|
SUIKERRAFFINADERIJ DE ZEELUST |
Binnen Walevest 98 (foto: L. Megens)
Hoge Nieuwstraat 111 (foto: L. Megens)
| SUIKERRAFFINADERIJ HOOGE NIEUWSTRAAT
117/119/121 /BINNEN WALEVEST 98 ANNO 1733 TE DORDRECHT (door H.W.G. van Blokland) Baltus & Co (Jan Baltus/Abraham Selis en Coeraad Morks) P.D. Backer & zn (Petrus Diederich Backer) H.Selis & Co (Hendrik Selis) De suikerraffinaderij aan de Hooge Nieuwestraat/Binnen Walevest was met zijn 5 verdiepinge hoge gebouw en met 4 zied(kook) pannen de grootste in Dordrecht en werd in 1733 opgericht door JAN BALTUS zoon van Hendrik Baltus (suikerbakker in de Wijnstraat /Nieuwbrug te Dordrecht) ABRAHAM SELIS koopman te Dordrecht en de Duitse suikerraffinadeur COENRAAD MORKS (uit Caemen) Op 26-2-1733 richten zij een compagnie op onder de naam BALTUS &CO De inbreng is 1/2e deel voor JAN BALTUS 1/2e deel voor ABRAHAM SELIS 1/4e deel voor COENRAAD MORKS met het voornemen om een suikerraffinaderij te stichten Zij kopen hiervoor enkele panden aan in de Hooge Nieuwstraat en de Binnen Walevest In 1734 is BALTUS&CO voor hun handel in suiker in bezit van een hoekerschip ,,HENDRINA,, 37 last met als schipper Simon Claes Swartvelt In 1748 komt JAN BALTUS te overlijden hij was getrouwd met CATHARINA BROEKHUYSEN dochter van Barent Broekhuysen suikerraffinadeur aan de Nieuwe Haven te Dordrecht zij hadden geen kinderen. Op 19-6-1750 wordt er weer een nieuw contract opgesteld voor de suikerraffinaderij deze gaat verder onder de oude naam BALTUS& CO (Notaris Anthony Bax te Dordrecht / ONA 1054 /akte 11/f 27) Het heeft dan de volgende eigenaren: ANNA ENGELINA BALTUS EN HENDRINA BALTUS (de ongehuwde zusters van Jan Baltus en zijn erfgenamen) JAN BACKUS (reder /koopman te Dordrecht en ongehuwd) en zijn zuster GEERTRUY BACKUS (ongehuwd) ABRAHAM SELIS (boekhouder van de compagnie) COENRAAD MORKS (mr. suikerraffinadeur hield toezicht op het werk binnen de suikerraffinaderij) In 1754 koopt BALTUS & CO aandelen in de suikerraffinaderijen ,,Stockholm,, en ,,De Raapkoek ,, van Adriaan Onder de Linden en Egbert v Sweth Na het overlijden van COENRAAD MORKS komt zijn 1/4e deel in bezit van zijn zoon DIRK WILLEM MORKS Op 27-2-1783 verkoopt ELISABETH TOUTLEMONDE weduwe van DIRK WILLEM MORKS haar aandeel in de suikerraffinaderij aan: THOMAS VAN OLIVIER koopman te Dordrecht 1/4e deel CHRISTIAAN HENDRIK VRIJMOED koopman te Dordrecht 1/4e deel Op 2-2-1790 verkoopt THOMAS VAN OLIVIER zijn aandeel in de suikerraffinaderij aan LEONARD ARMIGER PIJL uit Alblasserdam wonend te Dordrecht Op 3-9-1793 wordt voor f 21.115 de suikerraffinaderij verkocht aan PETRUS DIEDERICH BACKER door PETRONELLA BROERE WEDUWE VAN ABRAHAM SELIS en LEONARD ARMIGER PIJL CHRISTIAAN HENDRIK VRIJMOED In 1816 wordt voor f 22.000,- de suikerraffinaderij verkocht aan enkele suikerraffinadeurs te Dordrecht 1/3e deel ALBERT BACKER (overl: 1816) gaat naar zijn weduwe Margaretha C. Backer 1/6e deel WILLEM JACOB DE BRUYN DE NEVE wordt geerfd door Dr. Hendrik Marinus de Bruyn de Neve Moll (kleinzoon v W.J. de Bruyn de Neve)) 1/6e deel JOHANNES ROMBOUTS (ongehuwd) in 1850 geerfd door Leendert en Catharina Dupper (neef en nicht van J. Rombouts) 1/6e deel HENDRIK SELIS wordt in 1840 uitgekocht 1/6e deel JACOB V/D ELST ( geen kinderen) in 1835 gaat zijn deel naar zijn halfbroer Francois v/d Elst In 1900 wordt het gehele pand van de voormalige suikerraffinaderij verkocht door de erven VAN DER ELST aan de gemeente Dordrecht Nu anno 2009 wacht het pand op een goede restauratie en herbestemming Eigenaren /suikerraffinadeurs 1733/1750 * JAN BALTUS (ged: 2-2-1699 /begr 4-11-1748 Dordrecht) z.v. Hendrik Baltus (suikerbakker in de Wijnstraat /Nieuwbrug te Dordrecht) en Anna Pelt Hij tr Luthers ontr 2-2- tr 5-4-1736 te Dordrecht met Catharina Broekhuysen (ged: 12-11-1715 te Dordrecht) d.v. Barent Broekhuysen (suikerraffinadeur aan de Nieuwe Haven te Dordrecht) en Sara Lockerman * ABRAHAM SELIS (ged: 7-11-1707/begr: 4-4-1788 Dordrecht) z.v. Hendrik Selis (koopman te Dordrecht) en Francina de Mely(Mey) Hij ontr 5-9/ tr 22-9-1772 te Dordrecht met Petronella Broere (ca 1740 Klundert/begr: 29-3-1809 Dordrecht) Kinderen te Dordrecht: - 1773 HENDRIK tr op 12-5-1798 te Dordrecht met Dina Ophorst (geb: ca 1776 te Grevelduin/Capelle/overl: 27-3-1830 Dordrecht )d.v. Arnoldus Ophorst en Adriana Bilkens - 1775 ABRAHAM CORNELIS ongeh (overl: 1840) boekhouder te Dordrecht - 1780 Pieternella Francina (kosteres) (in 1845 over te Hamburg tr met Jacob Staets de Vos v Rijswijk * COENRAAD MORKS Mr. suikerbakker (geb: ca 1695 Caemen/Dtsl/overl: voor 1764 Dordrecht) Hij ontr 9-5/ tr 26-5-1726 te Dordrecht met Elisabeth Smalt ( geb: ca 1700 Den Ham/Dtsl/) d.v. Dirk Smalt en Maria v Caemen In 1726 woont hij bij de Lange Houten brug / In 1733 wordt hij mede compagnon van Jan Baltus en Abraham Selis en mede eigenaar van de suikerraffinaderij aan de Hooge Nieuwstraat /Binnen walevest / in 1737 neemt hij een hypotheek op een pand aan de Riedijk samen met zijn zwager Ernst Wilhelm Coning (getrouwd met Anna Catharina Smalt) Kinderen te Dordrecht: - 1728 DIRK WILLEM tr 1e 1756 met Helena v/d Star/ tr 2e 1764 met Elisabeth Toutlemonde - 1730 MARIA (ongeh) - 1732 WILLEMINA (ongeh) 1750/1783 * HENDRINA BALTUS (ged: 10-11-1703 Dordrecht) d.v. Hendrik Baltus (suikerbakker te Dordrecht)en Anna Pelt (ongehuwd) * ANNA ENGELINA BALTUS (ged: 23-12-1696 Dordrecht) d.v. Hendrik Baltus(suikerbakker te Dordrecht) en Anna Pelt (ongehuwd) * JAN BACKUS (ged: 18-1-1685 / begr: 28-10-1755 Dordrecht) z.v. Christiaan (Corstiaan) Backus en Margrieta Plucque(Plukke) ongehuwd * GEERTRUY BACKUS (ged: 14-4-1694 /begr 23-11-1754 Dordrecht) d.v. Christiaan Backus en Margrieta Plucque (Plukke) ongehuwd * MARTINUS BACKUS (ged: 25-1-1703 /overl: na 1770 Dordrecht) Mr. Munter /reder/koopman te Dordrecht z.v. Christiaan(corstiaan) Backus(reder/koopman te Dordrecht) en margrieta Plucque (Plukke) Hij ont 29-3/tr 15-4-1731 te Dordrecht met Catharina van Batenburg d.v. Nicolaas v Batenburg In 1755 erft hij het aandeel van zijn broer Jan en zuster Geertruy in de suikerraffinaderij van Baltus & co In 1760 heeft hij een compagnonschap met JOHAN LOCKEMEIJER suikerraffinadeur te Dordrecht Kinderen te Dordrecht: - 1741 NICOLAAS (overl 1812 ) ongehuwd Heer van Nieuwe Beijerland / Mr. Munter te Dordrecht en Burgemeester v Dordrecht /Na zijn overlijden liet hij een vermogen van f 200.000,- na - 1747 MARGARETHA tr 1e Johan Christiaan v Gelsdorp tr 2e Pieter Pompejus Repelaar * ABRAHAM SELIS * COENRAAD MORKS (overl voor 1764) * DIRK WILLEM MORKS (ged: 1-8-1728/overl: voor 27-7-1783 Dordrecht ) suikerraffinadeur te Dordrecht z.v. Coenraad Morks en Elisabeth Smalt Hij tr 1e in 1756 te Dordrecht met Helena v/d Star Hij tr 2e ontr 30-3/tr 15-4-1764 te Dordrecht met Elisabeth Toutlemonde (weduwe van Hendrik v Meeteren) d.v. Barthelomeus Toutlemonde Hij is voor 1/4e deel eigenaar van de suikerraffinaderij van BALTUS & Co Kinderen te Dordrecht: - 1764 COENRAAD - 1767 BARTHELOMEUS - 1768 ELISABETH - 1772 BARTHELOMEUS JOHANNES 1783/1790 ELISABETH TOUTLEMONDE WEDUWE VAN DIRK WILLEM MORKS Op 27-2-1783 verkoopt zij haar deel in de suikerraffinaderij van BALTUS& CO aan CHRISTIAAN HENDRIK VRIJMOED (koopman te Dordrecht) en THOMAS VAN OLIVIER(koopman te Dordrecht) Hij verkoopt zijn aandeel in 1790 aan LEONARD ARMIGER PIJL ( uit Alblasserdam/woont te Dordrecht) ABRAHAM SELIS (overl: 1788) 1790/1793 * PETRONELLA BROERE WEDUWE ABRAHAM SELIS * CHRISTIAAN HENDRIK VRIJMOED (koopman te Dordrecht) * LEONARD ARMIGER PIJL (ged: 16-3-1749 /overl: 7-10-1820 Alblasserdam) z.v. Apolonis Leenderts Pijl en Johanna v Asperen Hij tr op 3-2-1779 te Alblasserdam met Jeanne Henriette de Vos In 1788 erft hij van zijn tante Alida Armiger gescheiden huisvrouw van Hendrik v/d Hoep zij woonde te Alblasserdam geld huizen en landerijen In 1790 woont hij te Dordrecht Op 3-9-1793 verkopen de boven genoemde 3 eigenaren van de suikerraffinaderij van BALTUS & CO aan de Hooge nieuwstraat /binnewalevest (ONA notaris Abraham Adrianus v/d Oever te Dordrecht archief 9 /841/fol 59vs) aan PETRUS DIEDERICH BACKER suikerraffinadeur te Dordrecht 1793/1816 * PETRUS DIEDERICH BACKER (ged Luthers : 28-2-1768 te Dordrecht /13-12-1831 Zoeterwoude) suikerraffinadeur te Dordrecht z.v. Johannes Backer en Christina Regina Veeger Hij tr Luthers ont 1-9-1791 te Dordrecht /tr 16-9-1791 te Rotterdam met Dina Burmester (ged: 14-4-1766 te Rotterdam/overl: 8-7-1822 te Dordrecht d.v. Albert Burmester en Ida van der Masch(mast) In 1816 verkoopt hij de suikerraffinaderij aan 5 suikerraffinadeurs uit Dordrecht gezamelijk onder de compagnie H.SELIS& CO * HENDRIK SELIS (ged: 23-2-1773 /overl: 11-3-1847 Dordrecht) suikerraffinadeur te Dordrecht z.v. Abraham Selis en Petronella Broere Hij tr op 12-5-1798 met Dina Ophorst (geb: ca 1776 te Grevelduin/Capelle /overl: 27-3-1830 te Dordrecht ) d/v/ Arnoldus Ophorst en Adriana Bilkens In 1798 woont hij met zijn gezin Maartensgat A 105 In 1812 is hij mede eigenaar van de 1e bietsuikerraffinaderij in Dordrecht BACKER & SELIS In 1840 laat hij zich uitkopen uit het compagnonschap van H.SELIS & CO van de suikerraffinaderij aan de Hooge Nieuwstraat/Binnenwalevest Kinderen te Dordrecht 1799 ABRAHAM (koopman) ongehuwd (overl: 29-10-1836 Dordrecht) 1800 ARNOLDUS tr met Elisabeth de Jong 1803 PIETER (koopman) tr Johanna Christina Ruts 1804 ADRIANUS (wijnhandelaar) ongehuwd (overl: 13-3-1845 te Dordrecht) 1807 HENDRIK 1809 CORNELIS (koopman) ongehuwd 1811 DINA PETRONELLA |
+
| Bouwkundig onderzoek naar de Suikerraffinaderij
Baltus&Companie tot ,,Dordrechts vrij entrepot,, Hooge
Nieuwstraat/Binnen Walevest,, door L.C.F.Megens te Dordrecht 2006 (met medewerking van zijn vrouw Thea Megens van der Westen) Suikerraffinage in Dordrecht De eerste suikerraffinadeurs worden in Dordrecht zijn Aelbert Wigmans en Herman Vingerhoet zij verkrijgen op 21 mei 1686 als eerste het octrooi om suiker te raffineren, de suikerraffinage was toen vast gelegd in octrooien. Het stadbestuur verleende aan suiker- raffinardeurs octrooien gedurende 12 jaar met uitsluiting van anderen, onder het genot van vrijdom, stadsimposten en accijnzen. Nadat de termijnen van de verleenden octrooien versteken was, verzochten ook anderen in de vrijdommen door de stad toegestaan te mogen delen. Slechts bij hoge uitzondering verkregen raffinadeurs vrijdom van stadsimposten en accijnzen. In het begin van de 18e eeuw ontstaan in Dordrecht een aantal nieuwe bedrijven, die zich toeleggen tot het raffineren van "rouwe suyckers", hier voor worden diverse compagnieschappen opgericht met het doel, het vestigen van suikerraffinaderijen voor het raffineren van ruwe rietsuiker. In de suikerraffinaderijen werd de suiker uit West-Indië in canassers of kanasters (een soort vlechtwerk) aangevoerd en verwerkt. De suiker werd niet tot losse kristalsuiker geraffineerd maar in kegelvormige harde stukken, met blauwpapieren manchet aan het benedeneind in de handel gebracht waar de suiker van af geraspt werd. De stukken noemden men "suikerbrood" of "melis". Het Pand Hoge Nieuwstraat 117 t/m 119-Binnen Walevest 98 Baltus & Companie P.D. Backer & Zoon Pakhuis "Zeelust" Renovatie en herstel van het pand Een nieuwe bestemming L.C.F.Megens |
DE HISTORISCHE BRONNEN IN CHRONOLOGISCHE VOLGORDE
Eigenaren:
| 27-2-1783 | 1/4 wed Dirk Willem Morks - verkoopt 1/4 aan Thomas van
Olivier in 1783 1/4 wed Dirk Willem Morks - verkoopt 1/4 aan Christiaan Hendrik Vrijmoed in 1783 1/4 Abraham Selis - verkoopt 1/12 aan Thomas van Olivier in 1783 1/4 Abraham Selis - verkoopt 1/12 aan Christiaan Hendrik Vrijmoed in 1783 |
|
| 27-2-1783 | 2-2-1790 | 1/3 Thomas van Olivier - verkoopt 1/3 Leonard Armiger
Pijl in 1790 1/3 Christiaan Hendrik Vrijmoed 1/3 Abraham Selis |
| 2-2-1790 | 3-9-1793 | 1/3 Leonard Armiger Pijl - verkoopt 1/3 aan Petrus Diederich
Backer in 1793 1/3 Christiaan Hendrik Vrijmoed - verkoopt 1/3 aan Petrus Diederich Backer in 1793 1/3 Abraham Selis - zijn weduwe Petronella Boere verkoopt 1/3 aan Petrus Diederich Backer in 1793 |
| 3-9-1793 | Petrus Diederich Backer |
- (1783) 9-837 folio 34vs (27-2-1783)
Actum den 27e februarij 1783.
