DEEL 1:
PAPENDRECHT EN 300 JAAR FAMILIE VISSER: BOEREN, BURGERS EN AANNEMERS

door H.W.G. van Blokland-Visser
FAMILIE VISSER, SLIEDRECHT/PAPENDRECHT
(Aannemers Gebrs Visser/vader Gerrit Visser anno 1868, Papendrecht vanaf 1900, Visser&Smit Aannemers/Architecten 1927, N.V. Visser&Smit, 1970 Visser&Smit Bouw, Visser&Smit HANAB, Volker Stevin, Papendrecht)
visser_01a.jpg (228379 bytes) (schema familie Visser)

I Jan Paulusz Visser, geb. ca 1640, boer te Sliedrecht, overl. ca 1704 Sliedrecht, tr. Ottoland 1672 Neeltje Baan Meesd, geb. Ottoland 1642.
Hun gezin bestaat in ieder geval uit drie zoons:
1. Pieter (II), geb. ca 1672, in 1703 te Sliedrecht gehuwd met Ariaantje Ariens Eikelenboom;
2. Paulus, geb. ca 1675, te Sliedrecht gehuwd met Annigje Leenderts Schram; zij wonen aldaar in 1730 op nr. 251 in een 'bouhuys' (=boerderij) en hebben 3 zoons en 1 dochter;
3. Pleun, geb. ca. 1680, te Sliedrecht getrouwd met Annigje Ariens van der Wiel. Zij wonen in 1730 te Sliedrecht op nr. 264, in een 'bouhuys', en hebben 1 zoon en 2 dochters. Gegevens van voor 1704 over dit gezin ontbreken omdat de doop-, trouw- en begraafboeken van Sliedrecht van voor 1704 zijn verbrand.

II Pieter Jansz Visser
Pieter, geb. ca. 1672 te Sliedrecht, zal zijn vrouw wel ontmoet hebben in Gijbeland, waar de familie van zijn moeder woonde. In jan. 1703 gaat hij in Brandwijk in ondertrouw met Ariaantje Eikelenboom, jonge dochter van Gijbeland. Zij trouwen op 28 januari 1703 te Sliedrecht. Ariaantje is ca. 1680 geboren als dochter van Arien Pieters Eikelenboom en Grietje Cornelis Eikelenboom.
visser_02a.jpg (23890 bytes) (uit trouwboek van Brandwijk)

Pieter
is boer, net als zijn broers, en woont in 1730 in een 'bouhuys', nr. 261 te Sliedrecht (ergens tussen de Grote Kerk en de Oosterbrug) in de wijk Naaldwijk.
Hun kinderen zijn:
- Pleuntje (1704)
- Aertie (1705)
- Mees (III) (1707); huwt in 1735 te Papendrecht Ariaantje Ariens Stolk
- Grietje (1712); bij de doopaangifte op 9-10-1712 te Sliedrecht wordt voor de eerste keer Visser achter de naam van de vader gezet. Zij huwt Ary Pieters Bot.
- Marichje (1715) huwt in 1738 te Papendrecht Joost Jacobs van Hofwegen;
- Arien (1722) huwt in 1746 te Sliedrecht Jannigje Verhoef; zij hebben 5 zoons en 1 dochter.

visser_02b.jpg (41806 bytes) (Eerste keer Visser als achternaam (uit doopboek van Sliedrecht))


Ariaantje en Pieter maken met hun gezin twee keer een watersnood mee; n in 1709 en n in 1726. Sliedrecht heeft rond 1730 zo'n 2200 inwoners en is een redelijk grote plaats met 285 huizen, een opkomende stand van aannemers, griend- en rijshouthandelaren, alsmede een redelijk grote stand van boeren. Het tweetal is meermalen doopgetuige geweest bij de broers van Pieter: Paulus en Pleun. Pieter overlijdt vr 1732, zijn vrouw wordt ongeveer 80 jaar en overlijdt in 1763 te Sliedrecht.

visser_02c.jpg (70473 bytes) (12 juni 1707 (doopinschrijving van Mees in het doopboek van Sliedrecht))

III Mees Pietersz Visser
Mees wordt gedoopt op 12-6-1707 te Sliedrecht en is net als zijn vader boer. Hij trouwt in 1735 te Papendrecht met Ariaantje Stolk. Zij is op 16-2-1710 gedoopt te Papendrecht en d.v. Arien Coene Stolk en Maayke Cornelis de Koningh.
Ariaantje is een boerendochter die aan het Oosteind woont en de jognste uit een gezin van zes kinderen. Haar vader sterft vr 1730, want op de lisjt van woningen te Papendrecht staat bij huisnr. 8: "de weduwe Arien Coene Stolk, Bouhuys met agterhuys" (zelf bewoond) en zij hebben ng een huisje buitendijks.
Het jonge stel zal de boerderij wel voortgezet hebben, want op de lijst van huizen en land 1753 heeft Mees Visser een huis op nr. 8 en land. Mees betaalt dan aan belasting over het huis de 100e penning en over zijn land dijkrecht en ebschouwen een bedrag van f 49.

