DEEL 3:
PAPENDRECHT EN VISSER & SMIT EN SCHOTEL: DRINKWATERMAKERS UIT DE DRECHTSTREEK

door H.W.G. van Blokland-Visser
2. VISSER EN SMIT EN BOTTENBERG EN DE HANDEL IN SCHOON DRINKWATER
OUD-BEIJERLAND LAAT HET WATER STROMEN
Hiermee begint een toepasselijk artikel in het Nieuwsblad van de Hoeksche Waard IJsselmonde en Putten op 14 Juli 1971.
(Oud-Beijerland heeft vanaf 1887 grote invloed gehad in het laten stromen van schoon drinkwater in heel Nederland zoals uit het verhaal zal blijken)
De inwoners van Oud-Beijerland zullen na 1 januari 1971 "enige waterbeschaving" moeten worden bijgebracht zo verwacht men bij de waterleiding in 's-Gravendeel, want op die datum gaat er water geleverd worden aan Oud-Beijerland volgens de nieuwe watermeters.
Wat is het geval Oud-Beijerland is de enige gemeente in de Hoeksche Waard waar men het water uit de kraan krijgt zonder goede registratie van de gebruikte hoeveelheid water, men zet zonder blikken of blozen de kraan goed open in Oud-Beijerland gemiddeld 183 lieter per dag tegen de rest van de Hoeksche Waard 89.4 liter per dag en dat verschil is groot, er is in Oud-Beijerland altijd al veel gesopt en geboend dat is bekend en de was diende onberispelijk wit en schoon aan de lijn te hangen en is de trots van iedere huisvrouw in Oud-Beijerland in 1971.
Of er veel gebadderd werd in die tijd kan men betwijfelen, heet zal nog wel de wekelijkse boenpartij in de teil zijn op vrijdag of zaterdag want een bad had haast niemand en de douche was nog een nieuwerwetse uitvinding en werd langzaam in de nieuwbouw huizen ingevoerd.
Men heeft in Oud-Beijerland vanaf 1888 niet meer op water te hoeven letten, want men had schoon water, wat uit de kraam kwam, Oud-Beijerland had namelijk al in 1888 een waterleiding.
bottenberg_01.jpg (37277 bytes) (Oud-Beijerland 1888, 28 meter; concessie aanvraag Willem Bottenberg samen met F.A. de Jongh uit Schiedam; ontwerp)
Toen sommige grote steden en het platteland nog geen waterleiding hadden haalden men het water uit de rivier, gracht of sloot of anders uit de regenton en bij de waterpomp, kreeg Oud-Beijerland in 1887 als een van de eerste kleine gemeente met toen 5000 inwoners in Nederland een echte waterleiding.
In 1873 kreeg Rotterdam zijn waterleiding, in 1874 volgde Den Haag, in 1883 Dordrecht om een paar steden te noemen.
Op 6 september 1887 werd door de gemeenteraad van Oud-Beijerland toestemming verleent voor de aanleg van een waterleiding en de bouw van een watertoren, aan een groep particulieren uit het dorp die het nodige geld in aandelen bijeen gebracht hadden onder aanvoering van Willem Bottenberg, aannemer uit Oud-Beijerland, een ware pionier die het voortouw had genomen en op 11 maart 1887 een cocnessie (toestemming) had ingediend bij de gemeenteraad voor de aanleg en exploitatie van een Hoogdrukwaterleiding in samenwerking (met) architect F.A. de Jongh uit Schiedam, waarvan dit zijn eerste waterleidingproject was.
De meerderheid van de Raad was er in het begin sterk tegen en had veel bezwaren het was dood water, het zou de arbeider geld gaan kosten, een dubbeltje in de week, terwijl het water nu voor niets uit de pomp kwam, het was dwaasheid ondanks de vele ziektes die uitbraken vanwege het slechte drinkwater.
De aanvragers hielden voet bij stuk en riepen de hulp en kennis in van J.A. Francois, directeur Gem. Waterleidingbedrijf te Dordrecht (in 1882 gebouwd door Gebr. Visser, aannemers te Papendrecht onder uitvoering van Martinus Visser) en J.M. Zembsch, directeur Vlaardingsche Waterleiding Maatschappij.
bottenberg_02.jpg (230299 bytes) (aandeel Oud-Beierland Hoogdruk Waterleiding Mij; Directeur Willem Bottenberg, commissarissen J.F.P. Hers, mr J.K. van Weel)
De eerste commissarissen bij de oprichting op 12 december 1887 van de N.V. Waterleiding te Oud-Beijerland werden directeur en commissarissen aangesteld:
Directeur werd Willem Bottenberg en dokter J.F.P. Hers als president-commissaris, dokter Kommer Lodder en notaris mr. J.K. van Weel als commissaris.
Ontwerp van de watertoren was van architect F.A. de Jongh, die tevens uitvoerder en toezicht hield op het werk (deze zou later nog diverse concessie's aanvragen samen met Willem Bottenberg en  watertorens ontworpen) de kosten waren ca f 37.000,- door particulieren bijeengebracht. De 1e steen werd gelegd op 23 april 1888 en de waterleiding werd in gebruik genomen op 10 oktober 1888.
Als je het goed bekijkt is in Oud-Beijerland de waterbeschaving begonnen in de Hoeksche Waard als enige gemeente in de streek met een waterleiding, het was goed voor de volksgezondheid en de ziekten als cholera en tyfus waren verleden tijd. Hoewel de aansluiting op het waternet niet verplicht was, sloot iedereen aan op een enkele uitzondering na. 's-Gravendeel/Strijen kregen pas 25 jaar later een waterleiding naar ontwerp van de architecten Visser en Smit en gebouwd door aannemer Martinus Visser uit Papendrecht.
OUD-BEIJERLAND EN DE HANDEL IN SCHOON DRINKWATER
Vanaf 1887 dateert de handel in schoon drinkwater vanuit Oud-Beijerland. Er bestond grote noodzaak voor de bevolking en zijn gezondheid om schoon drinkwater te hebben. Regelmatig braken er ziektes uit zoals de cholera, dat kwam door het gebruik van vuil en besmet water waarin alles gebeurde, er werd mee gewassen, groente schoongemaakt, gedronken en de buiten plee (nette woord voor toilet) liep uit op dezelfde sloot waaruit men het water haalde. Eenmaal directeur van de waterleiding in 1888 bleef Willem Bottenberg in actie met het aanvragen van de zogehete concessie's voor de aanleg en exploitatie van een waterleiding bij diverse gemeenten dit in samenwerking met de architecten F.A. de Jongh (geb. 1855) uit Schiedam, Ir. Paul uit Leiden en J.P. Hazeu uit Arnhen.
In de volgende plaatsen ging hij op pad om schoon drinkwater aan de man te brengen:
- in 1887 Oud-Beijerland, de watertoren naar ontwerp van F.A. de Jongh;
- in 1888 Steenbergen en Tilburg en Ridderkerk, samen met F.A. de Jongh (geen van de 3 plannen werden uitgevoerd);
- in 1898 Zwijndrecht en Schoonhoven samen met F.A. de Jongh, beiden plannen werden uitgevoerd door F.A. de Jongh (Bottenberg trok zich hiervan terug);
bottenberg_03.jpg (117063 bytes) (concessie aanvraag 1898 Schoonhoven)
- in 1898 Leerdam, Willem Botenberg en Martinus Visser, aannemer uit Papendrecht;
- in 1899 Ridderkerk/IJsselmonde/Waalwijk, Willem Bottenberg en Martinus Visser met assistentie van architect Ir. Paul uit Leiden;
Op 29 december 1899 sloeg het noodlot toe en overleed Willem Bottenberg, 50 jaar oud, een pionier die zijn tijd ver vooruit was. In de krant van 5 januari 1900 stond een artikel geschreven door Dr. J.F.Ph. Hers vrij geciteerd:
De onverbiddelijke dood heeft de man die tot de beste van Oud-Beijerland gerekend mocht worden weggenomen.
Het is zelfs de vraag of indien Bottenberg in zijn jeugd meer opleiding had genoten dan de lagere school het nog veel verder zou hebben gebracht.
Want hij bezat een werkkracht en volharding een helderheid en doorzicht dat met kalmte gecombineerd, hij had de gave steeds de goede mensen te kiezen waarmee hij in zee ging om zijn doel te bereiken, nadat hij jaren lang zijn waterleiding en die van andere plaatsen bestudeerd had, vond hij zich kundig genoeg om buiten Oud-Beijerland zich in te gaan zetten voor het stichten van waterleidingen in kleinere plaatsen waar vooral de volksgezondheid voorop stond.
Bottenberg was niet populair in de gewone zin van het woord, mensen zoals hij zijn dat zelden zij steken daarvoor te veel boven andere mensen uit en worden vaak verkeerd begrepen.
Trouw voor zijn vrienden, eerlijk in zaken, onverbiddelijk streng voor hen die hij van valsheid verdacht.
Hij is niet oud geworden zijn naam zal blijven voortleven in Oud-Beijerland en daar buiten.
JOHANNES SMIT FOPZ (1857-1950)
Uit Oud-Beijerland, zwager en mede-eigenaar van de cementsteenfabriek van Willem Bottenberg, zette na diens overlijden op 29 december 189 de handel in water voort. Dit in samenwerking met Martinus Visser uit Papendrecht en tekende op 8 maart 1900 als zakenwaarnemer voor de familie Bottenberg de akte van oprichting N.V. Leerdamsche Waterleiding Maatschappij en tevens nam hij het directeurschap op zich van de Waterleiding in Oud-Beijerland. In 1902 werd hij ook directeur van de Waterleiding in Waalwijk.
Met Martinus Visser zette hij in 1900 het architecten bureau VISSER EN SMIT op in ontwerpen en uitvoering van drinkwaterleidingen in Oud-Beijerland en Papendrecht en van daaruit werden er in een periode van 30 jaar ca 23 waterleidingen aangelegd en watertorens ontworpen o.a.:
1902 Waalwijk
1902 nieuwbouw Oud-Beijerland
1903 Doorn
1904 Alblasserdam en Eindhoven
1905 Ridderkerk, Slikkerveer
1906 Rijsoord
1907 Bodegraven en Zwammerdam
1909 Krimpen a/d Lek, Lekkerkerk en Krimpen a/d IJssel
1910 Culemborg en Heinenoord
1911 Hendrik-Ido-Ambacht
1912 Hoorn
1913 Streefkerk, 's-Gravendeel en Strijen
1915 Nieuw-Lekkerland
1916 Dubbeldam
1917 Oudekerk a/d Ijssel
1918 Delft
1922 Philips Eindhoven
1929 Leerdam

