Andries Tabbernal, om in de plaats van zijn zoon Albert Backer de dienstplicht voor de nationale Militie te vervullen, zij komen overeen te betalen de somma van 50,- gulden bij het tekenen, 25,- gulden bij het dienst nemen en 175,- gulden in termijnen van 25,- gulden per maand, welke betaling zal geschieden aan zijn broer Jacob Tabbernal.
Albert Backer laat op 21 juni 1816 huwelijkse voorwaarden opmaken en trouwt op 26 juni 1816, met zijn nicht Magaretha Catharina Backer dochter van Hilmar Johannes Backer.
In het jaar 1816 gaat Pieter Diedrich Backer failliet, vlak voor zijn faillissement verkoopt Pieter Diedrich Backer de raffinaderij met bijbehorende panden en erven en inboedel, voor een somma van 22000,- gulden, aan zijn zoon Albert Backer voor 1/3 deel, en aan Willem Jacob de Bruijn de Neven, Johannes Rombouts, Hendrik Selis en Jacob van der Elst elk voor 1/6 deel.
Een aantal reden veroorzaakten dit faillissement; Nederland was bezet door Napoleon en ingelijfd bij Frankrijk, door blokkades van de Engelse vloot stagneerde de aanvoer van ruwe rietsuiker uit West-Indië, waardoor Pieter Diedrich Backer grote verliezen lijd bij diverse ondernemingen, voorts speculeerde hij met de handel in zout en met Russische fondsen waarmee grote verliezen worden geleden.

Op 4 november 1816 overlijdt Albert Backer kinderloos, zijn weduwe Margaretha Catharina Backer machtigt haar vader Hilmar Johannes Backer voor last en procuratie.
Door het artikel opgenomen in de huwelijkse voorwaarden; dat zij huwen buiten gemeenschap van tegenwoordige en toekomstige goederen, erft Pieter Diedrich Backer het aandeel in de raffinaderij en overige panden.
Het 1/3 aandeel in de suikerrafinaderij en andere panden aan de Hooge Nieuwstraat dat Petrus Diederich Backer erft van zijn zoon verkoopt hij op 6 januari 1827 aan de weduwe Margraretha Catharina Backer voor de somma van 3000,- gulden.
Petrus Diederich Backer overlijdt op 13 december 1831 te Zoetermeer, in maart 1832 worden de crediteuren uitbetaald, en een afrekening van verantwoording over de jaren 1816 tot 1832 opgemaakt en het faillissement gesloten. Zijn nalatenschap wordt verdeeld, het aandeel in de panden van Petrus Diederich Backer gaat op 7 september 1834 naar Maria Dam weduwe van Hilmar Johannes Backer en ten behoeve van de Heer Johannes Rombouts, voor de som van 2425,- guldens.
Jacob van de Elst overlijd op 5 oktober 1835 en heeft geen nakomelingen, zijn aandeel in de panden gaat naar zijn halfbroer Francois van der Elst.

Pakhuis "Zeelust"
Hendrik Selis laat zich op 17 december 1840, door zijn compagnons of hun erven uitkopen voor een somma van 1500,- guldens. Inmiddels is het pand aan de Hooge Nieuwstraat niet meer ingericht als suikerraffinaderij, maar in gebruik als pakhuis.
Na overlijden van Johannes Rombouts, op 26 mei 1850, erven zijn neef en nicht; Leendert Dupper Willemszn en Catharina Dupper, zijn aandeel in het onroerend goed.
Omstreeks 1850 is het pand in het bezit Margaretha Catharina Backer de weduwe van Albert Backer en van de drie compagnons; Francois van der Elst, de erven van Leendert Dupper en Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll , in deze periode wordt het pand "Zeelust"genoemd en is het in gebruik als pakhuis.
Francois van der Elst overlijdt in 1864, uit zijn nalatenschap verkrijgt Otto Johannes van der Elst van Bleskensgraaf zijn aandeel in de panden.
Op 10 oktober 1870 zijn de panden in het bezit van:
Margareth Catharina Backer, weduwe van Albert Backer, voor 2/5 deel, Ottho Johannes van der Elst, van Bleskensgraaf, voor 1/5 deel, Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll, voor 1/5 deel De erven van Leendert Dupper Willemszn. voor 1/5 deel
Zij besluiten al het onroerend goed openbaar te laten veilen, de navolgende goederen worden ter veiling aangeboden:
ten eerste: een pakhuis en erf genaamd "Zeelust", vroeger gediend hebbende als suikerraffinaderij aan de Hooge Nieuwstraat uitkomende op de Binnen Walenvest getekende A496
ten tweede: een pakhuis en erf genaamd "de Prins", aan de Hooge Nieuwstraat uitkomende op de Binnen Walenvest, getekend A497
ten derde: een open erf met stenen koepel, bergloods en verder getimmerte, aan de Binnen Walenvest uitkomende op de Buiten Walevest, getekend A533
Het eerste perceel wordt verkocht aan Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf voor de somma van 6900,- gulden.
Het tweede perceel wordt verkocht aan de Heer Daniel de Jong voor de somma van 2450,- gulden.
Het derde perceel wordt verkocht aan de Firma Jacob Vriesendorp en Zonen, commissionairs in Noordsche houtwaren voor de somma van 2650,- gulden.
Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf overlijdt op 15 oktober 1885, zijn vier zoons, Francois, Jacobus Ottho en Gerard, erven het pand "Zeelust" elk voor een vierde deel. Francois van der Elst verkoopt zijn aandeel in het pand "Zeelust"en een pand aan de voorstraat op 29 juni 1889, aan zijn broer Gerardus Johannes Christiaan van der Elst voor de somma van 8.000,- gulden.
Jacobus Johannes van der Elst verkoopt zijn aandeel in het pand 6 mei 1894, aan zijn broer Gerardus Johannes Christiaan van der Elst, voor de somma van 1.250,- gulden. De twee broers; Ottho Johannes van der Elst in het bezit van ¼ aandeel, en Gerardus Johannes Christiaan van der Elst in het bezit van ¾ aandeel, verkopen op 13 november 1900 het gehele pand aan de Gemeente Dordrecht, voor de somma van 9.000,- gulden
.

"Dordrechts vrij entrepot"
Het pand 'Zeelust" wordt in 1901 verbouwd en in gebruik genomen als "Dordrechts vrij entrepot" in deze perioden worden ook de tralies voor de ramen aangebracht. Het geveldeel op de begane grond aan de Hoge Nieuwstraat wordt geheel gewijzigd en vernieuwd, voorts wordt op de eerste verdieping een kozijn met dubbele deuren aangebracht aan deze verbouwing wordt 4.069,- gulden uitgegeven.
In 1912 wordt van notaris van Bilderbeek een pakhuis met woning naast het pakhuis "Zeelust" gekocht voor een somma van 6.000,- gulden. De directeur van de directe belastingen deelt mede aan de Gemeente Dordrecht, geen bezwaar te hebben om dit pand eveneens te bestemmen als entrepot.
In het pand bevindt zich een hand lier, de directie van het entrepot dringt bij de Gemeente Dordrecht aan voor het aanbrengen van een electrische lier. In 1914 stelt de gemeenteraad een credit beschikbaar voor het aanbrengen van een electrische lier in plaats van de handlier en er wordt nog een extra credit beschikbaar gesteld voor het aanbrengen van een kantoortje, een privaat en het inrichten van het koetshuis, voor deze werkzaamheden een bedrag van 2.982,44 gulden uitgegeven.
De gemeente Dordrecht verhuurd de panden aan het "Dordrechts vrij entrepot" steeds voor een periode van tien jaar, waarbij steeds de huur wordt aangepast.
De directie van het "Vrij entrepot" vraagt in 1947 dringend de goten te repareren omdat er schade ontstaat aan de opslag.
In 1954 wordt de huur verhoogt naar fl. 3.312.= per jaar, het bestuur maakt bezwaar tegen deze verhoging wegens het slechte onderhoud van het pand en dat het pand niet gelegens is aan openwater of een rail verbinding heeft. De huur wordt toch vastgesteld op fl. 3.312,= per jaar.
Het "Dordrechts vrij entrepot" werd omstreeks 1954, verhuurd aan diverse Dordtse bedrijven onder andere Fa.C.F.van Dijl (Schwarzkop), Ardath Tobacco comp., CNFR scheepvaartmaat-schappij, Azijnmaatschappij "de Hazewindhond"e.d.
De directie van het "Vrij entrepot" klaagt in 1959 over lekkage aan de goten en de slechte vloeren van het entrepot. Op 8 oktober 1962 is de huur inmiddels gestegen tot fl.5.883,= per jaar, in 1967 meld het bestuur van het "Dordrechts vrij entrepot" dat de huur opbrengst van de gebruikers te laag is om het pand als "Dordrechts vrij entrepot" te kunnen exploiteren, een tijd later wordt het "Dordrechts vrij entrepot" opgeheven.

Renovatie en herstel van het pand
Omstreeks 1970 is er zoveel achterstallig onderhoud en zijn er grote lekkages, wat uiteindelijk tot gevolg heeft dat de gemeente Dordrecht in 1974, de dienst openbare werken opdracht geeft een plan te maken om de schade en het achterstallig onderhoud aan het pand te herstellen.
De herstelwerkzaamheden die worden uitgevoerd zijn; voor een deel de door rot aangetaste balken hersteld, de eerste verdieping balklaag wordt geheel vernieuwd en de balklagen van de tweede en derde verdieping worden gedeeltelijk vervangen, op alle verdiepingen worden nieuw vloeren aangebracht. In de gevel aan de Hoge Nieuwstraat wordt het kozijn met de dubbele deuren op de eerste verdieping verwijderd en vervangen door nieuwe raamkozijnen, eveneens worden de dakkapellen vernieuwd, de gemetselde zijwangen van de doorsteken in de kap, worden vervangen door een houten betimmering met raamkozijnen. Voor een deel worden de luiken aan de gevel verwijderd en/of vervangen. Aan de gevel van de Binnen Walevest worden de drie geveltoppen gesloopt en opnieuw opgemetseld, voorzien van nieuwe raamkozijnen, vlechtingen en natuurstenen schouder- en topafdekkingen.

Een nieuwe bestemming
Omstreeks 1980 wordt het pand door de gemeente Dordrecht verkocht en komt het weer in particuliere handen, het pand wordt verbouwd tot kantoorpand, in het midden van het pand komen trapgaten met goed begaanbare trappen, vluchtkokers, op de houtenvloeren wordt een brandwerende laag en een laag beton aangebracht, voorts worden er kantoren, vergaderruimten en toiletgroepen aangebracht, alle muren worden kaal gemaakt door middel van stralen en hakken. De kantoren worden in gebruik genomen door Holland Automation Internationaal b.v. en een aantal andere bedrijven. In 2006 wordt het pand aangekocht door Tetteroo Bouw & Projectontwikkeling met als doel het pand te ontwikkelen tot een pand met een woonbestemming.

L.C.F.Megens
Dordrecht december 2006


DE HISTORISCHE BRONNEN IN CHRONOLOGISCHE VOLGORDE

Eigenaren:

  27-2-1783 1/4 wed Dirk Willem Morks - verkoopt 1/4 aan Thomas van Olivier in 1783
1/4 wed Dirk Willem Morks - verkoopt 1/4 aan Christiaan Hendrik Vrijmoed in 1783
1/4 Abraham Selis - verkoopt 1/12 aan Thomas van Olivier in 1783
1/4 Abraham Selis - verkoopt 1/12 aan Christiaan Hendrik Vrijmoed in 1783
27-2-1783 2-2-1790 1/3 Thomas van Olivier - verkoopt 1/3 Leonard Armiger Pijl in 1790
1/3 Christiaan Hendrik Vrijmoed
1/3 Abraham Selis
2-2-1790 3-9-1793 1/3 Leonard Armiger Pijl - verkoopt 1/3 aan Petrus Diederich Backer in 1793
1/3 Christiaan Hendrik Vrijmoed - verkoopt 1/3 aan
Petrus Diederich Backer in 1793
1/3 Abraham Selis - zijn weduwe Petronella Boere verkoopt 1/3 aan
Petrus Diederich Backer in 1793
3-9-1793   Petrus Diederich Backer

- (1783) 9-837 folio 34vs (27-2-1783)
Actum den 27e februarij 1783.
Dat voor ons kwam Leendert van der Horst, Notaris en Procureur alhier, als last en procuratie hebbende van Elizabet de Toutlemonde wede en boedelhoudster van Dirk Willem Morks, coopvrouw binnen dese stad, en van Abraham Selis mede Koopman en rafinadeur alhier, volgens dezelve procuratie daar van zijnde gepasseert voor den Notaris Jan van der Star en zekere getuigen binnen dese stad residerende, in dato den 24e dezer, ons schepenen vertoont denwelke verklaarde in die qualiteit te Cederen, transporteren, en in vollen vrijen Eigendom overtedragen aan en ten behoeve van Thomas van Olivier, wonende binnen dese Stad
* namentlijk voor zijn Eerste principale Een vierde part, en voor zijn principaal Een twaalfde part in de Suikerrafinarij, met alle de selfs vaste en losse gereedschappen
* item woonhuis & pakhuisen daar annex met een Erff agter aan de walevest, belent deselve rafinaderij en woning de pakhuisen van de Erve Eliking, en de Erve Repelaar aan de eene, en andere zijde, en dat met zodanige vrijdommen en servituten & geregtigheden, zo van Muuren, goten, ligten, waterlopen als anders, als t voors getransporteerde hebbende ende lijdende is volgens de oude brieven en bescheiden daar van zijnde; bekennende de Comp in qualité voors van 't voors Een vierde part voldaan en betaalt te zijn met drie duisent en van 't voors Een twaalfde part met een duisent guldens, en dus met f 4000 bij zijn principalen albereids zelve Ontvangen, belovende den Comp in qualité voors 't voors getransporteerde te zullen waren ende vrijen als een vrij goet van alle kommer ende aanthaal onde rverband van zijn principalen personen & goederen als na regten.