Dat voor ons kwam Leendert van der Horst, Notaris en Procureur alhier, als last en procuratie hebbende van
Elizabet de Toutlemonde wede en boedelhoudster van Dirk Willem
Morks, coopvrouw binnen dese stad, en van Abraham Selis mede Koopman en rafinadeur alhier, volgens dezelve procuratie daar van zijnde gepasseert voor den Notaris Jan van der Star en zekere getuigen binnen dese stad residerende, in dato den 24e dezer, ons schepenen vertoont denwelke verklaarde in die qualiteit te Cederen, transporteren, en in vollen vrijen Eigendom overtedragen aan en ten behoeve van
Thomas van Olivier, wonende binnen dese Stad
* namentlijk voor zijn Eerste principale Een vierde part, en voor zijn principaal
Een twaalfde part in de Suikerrafinarij, met alle de selfs vaste en losse gereedschappen
* item woonhuis & pakhuisen daar annex met een Erff agter aan de walevest, belent deselve rafinaderij en woning de pakhuisen van de Erve
Eliking, en de Erve Repelaar aan de eene, en andere zijde, en dat met zodanige vrijdommen en servituten & geregtigheden, zo van Muuren, goten, ligten, waterlopen als anders, als t voors getransporteerde hebbende ende lijdende is volgens de oude brieven en bescheiden daar van zijnde; bekennende de Comp in qualité voors van 't voors Een vierde part voldaan en betaalt te zijn met drie duisent en van 't voors Een twaalfde part met een
duisent guldens, en dus met f 4000 bij zijn principalen albereids zelve Ontvangen, belovende den Comp in qualité voors 't voors getransporteerde te zullen waren ende vrijen als een vrij goet van alle kommer ende aanthaal onde rverband van zijn principalen personen & goederen als na regten.
| I. Coenraed Morks, otr. 9-5-1726 Elisabeth
Smalt. II. Dirk Willem Morks, ged. Dordrecht 1-8-1728, j.m. van Dordrecht woont op de Hoogenieuwstraat (1756), wedn van Dordrecht woont op de Hogenieuwstraat (1764), otr/tr. Dordrecht 16/31-10-1756 Helena van der Star, j.d. van Dordrecht woont in de Voorstraat bij de Nieuwbrugh geadsist met haer vaeder den Procur. Bartholomeus van der Star (1756), otr/tr. (2) Dordrecht 30-3/15-4-1764 Elizabeth de Toutlemonde, wede van Dordrecht van Hendrik van Meeteren woont in de Schreverstraet (1764). Kinderen eerste huwelijk: 1. Coenraad, ged. Dordrecht 30-3-1764. 2. Bartolomeus, ged. Dordrecht 7-7-1767. 3. Elizabeth, ged. Dordrecht 24-8-1768. 4. Bartholomeus Johannes, ged. Dordrecht 3-1-1772. |
- (1783) 9-837 folio 35vs (27-2-1783)
Actum uts.
Dat voor ons kwam Leendert van der Horst, Notaris en Procureur, als last en procuratie hebbende van
Elizabet de Toutlemonde wede en boedelhoudster van Dirk Willem
Morks, coopvrouw binnen deese stad, en van Abraham Selis mede Koopman alhier, volgens deselve procuratie daar van zijnde gepasseert voor den Notaris Jan van der Star en zekere getuigen binnen dese stad, in dato den 24e deser, ons schepenen vertoont denwelke verklaarde in die qualiteit te Cederen, transporteren, en in vollen vrijen Eigendom overtedragen aan en ten behoeve van
Christiaan Hendrik Vrijmoed, wonende binnen deese Stad
* namentlijk voor zijn eerste principale Een vierde part en voor zijn principaal
Een twaalfde part in de Suikerrafinareij met alle deszelfs vaste en losse gereedschappen
* item woonhuis en pakhuisen daar annex met een Erff agter aan de Walevest, belend deselve rafinaderij en woning de pakhuisen van de Erven
Eliking en de Erve Repelaar aan de eene, en andere zijde, en dat met zodanige vrijdommen....................bekennende den Compt in qua. te voors van het voors
Een vierde part voldaan en betaald te zijn met f 3000 en van 't voors Een twaalfde part met f 1000 en dus met f 4000
bij zijn principale albereids zelve ontvangen, belovende den Compt in qualite voors. 't voors getransporteerde te zullen waren ende vrijen als een vrij goet van alle kommer ende aanthaal onde rverband van zijn principalen personen & goederen. In oirkonde &a.
- (1790) 9-840 folio 12vs (2-2-1790)
Actum uts.
Dat voor ons kwam Dirk Crans, wonende binnen deze Stad, als daar toe bij Procuratie den Agtsten April 1788, voor
Johan Stephanus Engelberto, als Notaris te Keulen en getuigen verleden, gevolmagtigt van
Thomas van Olivier, wonende te Keulen zijnde dezelve Procuratie ons Schepenen vertoont, denwelke verklaarde in die qualiteit te cedeeren,
transporteeren en in vollen vrijen eigendom over te dragen aan en ten behoeven van
Leonard Armiger PIJL, wonende binnen deze Stad
* het aandeel of Een Derde van hem Thomas van Olivier, in de
Raffinaderij daar nevenstaande woonhuis, Pakhuizen en daar bij en aan gehorende
Erven, staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat te Dordrecht, naast het Pakhuis en Erf van de Erven Eliking aan de Eene, en de Erven Repelaer aan de andere zijde
* met nog Een Erf agter aan de Walevest te Dordrecht,
met alle het geene aan een en ander aart en nagelvast is, benevens alle de Losse en vaste gereedschappen, geene of niets hoegenaamt van welken aart, natuur of benaming die wezen mogten tot dezelve Raffinaderij en gevolgen behorende utigezondert, en dat met zodanig vrijdommen, servituten en geregtigheden, zo van Muren, Goten, Ligten, waterlopen als anders als 't voorschreve getransporteerde hebbende en lijdende is, volgens de oude brieven en Bescheiden daar van zijnde; Bekennende aen Comparant van de kooppeningen van dien voldaan en betaalt te zijn, met een
Somma van f 5.900 gereet en Contant geld, belovende den Comparant in qualité voorschreve, 't voorschreve getransporteerde te zullen waren en vrijen als een vrij goed, van allen kommer en aanthaal onder
verband van zijn Principaals persoon en goederen, als na regten. In oirconde &x.
- (1793) 9-841 folio 59vs (3-9-1793)
Actum den 3 September 1793.
Dat voor ons kwam Pieter Papillon, kamerbewaarder dezer Stad, als Last en Procuratie hebbende van
Leonard Armiger PIJL, wonende te Alblasserdam, Petronella BROERE weduwe en boedelhouderesse van
Abraham SELIS en Christiaan Vrijmoed, beide wonende binnen deze Stad Dordrecht, volgens dezelve Procuratie daar van zijnde gepasseerd voor den Notaris
Abraham Adrianus van den Oever en zekere getuijgen binnen deze Stad residerende, in dato den 16 Augustus 1793, ons Schepenen vertoond denwelke verklaarde in die qualiteit te Cedeeren, transporteeren en in vollen vrijen eigendom over te dragen aan en ten behoeven van
Petrus Diederich Backer, Suiker Raffinadeur en wonende te Dordrecht
* Een Suiker Raffinaderij van Vier Pannen, staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat en uitkomende op de veste te
Dordrecht, naast het volgende Huis en Erf aan de eene, en het te melden pakhuis aan de andere zijde,
* nog Een Huis en Erf, staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat te Dordrecht naast de gemelde
Suiker Raffinaderij aan de eene, en het Pakhuis en Erve van de Erven Elikenk aan de andere zijde,
* Nog Een Pakhuis en Erf staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat en uitkomende op de veste te
Dordrecht, naast de gemelde Suiker Raffinaderij aan de eene en het Pakhuis en Erf van de Heer
Paulus BATENBURG aan de andere zijde,
* en Nog een open Erf met een Steenen Huis, gelegen agter gemelde Suiker Raffinaderij en uitkomende op de Walevest te
Dordrecht, naast s Lands Magazijn aan de eene en het Pakhuis en Erf van de Heer
Paulus BATENBURG aan de andere zijde,
en dat met zodanige vrijdommen, servituten en geregtigheden, zo van Muren, goten, ligten, waterlopen, als anders, als de voors Raffinaderij, Huis, Pakhuizen en Erven hebbende en lijdende zijn, volgens de oude brieven en bescheiden daar van zijnde, invoegen alles te samen aan denzelven door zijn
Principalen is verkogt, bij openbare verkoping den 27 Julij 1793 ten overstaan van de Notarissen
Bax en van den Oever, en twee getuijgen, binnen deze Stad Dordrecht gehouden, Bekennende den Comparant in qualité voors van de kooppenningen van dien voldaan en betaald te zijn met een Somma van
Twintig Duizend zes Honderd Guldens, en over eenen halven Stuiver van iedere gulden tot Rantsoen vijff Honderd vijftien Guldens en mitsdien te samen f 21.115 gereet en Contant geld, bij zijn Principalen reeds zelve ontvangen, Belovende den Comparant in qualité voors: het voorschreve getransporteerde, te zullen waren en vrijen, als een vrij goed, van allen kommer en aanthaal onder verband van de Personen en goederen van zijne Principalen als naar Regten. In oirconde &ca.