bijlagevisser03.jpg (30770 bytes) 
(FOTO - Waterleiding Leerdam 1900. Concessieaanvraag 1898 voor exploitatie waterleiding door Willem Bottenberg (na overlijden 1899 overgenomen door zijn zwager Johannes Smit Fopz) en Martinus Visser, aannemer te Papendrecht.
Zittend v.l.n.r. 1. Jan Teunis Visser Mz (1871-1946), uitvoerder bouw watertoren; 2. Martinus Visser (1845-1932), aannemer te Papendrecht; 3. Johannes Smit Fopz (1857-1950), architect/cementsteenfabrikant; staand achter dhr. Couvée, Gem. Secr. Leerdam
)
DE GELDSCHIETERS UIT OUD-BEIJERLAND VOOR DE AANLEG VAN WATERLEIDINGBEDRIJVEN
Voor de waterleiding in oud-Beijerland had Willem Bottenberg diverse notabelen uit zijn gemeente weten over te halen om aandelen te nemen. Er moest een bedrag van f 37.000,- bijeengebracht worden voor de aanleg van de waterleiding van Oud-Beijerland. Dat bleef niet bij deze keer. Je komt over een grote periode aandeelhouders uit Oud-Beijerland tegen in diverse waterleidingbedrijven o.a. Leerdam, Waalwijk, Bodegraven en Doorn. Eerst op aanvraag van Willem Bottenberg, later overgenomen door Johannes Smit uit Oud-Beijerland.
Wie waren er zoal aandeelhouders uit Oud-Beijerland:

- Dr. Kommer Lodder, art te Oud-Beijerland, in 1887 aandeelhouder waterleiding Oud-Beijerland, in 1900 aandeelhoduer te Leerdam, in 1903 aandeelhouder en commissaris te Doorn, in 1907 aandeelhouder te Bodegraven;

bijlagevisser04.jpg (89950 bytes)
(FOTO - 1 juli 1903 opening waterleiding te Doorn. Zittend 2e van links Dr. Kommer Lodder uit Oud-Beijerland, staand 1e links Johannes Smit Fopz, staande 1e rechts Martinus Visser)

- dr. Johannis Floris Philippus Hers, arts te Oud-Beijerland, in 1887 aandeelhouder te Oud-Beijerland, in 1900 te Leerdam;
- Johanna Catharina Jongeneel weduwe van Leonard Jacob van Driel, particuliere, in 1887 aandeelhoudster te Oud-Beijerland;
- Willem Bottenberg, cementsteenfabrikant, in 1887 aandeelhouder te Oud-Beijerland, in 1900 te Leerdam;
- Willem Marinus Kok, apotheker te Oud-Beijerland, in 1887 aandeelhouder te Oud-Beijerland, in 1900 te Leerdam;
- Arie Scheer, hoofd v.d. M.U.L.O. school te Oud-Beijerland, in 1887 aandeelhouder te Oud-Beijerland, in 1900 te Leerdam;
- Adam Jongejan, hoofd School met de Bijbel te Oud-Beijerland, in 1887 aandeelhouder te Oud-Beijerland;
- Pieter Jacob Baggerman, gepensioneerd hoofd v.d. openbare school te Oud-Beijerland, in 1887 aandeelhouder te Oud-Beijerland;
- Arie de Groot, koopman, in 1887 aandeelhouder te Oud-Beijerland;
- Arie van der Linden, vlasboer, lid van de gemeenteraad, in1887 aandeelhouder te Oud-Beijerland;
- Francijna A. Maris weduwe Arie v.d. Linden, particulier, in 1900 aandeelhouder te Leerdam, in 1907 te Bodegraven;
- Jacob Verhagen Wouterz, rentmeester te Oud-Beijerland, in 1900 aandeelhouder te Leerdam, in 1907 te Bodegraven;
- Pieter Konijnendijk, rustend landbouwer, in 1900 aandeelhouder te Leerdam, in 1907 te Bodegraven;
- Klaas Foukert, rustend landbouwer, in 1900 aandeelhouder te Leerdam;
- Aagje van Straten weduwe Pieter Hoogendoorn, in 1900 aandeelhouder te Leerdam;
- Johannes Blommendaal, smid, in 1900 aandeelhouder te Leerdam;
- Meijer Koopman, koopman, in 1900 aandeelhouder te Leerdam;
- Arie Bottenberg, aannemer te Zuid-Beijerland (broer van Willem Bottenberg), in 1900 aandeelhouder te Leerdam, in 1907 te Bodegraven;
- Neeltje Bottenberg vrouw van Johannes Smit Fopz, in 1902 groot aandeelhoudster te Waalwijk;
- Arie Schelling, particulier, in 1907 aandeelhouder te Bodegraven;
- Idanus George ten Doeschate, notaris te Oud-Beijerland, in 1907 aandeelhouder te Bodegraven;
- Pieter de Koning Ariez, winkelier, in 1907 aandeelhouder te Bodegraven;
- Fop Smit Fopz, mr. timmerman (broer van Johannes Smit), in 1907 aandeelhouder te Bodegraven;
- Jacob Smit Gerritz, timmerman/bouwopzichter, in 1907 aandeelhouder te Bodegraven;
- Jaques Smit Fopz, hoofd van een school te Barendrecht (broer van Johannes Smit), in 1907 aandeelhouder te Bodegraven;
- Johannes Smit Fopz, archietect/cementsteenfabrikant, in 1900 aandeelhouder te Leerdam, in 1902 te Waalwijk, in 1903 te Doorn, in 1907 te Bodegraven;
ARCHITECTEN VISSER EN BOTTENBERG EN VISSER EN SMIT
Het is jammer genoeg niet te achterhalen wanneer Willem Bottenberg en Martinus Visser (en) het plan hebben opgevat samen in de handel van schoon drinkwater te gaan. Een feit is dat zij elkaar al meerdere malen hadden otnmoet bij een aanbesteding voor de bouw van stoomgemalen en andere werken in de Hoeksche Waard waar de Gebr. Visser, aannemers uit Papendrecht, op inschreven. En ook Pieter Smit Fopz, aannemer uit Oud-Beijerland, schreef op dezer werken in.
De Gebr. Visser waren als aannemers actief in de bouw in de Hoeksche Waard. In 1868 namen zij er hun 1e werk aan: de bouw van een school en woning voor de hoofdonderwijzer in Nieuw-Beijerland. Bouwopzichter bij dit werk was Fop Smit Gerritz uit Oud-Beijerland.
Bij een aanbesteding was Martinus Visser als een van de 5 Gebroeders Visser aanwezig namens de Gebr. Visser. En Willem Bottenberg vaak als borg voor aannemer Pieter Smit Fop.
In 1873 laat de dijkgraaf van polder Oud-Beijerland, mr. A. van Weel te Oud-Beijerland weten, dat op 22 maart 1873 's middags om 1 uur de inschrijvingsbiljetten zullen worden geopend in de Herberg De Oude Hoorn te Oud-Beijerland, voor een aanbesteding voor de bouw van een stoomgemaal in de polder Oud-Beijerland.
De Gebr. Visser uit Papendrecht hadden ook op dit werk ingeschreven en Martinus Visser was namens zijn broers aanwezig bij de aanbesteding.
De aannemer die het werk wordt gegund is Pieter Smit Fopz uit Oud-Beijerland voor de aannemsom van f 22.000, als borgen (nu is dat een bankgarantie) voor dit werk zijn gesteld Fop Smit Gz., fabriek van de polder Oud-Beijerland, Willem Bottenberg en Antonie van Ooyen, allen uit Oud-Beijerland. Secretaris van het polderbestuur is J. Verhagen Jz, rentmeester uit Oud-Beijerland.