I. Coenraed Morks, otr. 9-5-1726 Elisabeth Smalt.
II. Dirk Willem Morks, ged. Dordrecht 1-8-1728, j.m. van Dordrecht woont op de Hoogenieuwstraat (1756), wedn van Dordrecht woont op de Hogenieuwstraat (1764), otr/tr. Dordrecht 16/31-10-1756 Helena van der Star, j.d. van Dordrecht woont in de Voorstraat bij de Nieuwbrugh geadsist met haer vaeder den Procur. Bartholomeus van der Star (1756), otr/tr. (2) Dordrecht 30-3/15-4-1764 Elizabeth de Toutlemonde, wede van Dordrecht van Hendrik van Meeteren woont in de Schreverstraet (1764).
Kinderen eerste huwelijk:
1. Coenraad, ged. Dordrecht 30-3-1764.
2. Bartolomeus, ged. Dordrecht 7-7-1767.
3. Elizabeth, ged. Dordrecht 24-8-1768.
4. Bartholomeus Johannes, ged. Dordrecht 3-1-1772.

- (1783) 9-837 folio 35vs (27-2-1783)
Actum uts.
Dat voor ons kwam Leendert van der Horst, Notaris en Procureur, als last en procuratie hebbende van Elizabet de Toutlemonde wede en boedelhoudster van Dirk Willem Morks, coopvrouw binnen deese stad, en van Abraham Selis mede Koopman alhier, volgens deselve procuratie daar van zijnde gepasseert voor den Notaris Jan van der Star en zekere getuigen binnen dese stad, in dato den 24e deser, ons schepenen vertoont denwelke verklaarde in die qualiteit te Cederen, transporteren, en in vollen vrijen Eigendom overtedragen aan en ten behoeve van Christiaan Hendrik Vrijmoed, wonende binnen deese Stad
* namentlijk voor zijn eerste principale Een vierde part en voor zijn principaal Een twaalfde part in de Suikerrafinareij met alle deszelfs vaste en losse gereedschappen
* item woonhuis en pakhuisen daar annex met een Erff agter aan de Walevest, belend deselve rafinaderij en woning de pakhuisen van de Erven Eliking en de Erve Repelaar aan de eene, en andere zijde, en dat met zodanige vrijdommen....................bekennende den Compt in qua. te voors van het voors Een vierde part voldaan en betaald te zijn met f 3000 en van 't voors Een twaalfde part met f 1000 en dus met f 4000 bij zijn principale albereids zelve ontvangen, belovende den Compt in qualite voors. 't voors getransporteerde te zullen waren ende vrijen als een vrij goet van alle kommer ende aanthaal onde rverband van zijn principalen personen & goederen. In oirkonde &a.

- (1790) 9-840 folio 12vs (2-2-1790)
Actum uts.
Dat voor ons kwam Dirk Crans, wonende binnen deze Stad, als daar toe bij Procuratie den Agtsten April 1788, voor Johan Stephanus Engelberto, als Notaris te Keulen en getuigen verleden, gevolmagtigt van Thomas van Olivier, wonende te Keulen zijnde dezelve Procuratie ons Schepenen vertoont, denwelke verklaarde in die qualiteit te cedeeren, transporteeren en in vollen vrijen eigendom over te dragen aan en ten behoeven van Leonard Armiger PIJL, wonende binnen deze Stad
* het aandeel of Een Derde van hem Thomas van Olivier, in de Raffinaderij daar nevenstaande woonhuis, Pakhuizen en daar bij en aan gehorende Erven, staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat te Dordrecht, naast het Pakhuis en Erf van de Erven Eliking aan de Eene, en de Erven Repelaer aan de andere zijde
* met nog Een Erf agter aan de Walevest te Dordrecht,
met alle het geene aan een en ander aart en nagelvast is, benevens alle de Losse en vaste gereedschappen, geene of niets hoegenaamt van welken aart, natuur of benaming die wezen mogten tot dezelve Raffinaderij en gevolgen behorende utigezondert, en dat met zodanig vrijdommen, servituten en geregtigheden, zo van Muren, Goten, Ligten, waterlopen als anders als 't voorschreve getransporteerde hebbende en lijdende is, volgens de oude brieven en Bescheiden daar van zijnde; Bekennende aen Comparant van de kooppeningen van dien voldaan en betaalt te zijn, met een Somma van f 5.900 gereet en Contant geld, belovende den Comparant in qualité voorschreve, 't voorschreve getransporteerde te zullen waren en vrijen als een vrij goed, van allen kommer en aanthaal onder verband van zijn Principaals persoon en goederen, als na regten. In oirconde &x.

- (1793) 9-841 folio 59vs (3-9-1793)
Actum den 3 September 1793.
Dat voor ons kwam Pieter Papillon, kamerbewaarder dezer Stad, als Last en Procuratie hebbende van Leonard Armiger PIJL, wonende te Alblasserdam, Petronella BROERE weduwe en boedelhouderesse van Abraham SELIS en Christiaan Vrijmoed, beide wonende binnen deze Stad Dordrecht, volgens dezelve Procuratie daar van zijnde gepasseerd voor den Notaris Abraham Adrianus van den Oever en zekere getuijgen binnen deze Stad residerende, in dato den 16 Augustus 1793, ons Schepenen vertoond denwelke verklaarde in die qualiteit te Cedeeren, transporteeren en in vollen vrijen eigendom over te dragen aan en ten behoeven van Petrus Diederich Backer, Suiker Raffinadeur en wonende te Dordrecht
* Een Suiker Raffinaderij van Vier Pannen, staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat en uitkomende op de veste te Dordrecht, naast het volgende Huis en Erf aan de eene, en het te melden pakhuis aan de andere zijde,
* nog Een Huis en Erf, staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat te Dordrecht naast de gemelde Suiker Raffinaderij aan de eene, en het Pakhuis en Erve van de Erven Elikenk aan de andere zijde,
* Nog Een Pakhuis en Erf staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat en uitkomende op de veste te Dordrecht, naast de gemelde Suiker Raffinaderij aan de eene en het Pakhuis en Erf van de Heer Paulus BATENBURG aan de andere zijde,
* en Nog een open Erf met een Steenen Huis, gelegen agter gemelde Suiker Raffinaderij en uitkomende op de Walevest te Dordrecht, naast s Lands Magazijn aan de eene en het Pakhuis en Erf van de Heer Paulus BATENBURG aan de andere zijde,
en dat met zodanige vrijdommen, servituten en geregtigheden, zo van Muren, goten, ligten, waterlopen, als anders, als de voors Raffinaderij, Huis, Pakhuizen en Erven hebbende en lijdende zijn, volgens de oude brieven en bescheiden daar van zijnde, invoegen alles te samen aan denzelven door zijn Principalen is verkogt, bij openbare verkoping den 27 Julij 1793 ten overstaan van de Notarissen Bax en van den Oever, en twee getuijgen, binnen deze Stad Dordrecht gehouden, Bekennende den Comparant in qualité voors van de kooppenningen van dien voldaan en betaald te zijn met een Somma van Twintig Duizend zes Honderd Guldens, en over eenen halven Stuiver van iedere gulden tot Rantsoen vijff Honderd vijftien Guldens en mitsdien te samen f 21.115 gereet en Contant geld, bij zijn Principalen reeds zelve ontvangen, Belovende den Comparant in qualité voors: het voorschreve getransporteerde, te zullen waren en vrijen, als een vrij goed, van allen kommer en aanthaal onder verband van de Personen en goederen van zijne Principalen als naar Regten. In oirconde &ca.
(J. Esdré, A.C. Beelaerts)

-
(1809)
(folio 9) H.J. Backer, firma H.J. Backer en Co, -, hebbende een suikerraffinaderij;
(folio 11) 30-1-1809 A. Kisselius (verboekt op A. Kisselius en Zoon), B50, hebbende een suikerraffinaderij; 1-17-0, f 20-1-0 + f 6-10-0;
(folio 28) 3-2-1809 M. van Meteren, firma van Meteren, B35, hebbende een suikerraffinaderij;
(folio 40) 7-2-1809 F. Duffer, firma Duffer, Morje en Kohn, B303, hebbende een suikerraffinaderij;
(folio 71) 16-2-1809 David Hordijk, firma Willem Hordijk en Comp, D853, hebbende een suikerraffinaderij;
(folio 151) 13-3-1809 Jacob van der Elst, firma Joh van der Elst en Zoon, D155, hebbende een suikerraffinaderij; f 27-18-0
(folio 154) 13-3-1809 Johannes Rombouts, firma Backer en Rombouts, D175, hebbende een suikerraffinaderij; f 27-18-0
(folio 159) W.J. de Bruijn  de Neve, firma W.J. de Bruijn de Neve en Comp, B300, hebbende een suikerraffinaderij; f 27-18-0
[BRON: Nationaal Archief 3.01.29, inv.nr. 594 (patenten Dordrecht van 26 oktober 1808-1809)]

- (1812/1814) Raffinaderijen te Dordrecht (ca 1812/1814)

A105 geheel Hendrik Selis rafinadeur
A273 geheel Matthijs Hofhem raffinadeursknegt
A317 beneden Gerrit Hendrik Hindersman raffinadeursknegt
A336 boven Lambertus van der Heijden raffinadeursknegt
A409 - - raffinaderij -
A434 beneden Hendrik Wieber raffinadeursknegt
A477 - Hendk. van Dormolen raffinadeursknegt
A493 t/m 497 - - pakhuis & rafinaderije -
B032 - - raffinaderij -
B046 - - raffinaderij -
B127/129 geheel - rafinaderijen -
B165 geheel Antonij Kisselius rafinadeur
B165 geheel Johannes Kisselius rafinadeur
B166 geheel Mattheus van Meeteren rafinadeur
B281/282 - - rafinaderij & pakhuis -
B283 geheel Francois Duffer Cz rafinadeur
B284/285 - - raffinaderij & Stal -
B297/298 - - raffinaderij & pakhuis -
C0163 - - raffinaderij -
C0300 geheel Stoffel Bouwman rafinadeursknegt
C0384 geheel Pieter Hazenak rafinad.knegt
C0397 geheel Christoffel Munnik rafinadeursknegt
C0894 beneden Adam Peetzol rafinadeursknegt
C0895 beneden Ernst Elkenbragt rafinadeursknegt
C1195 geheel Carel Bosman rafinadeursknegt
C1371 beneden Johan Mighiel Littig rafinadeursknegt
C1448 geheel Martinus Riet rafinadeursknegt
C1538 geheel Nicolaas Philipsen rafinadeursknegt
D0151/152 - - rafinaderijen -
D0168 geheel Johannes Rombouts rafinadeur
D0793 - - raffinaderij -