(J. Esdré, A.C. Beelaerts)
-
(1809)
(folio 9) H.J. Backer, firma H.J. Backer en Co, -, hebbende een suikerraffinaderij;
(folio 11) 30-1-1809 A. Kisselius (verboekt op A. Kisselius en Zoon),
B50, hebbende een suikerraffinaderij; 1-17-0, f 20-1-0 + f 6-10-0;
(folio 28) 3-2-1809 M. van Meteren, firma van Meteren, B35, hebbende een suikerraffinaderij;
(folio 40) 7-2-1809 F. Duffer, firma Duffer, Morje en Kohn, B303,
hebbende een suikerraffinaderij;
(folio 71) 16-2-1809 David Hordijk, firma Willem Hordijk en Comp, D853,
hebbende een suikerraffinaderij;
(folio 151) 13-3-1809 Jacob van der Elst, firma Joh van der Elst en Zoon,
D155, hebbende een suikerraffinaderij; f 27-18-0
(folio 154) 13-3-1809 Johannes Rombouts, firma Backer en Rombouts, D175,
hebbende een suikerraffinaderij; f 27-18-0
(folio 159) W.J. de Bruijn de Neve, firma W.J. de Bruijn de Neve en
Comp, B300, hebbende een suikerraffinaderij; f 27-18-0
[BRON: Nationaal Archief 3.01.29, inv.nr. 594 (patenten Dordrecht van 26 oktober
1808-1809)]
- (1812/1814) Raffinaderijen te Dordrecht (ca 1812/1814)
| A105 geheel Hendrik Selis rafinadeur A273 geheel Matthijs Hofhem raffinadeursknegt A317 beneden Gerrit Hendrik Hindersman raffinadeursknegt A336 boven Lambertus van der Heijden raffinadeursknegt A409 - - raffinaderij - A434 beneden Hendrik Wieber raffinadeursknegt A477 - Hendk. van Dormolen raffinadeursknegt A493 t/m 497 - - pakhuis & rafinaderije - B032 - - raffinaderij - B046 - - raffinaderij - B127/129 geheel - rafinaderijen - B165 geheel Antonij Kisselius rafinadeur B165 geheel Johannes Kisselius rafinadeur B166 geheel Mattheus van Meeteren rafinadeur B281/282 - - rafinaderij & pakhuis - B283 geheel Francois Duffer Cz rafinadeur B284/285 - - raffinaderij & Stal - B297/298 - - raffinaderij & pakhuis - C0163 - - raffinaderij - C0300 geheel Stoffel Bouwman rafinadeursknegt C0384 geheel Pieter Hazenak rafinad.knegt C0397 geheel Christoffel Munnik rafinadeursknegt C0894 beneden Adam Peetzol rafinadeursknegt C0895 beneden Ernst Elkenbragt rafinadeursknegt C1195 geheel Carel Bosman rafinadeursknegt C1371 beneden Johan Mighiel Littig rafinadeursknegt C1448 geheel Martinus Riet rafinadeursknegt C1538 geheel Nicolaas Philipsen rafinadeursknegt D0151/152 - - rafinaderijen - D0168 geheel Johannes Rombouts rafinadeur D0793 - - raffinaderij - |
-
(bulletin werkgroep Het Nieuwe Werck; http://boezeman3.tripod.com/B21.pdf)
Het woonhuis van Gijsbert de Lengh (deel 4, vervolg van Bulletin 1-9-2007,
pagina 5)
In de Raadsvergadering van 7 november 1801 wordt een verzoek van Backer
behandeld tot vrijdom van impost:
Geeft eerbiedig te kennen de ondergeteekende Petrus D.Backer, burger en
inwoonder deezer stad. dat hij suppliant importante kosten heeft gespendeert bij
het afbreeken van een oud huisje op de Hoogenieuwstraat en het bebouwen van
dezelve grond met het open erf daar agter geleegen ter vergrooting van deszelfs
suijkerraffinaderij binne deeze stad. Dat hij suppliant vermeent door deeze
onderneeming niet alleen de buurt, daar zijn fabriek gelegen is aanmerkelijk te
hebben verfraaijt, maar ook de stad een weezentlijk nut te hebben toegebragt
door gemelde fabriek te hebben in staat gebragt om 1/3 meerderwerk te
verrichten.
Dat hij suppliant vernomen hebbende dat het stadsbestuur indertijd bij
soortgelijke kostbare entreprises wel gewoon is de fabriken, eenige jaaren
vrijdom van stadsimpositien te verleenen.
Weshalve hij suppliant te raden is geworden zich te keeren tot deze vergadering
met reverentelijk verzoek om aan hem te verleenen vrijdom van alle
stadsimpositien ten faveure van des suppliants
suijkerraffinaderij op de Hoogenieuwstraat voor de tijd van twaalf
jaaren. Is ter vergadering ingekomen een schriftelijk rapport van het Committe
van Finantie en Fabricage nopend de request van Petrus Diderich Backer aan deze
vergadering, daarbij te kennen gevende dat hij deszelfs raffinaderij op de Hooge
Nieuwstraat merkelijk heeft vergroot en daardoor aan deze stad een aanmerkelijk
voordeel heeft toegebragt. alzoo hij thans met gemelde
zijne raffinaderij een derde meerderwerk kan verrigten dan te vooren.
Verzoekt om vrijdom van alle stads impositien ten faveure van zijne raffinaderij
en zulks voor den tijd van 12 jaaren. Goedgekeurd
In 1805 kwam een lading Candijzuiker niet volgens afspraak op de juiste
bestemming aan. In verband hiermee legt Petrus Diederich Backer op 14 september
1805 een verklaring af tegenover notaris J.D. Schultz van Haegen:
De heer Petrus D. Backer, raffinadeur wonend binnen deze stad. dewelke
verklaarde onder presentatie van eede en ten requisitie van den heer J.L.Prion
te Luijk wonende, waar en waarachtig te zijn:
Dat voor hem declarant op den 11 mei 1805 in den Beurtman van deze stad op
Breda, aan de Heeren Peeterinck & Cie. te Breda, voor rekening van gemelden
heer J.L.Prion te Luijk zijn ingeladen en geexpedieerd geworden: 55 halve
kistjes Candijzuiker, gemerkt I.L.P. no. 1 à 55 Van welken de facturen den 19e
april bevorens, aan gemelden heeren J.L.Prion is toegezonden geworden.
Alsmede dat door hem declarant op den 8e junij daaraan volgende, mede in den
Beurtman van deze stad op Breda, aan en voor rekening als voren, nog zijn
ingeladen en geexpedieerd geworden: 20 halve kistjes candij zuiker gemerkt als
de vorige I.L.P. no. 56 à 75 Van welken de facturen daags daaraan den 9e junij
aan meergenoemde heer J.L.Prion te Luijk is afgezonden. Terwijl eindelijk uit
twee missives, geschreven door voorsegde heeren Peeterinck & cie, den een
van dato 13 meij 1805 en de andere van 12 juni daaraanvolgende en aan mij
notaris geexhibeerd, consteert: dat voorgenoemde candijsuiker te zamen 75 halve
kistjes niet zijn ontvangen. Verzoekende hij declarant hiervan aan mij notaris
acte in dezen.
In de loop der jaren koopt Petrus Diederich Backer diverse panden
op het Nieuwe Werck, met name in de Hoge Nieuwstraat.
Uit de heffing van het hoofdgeld periode 1810-1815 blijkt de gezinssamenstelling
in het huis aan de Nieuwehaven. Koopman Petrus Diederich Backer woont er met
vrouw, één kind en twee dienstboden genaamd Johanna en Kaatje Burgers
<...>
Op 26 juni 1816 trouwt zoon Albert Backer op 21 jarige leeftijd te Dordrecht met
Margaretha Catharina Backer, een dochter van Hilman Johannes Backer. Zoon Albert
is eveneens raffinadeur van beroep. Hem is geen lang leven beschoren. Hij
overlijdt vier maanden na het huwelijk op 4 november 1816 in het huis op de
Nieuwehaven. In datzelfde jaar geraakt Petrus Diederich
Backer in staat van faillissement, op 23 augustus 1816 vraagt hij
surseance van betaling aan. Op 28 juni 1817 wordt in het Logement het Hof van
Holland in het Kromhout het onroerend goed van Backer geveild, waaronder het
herenhuis aan de Nieuwehaven. Op 24 juni verschijnt de volgende advertentie in
de Dordrechtsche Courant: <...>
(1) Een groot ruim pakhuis en erf van ouds genaamd ‘Den Prins’, met drie
koperen ziedpannen met derzelver voorzetsels, zijnde gebezigd tot het raffineren
van suiker, staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat A 520/495 belend de
raffinaderij van de heeren H. Selis en comp. aan de
eene en het pakhuis van de heeren gebroeders Vriesendorp aan de andere zijde. In
verponding van 1817 tot ƒ 20:--.
- (1816) Datering 07-08-1816 Soort akte overdracht
Koper albert backer / willem jacob de bruijn de neve / jacob van der elst /
johannes rombouts / hendrik selis
Verkoper petrus diedericus backer Beroep handelaar
Folionummer 96 Aktenummer 3
Opmerking het betreft twee panden. wijk a 496 en a 497 (hoge nieuwstraat)
Archiefnummer 34 Registers van eigendomsovergang Inventarisnummer 2
- (1818) belastingkohier op personeel en meubilair
A0105 Hendrik Selis raffinadeur 2,50 12,01
14,51
B0135 Hilmer J. Bakker raffinadeur 2,50
56,05 58,51
D0860 David Hordijk raffinadeur 2,50 56,05
58,55
C0397 Christ. de Munnik raffinadeursknegt 2,50 4,01 6,51
C0895 Ernst Elkenbregt raffinadeursknegt 2,50 2,40 4,90
C0899 Willem Meijer raffinadeursknegt 2,50 2,40 4,90
C1371 J.s M.l Littig raffinadeursknegt 2,50 3,20 5,70
D0231 H.k A.s Hoefelage raffinadeursknegt 2,50 5,61 8,11
- (1832) Raffinaderijen te Dordrecht (1832)
| kadaster | wijk | eigenaar | kad. legger |
|||||
| G | 35 | C | 163 | de gebroeders van der Elst | - | Dordrecht | 404 | suikerraffinaderij |
| F | 76 | A | 496 | Hendrik Selis en Consort. | suikerraffinadeur | Maartensgat | 1398 | raffinaderij |
| F | 749 | B | 297 | Maria Dam wed. Hilmar Johannes Backer | - | Dordrecht | 290 | suikerraffinaderij ... en gebouw |
| F | 845 | B | 46, 42 | Johannes Kisselius | suikerraffinadeur | Wijnstraat | 737 | suikerraffinaderij |
| E | 18 | D | 168 | Wed. Christoffel Frederik Backer en Cons. | - | Dordrecht | 38 | suikerraffinaderij, geb:, huis |
- (1840) VERKOOPING van SUIKER-RAFFINADEURS GEREEDSCHAPPEN, op Woensdag den 30
September 1840, des voormiddags ten tien ure precies, aan de
gewezen Suiker-Raffinaderij van H. SELIS EN COMP., op de
Hoogenieuwstraat, te Dordrecht, door een Publiek Ambtenaar, OM CONTANT GELD,
liggende gedeeltelijk alhier, en op de vierde zolder van het pakhuis de
Raapkoek in de Boomstraat [='s rijks entrepot].
Hetwelk kan bezigtigd worden den 28 en 29 September 1840, des voormiddags van 10
tot 12 ure, ed des namiddags van 2 tot 5 ure.
[http://files.archieven.nl/46/f/569.46/Dordrechtse_Courant_1840-09-12_002.pdf]
- (1840) 17-12-1840 Kadaster DDT. 16/4. Verkoop Hooge Nieuwstraat 119
Den zeventienden December achttien honderd veertig compareerden
voor Julius Dominicus Schultz van Hagen openbaar Notaris in het ressort van de
Arrondissements regtbank te Dordrecht, Provincie Zuid Holland aldaar
residerende, in tegenwoordigheid van Francois Carlebur senior spiegelmaker en
Johannes Kloppers kleermaker beide wonende te Dordrecht als getuigen hiertoe
verzocht.
De Heer Hendrik Selis koopman te Dordrecht.
Dewelke verklaarde bij deze onder vrijwaring als volgens de wet te hebben
verkocht aan en ten behoeve van:
Mevrouw Margaretha Catharina Backer zonder beroep weduwe van wijlen den
Heer Albert Backer thans echtgenoote van, en ten deze bij gestaan en gemachtigd
door den Wel Eerwaarde Heer Frederik Michelsen Predikant bij Evangelisch
Luthersche Gemeente te Dordrecht, wonende binnen gemelde stad.
Mejufvrouwen Helena Susanna de Bruijn de Neve en Jacoba Margretha de Bruijn
de Neve, beiden ongehuwd en zonder beroep, wonende te Dordrecht.
Den Wel Edelen Zeer Geleerden Heer Doctor Hendrik Marinus de Bruijn de Neve
Moll, ……. aan de Erasmiaansche School te Rotterdam aldaar wonende.
De Heer Francois van der Elst, zonder beroep wonende te Dordreccht.
De Heer Johannes Rombouts, koopman wonende te Dordrecht.
Welke verkoop door de hierboven genoemde koopers met uitzondering van de Heer
Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll. Voornoemd in deze tegenwoordig voor zich
en regt verkrijgenden wordt geemploieerd krijgt dezelve voor den Heer de Bruijn
de Neve Moll wordt aangenomen door Mejufvrouwen Helena Susanne de Bruijn de Neve
en Jacoba Margaretha de Bruijn de Neve hiervoor genoemd.
Aan Mevrouw Margaretha Catharina Backer echtgenoote van de Wel Eerwaarden Heer
Frederik Michelsen, vernoemd twee vijfde gedeelte.
Aan Mejufvrouwen Helena Susanna de Bruijn de Neve en Jacoba Margaretha de Bruijn
de Neve en den Wel Edelen Zeer Geleerde Heer Doctor Hendrik Marinus de Bruijn de
Neve Moll, alle voornoemd te zamen een vijfde gedeelte.
Aan den Heer Francois van der Elst voornoemd een vijfde gedeelte.
Aan den Heer Johannes Rombouts voornoemd een vijfde gedeelte.
In een zesde gedeelte, in de navolgende panden gelegen binnen de Stad Dordrecht:
Een pakhuis en erf, van vijf hoog, laatst in gerigt geweest tot een Suikerraffinaderij,
staande en gelegen aan de Hooge Nieuwstraat van achter uitkomende aan de Binnen
Walevest, geteekent A nummer 496, belend met een pakhuis van den Heer C.A.
Selis aan de eene en volgend pakhuis aan de andere zijde, bij het kadaster
voorkomende onder sectie F nummer 76 drie roeden zeventig ellen, inhoudsgrootte,
(als zie //e nodig).
Een pakhuis en erf, van vier hoog, staande en gelegen binnen de Stad
Dordrecht, aan de Hooge Nieuwstraat naast // het voorgaande pand en mede
stekkende // aan de Binnen Walevest, geteekend A 497, belend voorgaand pand aan
de eene en volgend pakhuis aan de andere zijde, Bij het kadaster voorkomende
onder sectie F nummer 75 als pakhuis eene roede acht ellen inhoudsgrootte.