Er staan in die tijd 158 huizen in Papendrecht, 8 burgerhuizen plus schuur en stalling, 82 arbeidershuisjes en 67 boerderijen. In de Kerkbuurt staat op nr. 57 het huis van de Vrijheer van Papendrecht, op nr. 60 het schoolhuis, nr. 61 de kerk, nr. 70 de korenmolen (nu Kerkbuurt 120) en nr. 73 het predikantshuis. Verder heeft de gemeente een 'Ponte veer', met op nr. 88 bij het pontveer 'Huys en stalling' en Hendrik van de Kevy. Op nr. 89 'Tras- en olymolen' van eigenaar Willem Bey. Aan het Oude Veer 99: herberg/regthuys van Johannes Kuyper; Hoek Veerstoep/Westeind 125: 'schuytevoerders huys'. Nr. 137: buitendijks 'Korenwassery' - nu Westeind ... - van Pieter Besemer.
Het hoogste bedrag aan belasting betaal baljuw Leendert Roscam (f 547). Pieter Besemer betaalt f 305 en de Vrijheer van Papendrecht f 206. Er zijn twintig personen die meer dan f 100 betalen, 15 ongeveer f 50 en de rest zit er onder.
Het gezin van Mees en Ariaantje maakt nogal het een en ander mee. Vooral de boerenbevolking ondervindt veel schade van de gebeurtenissen. Zo is er in 1740 een grote muizenplaag; de diertjes vreten alles op. In februari 1741 breekt er weer eens een dijk door in de Alblasserwaard door een ijsdam. Bij de buren van Mees, nr. 9 - bouhuys en schuur van de weduwe Gerrit Jan Swartwater - spoelt de hele boel weg. Ook op nr. 14 is dat het geval. Het land staat na zo'n dijkdoorbraak maanden erna nog onder water. Als iedereen de boel weer op orde heeft, breekt in 1744 de veepest uit. In 1755 zijn hun buren: op nr. 6 Adriaan Cleysz Matena; nr. 7 Pieter Jansz Matena; nr. 9 Leendert Kamermans; nr. 10 de weduwe Hermen Jansz Decker en nr. 14 Jan Hendrikz van de Graaf.
Het gezin van Mees en Ariaantje bestaat in 1754 uit zes kinderen; zeven anderen zijn op jonge leeftijd overleden en hebben in de meeste gevallen het eerste jaar niet gehaald.
Dit was overigens tot begin deze eeuw bij velen het geval. Oorzaken waren o.a.: kort borstvoeding, verkeerde andere voeding, slechte hygine, kinderziektes en cholera door het slechte water.
Ariaantje moet een ijzersterke vrouw zijn geweest, want zij is bijna 44 jaar als zij in 1754 haar 14e kind - voor die tijd niet ongebruikelijk - krijgt. Tijdens mijn onderzoek naar andere Papendrechtse gezinnen is mij gebleken dat het tot ver in de twintigste eeuw heel normaal is als moeders rond hun 45e jaar nog een baby krijgen. Je kan je bijna niet voorstellen hoe het leven voor die vrouwen toen moet zijn geweest: vele zwangerschappen, het verdriet van het overlijden van (jonge) kinderen en dan nog de zorg voor het gezin.
visser_03.jpg (85150 bytes) (Mees Visser. Een huijs ord. verp. 1750 van Een huijs f 2-0-0, etc.....)

