HANDEL &
SCHEPEN TE DORDRECHT 1825-1870
In 1825 had Dordrecht ca 20.000 inwoners en herstelde langzaam van de
oorlogen van Nederland met Frankrijk en Engeland in de afgelopen
jarenAlles moest weer worden opgebouwd en van de 10 scheepswerven in de
stad begin 1800 waren en nog maar enkele over, zoals de werven van Jan
Schouten, Cornelis Gips en Barend van Limmen.
In 1818 begon de handel in Dordrecht weer aan te trekken en daardoor de
scheepvaart. Jan Schouten scheepsbouwer en reder / houthandelaar te
Dordrecht bouwde op zijn werf na jaren weer een zeeschip in eigen
beheer.
In de Dordrechtsche Courant van zaterdag 31 oktober 1818 stond het
volgende bericht:
Op 30 oktober gister namiddag om half 5 heeft onder een verbazende
toevloed van mensen van de werf van de heer scheepsbouwmeester Jan
Schouten met gelukkig gevolg van stapel gelopen het brigantijn, ook wel
berkentijn genoemd ( 3 mast galjoot) ,,DE HERSTELLER,, groot 90
lasten.
Zijnde het eerste hier een heugelijke omwenteling van na 1813, is het
eerst gebouwde zeeschip buiten Friesland en het enige wat in Noord en
Zuid Holland door een scheepsbouwer voor eigen rekening op stapel is
gezet.
Hopelijk is het mogelijk, de vervallen Nederlandse scheepsbouw weer op
te beuren.
In 1805 liep van de werf van Jan Schouten voor het laatst een zeeschip
af, de galjoot ,,CLARA,,
In Nederland lag de handel met Oost Indie stil. In 1790 was er een vloot
van 3000 schepen met een goed opgeleide bemanning. In 1820 waren er
hiervan nog 1000 schepen over, waarvan er maar 50 geschikt waren voor de
vaart naar Oost Indie.
Koning Willem 1 deed er alles aan om de handel en scheepvaart weer op
gang te krijgen. Er kwamen allerlei wetten met voorschriften voor de
schepen en zijn bemanning. De opleiding voor stuurlieden e.d. werd weer
goed opgezet. Er kwam een verplichte registratie van bijl en koopbrieven
van schepen in 1819 gebouwd op Nederlandse werven.
IN 1823 VERTREKT HET 1E SCHIP UIT DORDRECHT NAAR
BATAVIA/OOST INDIE.
(Uit Rotterdam vertrok in 1815 het 1e schip naar Batavia het fregat
,,MAAS EN ROTTESTROOM,, van reder Anthony v Hoboken).
In 1823 kocht reder Jacob Buys 't Hooft uit Dordrecht het fregat ,,CORNELIA,,560
ton, in 1809 gebouwd in Archangel /Rusland, van reder J.C. Spengler uit
Amsterdam. Dit schip was het 1e schip wat begin 19e eeuw vanuit
Dordrecht naar Oost Indie ging.
Het schip vertrok in november 1823 met kapitein Pieter Sipkes 30 jaar
oud, geboren in Amsterdam, met kapiteinsvlag D 1 van het zeemanscollege
te Dordrecht met 32 bemanningleden naar Batavia, met als 1e stuurman
J.K. Troost uit Texel voor een gage van f 70,- per maand, 4e stuurman
was Jan Evert Strumphler uit Amsterdam voor een gage van f 18,- per
maand (later kapiteins vlag D 37, in 1836 als kapitein op het fregat ,,Oud
Alblas,,).
Het Rijk stelde subsidie beschikbaar, om de scheepsbouw voor de vaart
naar Oost Indie te bevorderen. Deze subsidie werd gegeven per last van
het te bouwen schip, nu spreken we van tonnage van het schip.
Omdat de arbeidslonen laag waren in de Drechtstreek, was de bouw van een
schip hier goedkoper, f 350, - per last tegen f 669, - per last in
Rotterdam. De scheepsbouwers in deze streek kregen daardoor veel op
drachten voor het bouwen van een schip.
Scheepsbouwer Jan Schouten begon in 1825 met de bouw van zijn 1e
zeeschip voor de vaart naar Oost Indie ,het fregat ,, Louisa Augusta
Prinses der Nederlanden,, van 250 last.
In 1826 begon scheepsbouwer Cornelis Smit te Alblasserdam aan zijn 1e
zeeschip,,De Hoop van Alblasserdam,, En in 1829 bouwde
scheepsbouwer Cornelis Gips te Dordrecht zijn 1e zeeschip het fregat ,,De
Dordtenaar,,450 last.