Een open erf met stenen koepel, bergloods en verder getimmerte, gelegen
binnen de Stad Dordrecht, aan de Binnen Walevest, tegenover het achtergedeelte
van voor geschreven pakhuizen, een uitgang hebbende aan de Buiten Walevest,
geteekend A nummer 533, belend 's Rijksmagazijn aan de eene, en een pakhuis
van den Heer Faassen aan de andere zijde bij het kadaster voorkomende onder
sectie F nummer 57, als gebouw en erf, tegen 3 roede vijftig ellen
inhoudgrootte.
Een pakhuis en erf genaamd de "Posthoorn" van twee weg,
staande en gelegen binnen de stad Dordrecht aan de Hooge Nieuwstraat, uitkomende
aan de Binnen Walevest met eene ……… en vrije opgang aldaar, geteekend A
498, belend het pakhuis onder het hare perceel gebragt aan de eene, en een
huis van de Heer Sandbergen aan de andere zijde. Bij het Kadaster voorkomende
onder sectie F nummer 74 als pakhuis tegen een en negentig ellen inhoudsgrootte.
Den verkooper aangekomen bij koop van de Heer Petrus Diederick Backer.
Volgens acte van verkoop en transport den Zevenden Augustus achttien honderd
zestien ten over staan van voornoemde Notaris Schultz van Haegen en Ambtgenoot
verleden, behoorlijk geregistreerd, doch waarvan geene overschrijving ten
Kantore den Hypotheken heeft plaats gehad.
Zijnde deze verkoopen ………… onder de navolgende conditiën van
bepalingen.
Dat de koopers zullen moeten gedogen de lijdende / zichtbare en verborgen /
erfdienstbaarheden, waarmede voorschreven verkocht te zoude mogen bezwaard zijn,
met vermogen om zich daar tegen te verzetten contract gegeven hebben van de
voordeelige erfdienstbaarheden daaraan verbonden, alles voor hare rekening en
risico.
Dat de koopers hun gekochte dadelijk zullen kunnen aanvaarden het welke aan de
zelve zal overgaan, Vrij en ontheven van alle hypothecaire verbanden,
aangezuiverd van de grondlasten tot op heden.
Dat alle rechten en kosten deze akten, zoomede die van overschrijving zullen
zijn voor rekening van de koopers.
Dat voor koopprijs is overeengekomen en bepaald eene som van één duizend vijf
honderd guldens van welke de verkooper verklaarde door de respectieve koopers
ieder voor hun aandeel bij het passeren deze akten voldaan te zijn van de zelve
respectievelijke daar voor mitsdien bij deze geheel en volkomen te kwijten
zonder enige reserve.
Verklarende partijen en zodanig overeen gekomen en verdragen te zorgen verder 4
acte dezer documenten in te verkiezen aan deze vertegenwoordigen respectieve
woonplaatsen onder verband van deze akten in tegenwoordig en toekomstige
goederen als naar de wet.
Gedaan en gepasseerd te Dordrecht in tegenwoordigheid van voornoemde Notaris en
getuigen is de minute deze nagedane voorlezing aan de comparanten, de getuigen
en voornoemde notaris geteekend, en gebleven en de bewaring en het bezit van
laatst vermelde.
[gegevens van dhr L. Megens]
- (1840) PUBLIEKE VRIJWILLIGE VERKOOPING;
Notaris Schultz van Haegen
(1) een groot, uitgestrekt en bij uitnemendheid sterk gebouwd PAKHUIS en ERF,
van vijf hoog, laatst ingerigt geweest tot eene
Suikerraffinaderij, staande en gelegen aan de Hooge Nieuwstraat van
achter uitkomende aan de Binnen Walevest geteekend A 496.
(2) een PAKHUIS en ERF, van vier hoog, staande en gelegen naast het voorgaande
en mede strekkende tot aan de Binnen Walevest geteekend A no 497
(3) een PAKHUIS en ERF genaamd DE POSTHOORN, van twee hoog, staande ne
gelegen aan de Hooge Nieuwstraat en uitkomende aan de BinnenWalevest met eene
WOONKAMER en Vrijen Opgang aldaar geteekend A no 498. (verhuurd P. Smak
Gregoor)
[http://files.archieven.nl/46/f/569.46/Dordrechtse_Courant_1840-11-03_002.pdf]
- (1870) OPENBARE VERKOOPING
Notarissen Schultz van Haegen, Struyk en de Konign en Schuyten
van Twee hechte, sterke, en uitmuntende onderhouden
PAKHUIZEN EN ERVEN naast elkandere aan de Hooge-Nieuwstraat en Binnen-Walevest,
benevens een
OPEN ERF MET KOEPEL
[No. 1] een pakhuis en erf genaamd ZEELUST, vijf hoog, vroeger
gediend hebbende tot Suikerraffinaderij, get A 496 met kelder,
kantoorlocaal, graanzolders met afzonderlijken opgang en vliering, kad sectie F
1063
[No. 2] een pakhuis en erf genaamd DE PRINS, vier hoog get A 497 bevattende
graanzolders met afzonderlijken opgang en vliering, kad F 75
[No. 3] een open erf met steenen kopen, bergloods en privaat get A 533 kad
sectie F 57
De benedengedeelten van nos 1 en 2 verhuurd aan C.A. Vriesendorp & Zn tot
ultimo december 1870.
Bovengedeelte no 1 aan O.J. van der Elst van Bleskensgraaf.
Bovengedeelte no. 2 aan de heeren de Jongh en Co.
No. 3 aan E. de Vries tot 1 april 1871.
[http://files.archieven.nl/46/f/569.76/Dordrechtsche_Courant_1870-08-16_002.pdf]
- (1870) 10-10-1870 Kadaster DDT 265/27 Verkoop Hooge Nieuwstraat 119
Dagregister, deel 21 nummer 461.
Den tienden october 1800 zeventig.
In het jaar achttien honderd zeventig den tiende van de maand September des
middags ten twaalf uren:
Ten verzoeke en in tegenwoordigheid van den Wel Edele Heer Johannes Schuijten
Huibertszoon, Notaris, wonende te Dordrecht in hoedanigheid als gemachtigde van Mevrouw
Margaretha Catharina Backer, zonder beroep wonende te Dordrecht eerder
weduwe van den Heer Albert Backer en thans weduwe van de Heer Fredrik
Michelsen gewoond hebbende te Dordrecht en aldaar den vijf en twintigsten
Februari deses jaars overleden met wien zij onder de vroegere Franse wetgeving
is gehuwd geweest buiten alle gemeenschap van goederen, blijkens
huwelijkscontract den zes en twintigsten Juli achttien honderd zes en dertig
voor den Notaris Guilleame Jacob Louis Maritz residerende te Dordrecht verleden
behoorlijk geregistreerd welke volmacht is verleend bij onderhandse akten
geteekend te Dordrecht den vijfden september dezes jaars aan deze minuut
aangehecht na alvorens den lasthebber en in tegenwoordigheid van mij Notaris Jan
Hendrik Schultz van Haegen en getuigen allen na te noemen voor echt erkend en
ten blijke daarvan door allen geteekend te zijn.
Van den Wel Edele Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf koopman
en commissionair wonende te Dordrecht.
Van den Wel Edele Heer Vincent Thierens junior, pondgaarder wonende te
Dordrecht.
Ten eersten: in hoedanigheid als gemachtigde van Mevrouw Ardina Willemina
Kuijl, weduwe van den Heer Pieter van Gijn zonder beroep wonende te
Rotterdam in gevolge acte van volmacht den zes en twintigsten Juli deses jaars
voor mij Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen na te noemen verleden,
behoorlijk geregistreerd en onder de minuten van mij Notaris berustende en
b. van Mevrouw Jenneke Baijens zonder beroep echtgenote van den Heer Arie
Kuijl Thomaszoon, zonder beroep beiden verblijf houdende te Baardwijk
provincie Noord Brabant, doch wettelijke woonplaats hebbende te Dordrecht,
domicilium van na te noemen curator over denzelven onder curateele gestelden
Heer Arie Kuijl Thomaszoon, op zijn verzoek onder curatele gesteld bij vonnis
van de Arrondissements Rechtbank zitting houdende te Dordrecht, van den
dertiende December achttien honderd twee en vijftig op de expeditie
geregistreerd als ten gevolge der onder curateele stelling van haren genoemde
echtgenoot dewelke daardoor buiten de mogelijkheid is om de vaderlijke macht uit
te oefenen in gevolge artikel drie honderd vijf en vijftig van het Burgerlijk
Wetboek den vader vervangende en de vaderlijke macht uitoefende over hare vijf
minderjarige kinderen uit haar huwelijk met haren genoemde echtgenoot genaamd
Jannetje Catharina, Harriette, Thomas Leendert, Arie Abraham en Helena Willemina
Kuijl en // naar aanleiding van artikel negen honderd zes en veertig van het
Burgerlijk Wetboek nog eventueel over het kind waarvan en verklaard heeft
zwanger te zijn welke laatst gemelde volmacht is verleden bij acte den zes en
twintigsten Maart deses jaars voor mij Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen,
na te noemen,verleden behoorlijk geregistreerd en onder de minute van mij
notaris berustende, en
Ten tweede: In hoedanigheid als bij onderhandse akte van substitutie geteekend
te Haaften provincie Gelderland, in de maand Juli deses jaars, aan deze minuut
vast gehecht, na alvorens door den gesubstitueerde, in tegenwoordigheid van mij
Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen en getuigen, allen na te noemen van echt
erkend en ten blijken daarvan door allen geteekend te zijn, door de Edel
Achtbare Heer Meester Jacob Dutrij van Haeften rechter van kanton Geldermalsen
wonende te Haaften, beiden in de provincie Gelderland, gesubstitueerd in de
volmacht, welke op den zelve Heer Dutrij van Haeften is verstrekt door
Mejufvrouwen Lidia Maria Dupper en Johanna Dina Dupper, beiden zonder beroep of
maatschappelijke betrekking, meerderjarig ongehuwd wonende te Waardenburg bij
Zalt Bommel, in hunne relatie van mede erfgenamen als na te melde ingevolge
onderhandse akten in dato zes en twintig maart achttien honderd zeventig,
geregistreerd als volgt,
Geregistreerd te Zalt Bommel zes en twintig maart 1800 zeventig, in deel 33
folio 60 recto, vak 4, een blad zonder renvooi.
Ontvangen van recht ƒ 0.80 met de 58 opcenten ad ƒ 0,30 samen een gulden tien
en halve cent.
Voor den ontvanger De Inspecteur (geteekend) S.Loke: welke onderhandsche acte
van volmacht na door den genoemde lasthebber, in tegenwoordigheid, van mij
notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen na te noemen en getuigen voor echt erkend
en ten blijke daarvan door allen geteekend te zijn, is vastgehecht aan de acte
van boedelbeschrijving der nalatenschap van na te noemen Heer Leendert Dupper
Willemszoon, en wel aan de zitting van gemelde boedelbeschrijving van den
vierden April deses jaars ten overstaan van mij Notaris Jan Hendrik Schultz van
Haegen, na te nemen opgemaakt behoorlijk geregistreerd en alzoo onder de minuten
van mij Notaris berustende.
Van den Heer Johannes Petrus Backer, koopman wonende te Dordrecht, in
hoedanigheid als gemachtigde bij acte van volmacht den drie en twintigsten Maart
deses jaars, voor mij Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen na te noemen
verleden, behoorlijk geregistreerd en onder de minute van mij notaris
berustende, van Mejufvrouw Cornelia Marianne Dupper, zonder beroep of
maatschappelijke betrekking, meerderjarige en ongehuwd wonende te Dordrecht.
Van den Heer Jacobus Johannes Bernardus Josephus Bouvij, koopman wonende te
Dordrecht, in de hoedanigheid als gemachtigde van den Heer Bauduin Aart Willem
Dupper, dienstdoend stationchef aan den Staatsspoorweg, te Hedel, provincie
Noord Brabant ingevolge acte van volmacht den negende maart deses jaars voor den
notaris Stephanus van Dorsser, residerende te Dordrecht in orginali verleden,
behoorlijk geregistreerd vast gehecht aan de zitting der akte van boedel
beschrijving der nalatenschap van na te noemen Heer Leendert Dupper Willemszoon,
van vierden april deses jaars voren gemeld, ten overstaan van mij Notaris
Schultz van Haegen opgemaakt en onder de minuten van mij notaris berustende.
Komende in even gemelde acte van volmacht genoemde Heer Dupper voor, en derden
voornaam van Boudewijn in plaats van Bauduin en als (tijdens het verlijden dien
procuratie) Ambtenaar bij de maatschappij tot exploitatie der, Staatsspoorwegen
wonende te Zalt Bommel.
Van den Heer Hendrik Kuijl Thomaszoon, scheepbevrachter wonende te Dordrecht,
voor zich zelve en in hoedanigheid als gemachtigde bij acte van volmacht den een
en twintigsten Maart deses jaars voor mij notaris Jan Hendrik Schultz van
Haegen, na te noemen verleden, geregistreerd en onder de minute van mij notaris
Schultz van Haegen berustende, van zijne broer den Heer Leendert Kuijl
Thomaszoon passementswerker, wonende te Brussel.
Van den Heer Jacobus Dorrenboom, horlogemaker, wonende te Dordrecht in
betrekking van Curator over vernoemden onder curatele gestelde de Heer Arie
Kuijl Thomaszoon van daar toe benoemd door den Edele Achtbare Heer Kantonrechter
te Dordrecht, op den zeventiende januari deses jaars en als zo danig dadelijk beëdigd,
ingevolge geregistreerd procesverbaal.
Van den Heer Hendrik Kuijl Thomaszoon, vernoemd, in betrekking van tot ziende
curator over zijne broeder, vermelde Heer Arie Kuijl Thomaszoon, daartoe benoemd
Edel Achtbare Heer Kantonrechter te Dordrecht op den twaalfden december achttien
honderd zeven en sestig en als zodanig dadelijk beëdigd, in gevolge
geregistreerd procesverbaal.
