|
PAPENDRECHT IN DE 2e WERELDOORLOG
1944-'45 |
DEEL 2
OP WEG NAAR DE VRIJHEID EN DE VERLOREN LEVENS VAN MR.GERRIT MARTEN VISSER EN
GERARD ANDRIES SCHRIKKER
samengesteld door Historica/schrijfster H.W.G. van
Blokland-Visser te Papendrecht
mail: hwg.blokland-visser@ziggo.nl
Het is januari 1945 als 3 jonge Papendrechters VISSER, HOLTERMAN en KOPPENS
en 1 marine officier J.A. GIEZEN (geb: 18-9-1899; deze nam de plaats in van de
ziek geworden Gerrit Visser) hun kans wagen om vanuit hun onderduikplaats met
het "LIJNTJE VAN DE KONING" naar Brabant te ontkomen.

(afbeelding: J.A. Giezen)
Ze hebben twee kano's gekocht en melden zich bij Pieter de Koning, dat zij mee
wilden op een van de tochten. Hun neef GERRIT VISSER uit Amsterdam zat ook in
Papendrecht ondergedoken en zou ook mee gaan, maar deze werd ziek.
Dan is het zover, zij krijgen een tip wanneer zij mee kunnen. De leider van de
tocht is Flip de Koning, en laat weten dat zij achter hem aan kunnen varen.
In de nacht is het bitter koud ook al zijn ze dik aangekleed. Ze peddelen achter
Flip de Koning aan die enige tientallen zwaar gewapende soldaten aan
boord van zijn grote roeiboten heeft. Deze Amerikaanse en Engelse soldaten
hadden deelgenomen aan de slag bij Arnhem en waren aan Duitse gevangenschap
ontsnapt.
Blijf uit onze buurt waarschuwde Flip de Koning de drie marine officieren uit
Papendrecht, want we zijn zwaar bewapend en als er geschoten wordt schieten we
terug.
In pik donker met gunstig tij roeide onze gids Flip de Koning voor ons uit, hij
had zijn riemen omwikkeld met lappen om geen lawaai te maken. Zo gingen we de
Biesbos door naar de Nieuwe Merwede en vlak voor de Moerdijkbrug sloegen we af
naar Lage Zwaluwe.
Het was een gevaarlijke tocht die wij nooit alleen goed hadden kunnen
volbrengen.
Voor onze neef Gerrit liep het slechter af.
Onze neef Gerrit Visser 28 jaar en Meester in de Rechten uit Amsterdam
zou met ons zijn mee gegaan, maar was ziek geworden. Hij zat ondergedoken samen
met een Engelse en Amerikaanse piloot en nog 3 andere onderduikers bij familie
in Papendrecht. Gerrit Visser werd gezocht door de Duitsers vanwege zijn hulp
aan Amsterdamse Joodse families. Hij zat daar in afwachting om mee te kunnen met
een van de overtochten van "het Lijntje van de Koning".
Dat wachten duurde hem te lang. Hij zou het proberen van uit Sliedrecht met een
kano de tocht te wagen, samen met Gerard Schrikker, 29 jaar, die bij
Aviolanda als technicus werkte. Zij zouden meegaan met mensen van "het
Lijntje van Bicker" vanaf het Middenveer in Sliedrecht.
In de nacht van 10 op 11 februari was de overtocht gepland. Zij zaten toen al
ondergedoken in Sliedrecht, maar het weer zat tegen en de tocht werd uitgesteld.
In overmoed besloten de twee jonge mannen dat zij alleen wel met de kano met de
stroom mee konden peddelen langs de kribben van de Merwede naar de punt bij
Hardinxveld om zo op de Nieuwe Merwede te komen.
Wat zij niet wisten was dat er veel boven water zou zijn bij Hardinxveld en dat
zij op de punt naar de Nieuwe Merwede daar hoge golven en de volle stroming
dwars tegen de kano kregen. Daar moet het fout zijn gegaan. Ze zijn daar
omgeslagen en hadden mede door de kou geen schijn van kans hun leven te redden
en zijn daar verdronken. De kano werd door de stroming meegevoerd en terug
gevonden nabij Papendrecht, maar hun lichamen zijn nooit terug gevonden.
Vermoedelijk zijn ze aangespoeld bij een inham met een strandje en wat riet bij
de Thomas Waard aan de noordkant van de Nieuwe Merwede.