De zeven kinderen van Mees en Ariaantje:
- Neeltje (1735)
- Pieter (1739) (IV) hust in 1765 te Papendrecht met Kornelia Ariens Blom
- Maayke (1744) huwt in 1768 te Papendrecht met Boudewijn Ariens Blom (broer van Kornelia)
- Kornelis (1745)
- Ariaantje (1746) huwt in 1787 te Papendrecht met Willem Stolk
- Ary (1750)
- Lysbeth (1754) huwt 1789 te Papendrecht met Willem Smits

IV Pieter Mees Visser
Pieter wordt gedoopt op 21-6-1739 te Papendrecht. Hij is boer en trouwt in 1765 een boerendochter van het Oosteind nr. 20, Kornelia Blom, gedoopt 26-7-1739 te Papendrecht.
Kornelia is de dochter van Ary Boudewyns Blom, boer en schepen van Papendrecht, en Aagje Ariens Schorteldoek. Zij zijn vermogend en hebben zes kinderen, van wie er maar twee trouwen, de rest blijft dus ongehuwd.
Volgens de woninglijst van 1780 wonen Pieter en Kornelia op nr. 13. In dat jaar wordt Pieter aangesteld als schepen van Papendrecht. Hij volgt dan op 41-jarige leeftijd Teunis van Rhijn op.
Op de lijst van weerbare mannen uit 1784 is Pieter een vermogend man; hij heeft geen geweer.
Pieter overlijdt vr 1802, Kornelia overlijdt in februari 1802, 62 jaar oud, te Papendrecht. Bij haar begrafenis wordt voor het luiden van de klok het hoogste tarief van 16 stuivers betaald.
Hun kinderen:
- Ariaantje (1766) huwt in 1800 te Papendrecht met Kornelis Ariens Vink; 1 zoon.
- Arie (1768).
- Mees (1770) (V) huwt in 1795 te Sliedrecht met Elisabeth Vermeulen.
- Aagje (1772).
- Maaike (1777) huwt in 1801 te Papendrecht met Aart Ariens Dekker; 1 dochter.

visser_04.jpg (41936 bytes) (Den Bailluw deser Heerlikheit Papendrecht en Matena ...)

V Mees Pietersz Viiser
Mees wordt gedoopt op 2-9-1770 te Papendrecht. Hij wordt boer en haalt zijn vrouw Elisabeth Vermeulen uit Sliedrecht, maar hij zal zijn Elisabeth wel ontmoet hebben in het Oosteind, waar hij zelf woont. De grootouders van Elisabeth, Pleun de Borst en Jannigje van der Zijden, en broers en zusters van haar moeder wonen namelijk ook aan het Oosteind in Papendrecht.
Zij gaan in een roerige tijd in Sliedrecht in ondertrouw. Het is namelijk 1795, de tijd van de Bataafse Republiek. In het trouwboek staat op 17-7-1795: "Lijsbeth Vermeulen jonge dochter zullende trouwen met Mees Visser wonende te Papendrecht classe f 3,-" In augustus trouwen zij; Mees is dan bijna 25 jaar en zes jaar ouder dan Elisabeth, die bijna 19 jaar is.
Elisabeth is gedoopt op 15-9-1776 te Sliedrecht en dochter van Pleun Wouters Vermeulen, scheepmaker, en Bastiaantje Pleune de Borst (van Papendrecht). Dit echtpaar woont dan op nr. 119 te Sliedrecht.

visser_05.jpg (28053 bytes) (2 september 1770 Mewus, zoon van Pieter Visser en Kornelia Blom. De getuijge Mayke Meeze Visser (doopboek Papendrecht))

Mees en Elisabeth (of Lijsbeth, zoals ze ook genoemd wordt) zijn de stamouders van de familie Visser te Papendrecht. De eerste jaren zullen zij wel bij de ouders van Mees gewoond hebben, maar eind februari 1801 kopen zij zelf een boerderij aan het Oosteind.
Uit de akte van het gerechtelijk archief in Den Haag blijkt dat op 2-2-1801 bij Schout en Schepenen is gekocht: "huis en erf van Hendrikje de Groot aan Mees Visser en Lijsbeth Vermeulen. Niet naar de Hypotheekbank."
Hendrikje de Groot is eerst weduwe van Huibert van de Berg en later van Jurrie Stijweg, wonende te Sliedrecht. Zij verkoopt aan Mees Pietersz Visser, ten oosten van Huig van de Graaf en ten westen van Maaike de Borst, een huis en erf voor de som van f 950. Huis nr. 38 staat binnendijks, direct naast het Waaltje; later kadaster C 1012 (nu Oosteind 142). [zie pag. 13]

Mees is in 1797 al actief in het dorp en wordt aangesteld als stemopnemer bij het schoolgebouw naast de Grote Kerk. De burgers van Papendrecht hebben sinds 1795 stemrecht en op 16 februari 1797 zal vanuit deze stemming een gemeenteraad worden gekozen. (Niet alle burgers mogen zomaar stemmen. Deze worden aangewezen; het zal wel met grond en geld te maken hebben gehad.)
Bij een volgende gemeenteraadsverkiezing, op 11 januari 1804, wordt Mees in de gemeenteraad gekozen, samen met Willem van Dalen sr., Joost de Heer, Jan Matena, Ary Schorteldoek, Jacob Veth Philipsz en Jan Wapperom Teunisz.