En van den Wel Edel Gestrenge Heer Meester Gautier Pierre Adrien Struijk,
Notaris wonende te Dordrecht, in hoedanigheid als gemachtigde van den Wel Edele
Zeer Geleerde Heer Doctor Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll Rector wonende
te Zierikzee ingevolge van onderhandse akten van volmacht getekend te Zierikzee
den dertigsten Augustus deses jaars aan deze minuut vastgehecht, na al voren
door den lasthebber, in tegenwoordigheid van mij Notaris Jan Hendrik Schultz van
Haegen en getuigen, alle na te noemen, voor echt erkend en ten blijke daar van
door allen geteekend te zijn.
Welke Mevrouw Adrina Wilhelmina Kuijl, weduwe den Heer Pieter van Gijn de onder
curatele gestelde Heer Arie Kuijl Thomaszoon en zijne vijf minderjarige kinderen
met en benevens eventueel met het kind waarvan Mejufvrouw Jenneke Baijens,
echtgenote van den zelven Heer Arie Kuijl Thomaszoon heeft verklaard te zijn,
Mejufvrouwen Lidia Maria Dupper en Johanna Maria Dupper, Mejufvrouw Cornelia
Marianne Dupper, de Heer Bauduin, Aart Willem Dupper, de Heer Hendrik Kuijl
Thomaszoon, en de Heer Leendert Kuijl Thomaszoon, allen vernoemd zijn erfgenamen
van en gerechtigde tot de nalatenschap van de Wel Edele Heer Leendert Dupper
Willemszoon, in leven suikerraffinadeur gewoond hebbende te Dordrecht en aldaar,
ouder en kinderloos overleden den vierden Maart achttien honderd zeventig, onder
de lasten en bepalingen daaraan verbonden, na aanleiding van zijne olografische
uiterste wilsbeschikking, geteekend te Dordrecht den twaalfden April achttien
honderd twee en sestig gedeponeerd onder de minute van mij Notaris Jan Hendrik
Schultz van Haegen, na te noemen den veertiende April achttien honderd twee en
sestig, blijkens acte van bewaargeving dien zelfde dag voor den zelven Notaris
Jan Hendrik Schultz van Haegen te Dordrecht, verleden, geregisteerd den achtsen
maart deses jaars, welke olographische uiterste wilsbeschikking na overlegde van
den Heer Testateur is geopend door den Edel Achtbare Heer Kantonrechter te
Dordrecht blijkens deszelfs procesverbaal van den vierden maart deses jaars,
behoorlijk geregistreerd, zijnde gemelde olografische uiterste wilsbeschikking
geregistreerd als volgt.
Geregistreerd te Dordrecht acht Maart 1800 zeventig, deel 79, folio 90 verso vak
6, 4 bladen geen renvooi.
Ontvangen voor recht ƒ 2,40 voor 38 opcenten ƒ 0,91½ te zamen drie gulden een
dertig en halve cent.
De ontvanger (geteekend) van Kuffeler, te weten voor een vierde gedeelte Mevrouw
Ardina Wilhelmina Kuijl, weduwe den Heer Pieter van Gijn, vernoemd, als enige
overgebleven wettige afkomelinge van den Heer Huibert Kuijl Arieszoon, gewoond
hebende te Mijl gemeente Dubbeldam en aldaar overleden den elfde November
achttien honderd zeven en sestig, neef van voornoemde overledenen Heer Leendert
Dupper Willemszoon.
Voor een vierde gedeelte de beiden kinderen van wijlen de Heer Cornelis Dupper
Dirkszoon neef van den zelven overledenen Heer Leendert Dupper Willemszoon,
Mejufvrouw Cornelia Marianne Dupper en de Heer Bauduin Aart Dupper voornoemd bij
voormelde olografische uiterste wilsbeschikking voorkomende als Bauduin, Aart
Willem onder den last van uitkering van legaat uit hetzelve een vierde gedeelte.
Voor één vierde gedeelte, de beiden kinderen van wijlen den Heer Leendert
Dupper Dirkszoon (neef van den zelven overledenen Heer Leendert Dupper
Willemszoon) Mejvrouw Lidia Maria Dupper en Johanna Dina Dupper voornoemd onder
den last uitkering van legaat uit hetzelve een vierde gedeelte.
En voor één vierde gedeelte, de beide kinderen van wijlen den Heer Thomas
Kuijl (neef van den zelven overledenen de Heer Leendert Dupper Willemszoon) de
Heren Hendrik Kuijl Thomaszoon en Leendert Kuijl Thomaszoon voornoemd, ieder
voor een derde aandeel in het zelven een vierde gedeelte, en voor het laatste
een derde aandeel in het zelven één viede gedeelte, de voormelde gezamelijke
kinderen van den Heer Arie Kuijl Thomaszoon voornoemd ( zoon van even genoemde
Heer Thomas Kuijl) onder den last van levenlang vruchtgebruik bij hunne vader
voornoemde onder curatele gestelde Heer Arie Kuijl Thomaszoon. Krachtens
beschikking van de Arrondissementsrechtbank zitting houdend te Dordrecht voor zo
veel betreft den onder curatele gestelde Heer Aria Kuijl Thomaszoon en zijne
minderjarige kinderen en de ongeboren vrucht allen vernoemd, gegeven bij vonnis
van den eersten juni deses jaars, op expoditie behoorlijk geregistreerd.
Heb ik mede geteekende Jan Hendrik Schultz van Haegen, Notaris in het vierde
Arrondissement der provincie Zuid Holland residerende te Dordrecht in
tegenwoordigheid van den Heer Franciscus Koevoets, kandidaat Notaris en Jasper
Fraan, stadsomroeper beiden wonende te Dordrecht beiden als getuigen.
Mij bevonden te Dordrecht in het koffiehuis van Jelles Zahn, tegenover het
Scheffersplein, ten einde aldaar over te gaan tot de veiling en provicioneele
toewijzing van na omschrijven onroerende goederen, waarvan de afslag en
definitieve toewijzing zullen plaatshebben op zaterdag den zeventiende September
aanstaande, ter zelfder plaatse en welke onroerende goederen, thans behoren te
weten:
Voor twee vijfde aandelen, onverdeeld, aan voormelde Mevrouw Margaretha
Catharina Backer.
Voor een vijfde aandeel, onverdeeld, aan de voornoemde Heer Ottho Johannes Van
der Elst van Bleskensgraaf.
Voor een vijfde aandeel, onverdeeld, tot de nalatenschap van wijlen voornoemde
Heer Leendert Dupper Willemszoon.
En voor een vijfde aandeel, onverdeeld, van voornoemde Heer Hendrik Marinus de
Bruijn de Neve Moll.
Welke na te melden onroerende goederen aan nu wijlen genoemde Heer Leendert
Dupper Willemszoon en aan de overige genoemde, respectievelijk ingevolge
verklaring van de Heren Requiranten voor zoo veel het eigendom van ieder de
genoemde gerechtigden betreft zijn aan gekomen als volgt:
Aan voormelde Mevrouw Margaretha Catharina Backer, toen weduwe van den Heer
Albert Backer, thans weduwe van genoemde Heer Fredrik Michelsen voor een derde
aandeel, bij koop van den Heer Petus Diderick Backer te Dordrecht in gevolge
akte van transport den zesden Januari achttien honderd zeven en twintig voor den
Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen, residerende te Dordrecht, verleden
behoorlijk geregistreerd en overgeschreven ten kantore der hypotheken te
Dordrecht den vijf en twintigsten Januari achttien honderd zeven en twintig,
deel acht en veertig, nummer een en twintig, en voor één vijf tiende aandeel,
bij koop van den Heer Hendrik Selis te Dordrecht, in gevolge acte van transport
den zeventiende December achttien honderd en veertig, voor genoemde Notaris
Julius Dominicus Schultz van Haegen, verleden, behoorlijk geregistreerd en
overgeschreven ten kantore der hypotheken te Dordrecht den een en dertigsten
December achttien honderd en veertig, deel zestien, deel vier, bij elkaar alzoo
gemelde twee vijfde aandeel.
Aan vernoemde Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf, voor gemeld
één vijfde aandeel uit de nalatenschap van zijne vader den Wel Edele Heer
Francois van der Elst, gewoond hebbend te Dordrecht en aldaar overleden den
tiende Januari achttien honderd vier en zestig, ingevolge akte van scheiding en
verdeling van onroerende en verdere goederen tot deszelfs nalatenschap
behoorende, den negen en twintigsten April achttien honderd vijf en zestig, voor
mij Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen, voornoemd behoorlijk geregistreerd
en overgeschreven ten kantore der hypotheken te Dordrecht, den derde Augustus
achttien honderd vijf en sestig, deel twee honderd twintig, nummer negen.
Aan nu wijlen meer genoemde Heer Leendert Dupper Willemszoon en aan deszelfs
enige zuster Mejufvrouw Catharina Dupper gewoond hebbende te Dordrecht en aldaar
den veertiende Februari achttien honderd twee en sestig ouder en kinderloos
ab-intestato overleden van de welke dezelve Heer Leendert Dupper Willemszoon is
geweest enige erfgenaam ingevolge de wet, als te zamen enige erfgenamen van de
Heer Johannes Rombouts in leven koopman, gewoond hebbende te Dordrecht en aldaar
den ses en twintigsten Mei achttien honderd en vijftig (tot wiens nalatenschap
gemeld een vijfde aandeel heeft behoord) krachtens diens olografische uiterste
wilsbeschikking in dato twaalf Mei achttien honderd negen en veertig, in
bewaring gesteld bij genoemde Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen,
ingevolge akte van bewaargeving den twintigsten Juni achttien honderd negen en
veertig, van dien Notaris verleden, na overlijden geregistreerd, welke
olografische uiterste wilsbeschikking, na overlijden van den Heer Testateur,
door den Heer Kantonrechter te Dordrecht is geopend, ingevolge deszelf
procesverbaal van den zeven en twintigsten Mei achttien honderd vijftig,
behoorlijk geregistreerd zijnde dezelve olografische uiterste wilbeschikking,
geregistreerd als volgt,
Geregistreerd zonder renvooi te Dordrecht den negen en twingsten Mei 1800
vijftig, deel een en vijftig, folio acht en zeventig verso vak drie en
volgenden.
Ontvangen voor recht twee gulden, veertig cent, uitmakende met de 38 opcenten
drie gulden een en dertig en halve cent.
De ontvanger (geteekend) van den Santheuvel van welke olografische uiterste
wilsbeschikking even als van de voormelde van wijlen voornoemde Heer Leendert
Dupper Willemszoon, voor zoo veel uit de bescheiden blijkt of den betrokken
requeranten ingevolge hunne verklaring, bekend is, geene overschrijving ten
kantore der hypotheken heeft plaats gehad, terwijl
nu wijlen genoemden Heer Johannes Rombouts van gemeld één vijfde aandeel, den
eigendom had verkregen, te weten:
Voor een zesde aandeel, bij koop van den Heer Petrus Diderick Backer, ingevolge
acte van transport den zevende Augustus achttien honderd zestien, voor genoemde
Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen, en ambtgenoot verleden, behoorlijk
geregistreerd, doch waarvan voor zoo veel uit de bescheiden blijkt op den
betrokken requeranten, in gevolge hunne verklaring, bekend is geene
overschrijving ten kantore van hypotheken heeft plaats gehad.
Voor een vijfde in een zesde aandeel,alzoo voor een dertigsten aandeel bij koop
van den Heer Hendrik Selis, te Dordrecht, ingevolge akte van transport den
zeventiende December achttien honderd veertig, voor genoemden Notaris Julius
Dominicus Schultz van Haegen, verleden, behoorlijk geregistreerd, en over
geschreven als voormeld ten kantore der hypotheken te Dordrecht den een en
dertigsten December achttien honderd en veertig, deel zestien, nummer vier.
En van voornoemden Heer Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll gedeeltelijk uit
eigen hoofde, in voege na te melden, en verder als eenige overgebleven
gerechtigde tot de beneficiare nalatenschap van zijnen grootvader de Heer Willem
Jacob de Bruijn de Neve, overleden den elfde Mei achttien honderd vier en
dertig, waar toe heeft behoord een onverdeeld één zesde gedeelte in de na te
omschrijven onroerende goederen, hun aangekomen bij koop van den Heer Petrus
Diderick Backer, te Dordrecht, ingevolge voor melde acte van transport den
zevende Augustus achttien honderd en zestien, voor genoemde Notaris Julius
Dominicus Schultz van Haegen en ambtgenoot verleden behoorlijk geregistreerd
doch niet overschreven als voormelde, zijnde genoemde Heer Willem Jacob de
Bruijn de Neve gehuwd geweest met vrouwe Agatha Agnieta Ouboter, buiten alle
gemeenschap van goederen, ingevolge huwelijks voorwaarden den twee en twingsten
Maart zeventien honderd vier en tachtig voor den Notaris Jan van der Star,
residerende te Dordrecht verleden, waardoor gemelde een zesde gedeelte voor het
geheel zijne nalatenschap behoord en waartoe, ten dage van zijn overlijden
gerechtigd waren, zoo volgens de wet als krachtens testament den vierden Juni
zeventien honderd vier en tachtig voor genoemde Notaris Jan van der Star
verleden, geregistreerd den dertigsten Juni achttien honderd vier en dertig,
zijne nagelaten weduwe voormelde Vrouwe Agatha Agnieta Ouboter, zijne twee
kinderen uit des zelf huwelijk met gemelde vrouwe Mejufvrouwen Jacoba Margretha,
en Helena Susanna de Bruijn de Neve, en voornoemde Heer Hendrik Marinus de
Bruijn de Neve Moll, als eenig kind van wijlen zijne dochter uit gemeld huwelijk
Vrouwe Johanna Petronella de Bruijn de Neve uit haar huwelijk met mede wijlen de
Heer Johannes Moll, bij representatie van wijlen zijne moeder, terwijl het
aandeel van genoemde Vrouwe Agatha Agnieta Ouboter, weduwe den Heer Willem Jacob
de Bruijn de Neve door haar overlijden, op den zevende Juli achttien honderd
vier en dertig, is over gegaan aan hare kinderen voor melde Mejufvrouwen Jacoba
Margaretha, en Helena Susanna de Bruijn de Neve en hare kleinzoon, voornoemde
Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll.Bij representatie van wijlen zijne
genoemde moeder, als te zamen erfgenamen zo volgens de wet als krachtens hare
olografische testament dato twintig December achttien honderd zes en twintig,
geregistreerd als volgt:
Geregistreerd te Dordrecht den dertigsten Augustus achttien honderd vier en
dertig, deel een en twintig, folie twee honderd en zeven recto, vak vier enz.
houdende eene rol geen renvooi.