Rentmeesters Verhagen te Oud-Beijerland
De familie Verhagen waren Rentmeesters in de Hoeksche Waard. De oudste bekende rentmeester is Jan Jacobs Verhagen (1731-1814), schepen en dijkgraaf te Oud-Beijerland. Het rentmeesterschap bleef in de familie en werd bij kinderloosheid overgedragen aan een neef b.v. Jacob Wouters Verhagen (1847-1939), rentmeester te Oud-Beijerland
.

Op 26 september 1898 begon de samenwerking van Willem Bottenberg en Martinus Visser en vroegen zij een concessie aan voor de aanleg en explitatie van een waterleiding en stelde de volgende brief op:
Aan de raad der gemeente Leerdam
Geven met verschuldigende eerbied te kennen, Willem Bottenberg, directeur der Oud-Beijerlandsche Waterleiding en Martinus Visser, aannemer te Papendrecht, dat zij in de gemeente Leerdam een waterleiding wensen te maken en die te exploiteren en daarvoor concessie verlangen, overeenkomstig de hierbij behorende en door getekende voorwaarden
welke doende ondertekend door
W. Bottenberg en Mart. Visser, Oud-Beijerland/Papendrecht


Een delegatie vanuit Leerdam kwam eerst eens kijken bij het waterleidingbedrijf in Oud-Beijerland,w aar Willem Bottenberg als directeur van het waterleidingbedrijf de delegatie zal hebben rondgeleid en er konden zaken gedaan worden. De gemeente Leerdam gaf een voorkeur aan een waterleiding in exploitatie van particulierbeheer. Dus er moesten aandeelhouders gezocht worden.
Die werden al snel gevonden. En na de toestemming van het gemeentebestuur van Leerdam kon met de bouw begonnen worden.
Op 16 februari 1899 wordt de eerste proef wel geboord in Leerdam voor de juiste locatie aanleg waterleiding. Het werk was aangenomen door het aannemersbedrijf van Martinus Visser in Papendrecht en zijn zoon Jan Teunis was uitvoerder op het werk. Deze zou later de directeur worden van de waterleiding in Leerdam. Op 26 juli 1899 wordt de eerste paal geslagen voor de bouw van de watertoren.

bijlagevisser06.jpg (29460 bytes)
(FOTO - 19-8-1899 te Leerdam. Willem Bottenberg en Martinus Visser en Jan Teunis Visser)

Op 19 augustus 1899 te Leerdam laten Willem Bottenberg, deze is dan 49 jaar (links op de foto) en Martinus dan 54 jaar (midden op de foto) zich op de foto zetten boven op de reinwaterkelder, de enige foto waar zij samen op staan, de uitvoerder op het werk, Jan Teunis Visser, zoon van Martinus Visser (staat rechts op de foto), waarin op 21 augustus 1899 de eerste steen werd gelegd. De bouw verloopt voorspoedig en de zaken gaan goed.
Willem Bottenberg
met Martinus Visser hebben een gat in de markt ontdekt en vragen in 1899 ook concessie aan om een waterleiding aan te leggen en exploiteren in Ridderkerk en Waalwijk. Maar dan wordt in december Willem Bottenberg plotseling ziek en komt, 50 jaar oud, te overlijden op 29 december 1899. Alles moest worden aangepast, bouwafspraken, eigendomsrechten en nalatenschap van de familie. Gelukkig had Johannes Smit Fopz (getrouwd met Neeltje Bottenberg, zuster van Willem Bottenberg), die voogd en zakenwaarnemer was van zijn zwager Willem Bottenberg en waarmee hij samen een cementsteenfabriek in Oud-Beijerland had, goede kennis van zaken. Hij was al jaren gemeente-architect en bouwopzichter voor de polders in de Hoeksche Waard. Ook kende hij Martinus Visser al jaren door zijn werk als bouwopzichter van diverse werken die werden uitgevoerd door het aannemersbedrijf van Martinus Visser.

Omdat de concessie-aanvraag in Ridderkerk al vergevorderd was, schrijft Pietertje, de oudste dochter van Willem Bottenberg, op 30 januari 1900 aan burgemeester van Ridderkerk het volgende:
Oud-Beijerland, 30 januari 1900
Wel edele geboren Heer
In antwoord op uw schrijven van 29 januari aan moeder gericht, bericht ik u, dat met goedkeuring van haar, de Voogd, de Heer Joh. Smit als concessionaris zal optreden in plaats van vader en dat hij hoogstwaarschijnlijk 31 januari of 1 februari uw edele komt bezoeken.
Hiermede vermeen ik enigszins aan uw verzoek voldaan te hebben.
Met de meeste hoogachting teken ik Uw dienares P. Bottenberg
bottenberg_04.jpg (83025 bytes)
(30-1-1900 brief geschreven door Pietertje Bottenberg, oudste dochter van Willem Bottenberg)
Op 10 februari 1900 laat Johannes Smit aan de burgemeester van Ridderkerk weten druk doende te zijn met de berekeningen samen met Dhr. Visser en wil een dag afspreken om de zaken te Ridderkerk door te spreken over de concessie-voorwaarden.
bottenberg_05.jpg (105723 bytes) (brief)
Op 13 maart 1900 sschrijft Johannes Smit op een memorandum met daarop nog als briefhoofd Smit, Bottenberg en Co van de cementsteenfabriek om het een en ander te melden aan de burgemeester van Ridderkerk de concessie loopt nog steeds.
Johannes Smit neemt de zaken waar. Bij het passeren van de akte van oprichting N.V. Leerdamsche Waterleiding Maatschappij op 8 maart 1900 bij notaris A.G. de Kruijf te Leerdam, neemt hij de zaken waar en hij staat dan vermeld als architect en cementsteenfabrikant en als gemachtigde van mejuffrouw Aagje Wey weduwe van Willem Bottenberg in tegenwoordigheid van Martinus Visser, aannemer te Papendrecht, tevens als gemachtigde namens de 13 aandeelhouders uit Oud-Beijerland.