Het is nog steeds bezettingstijd door de Fransen als in januari 1809 de Alblasserwaard weer een overstroming meemaakt. De oorzaak is te veel opperwater. Om het water beter en sneller af te laten vloeien, worden in Papendrecht twee hulpgaten gegraven, een bij het Oosteind en een bij de Noordhoek. Mees staat op de lijst der benadeelden en krijgt een schadevergoeding. Zijn boerderij stond dan ook naast het hulpgat.

Via vererving hebben Mees en Lijsbeth in 1802 en 1805 er aardig wat grond bij gekregen. In 1813 worden de Fransen verdreven en tijdens hun aftocht over de dijk plunderen zij alle huizen. Iedereen vlucht met geld, goed en gezin de polders in.
Zo ook Mees en Lijsbeth en hun zes kinderen, maar zoals de familieanekdote vertelt, lieten zij hun tweeling van ruin een jaar, Adriaan en Gerrit, achter in de boerderij. En daarover werd in de familie nogal eens meesmuilend gelachen. Bij nader inzien zal de tweeling misschien nog niet hebben kunnen lopen en hadden de ouders hun handen vol aan de andere kinderen. De kleintjes 'hopelijk veilig' in de bedstee achterlatend.
In 1815 wordt er een overzicht van Papendrecht gemaakt. Het dorp telt dan 1162 inwoners en 180 huizen - waarvan 100 arbeidershuizen, 60 boerderijen en 20 burgerhuizen - alsmede 100 paarden. Bij het Ponte Veer staat een trasmolen, waarop een molenaar. Er is aan het Westeind een korenwasserij, die stilstaat en in de Kerkbuurt staat een korenmolen. De eigenaar, Hendrik Pietersz Rijshouwer, maalt er zelf 1200 zakken graan per jaar.
Papendrecht heeft 4 huistimmerlieden, 10 scheepstimmerlieden, 2 hoefsmeden, 4 metselaars, 2 broodbakkers, 6 kleermakers, 5 schoenmakers, 1 heelmeester en 1 vroedvrouw. Er zijn 13 boeren- of open wagen met 2 paarden ervoor, 12 mest- of aardkarren met 1 paard ervoor. Andere beroepen worden jammer genoeg niet genoemd, zoals het aantal vissers of griend- en riethandelaren, slagers, postboden of veermannen.

De buren van Mees en Lijsbeth zijn in die tijd: op nr. 31 Adriaan Hofwegen, nr. 32 Jan de Groot, nr. 35 Arie Ooms, nr. 36 Philip Verdoorn, nr. 38 Mees Visser, nr. 39 Maaike de Borst en nr. 41 Gijsbert Besemer.
Hun eerste kind trouwt in 1822; zeven jaar later sterft Mees op 58-jarige leeftijd op 12 juni 1829 's middags om half zes. De volgende dag wordt hij aangegeven door zijn zoon Arie.

Elisabeth zet behulp van haar kinderen de boerderij voort. Zij wordt dan in de papieren bouwmeesteresse genoemd. Ook breidt zij in 1831 de bezittingen van de familie uit door zelfstandig nog een huis en grond te kopen.
Zij moet een goede gezondheid hebben gehad, want zij is bijna 44 jaar als zij in 1820 haar 16e kind krijgt. Van haar kinderen overlijden er vijf op jonge leeftijd en twee blijven er ongehuwd.
De laatste jaren voor haar dood leeft zij op de boerderij met twee ongehuwde dochters, een ongehuwde zoon en twee kleinkinderen, die wees zijn geworden. Zij overlijdt op 77-jarige leeftijd op 8 juni 1853 's middags om 4 uur. Haar zoon Jan geeft haar overlijden aan.
De erfdeling vindt plaats op 18 november 1853 door notaris Willem van Wageningen Willemsz van Alblasserdam. Te verdelen valt o.a.: 2 huizen met grond aan het Oosteind A54 en A55, kasternr. C 1012 en C 1020. Verder grond, binnendijks en buitendijks, tuinland, een boomgaard en griendland. Adriaan Verdoorn koopt voor f 3010 boerderij en land C 1012 (nu Oosteind 142). Pleun Visser koopt het andere huis C 1020 voor f 895. Metselaar Gerrit Visser koopt grond voor f 450 en zijn tweelingbroer Adriaan Visser, huistimmerman, koopt grond voor f 395. Het geheel brengt f 9765 op en dat moet verdeeld worden onder de elf kinderen.