20 jaar na de oorlog vertelden diverse leden uit het verzet, die hadden
meegedaan aan de crossings in dat gebied, dat daar twee lichamen van jonge
kerels waren aan gespoeld. De beide lichamen zijn daar in haast begraven onder
een boom naast het huisje van de familie Vos.
De families van de twee vermisten hebben toen geen stappen ondernomen om de
verhalen na te trekken en de lichamen e.v.t op te graven. Nu na 60 jaar liggen
zij daar nog steeds.
Bij vermissing moest er een signalement worden gegeven en een omschrijving van
de kleding die werd gedragen:
Mr. GERRIT MARTEN VISSER, oud 28 jaar, wonende te Amsterdam, geboren
3-4-1917 te Zierikzee zoon van Mr. Dr. Martinus Visser en Marrigje Schuller,
lengte 1.85, fors postuur, hoogblond haar, blauwe ogen, droeg een bril, gaaf
gebit met dubbele hoektanden in de bovenkaak.
Gekleed in een lange onderbroek, wollen hemd met mouwen, lang interloc
hemd,Tweka overhemd, lange kousen (bruin), hoge zwarte schoenen, wollen
pull-over, vest, colbertjasje paarsblauw met rode ruit, licht Egyptisch linnen
regenjas, daarover een donkerblauwe winterjas, blauw en grijs geruite sjaal.
Alle kleding gemerkt met G.V.
Hij droeg een polshorloge.
GERARD ANDRIES SCHRIKKER, oud 29 jaar, wonende te Dordrecht, geboren
24-12-1916 te Grotebroek zoon van Gerard Andries Schrikker en Maria Johanna van
Kleeff, lengte 1.75, tenger postuur, donkerblond haar, blauwe ogen,
geprononceerde kin met kuiltje, wit tricot hemd, Tweka blouse wit en zwart,
blauwe slip over, vest met mouwen (gebreid ), donker gestreept colbertjasje met
pantalon, donkergrijze overjas met visgraatdessin.
Het trieste einde van een overtocht naar de vrijheid in Brabant, de families in
onzekerheid en verdriet achterlatend.
Ter gedachtenis aan de leden van de Civitas Academica die tijdens de
bezetting 1940-1945 hun leven hebben gelaten voor Vaderland en Vrijheid (Vrije
Universiteit (VU), Amsterdam)
NB.
- Email dd 27-12-2011
Geachte Mevrouw Blokland,
Op uw interessante website "Papendrecht in de tweede wereldoorlog" heb
ik het volgende commentaar.
Ter inleiding echter eerst enige gegevens over mijn persoon. Ik ben een
77-jarige arts (in ruste) en beleefde als schooljongen van nabij de tweede
wereldoorlog in Papendrecht. Ik woonde toen (naast de vliegtuigfabriek
"Aviolanda" ) in de Havenstraat. Mijn vader was destijds
beroepsmilitair bij de Kon. Marine.
In de bijlage treft u een afbeelding van hem aan. In de oorlog dook mijn vader
onder om niet in Duitse krijgsgevangenschap te geraken..
In uw artikel maakt U melding van het feit dat in januari 1945 de heren: Visser,
Holterman en Koppens met twee gekochte (tweepersoons)kano's achter Koning naar
bevrijd gebied "crosten ". Uw later omgekomen neef Gerrit Visser zou
als vierde man meegaan ; maar hij kon niet mee omdat hij ziek was.
De daardoor opengevallen plaats is bij deze crossing toen ingenomen door mijn
vader : J.A.Giezen , geboren 18-09-1899.
In de bijlage gelieve U een foto van hem aan te treffen.
Hij volvoerde - als vierde man -- samen met het reeds door U genoemde drietal
met succes deze crossing. Er zijn toen dus vier Papendrechters gecrost.
Mijn vader zat samen met Jan Holterman in één van de twee genoemde kano's.
Ik vind dat één en ander in aanmerking komt als verrijkende aanvulling in uw
artikel en zou het zeer op prijs stellen indien U dit op zich zou willen nemen.
De vermelding overigens dat : Visser, Holterman en Koppens destijds "jonge
marine officieren" waren is geheel onjuist.
Ik heb nog steeds contact en ontmoetingen met de in uw artikel genoemde Jan
Holterman ( momenteel woonachtig in de USA), die één en ander zonodig nog kan
bevestigen. Ik ben natuurlijk ook graag bereid tot nader contact.
In afwachting van uw bericht en met gevoelens van hoogachting en
Vriendelijke groet, J.Giezen
(c) Papendrecht H.W.G. van Blokland februari 2011 en maart 2012.