Ook neemt hij het directeurschap op zich van de Waterleiding te Oud-Beijerland en besluit het compagnonschap met Martinus Visser voort te zetten. De concessie-aanvraag in Ridderkerk gaat niet door (in 1905 kregen zij alsnog de concessie in Ridderkerk in samenwerking met architect JP Hazeu). Maar in juli 1900 krijgen zij toestemming vanuit Waalwijk voor de aanleg van een waterleiding met exploitatie in particulierbeheer.
En zo werd het in plaats van Visser en Bottenberg, het nu nog bestaande Visser en Smit, opgenomen in het concern Wessel Volker Steven en gesplitst in Visser en Smit Bouw en Visser en Smit Hanab, beide gevestigd te Papendrecht.
FAMILIE BOTTENBERG
Da familie Bottenberg komt oorspronkelijk uit Duitsland; in de buurt van Keulen ligt nog een plaatsje Bottenberg. Toen de familie in ca. 1760 naar Nederland kwam, waren het al metselaars. De oudste bekende is FRANS BOTTENBERG, geb. ca. 1730 in het land van Kleef in Duitsland. Deze is van beroep metselaar en trouwt in 1762 te Goudswaard met Margrieta Kooijman. Hij vestigt zich te Simonshaven waar hij in 1781 overlijdt.
Zoon WILLEM  BOTTENBERG, geb. te Simonshaven 1744, metselaar, trouwt in 1806 te Goudswaard met Neeltje van Rij en vestigt zich te Piershil. Het gezin krijgt 2 zoons te Piershil: Frans Bottenberg in 1816 en 

JACOB BOTTENBERG, geb. 16-12-1822 en overl. 6-2-1906, metselaar/koopman te Piershil. Hij trouwt op 30-4-1845 te Piershil met Annetje Rosmolen, geb. 20-1-1827 en overl. 20-9-188 te Piershil, dochter van Arij Rosmolen (bouwman te Piershil) en Marijke Veldhuijzen. Zij krijgen 3 kinderen te Piershil:

1. ARIE BOTTENBERG, geb. 16-5-1848 te Piershil, overl. 6-10-1933 te Rotterdam, metselaar/aannemer te Zuid-Beijerland, aandeelhouder van de waterleidingen 1900 Leerdam 1907 Bodegraven. Hij trouwt op 19-11-1880 te Zuid-Beijerland met Aaltje de Zeeuw, geb. 21-12-1856 te Zuid-Beijerland, overl. 21-8-1939 te Rotterdam, dochter van Ingel de Zeeuw en Adriaantje Troost. Zij krijgen 3 zoons:
  1881 Jacob
  1883 Ingel
  1891 Frans
waarvan nu nog nakomelingen een aannemersbedrijf hebben te Zuid-Beijerland.
2. WILLEM BOTTENBERG, geb. 1849 te Piershil, overl. 29-12-1899 te Oud-Beijerland, metselaar/aannemer, cementsteenfabrikant en directeur Waterleiding te Oud-Beijerland. Hij trouwt in 1873 te Zuid-Beijerland met Aagje Wey, geb. 21-1-1849 Piershil, overl. 13-7-1923 te Oud-Beijerland, dochter van Bastiaan Wey (bouwman te Zuid-Beijerland) en Pietertje Vermaat, en vestigt zich te Oud-Beijerland.
Het is een ondernemende man en richt samen met zijn zwager Johannes Smit een cementsteenfabriek op in Oud-Beijerland. Dit in samenwerking met de architect F.A. de Jongh.
Kinderen van Willem Bottenberg en Aagje Wey, geboren te Oud-Beijerland:
  Pietertje (1873), tr. Klarien Taselaar (een zoon Ir. Pieter A. Taselaar);
  Antje (1874), tr. Henricus van Overhagen, molenaar;
  Neeltje (1876), tr. Elise van Steensel;
  Jacob (1880), architect te Werkendam, tr. Maria v.d. Heuvel (een zoon Willem);
  Bastiaan (1882), overleden 1919 in Chance/Montana, U.S.A., nadere gegevens onbekend;
  Adriana (1882), tr. Johan Overgoor;
3. NEELTJE BOTTENBERG, geb. 1860 te Piershil, overl. 1843 Oud-Beijerland, groot aandeelhoudster waterleiding Waalwijk. Zij trouwt in 1879 te Piershil met Johannes Smit Fopz.

Ir. Pieter A. Taselaar, een kleinzoon van Willem Bottenberg, zou in 1951 een uitvoerig verhaal schrijven over de door zijn grootvader opgerichte Waterleiding in Oud-Beijerland. Ir. Pieter A. Taselaar, geb. ca. 1910, zoon van Klarien Taselaar en Pietertje Bottenberg, was in 1937 als civiel ingenieur afgestudeerd te Delft, in 1970 woonde hij te Den Haag en was toen Hoofdinspecteur directeur van de arbeidsinspectie.

bijlagevisser_bottenberg.jpg (138166 bytes) 
(familie Bottenberg te Oud-Beijerland en Zuid-Beijerland (uit Bottenberg/Keulen land van Kleef); 2004 samengesteld door H.W.G. van Blokland-Visser, Papendrecht)
bijlagevisser_bottenberg2.jpg (158137 bytes)
WILLEM BOTTENBERG (1849-1899)
bijlagevisser_willem.jpg (25173 bytes)

Geboren 1849 te Piershil
Overleden 29-12-1899 te Oud-Beijerland
z.v. Jacob Bottenberg en Annetje Rosmolen
Getrouwd in 1873 te Zuid-Beijerland
Metselaar/aannemer/cementsteenfabrikant
Directeur Waterleiding Oud-Beijerland (1888)
Oprichter Waterleiding te Leerdam (1900)
samen met Martinus, aannemer te Papendrecht
(zaken overgenomen in 1900 door zwager Johannes Smit Fopz uit Oud-Beijerland)
AAGJE WEY (1849-1925)
bijlagevisser_aagje.jpg (22841 bytes)

Geboren 21-1-1849 te Zuid-Beijerland
Overl. 13-7-1825 te Oud-Beijerland
d.v. Bastiaan Wey en Pietertje Vermaat
(kwartierstraat Frans Arie Bottenberg (1891-1961))
FAMILIE SMIT TE OUD-BEIJERLAND
De familie Smit, uit Oud-Beijerland stamt af van de bekende scheepbouwfamilie Smit te Kinderdijk/Alblasserdam.
Het begint met JACQUES LUYDERZ (SMIT) uit Vreem in Vlaanderen en smid van beroep, wat later zijn achternaam zal worden. Hij trouwt met Annigje Snouck (overl. 1669). Uit dit huwelijk een zoon:

JAN SMIT JACQUESZ (1662-1740) te Alblasserdam, scheepmaker. Deze trouwt met Jannigje Jans. Uit dit huwelijk blijft 1 zoon en dat zal de grondlegger worden van de scheepsbouw in Alblasserdam en omstreken, want zijn nakomelingen zwermen overal heen, stichten overal scheepswerven.

FOP SMIT JANZ (1705-1791) te Alblasserdam, van beroep scheepmaker. Hij trouwt met Ariaantje de Groot (1713-1789).
Uit dit huwelijk 2 zoons:
1. JAN SMIT FOPZ (1742-1807) te Alblasserdam, scheepmaker en stamvader van tak familie Smit in Alblasserdam e.o.
2. JACQUES SMIT FOPZ (1756-1820) te Alblasserdam, scheepmaker en stamvader van tak familie Smit in Oud-Beijerland en Zwijndrecht. Hij trouwt in 1779 te Alblasserdam met Maria Spruyt (1757 Alblasserdam - 1846 Oud-Beijerland).

Jacques werkt eerst samen met zijn vader Fop en broer Jan op de werf van zijn vader, maar laat zich uit kopen door zijn broer Jan en richt in 1805 samen met zijn zoons Fop (1783) en Gerrit (1784) een werf op in Oud-Beijerland aan de Oostkade. De werf wordt door Gerrit voortgezet en zijn broer Fop begint een werf in Zwijndrecht, waar nog nakomelingen zijn.