- (bulletin werkgroep Het Nieuwe Werck; http://boezeman3.tripod.com/B21.pdf)
Het woonhuis van Gijsbert de Lengh (deel 4, vervolg van Bulletin 1-9-2007, pagina 5)
In de Raadsvergadering van 7 november 1801 wordt een verzoek van Backer behandeld tot vrijdom van impost:
Geeft eerbiedig te kennen de ondergeteekende Petrus D.Backer, burger en inwoonder deezer stad. dat hij suppliant importante kosten heeft gespendeert bij het afbreeken van een oud huisje op de Hoogenieuwstraat en het bebouwen van dezelve grond met het open erf daar agter geleegen ter vergrooting van deszelfs suijkerraffinaderij binne deeze stad. Dat hij suppliant vermeent door deeze onderneeming niet alleen de buurt, daar zijn fabriek gelegen is aanmerkelijk te hebben verfraaijt, maar ook de stad een weezentlijk nut te hebben toegebragt door gemelde fabriek te hebben in staat gebragt om 1/3 meerderwerk te verrichten.
Dat hij suppliant vernomen hebbende dat het stadsbestuur indertijd bij soortgelijke kostbare entreprises wel gewoon is de fabriken, eenige jaaren vrijdom van stadsimpositien te verleenen.
Weshalve hij suppliant te raden is geworden zich te keeren tot deze vergadering met reverentelijk verzoek om aan hem te verleenen vrijdom van alle stadsimpositien ten faveure van des suppliants suijkerraffinaderij op de Hoogenieuwstraat voor de tijd van twaalf jaaren. Is ter vergadering ingekomen een schriftelijk rapport van het Committe van Finantie en Fabricage nopend de request van Petrus Diderich Backer aan deze vergadering, daarbij te kennen gevende dat hij deszelfs raffinaderij op de Hooge Nieuwstraat merkelijk heeft vergroot en daardoor aan deze stad een aanmerkelijk voordeel heeft toegebragt. alzoo hij thans met gemelde zijne raffinaderij een derde meerderwerk kan verrigten dan te vooren. Verzoekt om vrijdom van alle stads impositien ten faveure van zijne raffinaderij en zulks voor den tijd van 12 jaaren. Goedgekeurd
In 1805 kwam een lading Candijzuiker niet volgens afspraak op de juiste bestemming aan. In verband hiermee legt Petrus Diederich Backer op 14 september 1805 een verklaring af tegenover notaris J.D. Schultz van Haegen:
De heer Petrus D. Backer, raffinadeur wonend binnen deze stad. dewelke verklaarde onder presentatie van eede en ten requisitie van den heer J.L.Prion te Luijk wonende, waar en waarachtig te zijn:
Dat voor hem declarant op den 11 mei 1805 in den Beurtman van deze stad op Breda, aan de Heeren Peeterinck & Cie. te Breda, voor rekening van gemelden heer J.L.Prion te Luijk zijn ingeladen en geexpedieerd geworden: 55 halve kistjes Candijzuiker, gemerkt I.L.P. no. 1 à 55 Van welken de facturen den 19e april bevorens, aan gemelden heeren J.L.Prion is toegezonden geworden.
Alsmede dat door hem declarant op den 8e junij daaraan volgende, mede in den Beurtman van deze stad op Breda, aan en voor rekening als voren, nog zijn ingeladen en geexpedieerd geworden: 20 halve kistjes candij zuiker gemerkt als de vorige I.L.P. no. 56 à 75 Van welken de facturen daags daaraan den 9e junij aan meergenoemde heer J.L.Prion te Luijk is afgezonden. Terwijl eindelijk uit twee missives, geschreven door voorsegde heeren Peeterinck & cie, den een van dato 13 meij 1805 en de andere van 12 juni daaraanvolgende en aan mij notaris geexhibeerd, consteert: dat voorgenoemde candijsuiker te zamen 75 halve kistjes niet zijn ontvangen. Verzoekende hij declarant hiervan aan mij notaris acte in dezen
.
 In de loop der jaren koopt Petrus Diederich Backer diverse panden op het Nieuwe Werck, met name in de Hoge Nieuwstraat.
Uit de heffing van het hoofdgeld periode 1810-1815 blijkt de gezinssamenstelling in het huis aan de Nieuwehaven. Koopman Petrus Diederich Backer woont er met vrouw, één kind en twee dienstboden genaamd Johanna en Kaatje Burgers
<...>
Op 26 juni 1816 trouwt zoon Albert Backer op 21 jarige leeftijd te Dordrecht met Margaretha Catharina Backer, een dochter van Hilman Johannes Backer. Zoon Albert is eveneens raffinadeur van beroep. Hem is geen lang leven beschoren. Hij overlijdt vier maanden na het huwelijk op 4 november 1816 in het huis op de Nieuwehaven. In datzelfde jaar geraakt Petrus Diederich Backer in staat van faillissement, op 23 augustus 1816 vraagt hij surseance van betaling aan. Op 28 juni 1817 wordt in het Logement het Hof van Holland in het Kromhout het onroerend goed van Backer geveild, waaronder het herenhuis aan de Nieuwehaven. Op 24 juni verschijnt de volgende advertentie in de Dordrechtsche Courant: <...>
(1) Een groot ruim pakhuis en erf van ouds genaamd ‘Den Prins’, met drie koperen ziedpannen met derzelver voorzetsels, zijnde gebezigd tot het raffineren van suiker, staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat A 520/495 belend de raffinaderij van de heeren H. Selis en comp. aan de eene en het pakhuis van de heeren gebroeders Vriesendorp aan de andere zijde. In verponding van 1817 tot ƒ 20:--.

- (1816) Datering 07-08-1816 Soort akte overdracht
Koper albert backer / willem jacob de bruijn de neve / jacob van der elst / johannes rombouts / hendrik selis
Verkoper petrus diedericus backer Beroep handelaar
Folionummer 96 Aktenummer 3
Opmerking het betreft twee panden. wijk a 496 en a 497 (hoge nieuwstraat)
Archiefnummer 34 Registers van eigendomsovergang Inventarisnummer 2

- (1818) belastingkohier op personeel en meubilair
A0105 Hendrik Selis raffinadeur 2,50 12,01 14,51
B0135 Hilmer J. Bakker raffinadeur 2,50 56,05 58,51
D0860 David Hordijk raffinadeur 2,50 56,05 58,55
C0397 Christ. de Munnik raffinadeursknegt 2,50 4,01 6,51
C0895 Ernst Elkenbregt raffinadeursknegt 2,50 2,40 4,90
C0899 Willem Meijer raffinadeursknegt 2,50 2,40 4,90
C1371 J.s M.l Littig raffinadeursknegt 2,50 3,20 5,70
D0231 H.k A.s Hoefelage raffinadeursknegt 2,50 5,61 8,11

- (1832) Raffinaderijen te Dordrecht (1832)

kadaster wijk eigenaar     kad.
legger
 
G 35 C 163 de gebroeders van der Elst - Dordrecht 404 suikerraffinaderij
F 76 A 496 Hendrik Selis en Consort. suikerraffinadeur Maartensgat 1398 raffinaderij
F 749 B 297 Maria Dam wed. Hilmar Johannes Backer - Dordrecht 290 suikerraffinaderij ... en gebouw
F 845 B 46, 42 Johannes Kisselius suikerraffinadeur Wijnstraat 737 suikerraffinaderij
E 18 D 168 Wed. Christoffel Frederik Backer en Cons. - Dordrecht 38 suikerraffinaderij, geb:, huis

- (1840) VERKOOPING van SUIKER-RAFFINADEURS GEREEDSCHAPPEN, op Woensdag den 30 September 1840, des voormiddags ten tien ure precies, aan de gewezen Suiker-Raffinaderij van H. SELIS EN COMP., op de Hoogenieuwstraat, te Dordrecht, door een Publiek Ambtenaar, OM CONTANT GELD, liggende gedeeltelijk alhier, en op de vierde zolder van het pakhuis de Raapkoek in de Boomstraat [='s rijks entrepot].
Hetwelk kan bezigtigd worden den 28 en 29 September 1840, des voormiddags van 10 tot 12 ure, ed des namiddags van 2 tot 5 ure.
[http://files.archieven.nl/46/f/569.46/Dordrechtse_Courant_1840-09-12_002.pdf]

- (1840) 17-12-1840 Kadaster DDT. 16/4. Verkoop Hooge Nieuwstraat 119
Den zeventienden December achttien honderd veertig compareerden voor Julius Dominicus Schultz van Hagen openbaar Notaris in het ressort van de Arrondissements regtbank te Dordrecht, Provincie Zuid Holland aldaar residerende, in tegenwoordigheid van Francois Carlebur senior spiegelmaker en Johannes Kloppers kleermaker beide wonende te Dordrecht als getuigen hiertoe verzocht.
De Heer Hendrik Selis koopman te Dordrecht.
Dewelke verklaarde bij deze onder vrijwaring als volgens de wet te hebben verkocht aan en ten behoeve van:
Mevrouw Margaretha Catharina Backer zonder beroep weduwe van wijlen den Heer Albert Backer thans echtgenoote van, en ten deze bij gestaan en gemachtigd door den Wel Eerwaarde Heer Frederik Michelsen Predikant bij Evangelisch Luthersche Gemeente te Dordrecht, wonende binnen gemelde stad.
Mejufvrouwen Helena Susanna de Bruijn de Neve en Jacoba Margretha de Bruijn de Neve, beiden ongehuwd en zonder beroep, wonende te Dordrecht.
Den Wel Edelen Zeer Geleerden Heer Doctor Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll, ……. aan de Erasmiaansche School te Rotterdam aldaar wonende.
De Heer Francois van der Elst, zonder beroep wonende te Dordreccht.
De Heer Johannes Rombouts, koopman wonende te Dordrecht.
Welke verkoop door de hierboven genoemde koopers met uitzondering van de Heer Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll. Voornoemd in deze tegenwoordig voor zich en regt verkrijgenden wordt geemploieerd krijgt dezelve voor den Heer de Bruijn de Neve Moll wordt aangenomen door Mejufvrouwen Helena Susanne de Bruijn de Neve en Jacoba Margaretha de Bruijn de Neve hiervoor genoemd.
Aan Mevrouw Margaretha Catharina Backer echtgenoote van de Wel Eerwaarden Heer Frederik Michelsen, vernoemd twee vijfde gedeelte.
Aan Mejufvrouwen Helena Susanna de Bruijn de Neve en Jacoba Margaretha de Bruijn de Neve en den Wel Edelen Zeer Geleerde Heer Doctor Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll, alle voornoemd te zamen een vijfde gedeelte.
Aan den Heer Francois van der Elst voornoemd een vijfde gedeelte.
Aan den Heer Johannes Rombouts voornoemd een vijfde gedeelte.
In een zesde gedeelte, in de navolgende panden gelegen binnen de Stad Dordrecht:
Een pakhuis en erf, van vijf hoog, laatst in gerigt geweest tot een Suikerraffinaderij, staande en gelegen aan de Hooge Nieuwstraat van achter uitkomende aan de Binnen Walevest, geteekent A nummer 496, belend met een pakhuis van den Heer C.A. Selis aan de eene en volgend pakhuis aan de andere zijde, bij het kadaster voorkomende onder sectie F nummer 76 drie roeden zeventig ellen, inhoudsgrootte, (als zie //e nodig).
Een pakhuis en erf, van vier hoog, staande en gelegen binnen de Stad Dordrecht, aan de Hooge Nieuwstraat naast // het voorgaande pand en mede stekkende // aan de Binnen Walevest, geteekend A 497, belend voorgaand pand aan de eene en volgend pakhuis aan de andere zijde, Bij het kadaster voorkomende onder sectie F nummer 75 als pakhuis eene roede acht ellen inhoudsgrootte.
Een open erf met stenen koepel, bergloods en verder getimmerte, gelegen binnen de Stad Dordrecht, aan de Binnen Walevest, tegenover het achtergedeelte van voor geschreven pakhuizen, een uitgang hebbende aan de Buiten Walevest, geteekend A nummer 533, belend 's Rijksmagazijn aan de eene, en een pakhuis van den Heer Faassen aan de andere zijde bij het kadaster voorkomende onder sectie F nummer 57, als gebouw en erf, tegen 3 roede vijftig ellen inhoudgrootte.
Een pakhuis en erf genaamd de "Posthoorn" van twee weg, staande en gelegen binnen de stad Dordrecht aan de Hooge Nieuwstraat, uitkomende aan de Binnen Walevest met eene ……… en vrije opgang aldaar, geteekend A 498, belend het pakhuis onder het hare perceel gebragt aan de eene, en een huis van de Heer Sandbergen aan de andere zijde. Bij het Kadaster voorkomende onder sectie F nummer 74 als pakhuis tegen een en negentig ellen inhoudsgrootte.
Den verkooper aangekomen bij koop van de Heer Petrus Diederick Backer. Volgens acte van verkoop en transport den Zevenden Augustus achttien honderd zestien ten over staan van voornoemde Notaris Schultz van Haegen en Ambtgenoot verleden, behoorlijk geregistreerd, doch waarvan geene overschrijving ten Kantore den Hypotheken heeft plaats gehad.
Zijnde deze verkoopen ………… onder de navolgende conditiën van bepalingen.
Dat de koopers zullen moeten gedogen de lijdende / zichtbare en verborgen / erfdienstbaarheden, waarmede voorschreven verkocht te zoude mogen bezwaard zijn, met vermogen om zich daar tegen te verzetten contract gegeven hebben van de voordeelige erfdienstbaarheden daaraan verbonden, alles voor hare rekening en risico.
Dat de koopers hun gekochte dadelijk zullen kunnen aanvaarden het welke aan de zelve zal overgaan, Vrij en ontheven van alle hypothecaire verbanden, aangezuiverd van de grondlasten tot op heden.
Dat alle rechten en kosten deze akten, zoomede die van overschrijving zullen zijn voor rekening van de koopers.
Dat voor koopprijs is overeengekomen en bepaald eene som van één duizend vijf honderd guldens van welke de verkooper verklaarde door de respectieve koopers ieder voor hun aandeel bij het passeren deze akten voldaan te zijn van de zelve respectievelijke daar voor mitsdien bij deze geheel en volkomen te kwijten zonder enige reserve.
Verklarende partijen en zodanig overeen gekomen en verdragen te zorgen verder 4 acte dezer documenten in te verkiezen aan deze vertegenwoordigen respectieve woonplaatsen onder verband van deze akten in tegenwoordig en toekomstige goederen als naar de wet.
Gedaan en gepasseerd te Dordrecht in tegenwoordigheid van voornoemde Notaris en getuigen is de minute deze nagedane voorlezing aan de comparanten, de getuigen en voornoemde notaris geteekend, en gebleven en de bewaring en het bezit van laatst vermelde.