Alle kinderen uit het gezin van Mees en Elisabeth zijn in Papendrecht gedoopt:
- Pieter (1798-1874) (VIa) huwt in 1822 te Papendrecht met Teuntje Kornelis Verheul.
- Bastiaantje (1800) huwt in 1824 te Papendrecht met Pieter Willemsz van der Linden, metselaar.
- Pleun (1801-1876) huwt in 1825 te Papendrecht met Pleuntje Stekelbosch.
- Arie (1804-1873) (VIb) huwt in 1837 te Papendrecht met Cornelia Leenderts van Houwelingen.
- Kornelia (1808) huwt in 1839 te Papendrecht met Johan Kristoffel Bohre, bakker.
- Jan (1810-1890) blijft ongehuwd.
- Adriaan (1812-1874) (VIc), huwt 1) in 1836 te Papendrecht met Neeltje Barends Hello en 2) in 1852 te Papendrecht met Anna Philips van Wijngaarden.
- Gerrit (1812-1885) (VId) huwt in 1835 te Papendrecht met Pieternella Adriaans Vink (tweelingbroer van Adriaan).
- Wouter (1815-1847) (VIe) huwt te Papendrecht met Elisabeth Abrams Boer (1843).
- Aagje (1818-1874) huwt in 1858 te Papendrecht met Jan Jacobs Veth.
- Maaike (1820-1865) blijft ongehuwd.

visser_06.jpg (38507 bytes) (Oosteind 142 te Papendrecht. Boerderij, in 1801 gekocht voor f 950 door Mees Pietersz Visser en Elisabeth Vermeulen)

De familie Visser bestaat uit mensen die graag eigen baas zijn, zich ergens in mengen en er een eigen mening op na houden. Dat blijkt wel uit het volgende verslag over de scheiding binnen de kerk, die rond 1840 speelde.
In Papendrecht staat in die tijd ds. N.C. van Steenbergen, die de roerselen rond de Afscheiding heeft opgetekend. Vanaf 1831, wanneer de eerste tekenen van de Afscheiding zich in de gemeente openbaren. Het betreft voornamelijk enkele families aan het Oosteind, die toch al het idee hebben dat het Oosteind een dorp apart is. (Een mening overigens die tot lang in deze eeuw is gebleven. Een Oosteinder zal altijd kenbaar maken waar hij vandaan komt.)
Het gaat in hoofdzaak om de families Visser, Verdoorn en Van de Graaf. De familie Visser woont op nr. 38, Flip Verdoorn op nr. 41, Teunis Huigzn van de Graaf op nr. 42 en Pieter Jansz Verheul op nr. 46.