GERRIT SMIT JACQUESZ (1784 Alblasserdam - 1867 Oud-Beijerland), scheepmaker en volgt zijn vader op bij de werg te Oud-Beijerland. Hij trouwt in 1809 te Oud-Beijerland met Neeltje van Peppelen (1788-1825) te Oud-Beijerland, dochter van Johannes van Peppelen (wagenmaker te Oud-Beijerland) en Neeltje Hameteman.

FOP SMIT GERRITZ
(1817-1887) te Oud-Beijerland, scheepmaker/huistimmerman/architect en fabriek (bouwopzichter/hoofd technische dienst van een waterschap) van waterschap Hoekse Waard. Hij tr. 1838 te Oud-Beijerland met Elizabeth van Kouwenhoven (1816-1891) te Oud-Beijerland, dochter van Pieter van Kouwenhoven en Adriana van der Linden.

Hij werkt 3 broers in het bedrijf van zijn vader. Hij ging zich bekwamen als huistimmerman en richtte in 1838 een eigen timmerbedrijf op in Oud-Beijerland, volgde een opleiding voor architect en in 1862 wordt hij benoemd tot Gemeente-architect van Oud-Beijerland, in 1868 wordt hij aangesteld als fabriek van de polders Nieuw-Beijerland en Piershil in het waterschap de Hoekse Waard en ontwerpt hij diverse sluizen, scholen, huizen en boerderijen en houdt hij toezicht bij de bouw van diverse stoomgemalen die er toen gebouwd werden.

Het ligt voor de hand dat hij in die tijd ook bouwopzichter is geweest bij de bouw van de diverse scholen en stoomgemalen die door de Gebr. Visser, aannemers te Papendrecht in de Hoekse Waard werden gebouwd en het contact van de twee familie's uit die dateert. Het eerste werk wat de Gebr. Visser uitvoerden in de Hoekse Waard was een school met huis voor hoofdonderwijzer te Nieuw-Beijerland in 1868 en in 1871 het stoomgemaal te Goudswaard waar Fop Smit bouwopzichter was.

Zij kwamen elkaar ook op andere plaatsen tegen, bij de inschrijving van diverse aanbestedingen voor de bouw van stoomgemalen in de Hoekse Waard en Voorne en Putten waarvoor ook Pieter Smit Fopz, aannemer te Oud-Beijerland zich inschreef.

bijlagevisser_smit.jpg (187742 bytes) (familie Smit, Alblasserwaard/Oud-Beijerland; 2004 samengesteld door H.W.G. van Blokland-Visser, Papendrecht)

De Smitten bleven over en weer vanuit Alblasserdam en Oud-Beijerland zakelijk contacten houden en hielden elkaar op de hoogte van de dingen uit de familie of gaven advies, en werden aandeelhouder bij een nieuw opgezet bedrijf.
Hier volgt een verhaal uit het Smitten-boek over zo'n ontmoeting tussen twee leden van de familie Smit, het waren achterneven van elkaar. Het verhaal wil dat Fop Smit Gerritz werd ontboden om zich naar het hotel 'De Ouden Hoorn' in Oud-Beijerland te komen, waar een van de rijke Smitten uit Alblasserdam van de grote scheepswerf, logeerde. Deze neef wou hem ontmoeten en zei dat hij familie was van Fop. Fop keerde zich om zei: "Als ge familie van mij zijt dan is mijn adres in de Ooststraat (Oud-Beijerland) neef Smit!" Neef Smit uit Alblasserdam kon daar om lachen en zocht hem nog diezelfde dag op.
[verslag uit boek "De Smitten, genealogie van de familie Smit, scheepsbouwers te Alblasserdam/Kinderdijk" door J. Smit Az geb. 1876 te Zwijndrecht]

bijlagevisser10.jpg (46321 bytes)
(FOTO  - FOP SMIT (1817-1887) Gemeente-Architect van Oud-Beijerland)

JOHANNES SMIT FOPZ
Geboren 4-3-1857, overleden 12-1-1950 te Oud-Beijerland, zoon van Fop Smit Gerritz en Elizabeth van Kouwenhoven.
Gemeente-archietect / bouwopzichter/fabriek van het waterschap Hoekse Waard / cementsteenfabrikant / directeur Waterleiding Oud-Beijerland en Waalwijk mede firmant Visser en Smit architecten.
Hij trouwt 31-12-1879 te Piershil met Neeltje Bottenberg, geb. 21-5-1860 te Piershil, overl. 10-7-1943 te Oud-Beijerland, dochter van Jacob Bottenberg (metselaar/aannemer te Piershil) en Annetje Rosmolen.
Hij gaat in de leer bij het timmerbedrijf van zijn vader Fop, evenals zijn 3 andere broers. Hij gaat naar de marine en diende aan boord van de oorlogsschepen 'Evertsen' en 'Tromp'. Na die tijd volgt hij in de voetsporen van zijn vader als opzichter van bouwwerken en fabriek van het waterschap Hoekse Waard en andere polderbesturen. Zo hield hij toezicht op de bouw van scholen, huizen, stoomgemalen en sluizen o.a. ook in Goeree-Overflakkee, Voorne en Putten. Later werd hij gemeente-architect van Oud-Beijerland.
Op 21 september 1887 werd hij aangesteld als architect/fabriek van de polders Oud-Beijerland, Cromstrijen de Group. Op 1 januari 1888 bij de polders Oud Piershil en de Bosschendijk Nieuw-Beijerland, Nieuw Piershil en op 1 mei 1895 bij de polders Oude Korendijk, Oude Nieuwland, Oost Polder, Molenpolder.
Als architect ontwierp hij o.a. Zuid-Hollandse beetwortelfabriek te Oud-Beijerland en twee watertorens te Heinenoord en in 1902 te Oud-Beijerland. Omstreeks 1890 richtte hij samen met zijn zwager Willem Bottenberg een beton/cementsteenfabriek op op het terrein van de watertoren.
In 1900 geeft hij op als beroep architect en cementsteenfabrikant als hij na het overlijden in december 1899 van zijn zwager Willem Bottenberg de zakenwaarnemer wordt. Hij zet vanaf 8 maart 1900 de zaken verder voort met Martinus Visser, aannemer te Papendrecht waarmee Willem Bottenberg al diverse concessie had aangevraagd voor de aanleg van een waterleiding; die van Ridderkerk kwam te vervallen maar de aanvraag in Waalwijk wist hij te redden en werd daar aandeelhouder en directeur van. Zijn vrouw Neeltje Bottenberg was er groot aandeelhouder van de Waterleiding in Waalwijk, deze blijft tot 1919 in bezit van de familie.
Martinus Visser en diens zoon Jan Teunis Visser kende hij al jaren in zijn functie als bouwopzichter bij de werken in de Hoekse Waard en Voorne en Putten bij de bouw van sluizen en stoomgemalen die door het aannemersbedrijf van Martinus Visser vanaf 1891 werden uitgevoerd o.a. bij de aanleg van het stoomgemaal in de polder Brabant bij Hekelingen.
bijlagevisser11.jpg (28963 bytes)
(FOTO  - JOHANNES SMIT FOPZ (1857-1950), gemeente-architect van Oud-Beijerland, 1900 medeoprichter Visser en Smit)

