|
PAPENDRECHT IN DE 2e WERELDOORLOG
1944-'45 |
DEEL 1
CROSS-LINE DOOR DE HOLLANDSE BIESBOSCH VANUIT PAPENDRECHT "HET LIJNTJE VAN DE KONING"
samengesteld door Historica/schrijfster H.W.G. van
Blokland-Visser te Papendrecht
mail: hwg.blokland-visser@ziggo.nl
Foto's huldiging Kees de Koning februari 2016 (Mobilisatie Oorlogskruis).
Meer foto's.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Het Lijntje van de Koning, zo werd de cross-line van het Oosteind in
Papendrecht door het verzet tijdens de 2e wereldoorlog genoemd. Een cross-line
die mensen in veiligheid bracht in de winter van 1944-'45 vanuit het bezette
Papendrecht via de Biesbos naar het bevrijdde Lage-Zwaluwe in Brabant.
Het was een zogenaamde wilde cross-line die opdrachten uitvoerden buiten de
cross-line"de Albrechtgroep" uit Sliedrecht. Er waren meerdere wilde
cross-lines in deze regio.
Een cross-line was in die tijd een pendeldienst (crossing) die contacten
onderhield tussen bezet gebied en de geallieerden in bevrijd Brabant via een
route door de Biesbos.
Deze crossings werden uitgevoerd door mensen die de Biesbos en de rivieren vaak
van uit hun beroep goed kenden. Die de gevaren kenden van de stroming en op de
hoogte waren van het gebruik van eb en vloed. Dit gebeurde in samenwerking met
het verzet en vrijwilligers uit Papendrecht, Sliedrecht, Hardinxveld en
Werkendam.
De officiële cross-line de Albrechtgroep (deze was genoemd naar ene Albrecht die
in de Biesbos een geheime zender bediende) was gevestigd in Sliedrecht. Deze
groep onderhield het contact met de geallieerden in Brabant en verzorgden de
Albrecht post die bestond uit: tekeningen, films, economische-, medische- en
militaire gegevens uit het gehele bezette gebied. Deze post werd verzameld in
Rotterdam en via Sliedrecht naar het vrije Brabant gebracht.
Ook koeriers, gestrande Amerikaanse en Engelse piloten, en agenten met geheime
zenders gingen mee via de route door de Biesbos.
Het waren tochten van 5 uur roeien of peddelen met roeiboten en kano's. Men
vertrok in de avondschemering en een maanloze nacht voor een tocht van 5 uur
roeien en gebruik makend van eb of vloed vanuit de haven in Sliedrecht. Stak de
Merwede over naar de Helsluis (recht tegenover Sliedrecht) dan in de
Huiswaardsloot waarna de boot via een rol de dijk werd overgetrokken naar de
Nieuwe Merwede. Hierna ging de tocht verder via de Jacomien (splitsing tussen
de Amer en de Nieuwe Merwede waar meestal hoge golven stonden) naar Lage
Zwaluwe. Daarna de zware tocht weer terug, de boten gevuld van de met wapens,
minutie, inlichtingen, brieven, eten en medicijnen.
De andere cross-lines waren:
Het Lijntje van de Koning (Oosteind te Papendrecht)
Het Lijntje van de Rouwe en Bicker (Middenveer te Sliedrecht)
Het Lijntje van v/d Es, Meier en Bakker (Middeldiep te Sliedrecht)
en
Het Lijntje van Bernard en Jo Lanser in Sliedrecht.
verder waren er nog cross-lines in Hardinxveld en Werkendam.
Het is 60 jaar geleden dat in de koude winter van 1944/45 vanuit het door de
Duitsers bezette Papendrecht, via het Lijntje van de Koning, honderden mensen in
veiligheid werden gebracht. De tochten via de Biesbos naar het bevrijdde Brabant
stonden onder leiding van OUWE PIET zoals Pieter de Koning in het
verzet werd genoemd. Dit gebeurde vanuit zijn huis aan het Oosteind, alles in
samenwerking met zijn gezin dat bestond uit zijn vrouw Wilhelmina de Koning en
zes zoons en drie dochters.
Wie was deze griend handelaar die altijd de rust zelve was en een man van weinig
woorden die zijn leven op het spel heeft gezet om zoveel mensenlevens te redden.
Pieter de Koning werd geboren in 1888 te Papendrecht en groeide op aan
het Oosteind waar de families de Koning al 200 jaar woonden en in de
griendhandel zaten. Pieter de Koning overleed in 1959 in Papendrecht.