Uit het verslag van ds. Van Steenbergen.
Deze dominee schrijft: "In 1831 begin ik reeds te bemerken dat enige in de gemeente door geestelijke hoogmoed gedreven, zich boven anderen begonnen te verheffen, voorgevende dat zij boven anderen, verlicht, heilig en op buitengewone wijze door Gods geest vestuurd wierden, met een woord dat zij de eenige vroome in de gemeente waren, hier van uytgaende verwijderden zij zich van tijd tot tijd van de openbare Godsdienst oefeningen, voorgevende dat 't Woord niet zuyver verkondigt wierd."
De dominee bezoekt samen met een oduerling "aan de huyzen wie die hoog verlichte mensen al waren."
1. Pleun Meesz Visser en zijn vrouw Pleuntje Stekelenbosch, geen lidmaat, komen bijna nooit in de kerk, soms de man bij de Afgescheidenen.
2. Aart Cornelisz van de Graaf en zijn vrouw Kundertje Boer.
3. Jan Meesz Visser, knecht bij de weduwe Jan de Graaf, geen lidmaat, komt niet in de kerk, soms bij de Afgescheidenen te Giessendam.
4. Jan Kristoffel Bhre Bakker en zijn vrouw Kornelia Meesse Visser, hebben 2 kinderen die ongedoopt zijn en komen niet in de kerk, ook niet bij de Afgescheidenen.
5. Teuntje de Koning.
6. Gerrit Meesz Visser en zijn vrouw Pieternella Adriaans Vink, geen lidmaat; de vrouw klaagde bij het huisbezoek op 6 oktober 1841 over twist en onenigheid met haar man, die te Dordrecht (in het Kromhout) bij de Afgescheidenen gaat. De moeder van de vrouw, Cornelia Bakker (zijnde de vrouw van Adriaan Vink), klaagde bij mij dat haar schoonzoon Gerrit Visser met anderen ook weleens te kerke gaat bij de Afgescheidenen te Giessendam, maar dan half dronken uit en heel dronken thuis kwam.
7. Arie Meesz Visser en zijn vrouw Cornelia Leenderts van Houwelingen zijn geen lidmaat. De man zei mij, ik preekte niet goed, dus ging hij bij de Afgescheidenen te Dordrecht in de kerk. Op mijn vraag hoe die afgescheidenen predikant dan preekte, was het antwoord: Ik wil het u niet zeggen.
8. Cornelis Flipz Verdoorn en zijn vrouw Teuntje Teunisse van de Graaf.
9. Joost Teunisz van de Graaf en zijn vrouw Adriana Flipse Verdoorn, werkt bij zijn broer Jan Teunisz van de Graaf, griend- en riethandelaar in het Oosteind. Heeft onder dwang van zijn broer Jan zijn kind laten dopen in Papendrecht, maar gaat toch in Dordrecht naar de kerk.
10. Teunis van de Graaf.
11. Willem Borsje en zijn vrouw Marrigje Teunisse van de Graaf.
12. Hermen Flipz Verdoorn en zijn vrouw Aartje Cornelisse van Dalen.
13. A. van Duren en zijn vrouw.
14. Hermen Jacobz Vermeulen en zijn vrouw Anna Jacobs van Wijngaarden.
15. Pieter Meesz Visser en zijn vrouw Teuntje Cornelis Verheul, is lidmaat en de man komt nu en dan 's morgens naar de kerk, viert geen avondmaal, gebruikt geen evangeliegezangen. De vrouw zeer zelden aan het avondmaal. De man zegt tot zijn oudste zoon Cornelis, die geen enkele keer in de catechisatie kwam: Smijt liever uw vraagboek in het vuur; zodat die zoon ook niet meer de catechisatie bijwoont. De man komt thans in het geheel niet meer in de kerk, maar gaat elke zondagmorgen bij de Afgescheidenen in Dordrecht.
16. Adriaan Meesz Visser en zijn vrouw Neeltje Barends Hello, lidmaat. De man fungeert als diaken of armmeester, komt hier ter kerke. Maakt echter zelden gebruik van de evangelische gezangen, komt niet naar het avondmaal omdat hij geen oprecht berouw van zijn zonden heeft. De ouders van zijn vrouw (Barend Hello en Neeltje Wapperom) klaagden bij mij wel eens over de onenigheid in het huisgezin van hun dochter. Het avondmaal van 16 januari 1842 werd wederom door de man niet bijgewoond. Gaat ook wel naar de predikatie van de Afgescheidenen in het Kromhout te Dordrecht.
17. Johannes Janz Kraal en zijn vrouw Neeltje Willems van Dalen.
18. Pieter Janz Verheul sr. (1768) en zijn vrouw Alida Broere.

Deze Afscheiding onder de kerkgangers e.d. heeft grote gevolgen: zoals families die niets meer met elkaar te maken willen hebben. Dochters en zoons die met bepaalde families niet mogen omgaan, laat staan trouwen. Er wordt eenvoudigweg geen toestemming voor een huwelijk gegeven. Wie toch wil trouwen met iemand 'van de andere kant', moet wachten tot hij.zij boven de 30 jaar was. In diverse trouwakten is dat terug te vinden en soms zijn er dan al kinderen, die later gecht worden. Het heeft heel zo'n buurtschap als het Oosteind verdeeld en het is meestal ook niet meer goed gekomen tussen de families.
(Het verslag van ds. Van Steenbergen is overgenomen uit 'De Hoeksteen', 6e jaargang nr. 5/6 1977, geschreven door dhr. J. Bezemer)
visser_08a.jpg (38879 bytes) visser_08b.jpg (57522 bytes)
(Hierboven een minuutplan uit 1832 van het Oosteind, met daarop aangegeven het huis van Mees Pietersz Visser, naast 't Waaltje (C 1012). Rechts een foto van het Oosteind te Papendrecht uit de jaren zestig, voor de grote afbraak en de aanleg van het industrieterrein. Middenvoor het Waaltje, met boerderij 142 van de fam. Visser, t.o. de school)

(C) Papendrecht mei 2008 H.W.G. van Blokland-Visser