Johannes Smit zet met Martinus Visser in 1900 samen een architectenbureau op. Het eerste gezamenlijke werk was de waterleiding en watertoren te Waalwijk. Er werd een firma opgericht te Oud-Beijerland onder de naam Visser en Smit: ontwerpers en uitvoerders van drinkwaterleidingen te Papendrecht en Oud-Beijerland.
Het bureau en tekenkamer was gevestigd te Oud-Beijerland en Johannes Smit was een goede tegenpool als actieve en extraverte man, wist door zijn werk als fabriek meer van de juridische kant van zaken en kende hij de ambtelijke taal; ook nam hij volop deel aan het sociale leven.
De 12 jaar oudere aannemer Martinus Visser was een rustige bedaarde en bescheiden man, een man van de praktijk, een echte waterbouwer en ondernemer.
Johannes Smit ging voortvarend te werk en kreeg door zijn vele contacten als opzichter, architect en cementsteenfabrikant en vele neven uit de scheepsbouwersfamilie Smit al gauw deelnemers voor de koop van aandelen in de aan te leggen waterleidingen. Tevens was hij goed in de onderhandelingen met de gemeente over de voorwaarden van de concessie's en e.v.t. lonen enz.
Op 24 mei 1919 passeert de akte bij notaris I.G. ten Doesschate te Oud-Beijerland:
Dat is teruggetreden uit de Firma "Visser en Smit" te Papendrecht medefirmant Dhr. Johannes Smit Fopz en dat vanaf die datum hij als firmant wordt opgevolgd door zijn zoon Jacob Pieter Smit, architect te Waalwijk met de andere firmanten Jan Teunis Visser Martz en Gerrit Visser Martz, aannemers te Papendrecht.
Jacob Pieter Smit, die intussen al de nodige ervaring op had gedaan achter de tekentafel op het kantoor bij zijn vader en als opzichter bij werken van Visser en Smit.
Johannes Smit is een actieve man geweest binnen de gemeenschap van de Hoekse Waard; 34 jaar was hij fabriek/architect van het waterschap.
Op 1 december 1903 werd hij lid van de gemeenteraad voor de liberalen tot 8 januari 1937 bij zijn afscheid, ontving hij als blijk van waardering voor de verdiensten welke hij had gehad voor gemeente, de gouden draagpenning van de gemeente Oud-Beijerland. Hij was 35 jaar directeur van de Waterleiding Oud-Beijerland en oprichter van diverse scholen o.a. de technische school in Oud-Beijerland en was commissaris van diverse waterleidingbedrijven. Hij stierf op 12 januari 1950 op hoge leeftijd te Oud-Beijerland.
Kinderen van Johannes Smit Fopz en Neeltje Bottenberg, geboren te Oud-Beijerland:
1. 1881 Elisabeth, tr. 1905 te Oud-Beijerland met Jan den Hartigh (slager) te Oud-Beijerland (1 zoon);
2. 1883 Antje, tr. 1909 te Oud-Beijerland met Dr. Pieter Vermaat (1 zoon - 1 dochter);
3. 1885 Fop Jacob (stuurman grote vaart), tr. 1914 Anna C. Bouman (1 dochter) later havenmeester en commissaris van diverse waterleidingbedrijven;
4. 1888 Neeltje, tr. 1924 te Oud-Beijerland Cornelis Noorlander (technisch bureau te Delft)(geen kinderen);
5. 15-5-1891 Jacob Pieter (in 1927 directeur N.V. Visser en Smit aannemingsmij te Papendrecht), tr. 1-5-1919 Nieuw-Beijerland met Cornelia Jacoba Dirkzwager, geb. 5-12-1891 (1 zoon ir. Johan Gijsbert, geb. 17-1-1921 te Dordrecht per 1964 directeur N.V. Visser en Smit aannemingsmij te Papendrecht), tr. 1955 te Dordrecht met Paula van Wijnen, d.v. Paul van Wijnen, aannemer te Dordrecht);
6. 1893 Pieter (fabrikant waterzuiveringsmiddelen), tr. 1823 Belgie Lucie Cornil (geen kidneren);
7. 1894 Arie (tuinder in Westland), tr. 1925 Apeldoorn Maria v.d. Velden (1 dochter);
8. 1897 Wilhelmina Adriana, tr. 1936 te Den Haag Johannes Vorstman (geene kinderen);
9. 1904 Willem Johan (dir. Waterleiding Oud-Beijerland), tr. 1935 Dordrecht Elisabeth Bos (geen kinderen);

JACOB PIETER SMIT
Geboren 15-5-1891 te Oud-Beijerland, overleden in 1982 te Dordrecht, zoon van Johannes Smit Fopz en Neeltje Bottenberg.
Hij trouwt op1 mei 1919 te Nieuw-Beijerland met Cornelia Jacoba Dirkzwager, geb. 5-12-1891 te Nieuw-Beijerland, dochter van Gijsbert Dirkzwager en Johanna Laaij.
bijlagevisser13.jpg (11646 bytes)
(FOTO  - JACOB PIETER SMIT JOHANZ (1891-1982), Directeur N.V. Visser en Smit, Aannemings Mij te Papendrecht)

Directeur N.V. Visser en Smit aannemingsmij te Papendrecht. Hij volgde in de vietsporen van zijn vader, andat hij eerst de technische school in Oud-Beijerland had gevolgs en ging daarna 5 jaar naar de U.T.S. in Rotterdam. Hij werd al spoedig als opzichter bij bouwwerken aangesteld die door zijn vader in compagnonschap met Mart Visser te Papendrecht uitvoerden onder de naam van Visser en Smit
bottenberg_06.jpg (59718 bytes)
(Visser en Smit 24-5-1919; Jacob Pieter Smit, firmant Visser & Smit)
Op 24 mei 1919 volgt hij als firmant zijn vader op als eigenaar van de firma Visser en Smit. Een akte werd opgemaakt bij notaris I.G. ten Doesschate in Oud-Beijerland. Rond 1920 begint hij (meneer J.P. zoals hij genoemd werd) veel opdrachten binnen te krijgen, werk wat niet specifiek tot de aanleg van waterleiding behoorden.
De werken die werden uitgevoerd werden steeds groter, met grote betonwerken van verschillende fabrieken o.a. Philips in Eindhoven, Electro in Slikkerveer, een Suikerfabriek te Puttershoek en de Pegus centrale te Utrecht. Ook voor rijkswaterstaat en de landmacht kwam er veel werk. Hat aantal kilometers buisleiding die is gelegd met daarbij de zinkers is enorm. De zaken diende beter geregeld te worden.
 

Op 23 juli 1927 werden de firma Visser en Smit, architecten en het aannemersbedrijf J.T. Visser voorheen Martinus Visser samengevoegd in een naamloze vennootschap Visser en Smit's aannemingsmij gevestigd te Papendrecht. De akte werd gepasseerd bij notaris A.E. Gomm te Papendrecht, met een kapitaal van f 500.000,-, verdeeld in 500 aandelen van f 1000,- voor de duur van 31 jaar. Jacob Pieter Smit werd directeur samen met Jan Teunis Visser Martz, commissaris werden Gerrit Visser Martz en Ir. Arie Visser Martz, een ieder had 25% van de aandelen in bezit.
In de jaren dertig werd een eerste week uitgevoerd in het buitenland; de aanleg van een waterleiding/buisleiding en aquaductgebouwen in Beyrouth voor de Societe Generale d'Entreprises Hydrauliques.
bottenberg_07.jpg (31429 bytes) 
(Jacob Pieter Smit, geb. Oud-Beijerland 1891, overl. Dordrecht 1982; Directeur NV Visser en Smit Aannemingsmij te Papendrecht, zoon van Johannes Smit Fopz en neeltje Bottenberg; FOTO 1965 oude kantoor Visser en Smit Westeind Papendrecht; altijd nog werken tot op hoge leeftijd op de foto is hij 74 jaar)

In 1943 werd er voor f 790.00,- werk uitgevoerd. In 1950 had het bedrijf 500 man personeel in dienst en in 1953 bedroeg de uitvoering van werken van het bedrijf f 8.757.000, -. Enkele grote werken in de jaren vijftig en zestig waren:
- Buisleiding IJsselstein en Zuid-Utrecht;
- grondwerken: dijkherstel na de overstroming in februari 1953 aan de dijk te Piershil en Strijensas;
- de volgende centrales werden gebouwd: Vlissingen, Terneuzen, Dordrecht, Velzen, Diemen, Geertruidenberg, Flevopolders, Borsselen en Dodewaard;
- tevens werd bijna heel Nederland van hoogspanningsmasten voorzien;
- grote delen van Nederland werd voorzien van drinkwater en aardgas via pijpleidingen en grote zinkers door Nieuwe Maas, Oude Maas, drinkwaterleiding Biesbosch naar Rotterdam, gasleiding door de Alblasserwaard;
- silo's voor suiker in Sas van Gent en silo's voor de Heineken Brouwerijen in Zoeterwoude;