In Dordrecht begon een ware opleving van handel en scheepsbouw door de
families Vriesendorp/van Wageningen/van der Sande/Mauritz /Schouten/
BLUSSÉ/ Bouvy / Rees, 't Hooft / Hoogstraten /Boonen /Roodenburg /de
Voogd / de Klerk. Allemaal kooplieden houthandelaren / reders /
scheepsbouwers of bankiers die onderling door huwelijk verwant waren en
veel zakelijk contact hadden. Zij troffen elkaar in de Beurs van
Dordrecht, bij de Kamer van Koophandel, of bij de vergaderingen van het
zeemanscollege ,,Tot Nut van Handel en Zeevaart,, te Dordrecht opgericht
in 1818 waarvan zij honoraire leden waren. Ook waren er velen lid van de
vrijmetselaars loge ,,La Flamboyante,, opgericht in 1812 te Dordrecht (
deze loge zetelt sinds 1837 in de Munt te Dordrecht ).
In een korte periode werden er 5 zeeschepen ( 3 mast fregatten) gebouwd
die ieder ca. f 140.000, - kostten. Dit geeft aan dat er in die periode
zeer vermogende families in Dordrecht woonden die zulke schepen konden
bekostigen.
Een probleem in de Drechtstreek was om goede kapiteins en bemanning te
krijgen voor deze nieuwe zeeschepen. De enkele Nederlandse kapiteins die
er nog waren vonden het varen op een boerenschuit, zoals zij de schepen
noemden die buiten de grote steden waren gebouwd, beneden hun
waardigheid.
De reders uit Alblasserdam zoals de familie Smit haalden zijn kapiteins
uit Duits / Oost Friesland en Oost Groningen.
De reders uit Dordrecht haalden hun kapiteins van de kofschepen die op
de kustvaart hadden gevaren, voor de reders uit Dordrecht. De rest van
de bemanning kwam voornamelijk uit Groningen, Denemarken, Noorwegen en
Duitsland.
In Dordrecht was de kustvaart tijdens de Franse en
Engelse oorlogen in het begin 19e eeuw redelijk in takt gebleven. Vele
kapiteins uit Groningen boden hier hun schip en diensten aan.
Deze Groningers waren tijdens de Franse en later de Engelse oorlog
gewoon blijven varen en handel drijven onder de Kniphauser vlag. Zij
konden daardoor de blokkade van de Nederlandse handel ontduiken.
Kniphausen was een neutraal staatje in Duits /Oost Friesland boven
Wilhelmshafen aan de Jade. Er was een vrijstrand van 10 km en een
vrijhaven, dit alles was in bezit van de Hollandse graven van Bentinck.
In 1825 richtte enkele reders/ kooplieden uit Dordrecht ,,De
Maatschappij der Dordrechtsche Scheepsrederij,, op. Aandeelhouders waren
o.a. Jan Schouten, Jacob Buys, t'Hooft en de families Vriesendorp,
Boonen, Roodenburg, van der Sande, van Hoogstraten, van Wageningen Rees,
Bouvy, de Klerk en de Voogd.
Scheepsbouwer/reder Jan Schouten kreeg de opdracht het 1e schip van deze
Maatschappij te bouwen, een fregat van 250 last de ,,LOUISA AUGUSTA
PRINSES DER NEDERLANDEN,, Het schip vertrekt eind 1827 naar Batavia.
Op 16 november 1829 wordt in Dordrecht de rederij van Adolph BLUSSÉ van
Oud Alblas op gericht. Deze rederij geeft de opdracht voor hun eerste
schip aan scheepsbouwer Cornelis Gips te Dordrecht. Een fregat van 451
last ,,DE DORDTENAAR,, Dit schip vertrekt in maart 1831 naar Batavia.
De handel in het begin van de 19e eeuw bestond voornamelijk uit
kustvaart met bestemming naar de Middellandsezee, Oostzee, Noordzee en
handel met Suriname, Curacao en Rio de Janeiro.
Uit landen aan de Oostzee: teer/ ijzer/hout/lijnzaad/graan.
Uit Noorwegen: stokvis.
Uit Frankrijk en Belgie: zout/wijn/stukgoed.
Uit Engeland en Ierland: steenkool /klipzout/ ijzer.
Bestemming van schepen die uit Dordrecht vertrokken in
de periode 1826-1828:
Belfast 3x / Olleron 3x / Brest 12 x / Dublin 5 x /Marennes 15 x (zout)
/ Ferrol 9x / Newrij 1 x / Bergen 7x (stokvis) / Liverpool 9x / Londen5
x / Hull 5 x / Riga 4x
New Casle 3x (slijpsteen) / Cette 3x (brandewijn).
Na 1823 gingen de schepen uit Dordrecht ook naar Oost Indie voor koffie,
thee, tin, suiker en specerijen en vervoer van passagiers en troepen
transporten voor het leger. |