[gegevens van dhr L. Megens]

- (1840) PUBLIEKE VRIJWILLIGE VERKOOPING;
Notaris Schultz van Haegen
(1) een groot, uitgestrekt en bij uitnemendheid sterk gebouwd PAKHUIS en ERF, van vijf hoog, laatst ingerigt geweest tot eene Suikerraffinaderij, staande en gelegen aan de Hooge Nieuwstraat van achter uitkomende aan de Binnen Walevest geteekend A 496.
(2) een PAKHUIS en ERF, van vier hoog, staande en gelegen naast het voorgaande en mede strekkende tot aan de Binnen Walevest geteekend A no 497
(3) een PAKHUIS en ERF genaamd DE POSTHOORN, van twee hoog, staande ne gelegen aan de Hooge Nieuwstraat en uitkomende aan de BinnenWalevest met eene WOONKAMER en Vrijen Opgang aldaar geteekend A no 498. (verhuurd P. Smak Gregoor)
[http://files.archieven.nl/46/f/569.46/Dordrechtse_Courant_1840-11-03_002.pdf]

- (1870) OPENBARE VERKOOPING
Notarissen Schultz van Haegen, Struyk en de Konign en Schuyten
van Twee hechte, sterke, en uitmuntende onderhouden
PAKHUIZEN EN ERVEN naast elkandere aan de Hooge-Nieuwstraat en Binnen-Walevest, benevens een
OPEN ERF MET KOEPEL
[No. 1] een pakhuis en erf genaamd ZEELUST, vijf hoog, vroeger gediend hebbende tot Suikerraffinaderij, get A 496 met kelder, kantoorlocaal, graanzolders met afzonderlijken opgang en vliering, kad sectie F 1063
[No. 2] een pakhuis en erf genaamd DE PRINS, vier hoog get A 497 bevattende graanzolders met afzonderlijken opgang en vliering, kad F 75
[No. 3] een open erf met steenen kopen, bergloods en privaat get A 533 kad sectie F 57
De benedengedeelten van nos 1 en 2 verhuurd aan C.A. Vriesendorp & Zn tot ultimo december 1870.
Bovengedeelte no 1 aan O.J. van der Elst van Bleskensgraaf.
Bovengedeelte no. 2 aan de heeren de Jongh en Co.
No. 3 aan E. de Vries tot 1 april 1871.
[http://files.archieven.nl/46/f/569.76/Dordrechtsche_Courant_1870-08-16_002.pdf]