Ir. JOHAN GIJSBERT SMIT
Geb. 17-1-1921 te Dordrecht, zoon van Jacob Pieter Smit en Cornelia J. Dirkzwager (afgestudeerd aan de T.H. te Delft). Hij volgde zijn vader op in 1964 als directeur van N.V. Visser en Smit aannemings Mij. Hij bleef dit tot eind jaren zestig toen het bedrijf meer geld nodig had om grote projecten aan te kunnen en te concurreren, moest de familie N.V. worden opengebroken. Vooral de familie Visser was een grote uitgebreide familie geworden. De helft van de aandelen zat verspreid onder de vele neven en nichten, die niets meer met het bedrijf hadden. In 1970 heeft het bedrijf 2700 man in dienst en wordt verkocht als dochteronderneming aan Koninklijke Adriaan Volker te Rotterdam. Ir. Johan Smit blijft aan als directeur (evenals dicrecteur W.M.C. Visser tot 1974) en wordt in 1972 benoemd in d eRaad van Bestuur van de nieuwe Koninklijke Volker Groep en eindigt zijn loopbaan in 1978 bij het bedrijf.
Het bedrijf bestaat nog in naam als Visser en Smit Hanab en Visser en Smit Bouw, beide gevestigd te Papendrecht.

bijlagevisser14.jpg (36998 bytes)
(FOTO - december 1914 te Oud-Beijerland. 25 jaar huwelijk van Johannes Smit Fopz (1857-1950 te Oud-Beijerland), gemeente-architect, fabriek v/h waterschap Hoeksche Waard,cementsteenfabrikant te Oud-Beijerland met Willem Bottenberg, in 1900 directeur waterleiding Oud-Beijerland, in 1900 oprcihter Visser en Smit architecten en ontwerpers drinkwaterleidingen te Papendrecht en Oud-Beijerland, zoon van Fop Smit Gerrtiz en Elizabeth van Kouwenhoven, en Neeltje Bottenberg (1860 Piershil-1943 te Oud-Beijerland), d.v. Jacob Bottenberg en Annetje Rosmolen.
Achteraan v.l.n.r.:
(1) Dr. Peter Vermaat (1880-1932), (2) Pieter Smit, tr. 1923 Lucie Cornil, (3) Jacob Pieter Smit (1891-1982 Dordrecht), directeur N.V. Visser en Smit Aannemingsmij te Papendrecht, tr. 1919 Cornelia J. Dirkzwager, (4) Arie Smit (1894), tr. 1925 Maria C. v/d Velden, (5) Fop Jacob Smit (1885), tr. 1914 Anna C. Bouman, (6) Neeltje Smit (1888), tr. 1924 Cornelis Noorlander, (7) Jan den Hartigh (1876-1938), slager, (8) Elisabeth Smit (1881), tr. 1905 Jan den Hartigh;
zittend v.l.n.r.: (1) Antje Smit (1883), tr. 1909 Dr. P. Vermaat met baby Johan W. Vermaat (1914), (2) Neeltje Smit Bottenberg (1860-1943), (3) Johannes Smit Fopz (1857-1950), (4) Aart Joh. den Hartigh (1905), (5) Anna C. Bouma;
zittend vooraan v.l.n.r: (1) Willem Johannes Smit (1904), tr. 1935 Elisabeth Bos, (2) Adriana Maria Vermaat (1911), (3) Wilhelmina Adriana Smit (1897), tr. 1936 Joh. Vorstman.
)
bijlagevisser15.jpg (120010 bytes)
(FOTO - 11 september 1924. Trouwerij te Oud-Beijerland van Neeltje Smit en Cornelis Noorlander. Foto is genomen in de tuin van Johannes Smit Fopz en Neeltje Bottenberg, aanwezig waren ook enkele leden van de familie Visser uit Papendrecht, dochters en schoondochter van Martinus Visser, compagnon van Johannes Smit;
achteraan v.l.n.r.: (1) onbekend, (2) Trui Visser IJzerman (1878), vrouw van Jan Teunis Visser Martz, aannemer te Papendrecht, (3) Antje Vermaat Smit (1885), (4) Aart den Hartigh (1905), (5) Elisabeth den Hartigh Smit (1881), (6) Wilhelmina Adriana Smit (1897), (7) Pie Visser (1873) dochter van Martinus Visser te Papendrecht;
staand vooraan v.l.n.r.: (1) onbekend, (2) Anna Sit Bouman, (3) Eleonore Smit (1922), (4) Fop Jacob Smit (1885), (5) Cornelis Noorlander (bruidegom), (6) Neeltje Smit (1888)(bruid), (7) Bets Visser (1888), dochter van Martinus Visser, aannemer te Papendrecht, (8) Willem J. Smit (1904), (9) Cornelia Smit Dirkzwager (1891), vrouw van Jacob Pieter Smit, (10) Jacob Pieter Smit (1891) in 1927 directeur N.V. Visser en Smit Aannemings Mij te Papendrecht, (11) Pieter Smit (1893) uitvinder van waterzuiveringsmiddel Norit, (12) Lucie Smit Cornil (1901) vrouw van Pieter Smit;
zittend v.l.n.r.: (1) baakster van de familie Smit, (2) Antje(Aagje) Bottenberg Wey (weduwe van Willem Bottenberg), (3) Neeltje Smit Bottenberg (1860-1943), (4) Johannes Smit Fopz (1857-1950)
)

bottenberg_08.jpg (26361 bytes)
(Openeing nieuw kantoor Visser & Smit Papendrecht;
1e links It Johan Gijsbert Smit (1921) Jacob Pieterz, directeur NV Visser & Smit;
2e links Ir W.M.C. Visser (1914), directeur NV Visser & Smit,
worden gelukgewenst bij de opening van het nieuwe kantoor aan het Slobbengors te Papendrecht in 1968
)
Bronvermelding:
- Gem. archief Ridderkerk, nr. 2282 waterleiding;
- Streekarchief Woerden, watertoren Bodegraven 1907;
- Gem. archief te Leerdam, waterleiding 1900;
- Gem. archief Culemborg, waterleiding 1910;
- Dhr. Groeneveld te Oud-Beijerland;
- Streekarchief te Heinenoord;
- Familie Smit te Dordrecht;
- De Smitten, genealogie van de familie Smit scheepsbouwers te Alblasserdam/Nieuw-Lekkerland, uitgave in 1951 door J. Smit Az te Zwijndrecht;
- Watertorens in Nederland door Henk van Veen;
- Watertorens in Nederland (1856-1915) door Pauline Houwink;
- Nederlandse Watertoren Stichting, secr. Ir. Rienks, Parallelweg zuid 38, 2914 LG Nieuwekerk a.d Amstel;
bijlagevisser16.jpg (32095 bytes)
(FOTO - AANLEG WATERTOREN CULEMBORG 1910, ONTWERP VAN VISSER EN SMIT ARCHITECTEN, BOUWOPZICHTER JACOB SMIT GERRITZ (1873-1917) Oud-Beijerland (midden vooraan bij fundeering watertoren Jacob Smit Gz))

JACOB SMIT GERRITZ
(1873-1917) Oud-Beijerland; hij studeerde bouwkundig tekenen en werd bouwopzichter via zijn oom Johannes Smit bij de aanleg van waterleiding en watertorens namens Visser en Smit architecten o.a. in 1907 te Bodegraven, in 1910 te Culemborg en in 1912 te Hoorn.

(kopie 14-5-04)
Beknopte geschiedenis Visser & Smit Aannemingsmij te Papendrecht

Hoe het begon
Na het uiteengaan van de gebroeders Visser, aannemers te Papendrecht, nam Mart Visser Gz. in 1891 zijn eerste werk aan in Kruiningen voor een bedrag van f 30.000,-. Zijn broers Jan en Mees staan borg voor de financiële afloop. Een soort bankgarantie in die tijd.
Een tweede groot werk, een stoomgemaal te Hekelingen, neemt hij aan in 1892. De zoon van Mart Visser, Jan Teunis toen 21 jaar oud, wordt uitvoerder op het werk. Een zekere opzichter, genaamd Johannes Smit uit Oud-Beijerland, houdt toezicht op de bouw van dit gemaal. In 1895 volgt weer een groot werk, een stoomgemaal te Stolwijk, nu onder leiding van een andere zoon van Mart Visser, namelijk Gerrit.
Via Johan Smit leert Mart Visser, de heer Willem Bottenberg kennen. Deze aannemer in Oud-Beijerland en ontwerper/bouwer van het drinkwaterbedrijf met de watertoren aldaar. Tevens is Bottenberg directeur van hetzelfde waterleidingbedrijf.
Willem Bottenberg is de zwager van Johan Smit en aktief in het verkrijgen van convessies voor de bouw en exploitatie van de lokale watervoorziening, voor toen der tijd in Zwijndrecht en Leerdam.