Ontvangen voor recht van testament twee gulden veertig cents, voor recht van
administrateur tachtig cents en voor executeurschap tachtig cents, bedragende te
zamen met de 38 opcenten vijf guldens twee en vijftig cents.
De ontvanger (geteekend) van den Santheuvel welke olografisch testament is
gedeponeerd onder de minuten van genoemden Notaris Julius Dominicus Schultz van
Haegen, ten gevolge der ordonantie van den Heer President der toenmalige
Rechtbank van eersten aanleg te Dordrecht, van dato negentien Augustus achttien
honderd vier en dertig, blijkens extract uit de minuten berustende ter Griffie
van gezegde Rechtbank, geregistreerd en acte van depôt door gemelde Notaris
Julius Dominicus Schultz van Haegen opgemaakt dato dertig Augustus achttien
honderd vier en dertig mede geregistreerd, en zijnde één dertigste gedeelte in
de na te melden onroerende goederen, aangekomen aan voornoemde Mejufvrouwen
Jacoba Margaretha, en Helena Suzanna de Bruijn de Neve en aan den Heer Hendrik
Marinus de Bruijn de Neve Moll te zamen bij koop van genoemde Heer Hendrik
Selis, ingevolge voormelde acte van transport den zeventienden December achttien
honderd veertig voor genoemde Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen
verleden, geregistreerd en over geschreven als voormeld, ten kantore der
hypotheken te Dordrecht den een en twintigsten December achttien honderd
veertig, deel zestien,nummer vier, zodat ten genoemde Mejufvrouwen Jacoba
Margretha en Helena Suzanna de Bruijn de Neve en de Heer Hendrikus Marinus de
Bruijn de Neve Moll te zamen eigenaren van gemeld een vijfde aandeel waren
terwijl door het ouder en kinderloos overlijden, op den acht en twintigsten Juni
achttien honderd negen veertig, van voormelde Mejufvouw Jacoba Margaretha de
Bruijn de Neve, de aandelen door haar verkregen zo ten gevolge van gemelden door
haar gedanen verkoop als door het successivelijk overlijden van haren vader en
van hare moeder, beiden voornoemd zijn we gegaan aan hare zuster voormelde
Mejufvrouw Helena Suzanna de Bruijn de Neve in relatie van enige erfgename,
krachtens haar testament den negende Maart achttien honderd veertig voor
genoemde notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen verleden, geregistreerd den
zesden Juli achttien honderd negen en veertig, van welk testament even als het
voormelde testament van wijlen genoemde Heer Willem Jacob de Bruijn de Neve en
van voormelde olografische testament van wijlen genoemde vrouwe Agatha Agnita
Ouboter, weduwe van denzelven Heer Willem Jacob de Bruijn de Neve voor zoveel
uit de bescheiden blijkt of den genoemden Heer lasthebber van voormelden Heer
Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll bekend is, geene overschrijving ten
kantore der hypotheken heeft plaats gehad, en door het al in testato in ouder-
en kinderloos overlijden op den een en twintigsten Februari dezes jaars, van
voormelde Mejufvrouw Helena Suzanna de Bruijn de Neve, de aandeelen van door
dezelve verkregen, zo ten gevolgen van gemelden door haar gedanen aankoop, als
door het successivelijk overlijden van haren vader, van hare moeder en van hare
zuster Mejufvrouw Jacoba Margaretha de Bruijn de Neve, allen voornoemd, zijn
overgegaan aan voornoemde Heer Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll, als eenig
erfgenaam bij versterf zijne tante, genoemde Mejufvrouw Helena Suzanna de Bruijn
de Neve,ten gevolge van welk een en ander meer genoemde Heer Hendrik Marinus de
Bruijn de Neve Moll thans eenige en alleen eigenaar is van gemeld een vijfde
aandeel in de onroerende goederen na te om schrijven.
Zijnde, volgens verklaring van de Heeren Requeranten, voor zoo veel aan de zelve
bekend is, van de na te melden onroerende goederen geene meerdere bewijzen van
eigendom of titels van aankomst bestaande dan hiervoren vermeld en hebbende,
mede in gevolge hunne verklaring voor zoo veel hen bekend is, geene andere of
meerdere overschrijvingen in de registers der hypotheken plaats gehad dan
hierboven is omschreven.
En heb Notaris tot dat einde aan de personen in een der localen van gemeld
koffiehuis, al waar de verkooping gehouden wordt, bijeengekomen, vooraf doen
voorlezen de navolgende conditiën en bepalingen, waarop de Heren Requeranten
begeeren en verlangen dat deze veiling en verkooping zullen geschieden, te
weten:
[Artikel Een] De verkooping van na te melden onroerende goederen zal
geschieden voetstoots, zoo danig dezelve tegenwoordig zijn geconstitueerd en
worden bezeten, met al het geen aan de verkoopers toebehoorde daarin en aan,
aard, wortel- en nagelvast gevonden wordt, voorts de perceelen tegen zoodanige
grootte als hierna op te geven zonder dat de verkoopers in de opgave van
grootte, kadastrale omschrijving, of wat het ook zijn moge, maar eenigszins
willen gehouden zijn of behaald zullen kunnen worden.
[Artikel Twee] De verkooping enzovoorts.
[Artikel Drie] Onmiddellijk na de verkooping in het doen der definitieve
toewijzing zullen de verkochte onroerende goederen zijn en blijven voor rekening
en ten geware van de respectieve koopers die den eigendom daarvan zullen
verkrijgen en aan wie derzelven gekochte zal worden geleverd overeenkomstig de
bepalingen der wet, vrij van hypothecaire verbanden.
[Artikel Vier] De na te omschrijven te verkopen onroerende goederen zijn
verhuurd, als volgt:
De benedengedeelten van perceelen een en twee, gedeeltelijk dienende tot
entrepôt van wijnen, aan de Firma C.A. Vriesendorp en Zoon, te Dordrecht, tot
den een en dertigsten December deses jaars, voor twee honderd gulden per jaar,
met één Januari eerstkomende te betalen.
De boven gedeelten van het eerste perceel aan den Heer Ottho Johannes van der
Elst van Bleskensgraaf, te Dordrecht, tot den dertigsten Juni achttien honderd
een en zeventig, voor drie honderd gulden per jaar,waarvan de betaling over
één geheel jaar verschijnt den eersten Januari aanstaande, met bevoegdheid aan
de zijde van den huurder om daarvan ten zijnen behoeve, zoodanige
onderverhuringen van afzonderlijke gedeelten te doen, als hij zal goedvinden.
De bovengedeelte van het tweede perceel, aan de Firma de Jongh en Compagnon te
Dordrecht, van jaar tot jaar, loopende tot den drie en twintigsten October
achttien honderd en zeventig, voor een honderd tien gulden per jaar, welke
verhuur en huur voor tijd en som van toepassing is op elk volgend jaar, ten ware
ééne maand vóór den vervaltijd, dus nu op den drie en twingsten September
aanstaande, van huurder of verhuurders zijde opzegging ware gedaan, zullende
voor het geval de kooper van hetzelve tweede perceel niet mocht verlangen de
verhuur te continueren en hij daarvan op den gemelden bepaalden tijd mocht
goedvinden opzegging te doen, tot het doen van welke opzegging door de
verkoopers, voor zooveel nodig, bij deze hen de bevoegdheid wordt gegeven, hij
die bovengedeelte kunnen aanvaarden op den drie en twingsten October dezes
jaars, alles echter zonder eenig verhaal op de verkoopers en buiten hunne
bemoeiingen en alleen ten eigen gevare en risico, terwijl ingeval van
continuatie der huur de huurpenningen vanaf gezegde drie en twintigsten October
dezes jaars zullen komen ten voordeelen van der kooper, alles echter alléén na
betaling der kooppenningen en het verder verschuldigde, doch anders niet.
En het derde perceel aan de Heer Emanuel de Vries, te Dordrecht, tot den eersten
April achttien honderd een en zeventig en één jaar in optie en zoo vervolgens,
voor een jaar met een jaar in optie, zoo lang er van huurder of verhuurders
zijde geen opzegging is gedaan drie maanden voor den vervaltijd, dus op een
Januari van elk jaar na het eerste optie jaar, voor eene som van een honderd
tien gulden in het jaar, te betalen in half jaarlijkse termijnen op een April en
een October, telkens de helft.
[Artikel Vijf] De koopers, ieder van het zijne, zullen verplicht zijn de
verhuringen van hun gekochte zoo als die bij artikel vier zijn opgegeven,
gestand te doen, zonder ten aanzien van dezelve verhuringen eenig verhaal op de
verkoopers te hebben en alzoo geheel voor hunne rekening en gevaren, en zullen
dezelve koopers van de huurpenningen genot hebben te rekenen van den eersten
November dezes jaars of aan echter alléén na betaling van al het
verschuldigde, doch anders niet, zullende echter de kooper respectievelijk
gehouden en verplicht zijn om, te gelijk met de betalingen ingevolge artikel
dertien te voldoen, te weten:
De kooper van het eerste perceel, voor eerst: de som van drie en tachtig gulden
drie en dertig centen voor tien maanden huur aan de vernoemde Firma C.A.
Vriesendorp en Zoon, tot den eersten november dezes jaars, van het beneden
gedeelte van het zelve eerste perceel, in de voormelde massale huur van twee
honderd gulden per jaar begrepen en ten tweede: de som van twee honderd vijftig
gulden voor tien maanden huur aan genoemden Heer Ottho Johannes van der Elst van
Bleskensgraaf, van het boven gedeelte van gemeld eerste perceel, mede tot den
eersten November dezes jaars.
De kooper van het tweede perceel, de som van drie en tachtig gulden drie en
dertig cents, voor tien maanden huur aan voormelde Firma C.A. Vriesendorp en
zoon, tot den eersten November dezes jaars, van het beneden gedeelte van het
zelve tweede perceel in de voornoemde massale huur van twee honderd gulden
begrepen.
En de kooper van het derde perceel, de som van negen gulden zestien en halve
cent voor eene maand huur aan den Heer Emanuel de Vries, voornoemd tot een
November dezes jaars.
Verblijvende naar aanleiding van het vorig artikel vermelde het jaar huur van de
Firma de Jongh en Compagnie tot den drie en twintigsten October dezes jaars, ad
honderd tien gulden ten behoeven van de verkoopers gereserveerd, en komende
eventueel daarna aan den kooper.
Tegen allen welke betalingen de koopers respectivelijk bevoegd zullen zijn en
het recht zullen hebben om geheel en al voor derzelver rekening en ter hunnen
kosten en zonder eenig verhaal of terugvordering, uit welken hoofde ook, ten
aanzien van de verkoopers, ten verschijn dage voren gemeld, van genoemde
huurders respectivelijk, uit te vorderen en te ontvangen de huren, zoo als die
hier voren bij artikel vier van ieder perceel zijn opgegeven, en vervolgens alle
verder te verschijnen huurpenningen.
[Zes]
[Negentien]
[Eerste Perceel] Een pakhuis en erf, genaamd "Zeelust",
vroeger gedient hebbende als suikerraffinaderij, aan de Hooge Nieuwstraat,
stekkende tot en uitkomende aan de Binnen Walevest getekend A496. Bij het
kadaster bekend onder sectie F nummer 1063 pakhuis, drie aren zeventig
centiaren.
[Tweede Perceel] Een pakhuis en erf, genaamd "de Prins", aan de
Hooge Nieuwstraat, strekkende en uit komende aan de Binnen Walevest, getekend
A497.
Bij het kadaster bekend onder sectie F nummer 75 pakhuis, een are acht
centiaren.
[Derde Perceel] Een open erf, met steenen koepel, bergloods en verder
getimmerte, aan de Binnen Walevest en uitkomende aan de Buiten Walevest,
getekend A533. Bij het kadaster bekend onder sectie F nummer 57 gebouwen
erf, drie aren vijftig centiaren.
Zo als nu overgegaan tot de veiling in provisionele toewijzing zelve van de
onroerende goederen vooromschreven in voege als volgt:
Eerste Perceel Het hoogst ingezet op eene som van zes duizend acht
honderd gulden door den Wel Edelen Heer Ottho Johannes van der Elst van
Bleskensgraaf, koopman en commissionair, wonende te Dordrecht voornoemd dewelke
alzo van hetzelve eerste perceel vooromschreven provisionele kooper is geworden
onder de conditien en bepalingen hiervoren omschreven.
Tweede Perceel Het hoogst ingezet op eene som van twee duizend een
honderd vijftig gulden door den Wel Edelen Heer Ottho Johannes van der Elst van
Bleskensgraaf, voornoemd dewelke alzoo van hetzelve tweede perceel voor
omschreven, provisionele kooper is geworden onder de conditien en bepalingen
hier voren omschreven.
Derde Perceel Het hoogst ingezet op eene som van twee duizend vijf
honderd vijf en twintig gulden, door den Heer Jan Korthals Wouterszoon,
scheepsbevrachter, wonende te Dordrecht, dewelke alzoo van hetzelve derde
perceel voor omschreven, provicioneel kooper is geworden, onder de conditien en
bepalingen, hiervoor omschreven.