- (1870) 10-10-1870 Kadaster DDT 265/27 Verkoop Hooge Nieuwstraat 119
Dagregister, deel 21 nummer 461.
Den tienden october 1800 zeventig.
In het jaar achttien honderd zeventig den tiende van de maand September des middags ten twaalf uren:
Ten verzoeke en in tegenwoordigheid van den Wel Edele Heer Johannes Schuijten Huibertszoon, Notaris, wonende te Dordrecht in hoedanigheid als gemachtigde van Mevrouw Margaretha Catharina Backer, zonder beroep wonende te Dordrecht eerder weduwe van den Heer Albert Backer en thans weduwe van de Heer Fredrik Michelsen gewoond hebbende te Dordrecht en aldaar den vijf en twintigsten Februari deses jaars overleden met wien zij onder de vroegere Franse wetgeving is gehuwd geweest buiten alle gemeenschap van goederen, blijkens huwelijkscontract den zes en twintigsten Juli achttien honderd zes en dertig voor den Notaris Guilleame Jacob Louis Maritz residerende te Dordrecht verleden behoorlijk geregistreerd welke volmacht is verleend bij onderhandse akten geteekend te Dordrecht den vijfden september dezes jaars aan deze minuut aangehecht na alvorens den lasthebber en in tegenwoordigheid van mij Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen en getuigen allen na te noemen voor echt erkend en ten blijke daarvan door allen geteekend te zijn.
Van den Wel Edele Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf koopman en commissionair wonende te Dordrecht.
Van den Wel Edele Heer Vincent Thierens junior, pondgaarder wonende te Dordrecht.
Ten eersten: in hoedanigheid als gemachtigde van Mevrouw Ardina Willemina Kuijl, weduwe van den Heer Pieter van Gijn zonder beroep wonende te Rotterdam in gevolge acte van volmacht den zes en twintigsten Juli deses jaars voor mij Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen na te noemen verleden, behoorlijk geregistreerd en onder de minuten van mij Notaris berustende en
b. van Mevrouw Jenneke Baijens zonder beroep echtgenote van den Heer Arie Kuijl Thomaszoon, zonder beroep beiden verblijf houdende te Baardwijk provincie Noord Brabant, doch wettelijke woonplaats hebbende te Dordrecht, domicilium van na te noemen curator over denzelven onder curateele gestelden Heer Arie Kuijl Thomaszoon, op zijn verzoek onder curatele gesteld bij vonnis van de Arrondissements Rechtbank zitting houdende te Dordrecht, van den dertiende December achttien honderd twee en vijftig op de expeditie geregistreerd als ten gevolge der onder curateele stelling van haren genoemde echtgenoot dewelke daardoor buiten de mogelijkheid is om de vaderlijke macht uit te oefenen in gevolge artikel drie honderd vijf en vijftig van het Burgerlijk Wetboek den vader vervangende en de vaderlijke macht uitoefende over hare vijf minderjarige kinderen uit haar huwelijk met haren genoemde echtgenoot genaamd Jannetje Catharina, Harriette, Thomas Leendert, Arie Abraham en Helena Willemina Kuijl en // naar aanleiding van artikel negen honderd zes en veertig van het Burgerlijk Wetboek nog eventueel over het kind waarvan en verklaard heeft zwanger te zijn welke laatst gemelde volmacht is verleden bij acte den zes en twintigsten Maart deses jaars voor mij Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen, na te noemen,verleden behoorlijk geregistreerd en onder de minute van mij notaris berustende, en
Ten tweede: In hoedanigheid als bij onderhandse akte van substitutie geteekend te Haaften provincie Gelderland, in de maand Juli deses jaars, aan deze minuut vast gehecht, na alvorens door den gesubstitueerde, in tegenwoordigheid van mij Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen en getuigen, allen na te noemen van echt erkend en ten blijken daarvan door allen geteekend te zijn, door de Edel Achtbare Heer Meester Jacob Dutrij van Haeften rechter van kanton Geldermalsen wonende te Haaften, beiden in de provincie Gelderland, gesubstitueerd in de volmacht, welke op den zelve Heer Dutrij van Haeften is verstrekt door Mejufvrouwen Lidia Maria Dupper en Johanna Dina Dupper, beiden zonder beroep of maatschappelijke betrekking, meerderjarig ongehuwd wonende te Waardenburg bij Zalt Bommel, in hunne relatie van mede erfgenamen als na te melde ingevolge onderhandse akten in dato zes en twintig maart achttien honderd zeventig, geregistreerd als volgt,
Geregistreerd te Zalt Bommel zes en twintig maart 1800 zeventig, in deel 33 folio 60 recto, vak 4, een blad zonder renvooi.
Ontvangen van recht ƒ 0.80 met de 58 opcenten ad ƒ 0,30 samen een gulden tien en halve cent.
Voor den ontvanger De Inspecteur (geteekend) S.Loke: welke onderhandsche acte van volmacht na door den genoemde lasthebber, in tegenwoordigheid, van mij notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen na te noemen en getuigen voor echt erkend en ten blijke daarvan door allen geteekend te zijn, is vastgehecht aan de acte van boedelbeschrijving der nalatenschap van na te noemen Heer Leendert Dupper Willemszoon, en wel aan de zitting van gemelde boedelbeschrijving van den vierden April deses jaars ten overstaan van mij Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen, na te nemen opgemaakt behoorlijk geregistreerd en alzoo onder de minuten van mij Notaris berustende.
Van den Heer Johannes Petrus Backer, koopman wonende te Dordrecht, in hoedanigheid als gemachtigde bij acte van volmacht den drie en twintigsten Maart deses jaars, voor mij Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen na te noemen verleden, behoorlijk geregistreerd en onder de minute van mij notaris berustende, van Mejufvrouw Cornelia Marianne Dupper, zonder beroep of maatschappelijke betrekking, meerderjarige en ongehuwd wonende te Dordrecht.
Van den Heer Jacobus Johannes Bernardus Josephus Bouvij, koopman wonende te Dordrecht, in de hoedanigheid als gemachtigde van den Heer Bauduin Aart Willem Dupper, dienstdoend stationchef aan den Staatsspoorweg, te Hedel, provincie Noord Brabant ingevolge acte van volmacht den negende maart deses jaars voor den notaris Stephanus van Dorsser, residerende te Dordrecht in orginali verleden, behoorlijk geregistreerd vast gehecht aan de zitting der akte van boedel beschrijving der nalatenschap van na te noemen Heer Leendert Dupper Willemszoon, van vierden april deses jaars voren gemeld, ten overstaan van mij Notaris Schultz van Haegen opgemaakt en onder de minuten van mij notaris berustende.
Komende in even gemelde acte van volmacht genoemde Heer Dupper voor, en derden voornaam van Boudewijn in plaats van Bauduin en als (tijdens het verlijden dien procuratie) Ambtenaar bij de maatschappij tot exploitatie der, Staatsspoorwegen wonende te Zalt Bommel.
Van den Heer Hendrik Kuijl Thomaszoon, scheepbevrachter wonende te Dordrecht, voor zich zelve en in hoedanigheid als gemachtigde bij acte van volmacht den een en twintigsten Maart deses jaars voor mij notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen, na te noemen verleden, geregistreerd en onder de minute van mij notaris Schultz van Haegen berustende, van zijne broer den Heer Leendert Kuijl Thomaszoon passementswerker, wonende te Brussel.
Van den Heer Jacobus Dorrenboom, horlogemaker, wonende te Dordrecht in betrekking van Curator over vernoemden onder curatele gestelde de Heer Arie Kuijl Thomaszoon van daar toe benoemd door den Edele Achtbare Heer Kantonrechter te Dordrecht, op den zeventiende januari deses jaars en als zo danig dadelijk beëdigd, ingevolge geregistreerd procesverbaal.
Van den Heer Hendrik Kuijl Thomaszoon, vernoemd, in betrekking van tot ziende curator over zijne broeder, vermelde Heer Arie Kuijl Thomaszoon, daartoe benoemd Edel Achtbare Heer Kantonrechter te Dordrecht op den twaalfden december achttien honderd zeven en sestig en als zodanig dadelijk beëdigd, in gevolge geregistreerd procesverbaal.
En van den Wel Edel Gestrenge Heer Meester Gautier Pierre Adrien Struijk, Notaris wonende te Dordrecht, in hoedanigheid als gemachtigde van den Wel Edele Zeer Geleerde Heer Doctor Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll Rector wonende te Zierikzee ingevolge van onderhandse akten van volmacht getekend te Zierikzee den dertigsten Augustus deses jaars aan deze minuut vastgehecht, na al voren door den lasthebber, in tegenwoordigheid van mij Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen en getuigen, alle na te noemen, voor echt erkend en ten blijke daar van door allen geteekend te zijn.
Welke Mevrouw Adrina Wilhelmina Kuijl, weduwe den Heer Pieter van Gijn de onder curatele gestelde Heer Arie Kuijl Thomaszoon en zijne vijf minderjarige kinderen met en benevens eventueel met het kind waarvan Mejufvrouw Jenneke Baijens, echtgenote van den zelven Heer Arie Kuijl Thomaszoon heeft verklaard te zijn,
Mejufvrouwen Lidia Maria Dupper en Johanna Maria Dupper, Mejufvrouw Cornelia Marianne Dupper, de Heer Bauduin, Aart Willem Dupper, de Heer Hendrik Kuijl Thomaszoon, en de Heer Leendert Kuijl Thomaszoon, allen vernoemd zijn erfgenamen van en gerechtigde tot de nalatenschap van de Wel Edele Heer Leendert Dupper Willemszoon, in leven suikerraffinadeur gewoond hebbende te Dordrecht en aldaar, ouder en kinderloos overleden den vierden Maart achttien honderd zeventig, onder de lasten en bepalingen daaraan verbonden, na aanleiding van zijne olografische uiterste wilsbeschikking, geteekend te Dordrecht den twaalfden April achttien honderd twee en sestig gedeponeerd onder de minute van mij Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen, na te noemen den veertiende April achttien honderd twee en sestig, blijkens acte van bewaargeving dien zelfde dag voor den zelven Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen te Dordrecht, verleden, geregisteerd den achtsen maart deses jaars, welke olographische uiterste wilsbeschikking na overlegde van den Heer Testateur is geopend door den Edel Achtbare Heer Kantonrechter te Dordrecht blijkens deszelfs procesverbaal van den vierden maart deses jaars, behoorlijk geregistreerd, zijnde gemelde olografische uiterste wilsbeschikking geregistreerd als volgt.
Geregistreerd te Dordrecht acht Maart 1800 zeventig, deel 79, folio 90 verso vak 6, 4 bladen geen renvooi.
Ontvangen voor recht ƒ 2,40 voor 38 opcenten ƒ 0,91½ te zamen drie gulden een dertig en halve cent.
De ontvanger (geteekend) van Kuffeler, te weten voor een vierde gedeelte Mevrouw Ardina Wilhelmina Kuijl, weduwe den Heer Pieter van Gijn, vernoemd, als enige overgebleven wettige afkomelinge van den Heer Huibert Kuijl Arieszoon, gewoond hebende te Mijl gemeente Dubbeldam en aldaar overleden den elfde November achttien honderd zeven en sestig, neef van voornoemde overledenen Heer Leendert Dupper Willemszoon.
Voor een vierde gedeelte de beiden kinderen van wijlen de Heer Cornelis Dupper Dirkszoon neef van den zelven overledenen Heer Leendert Dupper Willemszoon, Mejufvrouw Cornelia Marianne Dupper en de Heer Bauduin Aart Dupper voornoemd bij voormelde olografische uiterste wilsbeschikking voorkomende als Bauduin, Aart Willem onder den last van uitkering van legaat uit hetzelve een vierde gedeelte.
Voor één vierde gedeelte, de beiden kinderen van wijlen den Heer Leendert Dupper Dirkszoon (neef van den zelven overledenen Heer Leendert Dupper Willemszoon) Mejvrouw Lidia Maria Dupper en Johanna Dina Dupper voornoemd onder den last uitkering van legaat uit hetzelve een vierde gedeelte.
En voor één vierde gedeelte, de beide kinderen van wijlen den Heer Thomas Kuijl (neef van den zelven overledenen de Heer Leendert Dupper Willemszoon) de Heren Hendrik Kuijl Thomaszoon en Leendert Kuijl Thomaszoon voornoemd, ieder voor een derde aandeel in het zelven een vierde gedeelte, en voor het laatste een derde aandeel in het zelven één viede gedeelte, de voormelde gezamelijke kinderen van den Heer Arie Kuijl Thomaszoon voornoemd ( zoon van even genoemde Heer Thomas Kuijl) onder den last van levenlang vruchtgebruik bij hunne vader voornoemde onder curatele gestelde Heer Arie Kuijl Thomaszoon. Krachtens beschikking van de Arrondissementsrechtbank zitting houdend te Dordrecht voor zo veel betreft den onder curatele gestelde Heer Aria Kuijl Thomaszoon en zijne minderjarige kinderen en de ongeboren vrucht allen vernoemd, gegeven bij vonnis van den eersten juni deses jaars, op expoditie behoorlijk geregistreerd.
Heb ik mede geteekende Jan Hendrik Schultz van Haegen, Notaris in het vierde Arrondissement der provincie Zuid Holland residerende te Dordrecht in tegenwoordigheid van den Heer Franciscus Koevoets, kandidaat Notaris en Jasper Fraan, stadsomroeper beiden wonende te Dordrecht beiden als getuigen.
Mij bevonden te Dordrecht in het koffiehuis van Jelles Zahn, tegenover het Scheffersplein, ten einde aldaar over te gaan tot de veiling en provicioneele toewijzing van na omschrijven onroerende goederen, waarvan de afslag en definitieve toewijzing zullen plaatshebben op zaterdag den zeventiende September aanstaande, ter zelfder plaatse en welke onroerende goederen, thans behoren te weten:
Voor twee vijfde aandelen, onverdeeld, aan voormelde Mevrouw Margaretha Catharina Backer.
Voor een vijfde aandeel, onverdeeld, aan de voornoemde Heer Ottho Johannes Van der Elst van Bleskensgraaf.
Voor een vijfde aandeel, onverdeeld, tot de nalatenschap van wijlen voornoemde Heer Leendert Dupper Willemszoon.
En voor een vijfde aandeel, onverdeeld, van voornoemde Heer Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll.
Welke na te melden onroerende goederen aan nu wijlen genoemde Heer Leendert Dupper Willemszoon en aan de overige genoemde, respectievelijk ingevolge verklaring van de Heren Requiranten voor zoo veel het eigendom van ieder de genoemde gerechtigden betreft zijn aan gekomen als volgt:
Aan voormelde Mevrouw Margaretha Catharina Backer, toen weduwe van den Heer Albert Backer, thans weduwe van genoemde Heer Fredrik Michelsen voor een derde aandeel, bij koop van den Heer Petus Diderick Backer te Dordrecht in gevolge akte van transport den zesden Januari achttien honderd zeven en twintig voor den Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen, residerende te Dordrecht, verleden behoorlijk geregistreerd en overgeschreven ten kantore der hypotheken te Dordrecht den vijf en twintigsten Januari achttien honderd zeven en twintig, deel acht en veertig, nummer een en twintig, en voor één vijf tiende aandeel, bij koop van den Heer Hendrik Selis te Dordrecht, in gevolge acte van transport den zeventiende December achttien honderd en veertig, voor genoemde Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen, verleden, behoorlijk geregistreerd en overgeschreven ten kantore der hypotheken te Dordrecht den een en dertigsten December achttien honderd en veertig, deel zestien, deel vier, bij elkaar alzoo gemelde twee vijfde aandeel.
Aan vernoemde Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf, voor gemeld één vijfde aandeel uit de nalatenschap van zijne vader den Wel Edele Heer Francois van der Elst, gewoond hebbend te Dordrecht en aldaar overleden den tiende Januari achttien honderd vier en zestig, ingevolge akte van scheiding en verdeling van onroerende en verdere goederen tot deszelfs nalatenschap behoorende, den negen en twintigsten April achttien honderd vijf en zestig, voor mij Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen, voornoemd behoorlijk geregistreerd en overgeschreven ten kantore der hypotheken te Dordrecht, den derde Augustus achttien honderd vijf en sestig, deel twee honderd twintig, nummer negen.
Aan nu wijlen meer genoemde Heer Leendert Dupper Willemszoon en aan deszelfs enige zuster Mejufvrouw Catharina Dupper gewoond hebbende te Dordrecht en aldaar den veertiende Februari achttien honderd twee en sestig ouder en kinderloos ab-intestato overleden van de welke dezelve Heer Leendert Dupper Willemszoon is geweest enige erfgenaam ingevolge de wet, als te zamen enige erfgenamen van de Heer Johannes Rombouts in leven koopman, gewoond hebbende te Dordrecht en aldaar den ses en twintigsten Mei achttien honderd en vijftig (tot wiens nalatenschap gemeld een vijfde aandeel heeft behoord) krachtens diens olografische uiterste wilsbeschikking in dato twaalf Mei achttien honderd negen en veertig, in bewaring gesteld bij genoemde Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen, ingevolge akte van bewaargeving den twintigsten Juni achttien honderd negen en veertig, van dien Notaris verleden, na overlijden geregistreerd, welke olografische uiterste wilsbeschikking, na overlijden van den Heer Testateur, door den Heer Kantonrechter te Dordrecht is geopend, ingevolge deszelf procesverbaal van den zeven en twintigsten Mei achttien honderd vijftig, behoorlijk geregistreerd zijnde dezelve olografische uiterste wilbeschikking, geregistreerd als volgt,
Geregistreerd zonder renvooi te Dordrecht den negen en twingsten Mei 1800 vijftig, deel een en vijftig, folio acht en zeventig verso vak drie en volgenden.
Ontvangen voor recht twee gulden, veertig cent, uitmakende met de 38 opcenten drie gulden een en dertig en halve cent.
De ontvanger (geteekend) van den Santheuvel van welke olografische uiterste wilsbeschikking even als van de voormelde van wijlen voornoemde Heer Leendert Dupper Willemszoon, voor zoo veel uit de bescheiden blijkt of den betrokken requeranten ingevolge hunne verklaring, bekend is, geene overschrijving ten kantore der hypotheken heeft plaats gehad, terwijl
nu wijlen genoemden Heer Johannes Rombouts van gemeld één vijfde aandeel, den eigendom had verkregen, te weten:
Voor een zesde aandeel, bij koop van den Heer Petrus Diderick Backer, ingevolge acte van transport den zevende Augustus achttien honderd zestien, voor genoemde Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen, en ambtgenoot verleden, behoorlijk geregistreerd, doch waarvan voor zoo veel uit de bescheiden blijkt op den betrokken requeranten, in gevolge hunne verklaring, bekend is geene overschrijving ten kantore van hypotheken heeft plaats gehad.
Voor een vijfde in een zesde aandeel,alzoo voor een dertigsten aandeel bij koop van den Heer Hendrik Selis, te Dordrecht, ingevolge akte van transport den zeventiende December achttien honderd veertig, voor genoemden Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen, verleden, behoorlijk geregistreerd, en over geschreven als voormeld ten kantore der hypotheken te Dordrecht den een en dertigsten December achttien honderd en veertig, deel zestien, nummer vier.
En van voornoemden Heer Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll gedeeltelijk uit eigen hoofde, in voege na te melden, en verder als eenige overgebleven gerechtigde tot de beneficiare nalatenschap van zijnen grootvader de Heer Willem Jacob de Bruijn de Neve, overleden den elfde Mei achttien honderd vier en dertig, waar toe heeft behoord een onverdeeld één zesde gedeelte in de na te omschrijven onroerende goederen, hun aangekomen bij koop van den Heer Petrus Diderick Backer, te Dordrecht, ingevolge voor melde acte van transport den zevende Augustus achttien honderd en zestien, voor genoemde Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen en ambtgenoot verleden behoorlijk geregistreerd doch niet overschreven als voormelde, zijnde genoemde Heer Willem Jacob de Bruijn de Neve gehuwd geweest met vrouwe Agatha Agnieta Ouboter, buiten alle gemeenschap van goederen, ingevolge huwelijks voorwaarden den twee en twingsten Maart zeventien honderd vier en tachtig voor den Notaris Jan van der Star, residerende te Dordrecht verleden, waardoor gemelde een zesde gedeelte voor het geheel zijne nalatenschap behoord en waartoe, ten dage van zijn overlijden gerechtigd waren, zoo volgens de wet als krachtens testament den vierden Juni zeventien honderd vier en tachtig voor genoemde Notaris Jan van der Star verleden, geregistreerd den dertigsten Juni achttien honderd vier en dertig, zijne nagelaten weduwe voormelde Vrouwe Agatha Agnieta Ouboter, zijne twee kinderen uit des zelf huwelijk met gemelde vrouwe Mejufvrouwen Jacoba Margretha, en Helena Susanna de Bruijn de Neve, en voornoemde Heer Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll, als eenig kind van wijlen zijne dochter uit gemeld huwelijk Vrouwe Johanna Petronella de Bruijn de Neve uit haar huwelijk met mede wijlen de Heer Johannes Moll, bij representatie van wijlen zijne moeder, terwijl het aandeel van genoemde Vrouwe Agatha Agnieta Ouboter, weduwe den Heer Willem Jacob de Bruijn de Neve door haar overlijden, op den zevende Juli achttien honderd vier en dertig, is over gegaan aan hare kinderen voor melde Mejufvrouwen Jacoba Margaretha, en Helena Susanna de Bruijn de Neve en hare kleinzoon, voornoemde Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll.Bij representatie van wijlen zijne genoemde moeder, als te zamen erfgenamen zo volgens de wet als krachtens hare olografische testament dato twintig December achttien honderd zes en twintig, geregistreerd als volgt:
Geregistreerd te Dordrecht den dertigsten Augustus achttien honderd vier en dertig, deel een en twintig, folie twee honderd en zeven recto, vak vier enz. houdende eene rol geen renvooi.
Ontvangen voor recht van testament twee gulden veertig cents, voor recht van administrateur tachtig cents en voor executeurschap tachtig cents, bedragende te zamen met de 38 opcenten vijf guldens twee en vijftig cents.
De ontvanger (geteekend) van den Santheuvel welke olografisch testament is gedeponeerd onder de minuten van genoemden Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen, ten gevolge der ordonantie van den Heer President der toenmalige Rechtbank van eersten aanleg te Dordrecht, van dato negentien Augustus achttien honderd vier en dertig, blijkens extract uit de minuten berustende ter Griffie van gezegde Rechtbank, geregistreerd en acte van depôt door gemelde Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen opgemaakt dato dertig Augustus achttien honderd vier en dertig mede geregistreerd, en zijnde één dertigste gedeelte in de na te melden onroerende goederen, aangekomen aan voornoemde Mejufvrouwen Jacoba Margaretha, en Helena Suzanna de Bruijn de Neve en aan den Heer Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll te zamen bij koop van genoemde Heer Hendrik Selis, ingevolge voormelde acte van transport den zeventienden December achttien honderd veertig voor genoemde Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen verleden, geregistreerd en over geschreven als voormeld, ten kantore der hypotheken te Dordrecht den een en twintigsten December achttien honderd veertig, deel zestien,nummer vier, zodat ten genoemde Mejufvrouwen Jacoba Margretha en Helena Suzanna de Bruijn de Neve en de Heer Hendrikus Marinus de Bruijn de Neve Moll te zamen eigenaren van gemeld een vijfde aandeel waren terwijl door het ouder en kinderloos overlijden, op den acht en twintigsten Juni achttien honderd negen veertig, van voormelde Mejufvouw Jacoba Margaretha de Bruijn de Neve, de aandelen door haar verkregen zo ten gevolge van gemelden door haar gedanen verkoop als door het successivelijk overlijden van haren vader en van hare moeder, beiden voornoemd zijn we gegaan aan hare zuster voormelde Mejufvrouw Helena Suzanna de Bruijn de Neve in relatie van enige erfgename, krachtens haar testament den negende Maart achttien honderd veertig voor genoemde notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen verleden, geregistreerd den zesden Juli achttien honderd negen en veertig, van welk testament even als het voormelde testament van wijlen genoemde Heer Willem Jacob de Bruijn de Neve en van voormelde olografische testament van wijlen genoemde vrouwe Agatha Agnita Ouboter, weduwe van denzelven Heer Willem Jacob de Bruijn de Neve voor zoveel uit de bescheiden blijkt of den genoemden Heer lasthebber van voormelden Heer Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll bekend is, geene overschrijving ten kantore der hypotheken heeft plaats gehad, en door het al in testato in ouder- en kinderloos overlijden op den een en twintigsten Februari dezes jaars, van voormelde Mejufvrouw Helena Suzanna de Bruijn de Neve, de aandeelen van door dezelve verkregen, zo ten gevolgen van gemelden door haar gedanen aankoop, als door het successivelijk overlijden van haren vader, van hare moeder en van hare zuster Mejufvrouw Jacoba Margaretha de Bruijn de Neve, allen voornoemd, zijn overgegaan aan voornoemde Heer Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll, als eenig erfgenaam bij versterf zijne tante, genoemde Mejufvrouw Helena Suzanna de Bruijn de Neve,ten gevolge van welk een en ander meer genoemde Heer Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll thans eenige en alleen eigenaar is van gemeld een vijfde aandeel in de onroerende goederen na te om schrijven.
Zijnde, volgens verklaring van de Heeren Requeranten, voor zoo veel aan de zelve bekend is, van de na te melden onroerende goederen geene meerdere bewijzen van eigendom of titels van aankomst bestaande dan hiervoren vermeld en hebbende, mede in gevolge hunne verklaring voor zoo veel hen bekend is, geene andere of meerdere overschrijvingen in de registers der hypotheken plaats gehad dan hierboven is omschreven.
En heb Notaris tot dat einde aan de personen in een der localen van gemeld koffiehuis, al waar de verkooping gehouden wordt, bijeengekomen, vooraf doen voorlezen de navolgende conditiën en bepalingen, waarop de Heren Requeranten begeeren en verlangen dat deze veiling en verkooping zullen geschieden, te weten:
[Artikel Een] De verkooping van na te melden onroerende goederen zal geschieden voetstoots, zoo danig dezelve tegenwoordig zijn geconstitueerd en worden bezeten, met al het geen aan de verkoopers toebehoorde daarin en aan, aard, wortel- en nagelvast gevonden wordt, voorts de perceelen tegen zoodanige grootte als hierna op te geven zonder dat de verkoopers in de opgave van grootte, kadastrale omschrijving, of wat het ook zijn moge, maar eenigszins willen gehouden zijn of behaald zullen kunnen worden.
[Artikel Twee] De verkooping enzovoorts.
[Artikel Drie] Onmiddellijk na de verkooping in het doen der definitieve toewijzing zullen de verkochte onroerende goederen zijn en blijven voor rekening en ten geware van de respectieve koopers die den eigendom daarvan zullen verkrijgen en aan wie derzelven gekochte zal worden geleverd overeenkomstig de bepalingen der wet, vrij van hypothecaire verbanden.
[Artikel Vier] De na te omschrijven te verkopen onroerende goederen zijn verhuurd, als volgt:
De benedengedeelten van perceelen een en twee, gedeeltelijk dienende tot entrepôt van wijnen, aan de Firma C.A. Vriesendorp en Zoon, te Dordrecht, tot den een en dertigsten December deses jaars, voor twee honderd gulden per jaar, met één Januari eerstkomende te betalen.
De boven gedeelten van het eerste perceel aan den Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf, te Dordrecht, tot den dertigsten Juni achttien honderd een en zeventig, voor drie honderd gulden per jaar,waarvan de betaling over één geheel jaar verschijnt den eersten Januari aanstaande, met bevoegdheid aan de zijde van den huurder om daarvan ten zijnen behoeve, zoodanige onderverhuringen van afzonderlijke gedeelten te doen, als hij zal goedvinden.
De bovengedeelte van het tweede perceel, aan de Firma de Jongh en Compagnon te Dordrecht, van jaar tot jaar, loopende tot den drie en twintigsten October achttien honderd en zeventig, voor een honderd tien gulden per jaar, welke verhuur en huur voor tijd en som van toepassing is op elk volgend jaar, ten ware ééne maand vóór den vervaltijd, dus nu op den drie en twingsten September aanstaande, van huurder of verhuurders zijde opzegging ware gedaan, zullende voor het geval de kooper van hetzelve tweede perceel niet mocht verlangen de verhuur te continueren en hij daarvan op den gemelden bepaalden tijd mocht goedvinden opzegging te doen, tot het doen van welke opzegging door de verkoopers, voor zooveel nodig, bij deze hen de bevoegdheid wordt gegeven, hij die bovengedeelte kunnen aanvaarden op den drie en twingsten October dezes jaars, alles echter zonder eenig verhaal op de verkoopers en buiten hunne bemoeiingen en alleen ten eigen gevare en risico, terwijl ingeval van continuatie der huur de huurpenningen vanaf gezegde drie en twintigsten October dezes jaars zullen komen ten voordeelen van der kooper, alles echter alléén na betaling der kooppenningen en het verder verschuldigde, doch anders niet.
En het derde perceel aan de Heer Emanuel de Vries, te Dordrecht, tot den eersten April achttien honderd een en zeventig en één jaar in optie en zoo vervolgens, voor een jaar met een jaar in optie, zoo lang er van huurder of verhuurders zijde geen opzegging is gedaan drie maanden voor den vervaltijd, dus op een Januari van elk jaar na het eerste optie jaar, voor eene som van een honderd tien gulden in het jaar, te betalen in half jaarlijkse termijnen op een April en een October, telkens de helft.
[Artikel Vijf] De koopers, ieder van het zijne, zullen verplicht zijn de verhuringen van hun gekochte zoo als die bij artikel vier zijn opgegeven, gestand te doen, zonder ten aanzien van dezelve verhuringen eenig verhaal op de verkoopers te hebben en alzoo geheel voor hunne rekening en gevaren, en zullen dezelve koopers van de huurpenningen genot hebben te rekenen van den eersten November dezes jaars of aan echter alléén na betaling van al het verschuldigde, doch anders niet, zullende echter de kooper respectievelijk gehouden en verplicht zijn om, te gelijk met de betalingen ingevolge artikel dertien te voldoen, te weten:
De kooper van het eerste perceel, voor eerst: de som van drie en tachtig gulden drie en dertig centen voor tien maanden huur aan de vernoemde Firma C.A. Vriesendorp en Zoon, tot den eersten november dezes jaars, van het beneden gedeelte van het zelve eerste perceel, in de voormelde massale huur van twee honderd gulden per jaar begrepen en ten tweede: de som van twee honderd vijftig gulden voor tien maanden huur aan genoemden Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf, van het boven gedeelte van gemeld eerste perceel, mede tot den eersten November dezes jaars.
De kooper van het tweede perceel, de som van drie en tachtig gulden drie en dertig cents, voor tien maanden huur aan voormelde Firma C.A. Vriesendorp en zoon, tot den eersten November dezes jaars, van het beneden gedeelte van het zelve tweede perceel in de voornoemde massale huur van twee honderd gulden begrepen.
En de kooper van het derde perceel, de som van negen gulden zestien en halve cent voor eene maand huur aan den Heer Emanuel de Vries, voornoemd tot een November dezes jaars.
Verblijvende naar aanleiding van het vorig artikel vermelde het jaar huur van de Firma de Jongh en Compagnie tot den drie en twintigsten October dezes jaars, ad honderd tien gulden ten behoeven van de verkoopers gereserveerd, en komende eventueel daarna aan den kooper.
Tegen allen welke betalingen de koopers respectivelijk bevoegd zullen zijn en het recht zullen hebben om geheel en al voor derzelver rekening en ter hunnen kosten en zonder eenig verhaal of terugvordering, uit welken hoofde ook, ten aanzien van de verkoopers, ten verschijn dage voren gemeld, van genoemde huurders respectivelijk, uit te vorderen en te ontvangen de huren, zoo als die hier voren bij artikel vier van ieder perceel zijn opgegeven, en vervolgens alle verder te verschijnen huurpenningen.
[Zes]