Pieter was de zoon van Philip de Koning en Jaapje de Koning. Vader Philip de
Koning werkte als molenbaas bij het baggerbedrijf van Izaak van der Velde uit
Papendrecht. In de winter wanneer er niet gewerkt kon worden, dan werkte hij in
de grienden in de Biesbos die hij gepacht had en verhandelde het hout hiervan.
Al jong zocht Pieter de Koning het avontuur en trad in de voetsporen van zijn
vader en ging baggeren. In 1907 vertrok hij als 19 jarige voor 3 jaar naar China
om te werken bij de aanleg van een haven in Shanghai. Hij vertrok aan boord van
de baggermolen Rhenus van het baggerbedrijf van Hattem en Blankevoort uit
Sliedrecht samen met nog een Papendrechter Huig Donker. De tocht met de
baggermolen naar China duurde 3 maanden.
Terug in Nederland trouwde hij in 1911 met Wilhelmina de Koning, een meisje van
Giessen- Nieuwkerk, geboren in 1889 en dochter van Gerrit de Koning en Jannigje
de Rooy.
Hij ging nog een paar jaar buitenaf werken aan de Zuiderzeewerken. Daarna zocht
hij werk dichter bij huis en ging net als zijn vader de griendhandel in. Hij had
grote grienden gepacht in de Brabantse en Dordtse Biesbos en werkte samen met
zijn zoons. Hierdoor kenden zij als geen ander dit gebied, wat hen van pas kwam
bij het in veiligheid brengen van mensen in de winter 1944/45.
De oorlog brak uit en Pieter de Koning zag al gauw dat het moeilijke tijden
zouden worden. Hij probeerde waar mogelijk te helpen. Hij zorgde voor
onderduikadressen voor Amerikaanse en Engelse piloten en parachutisten, dit
samen met de leden van het gezin de Koning dat ook koeriersdiensten verzorgden
en mensen van eten voorzag.
![]() |
![]() |
| (Pieter de Koning laat zich in 1908 op de foto zetten in Shanghai) | (afb. 3 - Stamboom van de Familie Pieter de Koning Oosteind te Papendrecht.) |
Het gezin van Pieter de Koning bestond uit de volgende kinderen, allen
geboren te Papendrecht: de zoons Philip (1912), Gerrit (1914), Willem (1920),
Mathijs (1922), Cornelis (1927), Wouter (1933) en de dochters Jaapje (1916),
Jannigje (1918) en Annigje (1925).

Het was een centraal punt in Papendrecht aan het Oosteind waar zich de mensen
verzamelden vanuit hun onderduikadressen voor hun tocht door de Biesbos. Hieraan
werkten een netwerk van mensen in het verzet aan mee.
Zij vertrokken vanuit het huis van de familie de Koning dat buitendijks lag aan
een gantel en roeiden of peddelden over de Merwede via de Biesbos, de Nieuwe
Merwede op weg naar de vrijheid.
Voor vertrek was de spanning te snijden, het waren gevaarlijke tochten in de
koude donkere nachten en het mocht niet te licht zijn om niet gezien te worden
door de vele Duitse mitrailleur posten langs de gehele route. Op de Nieuwe
Merwede voer ook nog een Duitse patrouille boot.
Het was een tocht van 6 uur roeien in grote open roeiboten en soms gevolgd door
kano's, de riemen omwikkeld met lappen om geen geluid te maken op naar het
veilige Lage Zwaluwe
Dan de tocht terug weer 6 uur roeien de boten volgeladen met o.a. eten en
medicijnen.
Deze gevaarlijke tochten konden alleen worden uitgevoerd door sterke mensen die
vanwege hun werk bekend waren met de grienden in de Biesbos, de Merwede en de
Nieuwe Merwede. Die ermee waren opgegroeid en gewend waren om te roeien. Alles
hing af van het juiste gebruik van eb en vloed, bij een verkeerde inschatting en
je kon onderweg vast komen te zitten en er waren nog de gevaarlijke stroming bij
de kribben.
De oudste zoon Flip de Koning en zijn jongere broer Cees de Koning,
toen 17 jaar, hadden vaak de leiding over de vele gevaarlijke tochten. De
laatste tocht die werd uitgevoerd was met 10 roeiboten vol met mensen.
Het thuisfront bleef in spanning, achter zal alles goed gaan, zouden ze niet
worden beschoten en waren zij niet verraden in het dorp, het zou hun allen het
leven hebben gekost.
Het mag een wonder heten dat op die vele tochten er niets echt is mis gegaan en
dat het gezin de Koning nooit is verraden.
(c) Papendrecht H.W.G. van Blokland februari 2011 en maart 2012.