En na hiermede ge………….te hebben tot des namiddags een ure, is deze
veiling en provisionele toewijzing afgeloopen.
Er is van al het vorenstaande door mij Notaris deze acte en minuut opgemaakt,
welke ten voormelde plaats, te Dordrecht, verleden en onmiddellijk na voorlezing
door den Heeren Requiranten, de hoogste inzetters en de getuigen, allen aan mij
notaris bekend, benevens door mij notaris, zelven ondertekeend is.
(Getekend) J.Schuijten,. Hr. O.J. van der Elst van Bleskensgraaf. V. Thierens
jr. J.P. Backer. J.J.B.J. Bouvij. H. Kuijl fz. J. Dorreboom pz. G.P.A. Struijk.
J. Korthals wz. H.F. Koevoets. J.Freen. J.H. Schutz van Haegen, Notaris.
(Ter zijde staat)
Geregistreerd te Dordrecht den twaalfden September 1800 zeventig, deel 106 folio
61 verso vak 6, acht bladen zes renvooien.
Ontvangen voor recht ƒ0,80 voor 38 opcenten ƒ0,30 te zamen een gulden tien en
halve cent.
De ontvanger (getekend) Kuffelen
+
(17-9-1870) In het jaar achttien honderd zeventig den zeventienden van de maand
September des voormiddags ten half twaalf ure
Ten verzoeke en in tegenwoordigheid; van de Wel Edelen Heer Johannes Schuiten
Hubertszoon, notaris.
Van den Wel Edelen Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf, koopman
en commissionair.
Van den Wel Edelen Heer Vincent Thierens junior, pondgaarder.
Van den Heer Johannes Petrus Backer, koopman.
Van den Heer Jacobus Johannes Bernardus Josephus Bouvy, koopman.
Van den Heer Hendrik Kuijl Thomaszoon, scheepsbevrachter.
Van den Heer Jacobus Dorrenboom, horlogemaker.
En van den Wel Edel Gestrengen Heer Meester Gautier Pierre Adrien Struijk,
Notaris allen wonende te Dordrecht.
In zoodanige betrekkingen respectievelijk en genoemde Heer Hendrik Kuijl
Thomaszoon noch voor zichzelve, als vermeld en in het breede is omschreven in
het proces verbaal van veiling van na te omschrijven onroerende goederen, den
tienden September dezes jaars, ten overstaan van mij Notaris Jan Hendrik Schultz
van Haegen na te noemen, gehouden, behoorlijk geregistreerd en onder de minuten
van mij Notaris Schultz van Haegen berustende.
Krachtens beschikking van de Arrondissements Rechtbank, zitting houdende te
Dordrecht, voor zo veel betreft den onder curatele gestelden Heer Arie Kuijl
Thomaszoon en zijne minderjarige kinderen en nog ongeboren vrucht allen in
voormelde procesverbaal van veiling genoemd, gegeven bij vonnis van den eersten
Juni dezes jaars, op de expeditie behoorlijk geregistreerd.
Heb ik onder geteekende Jan Hendrik Schultz van Haegen, Notaris in het vierde
Arrondissement der provincie Zuid Holland, residerende te Dordrecht in
tegenwoordigheid van den heer Hendrik Franciscus Koevoets, kandidaat Notaris en
Jasper Freen, stadsomroeper, beiden wonende te Dordrecht, als getuigen.
Mij bevonden te Dordrecht, in het koffiehuis van Jilles Zahn, tegenover het
Scheffersplein, ten einde aldaar over te gaan tot den afslag en definitieve
toewijzing van te melden onroerende goederen, waarvan de veiling en provisionele
toewijzing ten overstaan van mij Notaris Schultz van Haegen, voornoemd heeft
plaats gehad den tienden September jongstleden, in gevolge voormeld
geregistreerd procesverbaal waartoe zoo voor de bewijzen van eigendom en de
overschrijvingen van dezelve, voor zooverre plaats gehad, de breedere kadastrale
omschrijving van de na te melden te verkoopen onroerende goederen, als anders
zins bij deze, wordt geregistreerd, als daarbij breeder omschreven.
En is door mij Notaris, ten voorschreven ende aan de personen in een der lokalen
van gemeld koffiehuis, al waar de verkooping gehouden wordt bij een gekomen
kenbaar gemaakt, waar overgegaan gemeld procesverbaal van veiling, met de
verkoopsconditien daarin vervat en vervolgens respectievelijk,
tot den afslag en definitieve toewijzing als na te melden, van de navolgende
onroerende goederen, allen staande en gelegen te Dordrecht, te weten:
Eerste Perceel Een pakhuis en erf, genaamd "Zeelust", vroeger
gedient hebbende tot suikerraffinaderij, aan de Hooge Nieuwstraat, stekkende tot
en uit komende aan de Binne Walevest geteekend A496. kadaster sectie F nummer
1063. Bij de veiling enzovoort.
Tweede Perceel Een pakhuis en erf, genaamd "de Prins", aan de
Hooge Nieuwstraat, strekkende tot en uit komende aan de Binne Walevest,
geteekend A497.
kadaster sectie F nummer 75. Bij de veiling enzovoort.
Derde Perceel Een open erf, met stenen koepel, bergloods en verder
getimmerte, aan de Binne Walevest en uit komende aan de Buiten Walevest,
geteekend A533. Kadaster sectie F nummer 57. Bij de veiling enzovoort.
Is overgegaan tot den afslag en definitieve toewijzing van de onroerende
goederen voren gemeld als volgt:
Eerste perceel voor omschreven, Opgehangen op eene som van twaalf duizend
gulden, gemelde ingezette som daaronder begrepen en afgeslagen tot op denzelve
ingezette som van zes duizend acht honderd gulden zonder gemijnd te worden.
Tweede perceel voor omschreven, Opgehangen op eene som van vijf duizend gulden,
gemelde ingezette som daaronder begrepen en afgeslagen tot op denzelve ingezette
som van twee duizend een honderd vijftig gulden zonder gemijnd te worden.
Derde perceel voor omschreven Opgehangen op eene som van vijf duizend gulden,
gemelde ingezette som daar onder begrepen en afgeslagen tot op eene som van twee
duizend zes honderd vijftig gulden is gemijnd geworden door den Wel Edele Heer
David Antoine Nicolas Vriesendorp, commissionair, wonende te Dordrecht.
Vervolgens ingevolge het bepaalde bij voormeld procesverbaal van veiling, over
gaande tot den gecombineerde afslag:
Voor eerst: Van het eerste en tweede perceel voor omschreven te samen
staande op eene som van acht duizend negen honderd vijftig gulden, zijn dezelve
gecombineerd opgehangen op eene som van zestien duizend gulden, gemelde som van
acht duizend negen honderd vijftig gulden daar onder begrepen en afgeslagen tot
op eene som van negen duizend drie honderd vijftig gulden is gemijnd geworden
door den Wel Edelen Heer Johannes Schuijten Hubertszoon, Notaris wonende te
Dordrecht, voornoemd.
En ten tweede: Van het eerste, tweede en derde perceel voor omschreven,
te samen gebracht op eene som van twaalf duizend gulden zijn dezelve perceelen
gecombineerd opgehangen op eene som van twintig duizend gulden, gemelde twaalf
duizend gulden, …………………
daaronder begrepen en afgeslagen tot op laatstgemelde som van twaalf duizend
gulden, zonder gemijnd te worden zijn als nu koopers geworden te weten:
Van het eerste en tweede perceel voor omschreven de Wel Edele Heer Johannes
Schuijten Hubertszoon, Notaris, wonende te Dordrecht, voornoemd, dewelke
dadelijk verklaard heeft de mijning van het voormelde eerste en tweede perceel
gedaan te hebben, te weten:
Het eerste perceel voor omschreven, voor en ten behoeve van voornoemden Wel
Edelen Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf, koopman en
commissionair, wonende te Dordrecht, voor eene som van zes duizend negen honderd
gulden, als daartoe van dezelven mondeling last hebbende: welke genoemde Heer
Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf, bereids eigenaar van voormeld
eerste perceel voor een onverdeeld een vijfde aandeel, alszoo van dit perceel,
tegen gemelde som van zes duizend negen honderd gulden, voor het geheel
definitief kooper is geworden op de voorwaarde in gemeld procesverbaal van
veiling omschreven en verklaard heeft zulks te accepteren.
En het tweede perceel voor omschreven, voor en ten behoeve van de Wel Edele
Heer Daniel de Jongh, makelaar wonende te Dordrecht en voor en ten behoeve
van zich zelven, voor eene som van twee duizend vier honderd vijftig gulden, als
daartoe, wat betreft genoemden Heer Daniel de Jongh, voor denzelven mondeling
last opdracht hebbende, welke genoemden Heer Daniel de Jongh en Johannes
Schuijten Hubertszoon alzoo van het voormelde tweede perceel, tegen gemelde
som van twee duizend vier honderd en vijftig gulden, definitieve koopers zijn
geworden op de voorwaarden in het proces verbaal van veiling voren vermeld
omschreven.
En van het derde perceel voor omschreven de Wel Edelen Heer David Antoine
Nicolas Vriesendorp, commissionair, wonende te Dordrecht, voornoemd, de
welke dadelijk verklaard heeft de mijning van gemeld derde perceel gedaan te
hebben voor en ten behoeve van de Firma Jacob Vriesendorp en Zonen,
commissionairs in Noordsche houtwaren gevestigd te Dordrecht, als daartoe van
dezelve mondeling last hebbende welke genoemde Firma Jacob Vriesendorp en Zonen
alzoo van het derde perceel voor omschreven, tegen gemelde som van twee duizend
zes honderd vijftig gulden definitief kooperesse is geworden op de voorwaarden
in gemeld proces verbaal van veiling omschreven.
En hebbende de gezamelijke comparanten ten slotte nog verklaard hunne
toestemming te geven dat de overschrijving zoowel van dit proces verbaal, als
van voormeld proces verbaal van veiling ten kantore der hypotheken bij
Uittreksel zal mogen geschieden.
En na hiermede ge ….eerd te hebben tot des namiddags half een ure, is deze
afslag en definitieve toewijzing afgeloopen.
En is van al het vorenstaande door mij Notaris deze acte in minuut opgemaakt,
welke ten voormelde plaats, te Dordrecht, verleden, en onmiddellijk na
voorlezing door de Heeren Requiranten en mijners en de getuigen allen van mij
Notaris bekend benevens door mij Notaris zelve onderteekend is.
(geteekend) J. Schuijten Hz,. O.J.van der Elst van Bleskensgraaf, V. Thiernes
jr, J.P Backer, J.J.B.J. Bouvy, H. Kuijl, Tz. J. Dorreboom, Pz. G.P.A. Struijk,
D.A.N. Vriesendorp, H.F. Koevoets, J. Thierens, J.H. Schultz van Haegen.
(ter zijde staat)
Zie aangehechte kwitantie;
(volgt den inhoud de aangehechte kwitantie) geregistreerd te Dordrecht den
twintigste September 1800 zeventig deel 105, foli 60 verso vak 7, 2 bladen geen
renvooi.
Ontvangen voor recht van koop van perceel I ƒ 232,40 van perceel II ƒ 104,00
voor recht van koop van perceel III ƒ 112,80. te zamen ƒ 449,20 makende met de
38 opcenten ad ƒ 170,70 zes honderd negentien gulden negentig cents.
De ontvanger (geteekend) van Kuffeler.
[gegevens van dhr L. Megens]
- (1894) 06-05-1894 Kadaster DDT, 477/54.
Dagregister deel 42 nummer 775 den zesde Mei achttien honderd
vier en negentig.
De ondergetekende:
De Heer Franciscus Carel Wilhelmus Noorduijn koopman te Nijmegen als
gemachtigde van den Heer J.J. van der Elst houthandelaar te Nijmegen
blijkens de van volmacht verleden voor den Notaris J. Klaussen junior te
Nijmegen d.d. 2 augustus 1893 geregistreerd te Nijmegen den derde augustus 1800
drie en negentig deel 65 foli 97 verso vak 3, een blad geen renvooi.
Ontvangen voor recht een gulden twintig cent.
De ontvanger (geteekend) tevens waarbij onder anderen genoemde Heer Jacobus
Johannes van der Elst, den Heer Franciscus Carel Wilhelmus Noorduijn machtigt om
zijn onroerende en roerende goederen te verkopen hetzij uit de hand of in het
openbaar.
Ten eene: Verklaard dat hij heeft verkocht aan de mede ondergeteekende
den Heer Gerard Johannes Christiaan van der Elst kassier en commissionair in
effecten wonende te Dordrecht.
Het onverdeelde een vierde gedeelte in:
Een pakhuis genaamd "Zeelust" aan de Hooge Nieuwstraat te
Dordrecht groot drie aren zeventig centiaren op den plaatselijke kadastrale
legger dier gemeente bekend in sectie F nummer 1063 welk gedeelte door
contractant ter eene is aangekomen als erfgenaam bij versterf van zijn vader den
Wel Edel Geboren Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf.
Partijen verklaren dat den verkoop en koop is geschied voor de som van een
duizend twee honderd en vijftig gulden te betalen in Nederlandsche gangbare
munt, en op de volgende bedingen.
[Artikel 1] Verschil tussen de werkelijke en de volgens den kadastrale leggger
opgegeven maat geeft geen grond tot het vorderen van ene vermeerdering of
vermindering van den overeen gekomen koopprijs of van eene vernieteging van de
koop.
[Artikel 2.] Het onroerend goed wordt ter stond overgedragen in de macht en het
bezit van den koper.
Daaraan wordt hem het rustig en overgaand bezit gewaarborgd.