[Negentien]
[
Eerste Perceel] Een pakhuis en erf, genaamd "Zeelust", vroeger gedient hebbende als suikerraffinaderij, aan de Hooge Nieuwstraat, stekkende tot en uitkomende aan de Binnen Walevest getekend A496. Bij het kadaster bekend onder sectie F nummer 1063 pakhuis, drie aren zeventig centiaren.
[Tweede Perceel] Een pakhuis en erf, genaamd "de Prins", aan de Hooge Nieuwstraat, strekkende en uit komende aan de Binnen Walevest, getekend A497.
Bij het kadaster bekend onder sectie F nummer 75 pakhuis, een are acht centiaren.
[Derde Perceel] Een open erf, met steenen koepel, bergloods en verder getimmerte, aan de Binnen Walevest en uitkomende aan de Buiten Walevest, getekend A533. Bij het kadaster bekend onder sectie F nummer 57 gebouwen erf, drie aren vijftig centiaren.
Zo als nu overgegaan tot de veiling in provisionele toewijzing zelve van de onroerende goederen vooromschreven in voege als volgt:
Eerste Perceel Het hoogst ingezet op eene som van zes duizend acht honderd gulden door den Wel Edelen Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf, koopman en commissionair, wonende te Dordrecht voornoemd dewelke alzo van hetzelve eerste perceel vooromschreven provisionele kooper is geworden onder de conditien en bepalingen hiervoren omschreven.
Tweede Perceel Het hoogst ingezet op eene som van twee duizend een honderd vijftig gulden door den Wel Edelen Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf, voornoemd dewelke alzoo van hetzelve tweede perceel voor omschreven, provisionele kooper is geworden onder de conditien en bepalingen hier voren omschreven.
Derde Perceel Het hoogst ingezet op eene som van twee duizend vijf honderd vijf en twintig gulden, door den Heer Jan Korthals Wouterszoon, scheepsbevrachter, wonende te Dordrecht, dewelke alzoo van hetzelve derde perceel voor omschreven, provicioneel kooper is geworden, onder de conditien en bepalingen, hiervoor omschreven.
En na hiermede ge………….te hebben tot des namiddags een ure, is deze veiling en provisionele toewijzing afgeloopen.
Er is van al het vorenstaande door mij Notaris deze acte en minuut opgemaakt, welke ten voormelde plaats, te Dordrecht, verleden en onmiddellijk na voorlezing door den Heeren Requiranten, de hoogste inzetters en de getuigen, allen aan mij notaris bekend, benevens door mij notaris, zelven ondertekeend is.
(Getekend) J.Schuijten,. Hr. O.J. van der Elst van Bleskensgraaf. V. Thierens jr. J.P. Backer. J.J.B.J. Bouvij. H. Kuijl fz. J. Dorreboom pz. G.P.A. Struijk. J. Korthals wz. H.F. Koevoets. J.Freen. J.H. Schutz van Haegen, Notaris.
(Ter zijde staat)
Geregistreerd te Dordrecht den twaalfden September 1800 zeventig, deel 106 folio 61 verso vak 6, acht bladen zes renvooien.
Ontvangen voor recht ƒ0,80 voor 38 opcenten ƒ0,30 te zamen een gulden tien en halve cent.
De ontvanger (getekend) Kuffelen
+
(17-9-1870) In het jaar achttien honderd zeventig den zeventienden van de maand September des voormiddags ten half twaalf ure
Ten verzoeke en in tegenwoordigheid; van de Wel Edelen Heer Johannes Schuiten Hubertszoon, notaris.
Van den Wel Edelen Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf, koopman en commissionair.
Van den Wel Edelen Heer Vincent Thierens junior, pondgaarder.
Van den Heer Johannes Petrus Backer, koopman.
Van den Heer Jacobus Johannes Bernardus Josephus Bouvy, koopman.
Van den Heer Hendrik Kuijl Thomaszoon, scheepsbevrachter.
Van den Heer Jacobus Dorrenboom, horlogemaker.
En van den Wel Edel Gestrengen Heer Meester Gautier Pierre Adrien Struijk, Notaris allen wonende te Dordrecht.
In zoodanige betrekkingen respectievelijk en genoemde Heer Hendrik Kuijl Thomaszoon noch voor zichzelve, als vermeld en in het breede is omschreven in het proces verbaal van veiling van na te omschrijven onroerende goederen, den tienden September dezes jaars, ten overstaan van mij Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen na te noemen, gehouden, behoorlijk geregistreerd en onder de minuten van mij Notaris Schultz van Haegen berustende.
Krachtens beschikking van de Arrondissements Rechtbank, zitting houdende te Dordrecht, voor zo veel betreft den onder curatele gestelden Heer Arie Kuijl Thomaszoon en zijne minderjarige kinderen en nog ongeboren vrucht allen in voormelde procesverbaal van veiling genoemd, gegeven bij vonnis van den eersten Juni dezes jaars, op de expeditie behoorlijk geregistreerd.
Heb ik onder geteekende Jan Hendrik Schultz van Haegen, Notaris in het vierde Arrondissement der provincie Zuid Holland, residerende te Dordrecht in tegenwoordigheid van den heer Hendrik Franciscus Koevoets, kandidaat Notaris en Jasper Freen, stadsomroeper, beiden wonende te Dordrecht, als getuigen.
Mij bevonden te Dordrecht, in het koffiehuis van Jilles Zahn, tegenover het Scheffersplein, ten einde aldaar over te gaan tot den afslag en definitieve toewijzing van te melden onroerende goederen, waarvan de veiling en provisionele toewijzing ten overstaan van mij Notaris Schultz van Haegen, voornoemd heeft plaats gehad den tienden September jongstleden, in gevolge voormeld geregistreerd procesverbaal waartoe zoo voor de bewijzen van eigendom en de overschrijvingen van dezelve, voor zooverre plaats gehad, de breedere kadastrale omschrijving van de na te melden te verkoopen onroerende goederen, als anders zins bij deze, wordt geregistreerd, als daarbij breeder omschreven.
En is door mij Notaris, ten voorschreven ende aan de personen in een der lokalen van gemeld koffiehuis, al waar de verkooping gehouden wordt bij een gekomen kenbaar gemaakt, waar overgegaan gemeld procesverbaal van veiling, met de verkoopsconditien daarin vervat en vervolgens respectievelijk,
tot den afslag en definitieve toewijzing als na te melden, van de navolgende onroerende goederen, allen staande en gelegen te Dordrecht, te weten:
Eerste Perceel Een pakhuis en erf, genaamd "Zeelust", vroeger gedient hebbende tot suikerraffinaderij, aan de Hooge Nieuwstraat, stekkende tot en uit komende aan de Binne Walevest geteekend A496. kadaster sectie F nummer 1063. Bij de veiling enzovoort.
Tweede Perceel Een pakhuis en erf, genaamd "de Prins", aan de Hooge Nieuwstraat, strekkende tot en uit komende aan de Binne Walevest, geteekend A497.
kadaster sectie F nummer 75. Bij de veiling enzovoort.
Derde Perceel Een open erf, met stenen koepel, bergloods en verder getimmerte, aan de Binne Walevest en uit komende aan de Buiten Walevest, geteekend A533. Kadaster sectie F nummer 57. Bij de veiling enzovoort.
Is overgegaan tot den afslag en definitieve toewijzing van de onroerende goederen voren gemeld als volgt:
Eerste perceel voor omschreven, Opgehangen op eene som van twaalf duizend gulden, gemelde ingezette som daaronder begrepen en afgeslagen tot op denzelve ingezette som van zes duizend acht honderd gulden zonder gemijnd te worden.
Tweede perceel voor omschreven, Opgehangen op eene som van vijf duizend gulden, gemelde ingezette som daaronder begrepen en afgeslagen tot op denzelve ingezette som van twee duizend een honderd vijftig gulden zonder gemijnd te worden.
Derde perceel voor omschreven Opgehangen op eene som van vijf duizend gulden, gemelde ingezette som daar onder begrepen en afgeslagen tot op eene som van twee duizend zes honderd vijftig gulden is gemijnd geworden door den Wel Edele Heer David Antoine Nicolas Vriesendorp, commissionair, wonende te Dordrecht.
Vervolgens ingevolge het bepaalde bij voormeld procesverbaal van veiling, over gaande tot den gecombineerde afslag:
Voor eerst: Van het eerste en tweede perceel voor omschreven te samen staande op eene som van acht duizend negen honderd vijftig gulden, zijn dezelve gecombineerd opgehangen op eene som van zestien duizend gulden, gemelde som van acht duizend negen honderd vijftig gulden daar onder begrepen en afgeslagen tot op eene som van negen duizend drie honderd vijftig gulden is gemijnd geworden door den Wel Edelen Heer Johannes Schuijten Hubertszoon, Notaris wonende te Dordrecht, voornoemd.
En ten tweede: Van het eerste, tweede en derde perceel voor omschreven, te samen gebracht op eene som van twaalf duizend gulden zijn dezelve perceelen gecombineerd opgehangen op eene som van twintig duizend gulden, gemelde twaalf duizend gulden, …………………
daaronder begrepen en afgeslagen tot op laatstgemelde som van twaalf duizend gulden, zonder gemijnd te worden zijn als nu koopers geworden te weten:
Van het eerste en tweede perceel voor omschreven de Wel Edele Heer Johannes Schuijten Hubertszoon, Notaris, wonende te Dordrecht, voornoemd, dewelke dadelijk verklaard heeft de mijning van het voormelde eerste en tweede perceel gedaan te hebben, te weten:
Het eerste perceel voor omschreven, voor en ten behoeve van voornoemden Wel Edelen Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf, koopman en commissionair, wonende te Dordrecht, voor eene som van zes duizend negen honderd gulden, als daartoe van dezelven mondeling last hebbende: welke genoemde Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf, bereids eigenaar van voormeld eerste perceel voor een onverdeeld een vijfde aandeel, alszoo van dit perceel, tegen gemelde som van zes duizend negen honderd gulden, voor het geheel definitief kooper is geworden op de voorwaarde in gemeld procesverbaal van veiling omschreven en verklaard heeft zulks te accepteren.
En het tweede perceel voor omschreven, voor en ten behoeve van de Wel Edele Heer Daniel de Jongh, makelaar wonende te Dordrecht en voor en ten behoeve van zich zelven, voor eene som van twee duizend vier honderd vijftig gulden, als daartoe, wat betreft genoemden Heer Daniel de Jongh, voor denzelven mondeling last opdracht hebbende, welke genoemden Heer Daniel de Jongh en Johannes Schuijten Hubertszoon alzoo van het voormelde tweede perceel, tegen gemelde som van twee duizend vier honderd en vijftig gulden, definitieve koopers zijn geworden op de voorwaarden in het proces verbaal van veiling voren vermeld omschreven.
En van het derde perceel voor omschreven de Wel Edelen Heer David Antoine Nicolas Vriesendorp, commissionair, wonende te Dordrecht, voornoemd, de welke dadelijk verklaard heeft de mijning van gemeld derde perceel gedaan te hebben voor en ten behoeve van de Firma Jacob Vriesendorp en Zonen, commissionairs in Noordsche houtwaren gevestigd te Dordrecht, als daartoe van dezelve mondeling last hebbende welke genoemde Firma Jacob Vriesendorp en Zonen alzoo van het derde perceel voor omschreven, tegen gemelde som van twee duizend zes honderd vijftig gulden definitief kooperesse is geworden op de voorwaarden in gemeld proces verbaal van veiling omschreven.
En hebbende de gezamelijke comparanten ten slotte nog verklaard hunne toestemming te geven dat de overschrijving zoowel van dit proces verbaal, als van voormeld proces verbaal van veiling ten kantore der hypotheken bij Uittreksel zal mogen geschieden.
En na hiermede ge ….eerd te hebben tot des namiddags half een ure, is deze afslag en definitieve toewijzing afgeloopen.
En is van al het vorenstaande door mij Notaris deze acte in minuut opgemaakt, welke ten voormelde plaats, te Dordrecht, verleden, en onmiddellijk na voorlezing door de Heeren Requiranten en mijners en de getuigen allen van mij Notaris bekend benevens door mij Notaris zelve onderteekend is.
(geteekend) J. Schuijten Hz,. O.J.van der Elst van Bleskensgraaf, V. Thiernes jr, J.P Backer, J.J.B.J. Bouvy, H. Kuijl, Tz. J. Dorreboom, Pz. G.P.A. Struijk, D.A.N. Vriesendorp, H.F. Koevoets, J. Thierens, J.H. Schultz van Haegen.
(ter zijde staat)
Zie aangehechte kwitantie;
(volgt den inhoud de aangehechte kwitantie) geregistreerd te Dordrecht den twintigste September 1800 zeventig deel 105, foli 60 verso vak 7, 2 bladen geen renvooi.
Ontvangen voor recht van koop van perceel I ƒ 232,40 van perceel II ƒ 104,00 voor recht van koop van perceel III ƒ 112,80. te zamen ƒ 449,20 makende met de 38 opcenten ad ƒ 170,70 zes honderd negentien gulden negentig cents.
De ontvanger (geteekend) van Kuffeler.