Samen op pad
Mart Visser gaat in zeer met Willem Bottenberg en zij beginnen februari 1899 aan de bouw van een drinkwaterbedrijf met watertoren in Leerdam. In december 1899 overlijdt Bottenberg plotseling en worden de zaken overgenomen door zijn zwager Johan Smit. Dus in plaats dat het "Visser & Bottenberg" wordt, wordt het "Visser & Smit".
Zij vormen een firma Visser en Smit, "Ontwerpers en Uitvoerders van drinkwaterleidingen" gevestigd te Papendrecht (Mart Visser) en te Oud-Beijerland (Johan Smit).
Tot 1930 worden onder deze vlag 25 waterbedrijven/torens ontworpen en gebouwd. Soms volgens het ontwerp van een ander en betreft het werk alleen de bouw, zoals bijvoorbeeld de installaties te Maarssen en Boskoop.
Het aannemersbedrijf van Mart Visser is inmiddels overgegaan in het bedrijf van J.T. Visser, waarin ook de broers Gerrit en Arie van J.T. meewerken.

De watertorens, de herkenning
In die periode worden enkele plaatsen van markante watertorens voorzien, te weten:
1900 Leerdam
1904 Eindhoven
1907 Bodegraven
1911 H.I. Ambacht
1902 Waalwijk
1904 Alblasserdam
1909 Krimpen a/d lek
1912 Hoorn
1903 Doorn
1905 Ridderkerk
1910 Culemborg
1913 's-Gravendeel
 
Aannemersbedrijf J.T. Visser
Het aannemersbedrijf J.T. Visser bouwt naast drinkwaterbedrijven/torens diverse andere werken, waaronder sluiswerken bij de Zuid Willemsvaart, in 1913 kraanbanen en gebouwen voor Smit Electro Slikkerveer, in 1919 de meelfabriek Scholten te Groningen, in 1920 een buisleiding naar Rotterdam, in 1921 pompstation voor de Waterleiding Alblasserdam, in 1922 funderingen ten behoeve van Philips-fabrieken te Eindhoven, 1923 de fundering elektriciteits-centrale te Utrecht, 1924 de suikerfabriek te Puttershoek, in 1925 een suikerpakhuis ook te Puttershoek en in 1925 vanaf Vijfsluizen (Maassluis) een waterleiding voor Rotterdam.

1927 NV Visser & Smit's Aannemingsmij
In 1927 gaat de firma Visser en Smit samen met aannemingsmij J.T. Visser op in de Naamloze Vennootschap Visser en Smit te Papendrecht. Met een kapitaal van f 500.000,- in 500 aandelen van f 1.000,- elk, is het een ferm bedrijf. Er zijn twee directeuren te weten Jan Teunis Visser en Jacob Pieter Smit en vier commissarissen Gerrit Visser, ir. Arie Visser, mr. dr. Martinus Visser en ir. Matheus IJzerman (getrouwd met Trijs, dochter van de oude Mart Visser) houden een oogje in het zeil.

De crisisjaren
Het bedrijf komt redelijk door de crisisjaren heen. In het jaar 1928 wordt begonnen met de bouw van een nieuwe en grotere watertoren in Leerdam (waarvan ir. Arie Visser de ontwerper is) en een grote zinker door het Amsterdam Rijnkanaal, in 1929 volgen de grote sluizen bij IJmuiden, in 1931 de aanleg van een grote waterleiding voor Amsterdam vanuit Loenen a/d Vecht, in 1933/'34 trekt men naar Beiroet in het toenmalige Syrië, thans Libanon, om de stad van een waterleidingnet te voorzien.

De Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt er op kleine schaal doorgewerkt maar niet al te snel, zodoende kan het personeel in Nederland aan de slag blijven en hoeven de werknemers niet naar Duitsland afgevoerd te worden voor de Arbeitseinsatz. In mei 1940 wordt vanuit Dordrecht de grote loods op de werf in brand geschoten en al het materiaal gaat verloren.
Tijdens de oorlogsperiode pleegt men in 1941 een verbouwing van het pompstation en de watertoren te Ridderkerk, in 1942 en de volgende oorlogsjaren volgen de hellingbaan en kraanbaan voor scheepswerf de Waal in Zaltbommel, de klinknagelfabriek te Slikkerveer en werkzaamheden aan de centrale te Nijmegen.

De wederopbouw
Na de oorlog komt de wederopbouw al gauw opgang en één van de eerste werken die van start gaat was de herbouw van de suikerfabriek te Puttershoek. In de jaren vijftig gaat het steeds beter en groeit het bedrijf. Zo wordt in 1951 een grote zinker, bestemd voor gas- en stadsverwarming voor de stad Rotterdam, in Papendrecht gebouwd, naar Rotterdam gesleept en afgezonken in de Coolhaven.
Andere grote utiliteitswerken betreffen onder meer de bouw van de Merwede-centrale te Dordrecht en de electriciteitscentrale te Vlissingen, werken ten behoeve van de Hoogovens te IJmuiden en de melkfabriek Sterovita in de toenmalige industriewijk Spaanse Polder te Rotterdam.

Groter groeien
In de jaren zestig gaat de expansie gewoon door en een aantal grote bouwkundige opdrachten worden met succes afgerond, zoals het gemaal in de Colijnspolder te Oost Flevoland, de bouw van de zwavelzuurfabriek Ketjen te Amsterdam, de nog steeds prominent aanwezige Flevo Centrale en de bouw van de conventionele Centrale te Borssele. Wat dichter bij huis verrijzen een suikersilo met een opslagcapaciteit van 27.000 ton te Breda en de onderbouw van de brug over de Merwede tussen Papendrecht en Dordrecht.
Op leidingtechnisch gebied zien we in die periode heel veel werk voor de Gasunie ten behoeve van de aanleg van het aardgastransportleidingnet, waaronder drie grote zinkers van 2200 meter lengte, die door middel van lieren door de Westerschelde getrokken worden.
Een mammoetzinker door het Callandkanaal van 54 buizen en 280 meter lengte haalt de landelijke pers.

Veranderingen bij de vleet
In 1970 gaat het bedrijf over naar het baggerbedrijf Koninklijke Adriaan Volker Groep, maar het blijft onder de naam Visser & Smit bv gewoon verder aan het werk. In 1978 komt er na de fusie van Volker met Stevin een splitsing in het allround bedrijf. Er ontstaat een leidingbedrijf Visser & Smit Leidingen bv en Visser & Smit Bouw bv een bouwbedrijf, maar beide ondernemingen blijven in Papendrecht gevestigd. De Visser & Smit bedrijven blijven tot op de dag van heden intensief samenwerken. Even later wordt Visser & Smit Leidingen met de vanuit de Stevin-hoek komende concurrent Hanab bv uit Valkenburg samengesmolten tot Visser & Smit Hanab te Papendrecht.

De laatste verandering vindt plaats in 1997 toen de moedermaatschappij Koninklijke Volker Stevin fuseerde met Kondor Wessels Groep tot Koninlijke Volker Wessels Stevin.

Een initiatief bestaat tussen Visser & Smit Hanab en Visser & Smit Bouw om in bepaalde gevallen de handen weer (ineen) te slaan en gezamenlijk onder de aloude naam Visser & Smit op te treden.

De samenstelster
H.W.G. van Blokland-Visser
Fr. Halsstraat 18, Papendrecht
078-6153618

(C) Papendrecht mei 2008 H.W.G. van Blokland-Visser Frans Halsstraat 18 3351VE Papendrecht k.blokland87@upcmail.nl