[Artikel 3.] De verkooper is tot geene vrijwaring gehouden wegens hem onbekende
erfdienstbaarheden of andere lasten die niet in de openbare registers ten
kantore van de bewaring der hypotheken zijn over of ingeschreven en die men
bewezen mocht op het onroerend goed te hebben, noch voor geborgen gebreken
waaraan hij zelf onkundig is.
[Artikel 4.] De grondbelasting is van heden voor rekening van den kooper,
terwijl partijen voor daden van gemakkelijke ten uitvoerleggen domicilie kiezen
ter griffie van Arrondissement rechtbank te Dordrecht.
Aldus ter goede trouw overeen gekomen en geteekend den drie en twintigsten April
1800 vier en negentig, (geteekend) F.C.W. Noorduijn, G. van der Elst.
Nr.3465 Geregistreerd te Dordrecht den tweeden Mei 1800 vier en negentig, deel
128, folio 182, verso, vak5, een blad twee renvooien.
[gegevens van dhr L. Megens]
- (1889) 29-06-1889 Kadaster DDT. 435/7.
Dagregister deel 38, nummer 562, Den negen en twintigsten juni
achttien honderd negen en tachtig.
De ondergetekende: De heer Francois van der Elst, makelaar en wonende te
Dordrecht ter eener; Verklaard dat hij heeft verkocht aan de mede ongeteekende,
den heer Gerardus Johannes Christiaan van der Elst, kassier en
commissionair, wonende te Dordrecht,
die verklaard dat hij van hem gekocht heeft het onverdeelde een vierde gedeelte
in:
a. een huis, erf en bergplaats aan de Voorstraat te Dordrecht, groot 8
aren 50 centiaren op den plaatselijke kadaster legger der gemeente bekend en
sectie E nummer 626.
b. Een pakhuis aan de Hooge Nieuwstraat te Dordrecht, groot 3 aren en 70
centiaren, op den plaatselijke kadastrale legger der gemeente bekend in sectie F
nummer 1063.
Welk gedeelte den contractant ter ene is aangekomen als erfgenaam bij versterf
van zijne vader den Wel Edel Gestrenge Heer Ottho Johannes van der Elst van
Bleskensgraaf. Partijen verklaren dat deze verkoop en koop is geschied voor
de som van acht duizend gulden. En op volgende bedingen:
[Artikel 1.] Verschil tusschen de werkelijke en de volgens den kadastrale
leggger opgegeven maat geeft geen grond tot het vorderen van eene vermeerdering
of vermindering van den overeen gekomen koopprijs of van eene vernietiging van
den koop.
[Artikel 2.] Het onroerend goed wordt ter stond overgedragen in de macht en het
bezit van de kooper. Daarvan wordt hem het rustig en overgaand bezit
gewaarborgd.
[Artikel 3.] De verkooper is tot genen vrijwaaren gehouden wegens hem onbekende
erfdienstbaarheden of andere lasten die niet in de openbare registers ten
kantore van de bewaring der hypotheken zijn voor - of ingeschreven en die men
bewezen mocht op het onroerend goed te hebben, noch voor geborgen gebreken
waaraan hij zelf onkundig is.
[Artikel 4.] De grondbelasting is van heden voor rekening van den kooper.
[Artikel 5.] Den eersten Januari 1800 negentig wordt de koopprijs betaald aan en
ten huize van den verkooper en zonder eenige schuldvergelijking. Vertraging in
het nakomen van dit beding.
Stelt den kooper terstond in gebreken en verplicht hem tot betaling van een
intrest over vijf tien honderd in het jaar over den verschuldigde koopprijs van
den dag van zijne vergunnen tot en met den dag van betaling of van de ontbinding
deze overeenkomst wegens niet betaling van de koopprijs.
[Artikel 6.] De contractant ter andere zijde verklaard dat hij de bewijzen van
eigendom van het verkochte van den contractant ter eene heeft overgenomen.
Partijen verklaren dat zij ook voor daden van gerechtelijke ten uitvoer legging
domicilie kiezen ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Dordrecht. Al
dus te goeden trouw overeengekomen en in simplo opgemaakt en geteekend te
Dordrecht den acht en twingsten juni 1800 negen en tachtig.
(getekend) F. van der Elst en G. v.d. Elst
No.498 geregistreerd te Dordrecht den acht en twingsten Juni 1800 negen en
tachtig deel 105 folio 147, verso vak 1, een blad, een renvooi. Ontvangen voor
recht ƒ 320,- voor 32 opcenten ƒ121,60 te zamen vier honderd een en veertig
gulden zestig cent.
(ƒ 441.60) De Ontvanger (geteekend) Hemsing.
[gegevens van dhr L. Megens]
- (1900) 13-11-1900 Kadaster DDT 529/62.
Dagregister deel 48 nummer 165,
den dertienden November negentien honderd.
Heden den negenden November negentien honderd is voor mij Krijn Hoogeveen
Notaris ter standplaats Dordrecht in tegenwoordigheid van na te noemen getuigen
verschenen;
de Wel Edel Geboren Heer Gerard Johannes Christiaan van der Elst (op den
kadastrale legger der gemeente Dordrecht abusievelijk bekend als Gerardus
Johannes Christiaan van der Elst) kassier wonende te Dordrecht ten deze
handelend:
A voor zichzelf, en
B als speciaal gevolmachtigde van den Wel Edel Geboren Heer Ottho Johannes
van der Elst ingenieur wonende te 's-Gravenhage blijkens eene door deze op
den derde November negentien honderd onderteekende onderhandse akte van volmacht
welke na vooraf door vernoemden Heer lasthebber in tegenwoordigheid voor mij
Notaris en de na te noemen getuigen voor echt erkend en ten blijke daarvan door
hem lasthebber, de getuigen en mij Notaris geteekend te zijn aan deze minuut is
vastgehecht om daarmede gelijk tijdig te registratie te worden aangeboden.
Welke heer comparant verklaarde bij deze te hebben verkocht met waarborg voor
alle uit winning en andere wettelijke stoornissen hoe ook genaamd aan de
GEMEENTE DORDRECHT.
Een pakhuis en erf genaamd "Zeelust" staande en gelegen in
de gemeente Dordrecht aan de Hooge Nieuwstraat bij het kadaster dier
gemeente bekend in sectie F nummer 1063 (duizend drie en zestig) groot 3 aren en
zeventig centiaren.
Welke onroerend goed den Heeren verkoopers in eigendom is opgekomen.
Welke betreft den Heer Gerard Johannes Christiaan van der Elst:
Voor een vierde gedeelte als erfgenaam bij versterf van wijlen zijn vader de Wel
Edel Geboren Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf.
Voor een vierde gedeelte bij een onderhandse akte van koop en verkoop waarop
staat Nr.498 geregistreerd te Dordrecht den acht en twintigsten Juni 1800 negen
en tachtig in deel 105 folio 47 verso vak 1,een blad een renvooi.
Ontvangen voor recht ƒ 320, voor 38 opcenten ƒ 21,60 te samen vier honderd een
en veertig gulden zestig cent. ƒ 441,60. De ontvanger (geteekend) Kleinsing,
over geschreven ten hypotheek kantore te Dordrecht den negen en twintigsten Juni
daar aan volgend in deel 435 nummer 7, en voor een vierde gedeelte bij een
onderhandsche akte van koop en verkoop waarop staat nummer 3436. Geregistreerd
te Dordrecht den tweeden Mei 1800 vier en negentig deel 110 folio 182 verso vak
5 een blad twee renvooi. Ontvangen voor recht vijf en twintig gulden ƒ 25,- De
ontvanger (geteekend) Eerens. Overgeschreven ten hypotheek kantore te Dordrecht
den vierden Mei daaraan volgende in deel 477 nummer 54 en wat betreft de Heer
Ottho Johannes van der Elst.
Voor een vierde gedeelte eveneens als erfgenaam bij versterf van zijnen wijlen
zijner vader vernoemde Heer Ottho Johannes van der Elst van Bleskensgraaf.
Voormelden overdracht en koop wordt ten deze voor de Gemeente Dordrecht
aangenomen door den Edelachtbare Heer Meester Alfred Rudolf Zimmerman
Burgemeester der gemeente Dordrecht, wonende aldaar als Burgemeester en Hoofd
van den Raad der Gemeente Dordrecht ingevolge artikel zeventig der Gemeentewet
belast met de uitvoering zijner besluiten en als zoodanig ten deze handelen van
de ter uitvoering van zijner besluit genomen in zijne vergadering van den
zestienden October negentien honderd goedgekeurd door Heeren Gedeputeerde Staten
der Provincie Zuid Holland den drie en twintigsten October negentien honderd en
welke heer Burgemeester ten deze is bijgestaan door den gemeente secretaris den
Wel Edel Gestrengen Heer Meester Dirk van Houten Jacobszoon wonende te Dordrecht
en beiden alhier mede verschenen.
Deze koop en verkoop is volgens verklaring van partijen geschied onder de
navolgende bepalingen en bedingen:
dat de Gemeente Dordrecht het gekochte zal moeten aanvaarden in dien staat
waarin het zich thans bevindt met alle lusten en lasten en heerschende en
lijdende erfdienstbaarheden en bepalingen als daaraan zijn verbonden en
verknocht zijnde van het bestaan daarvan aan de verkoper thans niet bekend.
Dat de gemeente Dordrecht het gekochte dadelijk zal kunnen aanvaarden doch ook
te en van af heden de lasten daarvan verschuldigd voor hun rekening komen,
en dat de rechten en kosten op dezen koop en verkoop op de levering van het
gekochte vallende door de Gemeente Dordrecht zullen worden gedragen,
en eindelijk om en voor eene som van Negen duizend gulden welke koopsom de Heer
comparant verkooper verklaard bij deze van de gemeente Dordrecht te hebben
ontvangen, haar daarvoor ook namens zijnen gemelden lastgever volledig
kwiteerende en dechargeerende zonder eenig voorbehoud stellende en subrogeerende
de comparant verkooper de gemeente Dordrecht in alle rechten van eigendom die
hij en zijn lastgever op het bij deze verkochte bezaten met de machtiging tevens
om zonder hunne verdere medewerking de overschrijving van het afschrift dezer
akte in de daar toe bestemde openbare registers te doen bewerkstelligen.
Voormeld onroerend goed is aan den heer Ottho Johannes van der Elst van
Bleskensgraaf in eigendom opgekomen: voor een vijfde gedeelte bij een akte en
scheiding den negen en twintigsten April achttien honderd vijf en zestig voor
Jan Hendrik Schultz van Haegen des tijds Notaris te Dordrecht verleden
overgeschreven ten hypotheek kantore te Dordrecht den derde Augustus achttien
honderd vijf en zestig in deel 220 nummer 9 en voor vier vijfde gedeelte bij
processen verbaal van veiling en toewijzing den tienden en zeventienden
September achttien honderd zeventig door genoemde Notaris Jan Hendrik Schultz
van Haegen opgemaakt, overgeschreven ten hypotheek kantore te Dordrecht den
tienden October achttien honderd zeventig in deel 265 nummer 27.
De verschenen personen zijn aan mij notaris bekend,
waarvan akte.
Gedaan en verleden te Dordrecht op het Raadhuis op den datum in het hoofd dezer
akte vermeld in tegenwoordigheid van de Heeren Johannes Willem de Wijn kandidaat
Notaris en Theodorus Smiers gemeentebode beiden wonende te Dordrecht, als
getuigen.
De Heeren comparanten hebben met de getuigen en mij Notaris deze minuut
onmiddellijk na gedane voorlezing onderteekend, (geteekend) G. v.d Elst A.K.
Zimmerman en D. van Houten Jzn. Joh. W. de Wijn, Smiers, Hoogeveen Notaris.
Verder staat.
425 Geregistreerd te Dordrecht den tienden November negentien honderd deel 155
folio 69 verso vak 2 twee bladen een renvooi.
Ontvangen voor recht honderd tachtig gulden ƒ 180,- De ontvanger geteekend
Heijl.
Volgt de aangehechte volmacht.
De ondergetekende Wel Edel Geboren Heer Ottho Johannes van der Elst, ingenieur
wonende te 's-Gravenhage verklaard bij deze te volmachtigen den Wel Edel Geboren
Heer Gerard Johannes Christiaan van der Elst, kassier wonende te Dordrecht.
Speciaal om namens hem ondergetekeende over te gaan tot de overdracht in koop en
eigendom in zijn aandeel in een pakhuis en erf genaamd "Zeelust"
gelegen in de gemeente Dordrecht aan de Hooge Nieuwstraat bij het kadaster dier
gemeente bekend sectie F nummer 1063 groot drie aren zeventig centiaren en zulks
aan de gemeente Dordrecht voor eene som van negen duizend gulden voor voormeld
onroerend goed in zijn geheel
tot dat ende de voorwaarden en bepalingen te regelen waarop die overdracht zal
plaats hebben het notarieel koopcontract te doen opmaken mede werken tot de
levering van voor vermeld onroerend goed door overschrijving der koopakte in de
daartoe bestemde openbare registers en in het algemeen voor de dier zaken
datgene te verrichten wat door den ondergeteekende zelf tegenwoordig zijnde, zou
kunnen of moeten worden verricht verleenende voor de aan den Heer lasthebber het
recht van subotitutie alles overeenkomstig de voorschriften der wet".
s-Gravenhage 3 november 1900
Geteekend O.J. van der Elst
Voor echt erkend
Getekend: G.v.d. Elst, Joh. W. de Wijn, Smiers en Hogeveen notaris.
Verder staat
1430 geregistreerd te Dordrecht den tiende November negentien honderd deel 118,
folio 48, verso vak 8, een blad geen renvooi.
Ontvangen voor recht een gulden twintig cent ƒ 1,20 de ontvanger (geteekend)
Heijl.
Voor afschrift
geteekend Hoogeveen notaris.
[gegevens van dhr L. Megens]
(c) Dordrecht EvD / Papendrecht H.W.G. van Blokland 2009.