[gegevens van dhr L. Megens]

- (1894) 06-05-1894 Kadaster DDT, 477/54.
Dagregister deel 42 nummer 775 den zesde Mei achttien honderd vier en negentig.
De ondergetekende:
De Heer Franciscus Carel Wilhelmus Noorduijn koopman te Nijmegen als gemachtigde van den Heer J.J. van der Elst houthandelaar te Nijmegen blijkens de van volmacht verleden voor den Notaris J. Klaussen junior te Nijmegen d.d. 2 augustus 1893 geregistreerd te Nijmegen den derde augustus 1800 drie en negentig deel 65 foli 97 verso vak 3, een blad geen renvooi.
Ontvangen voor recht een gulden twintig cent.
De ontvanger (geteekend) tevens waarbij onder anderen genoemde Heer Jacobus Johannes van der Elst, den Heer Franciscus Carel Wilhelmus Noorduijn machtigt om zijn onroerende en roerende goederen te verkopen hetzij uit de hand of in het openbaar.
Ten eene: Verklaard dat hij heeft verkocht aan de mede ondergeteekende den Heer Gerard Johannes Christiaan van der Elst kassier en commissionair in effecten wonende te Dordrecht.
Het onverdeelde een vierde gedeelte in:
Een pakhuis genaamd "Zeelust" aan de Hooge Nieuwstraat te Dordrecht groot drie aren zeventig centiaren op den plaatselijke kadastrale legger dier gemeente bekend in sectie F nummer 1063 welk gedeelte door contractant ter eene is aangekomen als erfgenaam bij versterf van zijn vader den Wel Edel Geboren Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf.
Partijen verklaren dat den verkoop en koop is geschied voor de som van een duizend twee honderd en vijftig gulden te betalen in Nederlandsche gangbare munt, en op de volgende bedingen.
[Artikel 1] Verschil tussen de werkelijke en de volgens den kadastrale leggger opgegeven maat geeft geen grond tot het vorderen van ene vermeerdering of vermindering van den overeen gekomen koopprijs of van eene vernieteging van de koop.
[Artikel 2.] Het onroerend goed wordt ter stond overgedragen in de macht en het bezit van den koper.
Daaraan wordt hem het rustig en overgaand bezit gewaarborgd.
[Artikel 3.] De verkooper is tot geene vrijwaring gehouden wegens hem onbekende erfdienstbaarheden of andere lasten die niet in de openbare registers ten kantore van de bewaring der hypotheken zijn over of ingeschreven en die men bewezen mocht op het onroerend goed te hebben, noch voor geborgen gebreken waaraan hij zelf onkundig is.
[Artikel 4.] De grondbelasting is van heden voor rekening van den kooper, terwijl partijen voor daden van gemakkelijke ten uitvoerleggen domicilie kiezen ter griffie van Arrondissement rechtbank te Dordrecht.
Aldus ter goede trouw overeen gekomen en geteekend den drie en twintigsten April 1800 vier en negentig, (geteekend) F.C.W. Noorduijn, G. van der Elst.
Nr.3465 Geregistreerd te Dordrecht den tweeden Mei 1800 vier en negentig, deel 128, folio 182, verso, vak5, een blad twee renvooien.

[gegevens van dhr L. Megens]

- (1889) 29-06-1889 Kadaster DDT. 435/7.
Dagregister deel 38, nummer 562, Den negen en twintigsten juni achttien honderd negen en tachtig.
De ondergetekende: De heer Francois van der Elst, makelaar en wonende te Dordrecht ter eener; Verklaard dat hij heeft verkocht aan de mede ongeteekende,
den heer Gerardus Johannes Christiaan van der Elst, kassier en commissionair, wonende te Dordrecht,
die verklaard dat hij van hem gekocht heeft het onverdeelde een vierde gedeelte in:
a. een huis, erf en bergplaats aan de Voorstraat te Dordrecht, groot 8 aren 50 centiaren op den plaatselijke kadaster legger der gemeente bekend en sectie E nummer 626.
b. Een pakhuis aan de Hooge Nieuwstraat te Dordrecht, groot 3 aren en 70 centiaren, op den plaatselijke kadastrale legger der gemeente bekend in sectie F nummer 1063.
Welk gedeelte den contractant ter ene is aangekomen als erfgenaam bij versterf van zijne vader den Wel Edel Gestrenge Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf. Partijen verklaren dat deze verkoop en koop is geschied voor de som van acht duizend gulden. En op volgende bedingen:
[Artikel 1.] Verschil tusschen de werkelijke en de volgens den kadastrale leggger opgegeven maat geeft geen grond tot het vorderen van eene vermeerdering of vermindering van den overeen gekomen koopprijs of van eene vernietiging van den koop.
[Artikel 2.] Het onroerend goed wordt ter stond overgedragen in de macht en het bezit van de kooper. Daarvan wordt hem het rustig en overgaand bezit gewaarborgd.
[Artikel 3.] De verkooper is tot genen vrijwaaren gehouden wegens hem onbekende erfdienstbaarheden of andere lasten die niet in de openbare registers ten kantore van de bewaring der hypotheken zijn voor - of ingeschreven en die men bewezen mocht op het onroerend goed te hebben, noch voor geborgen gebreken waaraan hij zelf onkundig is.
[Artikel 4.] De grondbelasting is van heden voor rekening van den kooper.
[Artikel 5.] Den eersten Januari 1800 negentig wordt de koopprijs betaald aan en ten huize van den verkooper en zonder eenige schuldvergelijking. Vertraging in het nakomen van dit beding.
Stelt den kooper terstond in gebreken en verplicht hem tot betaling van een intrest over vijf tien honderd in het jaar over den verschuldigde koopprijs van den dag van zijne vergunnen tot en met den dag van betaling of van de ontbinding deze overeenkomst wegens niet betaling van de koopprijs.
[Artikel 6.] De contractant ter andere zijde verklaard dat hij de bewijzen van eigendom van het verkochte van den contractant ter eene heeft overgenomen. 
Partijen verklaren dat zij ook voor daden van gerechtelijke ten uitvoer legging domicilie kiezen ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Dordrecht. Al dus te goeden trouw overeengekomen en in simplo opgemaakt en geteekend te Dordrecht den acht en twingsten juni 1800 negen en tachtig.
(getekend) F. van der Elst en G. v.d. Elst
No.498 geregistreerd te Dordrecht den acht en twingsten Juni 1800 negen en tachtig deel 105 folio 147, verso vak 1, een blad, een renvooi. Ontvangen voor recht ƒ 320,- voor 32 opcenten ƒ121,60 te zamen vier honderd een en veertig gulden zestig cent.
(ƒ 441.60) De Ontvanger (geteekend) Hemsing.
[gegevens van dhr L. Megens]

- (1900) 13-11-1900 Kadaster DDT 529/62.
Dagregister deel 48 nummer 165,
den dertienden November negentien honderd.
Heden den negenden November negentien honderd is voor mij Krijn Hoogeveen Notaris ter standplaats Dordrecht in tegenwoordigheid van na te noemen getuigen verschenen;
de Wel Edel Geboren Heer Gerard Johannes Christiaan van der Elst (op den kadastrale legger der gemeente Dordrecht abusievelijk bekend als Gerardus Johannes Christiaan van der Elst) kassier wonende te Dordrecht ten deze handelend:
A voor zichzelf, en
B als speciaal gevolmachtigde van den Wel Edel Geboren Heer Ottho Johannes van der Elst ingenieur wonende te 's-Gravenhage blijkens eene door deze op den derde November negentien honderd onderteekende onderhandse akte van volmacht welke na vooraf door vernoemden Heer lasthebber in tegenwoordigheid voor mij Notaris en de na te noemen getuigen voor echt erkend en ten blijke daarvan door hem lasthebber, de getuigen en mij Notaris geteekend te zijn aan deze minuut is vastgehecht om daarmede gelijk tijdig te registratie te worden aangeboden.
Welke heer comparant verklaarde bij deze te hebben verkocht met waarborg voor alle uit winning en andere wettelijke stoornissen hoe ook genaamd aan de GEMEENTE DORDRECHT.
Een pakhuis en erf genaamd "Zeelust" staande en gelegen in de gemeente Dordrecht aan de Hooge Nieuwstraat bij het kadaster dier gemeente bekend in sectie F nummer 1063 (duizend drie en zestig) groot 3 aren en zeventig centiaren.
Welke onroerend goed den Heeren verkoopers in eigendom is opgekomen.
Welke betreft den Heer Gerard Johannes Christiaan van der Elst:
Voor een vierde gedeelte als erfgenaam bij versterf van wijlen zijn vader de Wel Edel Geboren Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf.
Voor een vierde gedeelte bij een onderhandse akte van koop en verkoop waarop staat Nr.498 geregistreerd te Dordrecht den acht en twintigsten Juni 1800 negen en tachtig in deel 105 folio 47 verso vak 1,een blad een renvooi.
Ontvangen voor recht ƒ 320, voor 38 opcenten ƒ 21,60 te samen vier honderd een en veertig gulden zestig cent. ƒ 441,60. De ontvanger (geteekend) Kleinsing, over geschreven ten hypotheek kantore te Dordrecht den negen en twintigsten Juni daar aan volgend in deel 435 nummer 7, en voor een vierde gedeelte bij een onderhandsche akte van koop en verkoop waarop staat nummer 3436. Geregistreerd te Dordrecht den tweeden Mei 1800 vier en negentig deel 110 folio 182 verso vak 5 een blad twee renvooi. Ontvangen voor recht vijf en twintig gulden ƒ 25,- De ontvanger (geteekend) Eerens. Overgeschreven ten hypotheek kantore te Dordrecht den vierden Mei daaraan volgende in deel 477 nummer 54 en wat betreft de Heer Ottho Johannes van der Elst.
Voor een vierde gedeelte eveneens als erfgenaam bij versterf van zijnen wijlen zijner vader vernoemde Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf.
Voormelden overdracht en koop wordt ten deze voor de Gemeente Dordrecht aangenomen door den Edelachtbare Heer Meester Alfred Rudolf Zimmerman Burgemeester der gemeente Dordrecht, wonende aldaar als Burgemeester en Hoofd van den Raad der Gemeente Dordrecht ingevolge artikel zeventig der Gemeentewet belast met de uitvoering zijner besluiten en als zoodanig ten deze handelen van de ter uitvoering van zijner besluit genomen in zijne vergadering van den zestienden October negentien honderd goedgekeurd door Heeren Gedeputeerde Staten der Provincie Zuid Holland den drie en twintigsten October negentien honderd en welke heer Burgemeester ten deze is bijgestaan door den gemeente secretaris den Wel Edel Gestrengen Heer Meester Dirk van Houten Jacobszoon wonende te Dordrecht en beiden alhier mede verschenen.
Deze koop en verkoop is volgens verklaring van partijen geschied onder de navolgende bepalingen en bedingen:
dat de Gemeente Dordrecht het gekochte zal moeten aanvaarden in dien staat waarin het zich thans bevindt met alle lusten en lasten en heerschende en lijdende erfdienstbaarheden en bepalingen als daaraan zijn verbonden en verknocht zijnde van het bestaan daarvan aan de verkoper thans niet bekend.
Dat de gemeente Dordrecht het gekochte dadelijk zal kunnen aanvaarden doch ook te en van af heden de lasten daarvan verschuldigd voor hun rekening komen,
en dat de rechten en kosten op dezen koop en verkoop op de levering van het gekochte vallende door de Gemeente Dordrecht zullen worden gedragen,
en eindelijk om en voor eene som van Negen duizend gulden welke koopsom de Heer comparant verkooper verklaard bij deze van de gemeente Dordrecht te hebben ontvangen, haar daarvoor ook namens zijnen gemelden lastgever volledig kwiteerende en dechargeerende zonder eenig voorbehoud stellende en subrogeerende de comparant verkooper de gemeente Dordrecht in alle rechten van eigendom die hij en zijn lastgever op het bij deze verkochte bezaten met de machtiging tevens om zonder hunne verdere medewerking de overschrijving van het afschrift dezer akte in de daar toe bestemde openbare registers te doen bewerkstelligen.
Voormeld onroerend goed is aan den heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf in eigendom opgekomen: voor een vijfde gedeelte bij een akte en scheiding den negen en twintigsten April achttien honderd vijf en zestig voor Jan Hendrik Schultz van Haegen des tijds Notaris te Dordrecht verleden overgeschreven ten hypotheek kantore te Dordrecht den derde Augustus achttien honderd vijf en zestig in deel 220 nummer 9 en voor vier vijfde gedeelte bij processen verbaal van veiling en toewijzing den tienden en zeventienden September achttien honderd zeventig door genoemde Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen opgemaakt, overgeschreven ten hypotheek kantore te Dordrecht den tienden October achttien honderd zeventig in deel 265 nummer 27.
De verschenen personen zijn aan mij notaris bekend,
waarvan akte.
Gedaan en verleden te Dordrecht op het Raadhuis op den datum in het hoofd dezer akte vermeld in tegenwoordigheid van de Heeren Johannes Willem de Wijn kandidaat Notaris en Theodorus Smiers gemeentebode beiden wonende te Dordrecht, als getuigen.
De Heeren comparanten hebben met de getuigen en mij Notaris deze minuut onmiddellijk na gedane voorlezing onderteekend, (geteekend) G. v.d Elst A.K. Zimmerman en D. van Houten Jzn. Joh. W. de Wijn, Smiers, Hoogeveen Notaris.
Verder staat.
425 Geregistreerd te Dordrecht den tienden November negentien honderd deel 155 folio 69 verso vak 2 twee bladen een renvooi.
Ontvangen voor recht honderd tachtig gulden ƒ 180,- De ontvanger geteekend Heijl.
Volgt de aangehechte volmacht.
De ondergetekende Wel Edel Geboren Heer Ottho Johannes van der Elst, ingenieur wonende te 's-Gravenhage verklaard bij deze te volmachtigen den Wel Edel Geboren Heer Gerard Johannes Christiaan van der Elst, kassier wonende te Dordrecht.
Speciaal om namens hem ondergetekeende over te gaan tot de overdracht in koop en eigendom in zijn aandeel in een pakhuis en erf genaamd "Zeelust" gelegen in de gemeente Dordrecht aan de Hooge Nieuwstraat bij het kadaster dier gemeente bekend sectie F nummer 1063 groot drie aren zeventig centiaren en zulks aan de gemeente Dordrecht voor eene som van negen duizend gulden voor voormeld onroerend goed in zijn geheel
tot dat ende de voorwaarden en bepalingen te regelen waarop die overdracht zal plaats hebben het notarieel koopcontract te doen opmaken mede werken tot de levering van voor vermeld onroerend goed door overschrijving der koopakte in de daartoe bestemde openbare registers en in het algemeen voor de dier zaken datgene te verrichten wat door den ondergeteekende zelf tegenwoordig zijnde, zou kunnen of moeten worden verricht verleenende voor de aan den Heer lasthebber het recht van subotitutie alles overeenkomstig de voorschriften der wet".
s-Gravenhage 3 november 1900
Geteekend O.J. van der Elst
Voor echt erkend
Getekend: G.v.d. Elst, Joh. W. de Wijn, Smiers en Hogeveen notaris.
Verder staat
1430 geregistreerd te Dordrecht den tiende November negentien honderd deel 118, folio 48, verso vak 8, een blad geen renvooi.
Ontvangen voor recht een gulden twintig cent ƒ 1,20 de ontvanger (geteekend) Heijl.
Voor afschrift
geteekend Hoogeveen notaris.
[gegevens van dhr L. Megens]

(c) Dordrecht EvD / Papendrecht H.W.G. van Blokland 2009.